Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek

[ 290 ]JURIAAN van STREEK hier op volgende is geboren in ’t jaar 1632. Hy verkoos tot zyn voorwerpen allerhande soort van Stilleven; Gepluimde Helmetten, Boeken, Brieven, Speeltuigen en alles wat daar toe behoort; ook wel een Dootshooft of iet diergelyk om het ten zinnebeeld van de vergankelykheit des menschen leven te doen strekken. ’T welk hy met zulk een goed oordeel ’t zamenschikte, dat het een tegens het ander zyn behoorlyke werking deed. Zyn licht en bruin wist hy wonder wel waar te nemen, en had een stout penceel, waar door zyn penceelwerk in kracht tegen de natuur dorst ter monstering komen. Hy heeft ook somwyl pourtretten geschildert, die goed zyn, waar van ik ’er verscheiden gezien heb inzonderheid van zyn Vrou; het welk wy door gebrek van geheugenisse op den naam van Em. de Wit hebben gesteld in ’t eerste Deel pag. 283.
Zeker, wat de Tafereelen der bespiegelingen van ’s menschen vergankelykheid aanbelangt, zy doen vry wat meerder nut dan de vertoonselen van vuile minbedryven. Deze geven alleen aanritzelingen tot zonden, d’andere zyn spiegels die elk zyn zeker einde doet beschouwen, en aanspoort [ 291 ]tot Deugt, en godvruchtig leven, op het voorbeeld der oude Egiptenaren, welke voor gewoonte hadden, dat zy op de Gastmalen vertoonden de beeltenis van een menschen geraamte, ’t welk zy omdragende aan elk der aanleggende Gasten, den een naa den ander voorstelden, daar by zeggende: Ziet en beschout wel wat dit is. Weest vrolyk: maar weet dat gy dus worden zult. Waarom ook Saladyn Sultan (Grootheer) van Babilonie, en Damascus, Koning van Egipten, stervende in de Stad Ascalon ten tyde van Philippus Augustus Koning van Vrankryk, gelastte, dat by zyn uitvaart, of Lykstatie, door zyn Grootwaapendrager, zyn Hemd, of Doodkleed op een Lans gesteken, door alle de straten der Stadt zoude worden omgedragen: en door een Herout voor uit gaande, worden uitgeroepen: De Koning van ’t geheel Oosten is dood; en neemt van alle zyne schatten niet anders mee.
Zeker op zulke voorwerpen zou zig ’t penceel niet ten onnut afslooven. Is deze keur voor een Konstenaar wat te eng bepaalt, zie hier een derde, groots en woelig genoeg om een Tafereel te vullen, namentlyk: Dat oulinx te Konstantinopolen (volgens het verhaal van Isidorus) de gewoonte was, dat ten tyde van de Krooning der Keyzeren, een Metzelaar voor de zelve verscheen vertoonende vierderhande soorten van steenen, zeggende: Goede Heer, gelieft van deze te kiezen, welke uwe Hoogheid best gevalt, om uw Grafstee daar van te bouwen.
Zie dit zelve om de nutbaarheid ook aangetrokken in de Devises Heroiques & Emblemes, de M. Clande Paradin. [ 292 ]
Onze Juriaan van Streek kwam te overlyden, tot Amsterdam in ’t jaar 1678 op den 12 van Zomermaant. Hy liet een Zoon na HENDRIK van STREEK genaamt, hem tot Amsterdam geboren in ’t jaar 1659 op den 11 van Grasmaant: welke eerst van zyn Vader in de teekenkonst onderwezen de Beeldhouwerykonst leerde by Wil. vander Hoeven, waar aan hy zig noch hout. Deze heeft echter altyd een zucht tot de Schilderkonst gehad, als hier aan blykt: dat hy na het overlyden van zyn Vader ’t penceel (op den raad van Melchior de Hondekoeter) aanvaardde, onder opzicht van Emanuel de Wit, dien hy tot dien einde eenige maanden in huis nam. Gelyk ik ook verscheiden gezichten van Kerkjes van hem gezien heb, die geheel den aart van schilderen naar Em. de Wit hebben.
Zyn Vaders beeltenis, gevolgt naar ’t geen hy zelf geschildert heeft, zietmen in de Plaat K met een bonnet op ’t hoofd onder dat van I.H. Roos.

[ Plaat K ]