De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Frits
| ← Schilders uit Dordrecht | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 2 (1719) door Arnold Houbraken | Schets van het Bentleven → |
[ 345 ]Op hem volgt PIETER FRITS, anders Welgemoet. Deze Bentnaam waar mee hy te Romen maar 17 jaren oud zynde, benoemt werd, ontsproot by gelegentheit van zeker zinnebeeldig toestel op zyn intrede, of inhuldiging in ’t Konvent. Zyn Bentbroeders hadden (gelykze doorgaans gewoon zyn iets byzonders te vertoonen ’t geen vremd, of potzig is,) gekleurd papier kokerwys ’t zamen geplakt; voor aan wat wyder, en dus vernaauwende op ’t end, zoo dat het tot een Cirkel gebogen naar een [ 346 ]Slang geleek, en d’Eeuwigheid volgens d’afbeelding der aloude Egiptenaren vertoonde. Deze papiere Slang natuurlyk gekoleurd en met zyn streepen beschildert, hadden zy van binnen met klapbusschen opgevult, die zy te gelyk door een snoer met buskruit bestreken aanstaken, naar dat zy hem in het midden van die Slangcirkel gestelt hadden: en wyl hy zoo onverschrokt en welgemoet, zonder daar van daan te vlugten, de slagen en vlam van ’t buskruid uitstond, doopten zy hem Welgemoed. Als nader blykt uit dit volgende Vaars, by d’inhuldiging met algemeen toestemmen, uitgesproken:
Nieulings in ’t beruchte Romen
Dat de Konst kweekt in zyn schoot
Uit uw Vaderlant gekomen;
En ten eerste u aan de Bent
Aangeeft (welker roem zal steig’ren
Onbezwalkt tot ’s Waerelts ent.)
’t Konstgenootschap wil niet weyg’ren,
U ’t ontfangen in der min.
Wil de Konst dan helpen bouwen,
Tot germeenen roem, en in
Onze Bend uw rustig houwen.
Gy hebt Welgemoed de plicht
Van het Bentrecht zonder vreeze
Doorgestaan: uit uw gezicht
Was in ’t minste niet te lezen
Dat naar eenig schrikken leek.
Daar uw groots gemoed uit bleek.
Dus van yder een geprezen,
En als Broeder thans begroet,
Met uw Bentnaam, die zal wezen
En ook blyven, Welgemoet.