De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk
| ← Vincent vander Vinne | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 2 (1719) door Arnold Houbraken | Geertje Pieters → |
[ 214 ]MARIA van OOSTERWYK is geboren op den 20 van Oegstmaant 1630, binnen Noodtdorp buiten Delf, alwaar haar Vader de Heer Jakobus van Oosterwyk Predikant was geworden in plaats van zyn Vader, die te Delf was beroepen. [ 215 ]
Zy die al vander jeugt aan blyken gaf van een groot vernuft, en drift tot de Schilderkonst, heeft dat krachtig doorstralende konstvuur door tegenstreven niet gedooft, maar in tegendeel het zelve door moedgeving opgewakkert. Waarom zy ook ziende dat hare geneigtheit tot het schilderen van Bloemen, en ander stilstaande leven helde, voor zig een geacht en bekwaam Leermeester uitkoos, namentlyk den vermaarden Bloemschilder Johan de Heem tot Uitrecht.
De zedigheit, die in haar uitblonk, duld niet dat ik de waarde van haar konst door een langdradigen letterklank uitschater, of haren roem door een bochtigen bazuintoon uitbrom;
Frustra fit per plura quod per pauciora fieri potest.
Van woorden uitdrukt, die in ’t kort kan zyn gezeit.
Hare wyze van schilderen was uitvoerig kragtig, zacht, en weer snel, naar de voorwerpen die zy zig voorstelde, gelyk bloemen die zulks om hare dunheit, en helderheid, zoo men de natuur in hare schoonheit wil nabootzen, vereisschen. ’T was de konstluister die hare Tafereelen zoodanig bemint maakte, dat de meeste Hoven, waar in de konsthefde huisvest, daar op verliefden. De konstkwekende Koning Lodewyk de XIV. heeft een van hare Konsttafereelen in zyn Konstkabinet geplaatst. De Keizer Leopoldus en zyne gemalinne ook een, die het zelve zoo hoog hebben gewaardeert, dat zy haar hunne pourtretten omzet met Diamanten ten prezent hebben toegezonden. Ook pronkten Koning Willem en Maria met een [ 216 ]van hare konststukken, daar zy negen honderd gulden voor ontfing. Eindelyk maakte zy drie stukken voor den Koning van Polen, waar voor haar vier en twintig hondert gulden betaald werden.
Zy was, (gelyk wy al gemeld hebben) zedig en buiten gemeen godsdienstig, nochtans vrolik, en byzonder yverig in ’t voortzetten van hare Konst, ’t geen langzaam, om dat zy de netheit en uitvoerigheid betrachtte, voortging; waar om ’er ook maar een klein getal van bloemstukken (en echter genoeg om hare gedachtenis te vereeuwigen) in de Waerelt is.
Zy is in haar 63ste Jaar, noch ongetrout zynde, gestorven ten huize van haar Zusters Zoon Jakobus van Assendelft, Predikant tot Eutdam in Waterlant, dien zy, (van zyne Ouders vroeg berooft) als haar eigen kind had opgebracht, op den 12 van Slagtmaand 1693.