Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Ulft

[ 196 ]Hy is tot Gorinchem van elk bemint, en geacht, gelyk zyn Vader, welke ook in zyn tyd aldaar Regerend Borgermeester was, gelyk ook voor hem de vermaarde Konstschilder, zyn tyt- en Stadgenoot JAKOB vander ULFT mede tot de waardigheit van het Borgermeesterampt is verheven geweest. By wien gemelde Vander Ulft de Konst geleert heeft weet ik niet: maar dat hy zig door zyn Konst een naam gemaakt heeft, [ 197 ]en zyn penceelwerk noch in de braafste Kabinetten plaats ingeruimt wort, is by elk bekent.
Hy schilderde meest Roomsche of Italiaansche gezigten, markten of pleinen, en daar op in ’t verschiet Kolommen, Gedenknaalden, Triomfbogen, Pronkbeelden, of eenige oudtydse zeegeteekenen, en dat wel zoo (schoon hy nimmer te Rome geweest heeft) dat de genen die Italien bereist hadden, de zelve met den eersten opslag van hun oog kenden. En niemant moet dit wonder dunken, aangezien de meeste overblyfselen van oud Rome in print, of door afschetzingen bekent, licht te bekomen zyn: maar dit is te verwonderen, dat men ziet, hoe natuurlyk en konstig hy de bouwvalligheid, reeten of scheuren, en de bedropenheit in de zelve heeft waargenomen; en nog meer als men ziet hoe geestig hy doorgaans zyne werken met menigte van kleyne beeltjes, en die vast geteekent, en konstig by een geschikt, fraay koppelen: ja ook zomwyle gebeurde Heidensche Historien vertoonen, heeft weten op te sieren. Een Konststukje alleen ’t geen op ’t Amsterdamse Raathuis hangt ende het zelve verbeeld, nevens den Dam, en daar op toont het dagelyks gewoel van allerhande soort van Menschen in hunne eygen en kennelyke dragt, is alleen genoeg om eeuwen aan hem en zyn eedle penceelkonst te gedenken. Daar beneffens was hy wel de voornaamste Glasschilder van die Eeuw: zo dat vele Kerkglazen omstreeks Gorinchem, en in Gelderlant, pronken met zyn penceelkonst. Hy wendde veel yver, en moeite aan, om de kracht, schoonheit, en doorschynentheit der Glaskoleuren uit te vinden, gelyk Dirk en Wouter Crabet (die de glazen in de Kerk tot Gouda beschilderden) gehad hebben. Dog te vergeefs; want die Konst is al [ 198 ]te lang met de Meesters begraven geweest, om ’er op ’t onzeker naar te delven. Ook zyn de toegangen tot de Elizeesche Velden thans niet bekent. Anders mogt m’er de schimmen der overledenen naar vragen, gelyk zulks outyts van den Roomschen Puikdichter Nazo is verdicht.