De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes Peeters
| ← Johannes van Kessel | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 2 (1719) door Arnold Houbraken | Peter Boel → |
[ 140 ]JOHANNES PEETERS, zyn tyd- en Stadgenoot, verkoos in tegendeel zulke voorwerpen die op het beschouwen ontroerenis, schrik en vrees veroorzaken, aangezien de zelve, allerhande rampen en elenden naar zig sleepen; namelyk vervaarlyke stormen, onweer, en bloedige Zeeslagen, en dat zoo natuurlyk en konstig dat hy voor een Hoogvlieger in de Konst gehouden wierd. Hier zag men door hem verbeelt hoe de Zeebaren door de kracht der winden tot torenhoogte worden opgezweept; hoe de geladen kielen mede tot die hoogte opgevoert, straks weder als met de snuit naar den afgront schynen te dalen. Daar ziet men den Zeeman door een woedenden orkaan beloopen, van zyn Mast- en Stengeloos Schip den bewolkten Hemel met bedroefde oogen aanzien. Of, een Vloot Scheepen op bloedplengen uitgerust hare Vyanden van veere uit vuurspouwende metale monden groeten, dat de splinters van boort den Matroozen om d’ooren stuiven. Of daar zy door onderlinge woede elkander (als de Agrippynsche puikdichter zeit.)
Te water boord an boord geklampt,
Hun wellust scheppen in ’t vernielen, [ 141 ]
Van eyke ribben. Mast en Kielen:
En Menschebeen tot stof gestampt.