Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juffrouw Rozee

[ 262 ]De gryze bevinding heeft dikwerf doen zien dat het vernuft den Vrouwen, wanneer het zig tot eenig Konstwerk zet, dat der mannen niet hoeft te wyken, waarom ook de Dichter van ’t Vrouwenlof, (na dat hy eenige stalen daar van heeft aangewezen, zeit:

Want Vrouwen zyn heel sneêg, begrypende en verstandig,
Gezwint van oordeel, en ook moedig en knaphandig
Om groote zaken, met een mannelyk bestaan
Snel uit te voeren, na ’t wel wikken en beraân.

Om een voorbeeld aan te wyzen brengen wy Juffrouw ....... ROZEE op ’t Toneel onder de Schilderessen.
Deze geboren tot Leyden in ’t Jaar 1632, heeft, (ik weet niet door wat wyze van doen, of wat voor werktuigen zy daar toe gebruikt heeft) van allerhande koleur van uitgepluisde zyde op paneel we[ 263 ]ten te verbeelden Lantschappen, Bloemen, Gedierten, Pourtretten enz. zoodanig dat men in een weinig afstant niet anders kon zien dan dat de zelve dingen, met verf, door een welbedreven penceel geschildert waren.
Een van hare Konstwerken, waar in een oude stam van een boom kwam, een spin in haar web, en voort een Lantschap, werd voor 500 guldens verkogt, de stam was zoo natuurlyk met zyn schors, kwasten, en most bewassen, als ook de spin met haar fyne weefsel, naar ’t leven afgebeelt, dat het werk elk tot verwondering strekte, te meer alzoo men de wyze hoe het zelve gemaakt was, niet konde begrypen, waarom het gemeene volk van haar zeide: dat zy tooveren konde. M. Carre die verscheiden van hare Konstwerken gezien heeft, zeit: dat zy een pourtret gemaakt had, dat wel geleek, zynde de koleuren van ’t naakt zoo zacht in een gedommelt en smeltende even of het met olyverf geschildert waar geweest.
Een stuk van haar beste werk is by den Groot-Hartooge van Florenzen, en andere elders, daar zy veel gelt voor gekregen heeft.
Zy stierf ongetrout in ’t Jaar 1682, in den ouderdom van 50 Jaren.