De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joachim Sandrart
| โ Gerrit Dou | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 2 (1719) door Arnold Houbraken | Nicolaas vander Hek โ |
[ 3 ]JOACHIM SANDRART, schryver van de ๐ฟ๐๐๐๐๐๐๐ ๐ฌ๐๐๐๐๐๐๐ verhaalt: dat hy met P van Laar anders Bamboods, Ger. Dou eens ging bezoeken, die hen wel ontfing, en vertoonde, โt gene hy van zyne konstwerken zoo ten halven als ten vollen voltooit had, โt welk zy prezen, en inzonderheid zyn gedult in โt bewerken van een bezemstok; daar op hy antwoordde, dat hy noch wel drie dagen werk daar aan hadde. In dien tyd had hy geschildert het Pourtret van den Konstminnenden Heere Spiering zittende als voor of in zyn Kabinet, daar nevens aan zyn Vrouw, en zyner Vrouwen Moeder die haar een boek overreykte, โt welk zoo verwonderlyk uitvoerig geschildert was, dat men het naaulyks alles met de oogen konde zien (waarom hy ook al van zyn 30ste jaar af vergrootglazen gebruikte) doch was niet heel gelukkig in de gelykenis der wezens: en gemelde Huisvrou van den Heere Spiering verklaarde dat zy voor de eene hand die op den leenstoel rustte vyf dagen had gezeten. Dit benam den menschen den lust om zig van hem te laten uitschilderen; waar om hy ook wel meest eigen ordonantien gemaakt heeft, daar hy veel stilleven in te pas bragt, en โt leven โt geen
[ 4 ]hy daar nevens gebruikte, voor hun gedult in โt lang zitten rykelyk betaalde. Gemelde Spiering gaf hem 1000 gulden Jaarlyks[1] en betaalde daarenboven nog voor yder Konststukje zoo veel gelt, als het tegens zilver geleit wegen mogt. Hy maakte zyne penceelen zelf, vreef zyn verwen op glas, en bewaarde dezelve met veel zorg voor stof. Dusver Sandrart. Men zou uit deze beschryving eerder besluiten dat dezelve tot spot dan tot zynen roem geboekt was.
โT is byna ongelooflyk, als wy agt geven op de uitvoerigheid zyner penceelwerken, dat een man zoo veel in zyn levenstyd kan uitwerken, โt geen ons verzekert dat hy byzonder naarstig zyn tyd in agt moet genomen hebben. En wat zyn Konst aanbelangt die roemt zelf โt vernuft van haar bewerker. Ook is โer geen konst welke zoo algemeen goedgekeurt wort; waarom dezelve ook tot siersel van alle beruchte konstkabinetten tot een hoogen prys wort opgekocht; en over zulks zou het te vergeefs wezen den lezer ergens heen te wyzen. Dog is dat stukje van velen voor het beste van zyne konstwerken gehouden โt geen de Heeren van de Oostindische Maatschappy van hem kogten, voor 4000 gulden, en aan Karel den tweeden als hy van hier naar Engelant overging om de Kroon te aanvaarden, te schenk gaven. Anderen zeggen: dat de Heeren Staaten dit konststukje aan den Koning Karel in โt jaar 1660, als hy in zyn Ryk was gekomen, vereerden, โt welk zy voor een groote som [ 5 ]gelts gekocht hadden uit het beruchte kabinet van den Heer de Bie, zyn grooten Mecenas. In het zelve stont verbeelt een Vrouwtje met haar Kintje op den schoot, en een meisje dat met het zelve speelt. Dit stukje is naderhant door Koning Willem uit Engelant vervoert en op โt Loo geplaatst, maar waar het thans is weet ik niet: maar wel dat het grootste van zyne konstwerken thans in Hollant bekent, tot Amsterdam by de Weduw van den konstlievenden Jakob van Hoek hangt, zynde binnen de lyst gemeten hoog 3 voet, en breed 2 voet 6 duim. Daar worden in verbeeld twee kamer vertrekken. In het voorste, dat een konstig geschildert tapyt tot een voorhangsel heeft, vertoont zig een Vrouwtje dat een Kintje de borst geeft, daar nevens een wieg en ander teenwerk, een tafel met een tapyte kleetje, en op dezelve een sierlyk zilver verguld lampet, een kopere kerkkroon en meer ander stilleven. In het tweede vertrek doet zig een Barbiers winkel zien, een Boer die van de huig wort gelicht, daar een oud besje by staat te huilen, met nog meer andere beeltjes. De twee opslaande deuren vertoonen aan de eene zy een Studeerkamer en daar in een oud Man die by kaarslicht de pen versnyt. Aan den anderen kant ziet men een schryf en rekenschool met kinderen aan verscheiden tafels, die overkonstig door verscheiden kaarsen, en een lantaren beschenen worden. โt een en ander, en elk in โt byzonder, is natuurlyk konstig, kragtig en zoo uitvoerig geschildert als het kan bedacht worden. De buitenkant der deuren die dit konsttafereel sluiten, is konstig beschildert met de beeltenissen van de vrye konsten, in โt graau door Coxie.
โT is te beklagen dat โs mans vernuft niet op [ 6 ]grootse bespiegelingen toegeleit, en zyn penceel tot het verbeelden van waardiger en prysselyker voorwerpen gezet heeft: maar โt is vergeefs geklaagt, of gewenst; aangezien het zoo niet is, en geen veranderinge daar ontrent vallen kan, door dien hy al met zyne tydgenooten naar โt duister graf verhuist, niet meer in wezen is. Twee bedenkelykheden zyn โer, die men gist dat oorzaak geweest zullen hebben, waarom hy altyd op โt verbeelden van kleinigheden heeft blyven hangen; als eerst dat hy zig zoo stip aan โt volgen van โt leven gewent had, dat hy niets buiten het zelve konde, of wilde doen, (achtervolgens het voorbeeld van Michael Angelo Caravaggio[2], daar de genen welke zig tot allerhande Historische verbeeldingen in laten, by wylen in veele dingen naar hun vast denkbeeld moeten tโzeil gaan; of dat zyn geest tot die hoogte niet heeft konnen doordringen, en dus (in opzicht van de verkiezingen zyner voorwerpen) zig in de laagte gehouden. De Filosoof Bion, tydgenoot van den Macedonier Koning Antigonus zeide niet onaardig: (hoewel in een ander opzicht) Gelyk de Vryers van Penelope, wanneer zy met haar geen spraak kosten houden, by de dienstmaagden bleven zitten; alzoo brengen ook de genen, wanneer zy de Filosofie niet konnen vatten, hunnen tyd over met beuzelen. Maar wie kan besluiten dat het met hem dus of anders geweest is? Dog dit is zeker: dat hy door zyne wyze van doen de Waereld ten wonder strekt, en van alle konstoeffenaars moet geprezen worden, [ 7 ]boven alle welke in zyn tyd op uitvoerig schilderen hebben toegeleit; om dat hy met het penceel meer heeft geteekent, en getoetst, als anderen die met verzachten en verdryven hun doel zochten te beschieten. Waarom zyn penceelwerk een groote kragt heeft, zelf veer af; daar in tegendeel de penceelwerken, op eene andere wys behandelt als in een mist verdwynen.
Hy stierf in goeden ouderdom, en liet veel gelt en roem na.
- โ Dit bevestigt ook P. Angel in zyn Lof der Schilderkonst, zeggende pag. 23: G. Dou die jaarlyks om dat hy den Heere Spiering de eerste aanbiedinge van zyne Konststukken doet, 500 Karolus guldens tot vergeldinge krygt. Dog zy verschillen in โt begroote van den prys.
- โ Caravaggio. Waar mee hy word onderscheiden van Mich. Ang. de Bonarote. Dit heb ik โer verzuimt by te schryven, wanneer ik hem in dit zelve opzicht ten voorbeeld bracht. In โt eerste Boekdeel pag. 262.