Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man

[ 99 ]Hier nevens verschynt de brave Konstschilder KORNELIS de MAN, geboren te Delf, in het jaar 1621. De zucht om vremde Landen, en de beruchte penceelkonst der grootste meesters te zien, spoorde hem al vroeg tot de reis. Parys was de eerste stadt daar hy stil hield om zyn Konst te oeffenen; maar om den trek dien hy naar Rome had, liet hy zig daar niet langer dan een jaar ophouden, wanneer hy voortreisde op Lion en van daar door Lombardyen naar Italien. Te Florence kreeg hy gelegentheit om zyn penceelkonst te oeffenen voor een groot Edelman, in wiens dienst hy twee jaren bleef, tot dat hy naar Rome vertrok, daar hy zig verscheide jaren naar doorluchtige voorbeelden oeffende. Van daar vertrok hy naar Venetien, waar hem geen Mecenassen ontbraken, die zyne konst rykelyk beloonden.
Wanneer hy nu negen achtereenvolgende jaren op vreemde haardsteden gespyst hadde, trachtte hy weder naar zyn vaderland; en nam zyn te rug reis over de Alpische gebergten, en voorts door andere steden, tot zyn geboortestad Delf, daar hy stalen van zyn brave konst, (na dat hem de dood zyn levensdraad afknipte in ’t jaar 1706, zonder bedroefde weduw of kinderen agter te laten) ge[ 100 ]laten heeft. Van het geen zyn penceel vermocht, kan getuigen inzonzerheit een groot stuk op de Anatomikamer, waar in de Regenten van het gilt der Wondheelers en verscheiden Stads Medicynmeesters afgebeelt staan. In verscheiden huizen te Delf, bewyzen dit ook kleine gezelschapjes van Heeren en Juffrouwen.