De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Salomon de Bray
| ← Pieter Zaenredam | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1 (1718) door Arnold Houbraken | Adriaan van Uitrecht → |
[ 175 ]
Thans verschynt ook ten toneel SALOMON DE BRAY geboren te Haarlem in 't jaar 1597. Deze werd onder de brave Konstschilders van zyn tyd getelt, en geprezen om het voortplanten dier Konst in zyne Zoonen: welke hy eene lange reeks van jaren door zyn Konstkundig oordeel, in hunne oeffeningen heeft onderschraagt; aangezien hy [ 176 ]noch eenige weken na zynen jongsten Zoon heeft geleeft. Deze was JAKOB DE BRAY, een der uitgelezenste paerlen aan Haarlems Stedekroon, dewyl hy een groot meester in de schilder- en teekenkonst is geweest.
De konstbeminnende Arn. van Halen tot Amsterdam heeft een stuk met levensgroote beelden van hem, verbeeldende Koning David, daar hy in koorgewaat spelende op zyn harp voor de Bontkist staat, verzeld met zingende en spelende Levyten 't welk konstig geteekent vleijend zuiver en kragtig is geschildert, en 'er zoo wel uit ziet, of 't eerst uit het penceel kwam. Dit stuk is gejaarmerkt 1697 ten bewys dat hy eenen goeden ouderdom bereikt heeft. Tusschen beide moet ik ook zeggen; dat aan zyn penceelwerken licht te zien is, dat hy zig het naakt wel verstaan heeft. En wat zyne teekeningen op papier en perkament konstig en ten uitersten uitvoerig, met zwart en rood kryt door malkander gebruikt, aanbelangt, daar van bezit de Konstlievende Heer Isaak del Court wel de meeste en beste.
In P. van Rixtel Mengelrymen, vind ik dit volgende op de afbeelding van den Haarlemmerdichter Fr. Snellinx door J. de Bray geschildert.
De BRAY vertoond zyn konst aan Snellinx op 't paneel;
Maar Snellinx toont zyn Geest, doorlugtig in zyn blaren;
Zyn inkt verstrekt hem verf, de veder zyn penceel.
Licht Vondel aan het Y, hy licht nog meer aan 't Sparen.
Maar onze dichtgeesten zouden hier niet alle ja toe zeggen. Hy stierf tot Haarlem in 't jaar 1664 in Grasmaand, en zyn Vader SALOMON volgde hem naar 't Graf op den 11 van Bloeimaand. De wormen mogen zyn lichaam verknagen, maar zyn naam blyft eeuwen duuren; door dien zyn Zoon DIRK (die een fraai Bloemschilder, naderhand Monnik werd) zyn borstbeeld konstig in hout gesneden heeft. Het welk wy geplaatst hebben in de Plaat I onder de Beeltenis van L. Bramer op de linkerhand van Dirk van Hoogstraten.