De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Bonaventuur Peeters
| ← Jan Albertsz. Roodtseus | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 2 (1719) door Arnold Houbraken | Franciscus Wouters → |
[ 12 ]Gelyk onder de Dichtkundigen, de een zig tot het trompetten van Heldendaden, en andere ernstige gevallen, op het voorbeeld van den Mantuaanschen Maro; anderen wederom tot vrolyke Minnedeunen en fabeldichteryen als Nazo: zommigen zig tot Bybelstof, anderen tot klucht; deze tot blyde Huwlyksdeunen, en gene in tegendeel hunne pennen tot droeve Lyk- en Treurzangen hebben gewent, en elk in zyn verscheiden verkiezinge te pryzen is, ook met dus te doen de Konst, en Zangberg opbouwt en dienst daar aan toebrengt: even dus is het ook in opzigt der Schilderkonst, en der zelver behandelaars (daar niet min veranderingen in opzigt van ’t verkiezen der voorwerpen te bespeuren zyn) gestelt.
BONAVENTUUR PEETERS geboren te Antwerpen in ’t jaar als boven, schilderde Zeestormen, en Schepen door velerhande droevige Zeerampen in nood van vergaan. Hoe Eoöl in grammen moede door zyne stormwinden de Wolken van vier oorden perst, en tot een drukt, dat zy met een vervaarlyk geloey van Blixemen en donderen uitbarsten, met slag op slag de Zeylen, Masten, Stengen en den romp der Zeehulken rammeyen, dat de splinters den Matrozen om de ooren stuiven, die in dien nood hun veege sterfuur met beklemde lippen voorspellen. Dan weer hoe Neptuin gestoort op den trots der Zeerotzen het pekel beroert, en uit de onmeetelyke diepten tegen dezelve met zyn drietandige gaffels aandryft, de bovenste toppen met het schuim bespat; en hoe de Schepen in die branding
[ 13 ]vervallen, gins en herwaard geschokt, eindelyk zig te barsten stooten: volk en goed in gevaar van omkomen gebragt wort, vertoonende zig menigten van menschen op eenig gesloopt wrak; terwyl andere weer door ’t zwemmen hunne lyfsberginge zoeken. Of ook wel weer hoe de schipbreukelingen aan eenig bevolkt strandt, hun wedervaren met opgeschorte schouderen verhalen, en om bystand bidden enz. Deze en diergelyke droevige voorwerpen heeft hy in hunne vertoonselen zoo eigentlyk weten uit te beelden; als ook, Lucht, Water, Klippen, en Stranden zoo natuurlyk te schilderen, dat hy geoordeelt wierd de beste in zyn tyd, in die wyze van schilderen, te wezen. Hy stierf 1652.