De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen
| ← Peter van Breda | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 2 (1719) door Arnold Houbraken | Gerard Pieterze van Zyl → |
[ 224 ]Hier by verschynt de brave Konstschilder JANSON van KEULEN, wiens geboortetyd ik niet weet, maar hy woonde 1630 aan ’t Hof te Withal. Hy had al voor Ant. van Dyk aan dat Hof geweest, en Koning Karel had agting voor hem. Hy leefde (niet tegenstaande hy mee een Pourtretschilder was) met van Dyk, en van Dyk wederom met hem in goede vrientschap. ’T gebeurde dat van Dyk hem eens kwam bezoeken, en vindende hem heel mistroostig, vraagde naar de reden, dien hy antwoorde: dat hy een Dame schilderde die hy geen genoegen konde geven, en die, hoe veel vlyt hy daar toe aanwendde, hem schold voor een brodder en knoejer, en hy overzulks zyns leevens moede was. Waar op van Dyk hem troostte: zeggende dat hy zulk zeggen niet agten moest. Dat hem zulks al mee overkomen was, en hy het door geduld had overwonnen. Wanneer Karel Stuart d’eerste, met het Parlement in onlust raakte, en de oproeren dagelyks vermeerderden, vertrok hy met zyn Ouders naar Hollant daar hy ook sedert gebleven is, tot dat hy in ’t jaar 1665 kwam t’overlyden binnen Amsterdam. Anderen willen dat hy, na dat hy zig aan verscheyden Hoven vermaard gemaakt, doch wel zyn meesten levenstyd te Londen (daar hy uit Hollantse ouders geboren was) doorgebracht had, naderhand te Uitrecht gewoont heeft, en daar gestorven is, [ 225 ]waar nog verscheiden van zyne uitmuntende pourtretten te zien zyn.