Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek

[ 7 ]In dezen tyd, en al vroeger, was in vollen bloey NICOLAAS vander HEK, van wien van Mander op ’t laatste blad van zyn Schilderboek gedenkt met deze woorden: Te Alkmaar is ook een Nicolaas vander Heck van ’t geslacht van Marten Heemskerk, en Discipel van Jan Nagel, een goet Schilder byzonder in Lantschappen. Van Mander heeft hier den spyker (als het spreekwoort zeit) op ’t hoofd geslagen. Want dat hy een goed meester in ’t schilderen van Beelden en Historien is geweest, getuigen noch verscheiden van zyne penceelwerken: Nochtans was hy grooter meester in ’t schilderen van Lantschappen. Tot Alkmaar op ’t Raadhuis in Schepens Kamer, zyn van hem thans noch te zien drie stukken. Het eerste verbeelt den Baljuw van Zuidhollant, daar hy om zyne Koedievery door bevel van Graaf Willem, bygenaamt de Goede, het hoofd word afgeslagen. In het tweede zietmen afgebeelt hoe Cambyses den onrechtvaardigen Rechter levendig doet villen, en den Zoon op den Rechtstoel gezet, met des Vaders huid omhangen, doet pryken. En in het derde stuk vertoont zig de Koning Salomon, daar hy het geschil tusschen de twee Hoeren over het levende Kint beslecht, en naar rechte vonnist. [ 8 ]
Ook is by Henderik Nolleman van hem een groot stuk te zien, zynde een Boerekermis, geestig van schikking en vinding van allerhande potseryen, en agter het zelve een konstig Lantschap.
Tot Egmond op de Hoeve by den Heer A. le Fevre is van zyn penceel een groot Tafereel van Cebes, en in ’t zelve de Beeltenis van den vermaarden Wiskonstenaar Adriaan Matius, voor wien men gelooft dat hy dit geschildert heeft. En by den Heer G. van Vladderakken, voorzittent Schepen, is een groot stuk van hem te zien, waar in zig op den voorgront de Beeltenissen van eenig stamhuis vertoonen. Ter rechterhand dieper in ’t stuk een vermakelyk Boschgezicht, en daar in verbeeld Johannes de Dooper predikende, met een menigte toehoorders; ook een stil asloopent water willende de Jordaan verbeelden. Dit alles is naar de konst zuiver, goed van houding en krachtig geschildert.
Hy was een van die, welke in den jare 1631 het Konstgenootschap van St. Lucas tot Alkmaar hielpen oprechten.