Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh

Uit Wikisource

[ 89 ]Deze Levensbeschryving behoorde vroeger geplaatst te zyn geweest. Doch gebrek van tydig bericht is oorzaak dat ’er zomwyl een breuk tegens de wyze der schikking van ons pennewerk (buiten onze schult) begaan wort. ’t Zelve moeten wy ook in opzicht van den braven Rotterdamschen Konstschilder HENDRIK MARTENSZ. bygenaamt ZORGH tot onze verschooning zeggen. Deze bynaam werd aan zyn Vader (welke naardien eenvoudigentyd Marten Klaasz Rokes genaamt wert) gegeven; om dat hy Marktschipper van Rotterdam op Dort zynde, altyt zoo veel toezicht en zorg voor de lading en bestelling droeg, dat men, wanneer ymant iet te bestellen had waar aan gelegen was, door gewoonte zeide: geef het Zorg mee: gelyk ook tot zyn roem verhaalt wort dat hy eens een zak met 1000 gulden had aangenomen waar naderhand niet naar gevraagt wierd, ’t geen hy aan yder bekent maakte, en naar een lange wyl zig daar van ontsloeg, met den zelven over te geven aan de Armbezorgers van de Gereformeerde Kerk, mits zoo den eygenaar, daar van opkwam zy daar aansprakelyk voor waren, of moesten verantwoorden.
Deze goede ouden Man gestorven, kwam ’t Markt schipperschap op onzen Hendrik Martensz. Zorgh, welke daar om niet afliet te schilderen, maar [ 90 ]met groote yver en zucht de Penceelkonst oeffende. Waarom wy ook zyn Beeltenis uitvoerig door hem zelf geschildert op zyn 34ste jaar 1645, geplaatst hebben in de Plaat C. 4.
Hy was een Leerling van Dav. Teniers, als aan zyn eerste penceelwerken klaar te zien is, en van Wilm Buitenweg die gezelschappen van Juffrouwen Heeren en Boertjes schilderde. Doch hy heeft zig niet altyd by die wyze van schilderen gehouden. By zyn Neef Hendrik Zprgh Makelaar en beminnaar van Schilderkonst tot Amsterdam, heb ik verscheiden Konststukken van hem gezien, inzonderheid twee. Het eene verbeeld een Italiaansche Markt, met veel gewoel van beelden, en voor aan een vroutje dat uitstalt met verscheide soort van doode Vogels. Het ander verbeelt een Vismarkt, mee vol gewoel. De Visch in dit, en een korf met levende Hoenders, Eenden enz. in ’t ander stuk, zyn uitvoerig en Konstig naar ’t leven geschildert: Vorders de beelden gronden en agterwerken, hebben een zweem van de penceelbehandeling van Tomas Wyk: gelyk daar ook nog een groot stuk hangt, waar in verbeelt wort een Boerevreugt, waar in de beelden grooter zyn, en veel gelykenis hebben naar de handeling van Jan Mienze Molenaar.
Hy stierf, het kluwen van zyn levensdraad door het tydlot ontwonden zynde in zyn eenentsestigste jaar, 1682.

[ Plaat C ]