De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson
| ← Benjamin Blok | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 2 (1719) door Arnold Houbraken | Juffrouw Rozee → |
[ 259 ]De steile konstberg, die velen zoo zwaar in ’t beklimmen valt dat hun het zweet uitbreekt eer zy ter halver wegen zyn (per aspera ad ardua, [ 260 ]langs stielten klimt men naar boven) heeft weer anderen ligt gevallen als blyken zal in de volgende levensbeschryving van KRISTOFFEL PIERSON geboren in ’s Gravenhage den 19 van Bloeimaand 1631.
Deze voortgesproten uit een geacht geslacht heeft zyne lentejaren zoo met het leeren van de Latynse en Franse talen, en Teekenkonst, als ook naderhant met het schryven op een Comptoir doorgebragt. Maar van jongs af tot de Schilderkonst geneigt, en door omgang met [1] BARTHOLEMEUS MEYBURG, (die maar een jaar of drie ouder als hy, en na zyne jongheit een braaf Schilder was) aangespoort, nam besluit om tot de Schilderkonst over te gaan. Waarom hy zig dan op zyn 20 of 21ste Jaar by gemelden Meyburg begaf. En zig maar een jaar by hem geoeffent hebbende ondernam hy stoutmoedig Pourtretten en Historien te schilderen, nemende zyn woonplaats tot Schiedam. Dog zyn oude Meester en goed vriend spoorde hem in den jare 1653 aan om een reis met hem te doen naar Duitslant, gelyk geschiedde.
In het te rugreizen (het Zweedze Leger op dien tyd omtrent Bremerveurde leggende) maakten zy kennis met den Veltmarschalk Wrangel wiens beeltenis zy nevens meer andere Generaalspersoonen door hun Konstpenceel afmaalden, waar voor zy rykelyk beloond werden. Gemelden Veltmarschalk was daar mee zoo wel voldaan, dat hy hun op alle wyzen trachtte te bewegen, om te trekken naar het Hof van de konstminnende Koningin [ 261 ]Christina; hun aanbiedende brieven van voorschryving om haar Hofschilder te worden; waar toe Meyburg geen genegenheid had, en Pierson daar toe niet kon besluiten, om dat hy ruim een half jaar te voren getrout was: dus zy dien roemruchtigen Veltheer voor zyne aangeboden gunst bedankten, beleeft hun afscheit namen, en hun reis naar Hollant bevorderden.
Van Schiedam vertrok Pierson in den jare 1654 met zyn huishouden naar Gouda, en heeft daar veel Pourtretten, en Historystukken zoo kleen als groot met een stout penceel, en goeden welstant geschildert, welke zoo in die Stadt als elders by Konstminners gevonden werden. Ziende ook dat het Jaghttuig, Vogelkouwen, en Schietgeweer geschildert door Leemans toen in byzondere agting was en wel betaalt werd, begon hy deze wyze van schilderen mee ter hand te nemen, ’t geen hem zoo toeviel, dat nooit iemant hem daar in gelyk geweest is, als by de stukken in handen van vele Konstkenners blykt, die zoo natuurlyk geschildert zyn dat yder ding in ’t byzonder schynt van den wand af te hangen, waar door menigte van menschen bedrogen zyn geworden.
Door hem zyn ook alle de glazen in de St. Jans Kerk tot Gouda, door de beruchte Crabetten en anderen Konstig beschildert, in ’t kleen op perkament afgeteekent. Welke teekeningen onder de Heere Borgermeesteren berusten.
Van Gouda begaf hy zig wederom in ’t jaar 1679 met ter woon tot Schiedam op ’t verzoek van zyn tweede Vrouw, die daar woonachtig was en heur vrinden had. Hier bleef hy tot den jare 1691, wanneer hy zig voor de tweedemaal tot Gouda nederzette, daar hy tot het uiteinde [ 262 ]van zyn leven met veel lust en yver Penceel en Pen gevoert hebbende op den 11 van Oegstmaand 1714 is gestorven, oud zynde 83 jaren en 3 maanden min 8 dagen.
’s Mans naam is door het maken en uitgeven van vele geestryke Gedichten, zoo wel als door zyn Schilderkunst, berucht.
Wy zouden zyn Beeltenis by zyne levensbeschryving geplaatst hebben, zoo zy ons niet te laat was toegezonden: dog de konstlievende Arn. van Halen heeft zig van de zelve bedient, en ze in zyn Kabinet onder de beeltenissen der Nederlantse Puikdichtersen geplaatst. Welk getal reeds tot over de hondert is aangegroeit.
- ↑ Deze was te Mazelantsluis geboren, een braaf Pourtret- en History Schilder. Hy heeft naderhand aan verscheiden Duitsche Hooven geschildert, en leefde nog in ’t jaar 1661.