Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Tusschenrede, schilderessen

Uit Wikisource

[ 310 ]
Tot nog toe heeft de Schouburg niet als Konstschilders vertoond. Voortaan zullen ook de beruchte Schilderessen daar op verschynen, en op haare tydbeurten nevens de Mannen ten Toneel komen; om den lezer door die veranderinge op nieuws te verlustigen, en zynen yver door wakende begeerten tot het gene zy zeggen zullen op te wakkeren. [ 311 ]

De oude gedenkschriften melden van eene Vestaalse maagt Lala[1] genaamt, die de konst van schilderen verstont. Maar wat hoeven wy in de [2]twyffelagtige oudheid voorbeelden op te zoeken? de voorgaande eeu levere ons [3]Marietta Dochter van den berugten Italiaanschen schilder Tintoret, in dezelve konst tot verwonderinge van [ 312 ]alle die het zagen gevordert. [4]M. Propertia de Rossi beeldsnydster van Bolonien, die konstig in Perziksteenen en marmer gesneden heeft: gelyk de Roomsche [5]Claudia Stella onverbeterlyk in koper deed. Andere hebben weder haar brein gescherpt op taalgeleertheit, of andere prysselyke wetenschappen. Vele Vrouwen hebben de eedle zwaneschagt gevoert, en de wysheid boven alle vergankelyke schatten bemind en uitgekozen.

Men leest van [6]SAFFO, en haar hoog geroemde Dichten,
Zoo lang als Febus blyv' de pronkpraal aller lichten.
[7]ASPASIA bezat de gaven van verstand.

[ 313 ]

[8]THEANO hield het school van haren man[9] in stand.
[10]ARETE heeft haar Zoon geleerdlyk onderwezen.
TERENTIA de vrouw van Cicero geprezen, :Om haar verstand, is door de snelgewiekte faam,
En tallooze andere, roemrugtig door haar naam;
De Deugd van vele bralt op elpenbeene troonen,
Zy leven na de dood gecierd met schoone kroonen,
Als eertyds in triomf de groote Vorst August;
Der Vrouwen deugd is aan geen volken onbewust,
Al d'aard verheft haar lof ten trots van 't lastrend drukken.

[11]MARIA brak de fles met Narduszalve aan stukken
En gootze vrolik uit op 's Heilands heilig hooft.

  1. Lala van Cyzieus, of Spiga. Deze (zeit Plinius) was zoodanig bedreven in de penceelkonst dat haar werk ongelyk waardiger geschat wierd, als dat van den schilder Sopilos: schoon dit tot een hoogen prys verkocht wierd.
  2. Twyffelagtige oudheid. Wy spreken dit niet tegen, noch min den volgenden roem der doorluchtige vrouwen, maar zeggen dat de Dichters zomwylen de palen van vryheid wel wat veer uitzetten, en gevolgelyk zoo heel veel staat niet op dezelve is te maken: terwyl wy ondertusschen gedagtig zyn aan de spreuk van Gratiaan: De waarheid komt zelden zuiver voor onze ooren, voor al wanneer zy van veere komt; want dan vat zy eenige verf van de hartstochten, die zy op haren weg ontmoet.
  3. Marietta Tintoret geboren te Venetien, leerde de konst by haar Vader, waar toe zy zoodanig geneigt was; dat zy gewoon was zig, toen zy nog jong was, in jongens gewaat te verkleeden, om by haar Vader (wanneer die groote werken buitens huis schilderde) te mogen wezen, welke haar ook inzonderheid lief hadde, zoo dat zy voor zyn Zoon wierd aangezien. Zy heeft uitgesteken in het schilderen van pourtretten, schilderende veel Dames, die graag by haar waren, wyl zy dezelve, door haar zang en snarenspel, waar in zy beroemt was, wist te vermaken. 'T geen haar inzonderheid berugt maakte was het pourtret van den Bisschop Marco en dat van den Opperhofmeester van Keizer Maximiliaan: welk pourtret zy aan den Keizer vereerde, en zig daar door zoo beroemt maakte dat zy daar door gelegentheit kreeg om Philippus den tweeden Koning van Spanje, en den Aartshertog Ferdinand te schilderen. Zy stierf in 't jaar 1590, oud zynde maar 30 jaren, en wert begraven in de Kerk van Sante Maria dell Horto. Dus melt Sandrarts Tuitsche Academie, pag. 170.
  4. Propertia. Deze schoon en welgemaakt van lichaam, en van de natuur begaaft met een schoone zangstem, verstond zig meesterlyk op de behandelinge van 't snarenspel, en andere fraje konsten en wetenschappen, maar het geen haar meest berugt gemaakt heeft, was haar graveerkonst op een Perziksteen. Anderen zeggen op een Porfiersteen, de grootte van een perziksteen. Daar tot verwondering van getuigt wort: dat zy de gansche Passie, of het Lyden van Kristus en elk deel deszelfs onderscheidentlyk daar had op afgebeeld. Zy maakte ook pourtretjes heel uitvoerig en konstig in marmer, Paus Clement de zevende van die naam was begerig om haar te zien, en zond om haar, maar te laat, want zy een week te voren was overleden. Zie J. Sandrarts, Academie p. 203.
  5. Claudia Stella. Weergaloos in 't behandelen van 't graafyzer, aan de bekende print, naar de Schildery van N. Pouzyn (daar Moses de Rots slaat) te zien.
  6. SAPPHO, geboren te Mitylene een voorname stadt, op het Eyland Lesbos. Zy werd in haar tyd genoemt de tiende Zanggodin. Zy leefde ontrent de vierenveertigste Olympiade, ten tyde van Pittacus den tyran. Zie Basilius Kennet, in de Levensbeschryving der Grieksche Dichteren, op p. 90.
  7. ASPASIA, van Mileten, muntte niet alleen uit in konst van Welsprekentheit, maar heeft vele door hare leydinge daar in tot volmaaktheit gebracht, waar onder was ook Socrates, die zig niet heeft geschaamt zulks zelf te bekennen, Zie Thomas Stanley, in zyn boek van de oude Wyzen p. 78.
  8. TEANO van Creta, thans Kandia, vrouw van Pythagoras, nam het bestier der School na de dood van haren man waar, tot dat zy Aristæus trouwde, die Pythagoras in de wyze van leeren gevolgt heeft. Dezelve p. 306.
  9. Pytagores.
  10. ARETE, van haar vader Aristippus volkomen in de wysheid onderwezen, leerde het zelve voortaan haren Zoon. Zie den voorgemelden schryver op p. 134.
  11. Dit ziet op het gebeurde te Bethania Mark. Cap. 14. v. 3. beschreven. Waar aan zig Judas stiet: waar op zig N. van Brakel dus heeft uitgelaten.
    Godvrugte Maria, uw weldoen kan dien snooden,
    Den buideldrager niet behagen; waar toe is 't?
    Blaft hy haar toe, waar toe is dit verlies van noden;
    Waarom deze Oly, dus zoo reukeloos verkwist?
    Men kon de zelve tot een hoogen prys verkoopen.
    De Lydende Kristus, p. 9.