Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans

[ 28 ]Nu volgt HANS JORDAANS, geboren te Delf in de Herfstmaand 1616.
Ik had wel gewilt dat ik van dezen wat had konnen schryven, aangezien hy een groot Meester in de Konst geweest is. Hy was zoo zonderling vaardig in ’t schilderen, datmen ’t voor een spreekwoort in zyn tyd hield, dat hy zyn beelden als met een potlepel opschepte. Om welke reden de Roomsche Bent (by welke hy vele Jaren verkeert heeft, en dus weinig van zyne werken hier te lant gezien worden) hem doopte met den naam van Pollepel.
Of hy nu in zyn begin of op het eynde van zyn leven gebruik maakte van dus vaardig te schilderen weet ik niet. Maar tot Amsterdam is een stukje Schildery waar in men van hem verbeelt ziet: hoe Pharao met waagen en paarden in ’t Roode Meir verdrinkt, geheel op de trant van Rottenhaimer geschildert. Waar van bezitster is, de Weduwe van den Advokaat Muis van Holy. Hy is te Voorburg gestorven, maar in wat Jaar weet ik niet. [ 29 ]
Zommigen willen dat de beruchte Lucas Jordaans, dien men den Napolitaan noemt, en die in vaardigheit van penceel zyns gelyken niet gehad heeft, een Zoon van onzen Hans Jordaans is: dien hy te Napels geteelt zou hebben; aangezien kennelyk is dat hy zyn meesten tyd te Rome, Venetien en Napels heeft gesleten.
Den Heere Jan van Beuningen tot Amsterdam heeft 9 stukken van Lucas Jordaans gehad vyf voeten hoog en 7 voeten breed, vol gewoel van Beelden en braaf geschilderd, verbeeldende Moses die den Steenrots met zyn staf slaat, en ook daar hy de Kopere Slang oprecht, en David en Abigaal: Pharao verdrinkende in ’t Roode Meir: Jakob en Rebecca: De slag van Moses tegen de Amalekiten: Het oordeel van Salomon: De slag van Josua, en Ahazuerus en Esther. Waar van de Konstlievenden Sibr. vander Schelling het beste uitgekipt en gekocht heeft. Gemelde van Beuningen heeft my betuigt, uit ontwyfelbare berichten verzekert te wezen, dat hy elk der zelve stukken in twee dagen geschildert had. Ik geef het over voor dien prys als ik ’t ontfangen heb, maar het is niet te gelooven, niettegenstaande dat ’er meer stalen van zyne uitstekende vaardigheit verhaalt worden, als onder andere, dat hy van Napels door den Koning van Spanje gelokt, en voor de eerstemaal den Koning en Koningin gezien hebbende hun beider Afbeeldzels uit zyn denkbeelt geschildert, en den dach daar aan volgende, (bestemt om hem Ridder te slaan) de stukken vooruit zond aan den Koning tot groot verwonderen van ’t Hofgezin. Dus was het niet buiten rede dat zy hem in Italien den naam van Luca va presta, dat is, Lucas loopt ras, gaven. [ 30 ]
Na dat deze eenige Jaren te Madrid gewoont had, voelde hy zig weder tot Napels, en Rome geneigt. Maar de Koning hield hem van jaar tot jaar op met zeggen: Als gy nog dit of dat Konstwerk voor my gemaakt zult hebben; en belenonk hem, dan met een gespan schoone Muilezels, of iets anders boven de jaarlykze somme van 5000 Ducatons, tot dat hy stierf.
Onder zyne voornaamste Konstwerken (behalven die hy in Spanje gemaakt heeft) wort getelt een stuk in Fresco te Rome in de Kerk van St. Andreas del la Valle, ’t geen zoo uitmuntend in Kunst is, dat deze waar van wy gemelt hebben (volgens het oordeel van die het te Rome gezien hebben) maar voor snyperingen van zyn Konstpenceel moeten aangezien worden.