Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter vander Willigen

Uit Wikisource

[ 287 ]
Wanneer een Konstschilder door zyne levenswyze sticht, en door zyne penceelverbeeldingen t'effens 't oog vermaakt en den aandacht door waarde beschouwingen opbeurt, door voorwerpen welke leerzaam en stichtelyk zyn, zoo gaat vermaak en nut gepaart.

Beelden en Schilderyen zyn Boeken voor de leken zeit de Concieliespreuk, maar ze moeten 'er ook na wezen. Een dartel Bachus Feest, daar men de geile Satyrs volgezopen, de Veldnimfen snoeplustig ziet na jagen, om den sluyer die haar naaktheid dekt te rooven, of uit geilheid hun hoofd onder 't hemd steken, hoe konstig verbeeld, zou weinig aanleidinge geven tot godvruchtige gedachten.

Het prysselyke heeft de Konstschilder PIETER VANDER WILLIGEN van Bergen op den Zoom, in acht genomen, die door zinnebeelden en beeltenissen, op zyne tafereelen heeft afgebeeld de ydelheid der aardsche schatten, de [ 288 ]vergankelykheid van 's menschen leven, en den onwissen wissen sterftyd. Men moet waarlyk zeggen van zulke geschilderde Beeltenissen te teekenen van de sterflykheid:

Elk is een Doods Herout, die zeit:
Gedenk ô mensch, dat eens uw luister,
Uw schoonheid, roem en heerlykheid,
Zal worden in het graf geleid,
En door een zark bedekt in 't duister.

Heeft het konstpenceel geldzakken tot barstens toe opgevult, Juweelen en andere waereldschatten verbeeld, de aandagt daar in spiegelende, en door de rede den aart dier zaken beschouwende, onderwyst het gemoed uit de gevolgen, dat

Die zig aan 't blinkent goud Sjabloon:SICvergapen,
En zoeken hunne rust in 't gelt,
Steeds onrust vinden die hun kwelt:
Zoo wel in 't gretig zamenschrapen,
Als in 't bezitten van hun wensch;
Doch schoon het zelve noch genoegen
Noch rust, maar onrust baart na 't zwoegen,
'T blyft egter 't doelwit van den mensch.
Dus was 't voorhenen, en nog heden.
De Muntgod word steeds aangebeden.