De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Kalf
| ← Geertje Pieters | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 2 (1719) door Arnold Houbraken | Kornelis Bisschop → |
[ 218 ]Onder dezen moeten wy d’eerste plaats geven aan WILLEM KALF, geboren tot Amsterdam, die ’t Stilleven, en voornamentlyk Goud en Zilverwerk, Paarlemoer, Horens, en Agate heften van Messen zoo verwonderlyk uitvoerig en natuurlyk wist te schilderen, dat (schoon schilderyen van diergelyke verkiezinge thans van geringe waarde zynde, voor waardiger voorwerpen plaats ruimen moeten) zyne konstwerken by alle konstkenners in groote achting blyven. Zyn onderwyzer in de Konst is geweest Henrik Pot.
Hy was een Man die veel gelezen, en een goed oordeel had; daar en boven zoo bespraakt, en afgericht op allerhande vertelselen, dat yder bevallen in zyn bywezen had. Waar door hy hen ook wel eens een nachje over in de Herberg met d’ooren aan zyn bespraakte tong kluisterde. Daar benevens was hy byzonder gerieffelyk om yder (schoon het met zyn verlet verzelt ging) dienst te doen; zulks zyn Vrouw wel dikwils zeide, dat hy meer naar een anders voordeel dan naar zyn eigen zag. Zyn Beeltenis staat in de Plaat H. 2.
Kornelis Hellemans, Konstverkooper, heeft my verhaalt dat Kalf hem had uit verzocht om printhandel met hem te dryven; dat ’er indien tyd a[ 219 ]vond bedestonden waren in gestelt; dat hy die uuren van vyven tot zeven waarnam, zyn winkel opsloot, naar hem toeging en handel met hem dreef; met beding dat Kalf des anderen daags om zyn gelt zoude komen. Maar die niet en kwam was Kalf, daar hy van dag tot dag op wachtte, tot dat hy een Begraafnisbriefje kreeg, waar aan hy zag dat hy noch dien zelven avond als hy by hem geweest had overleden was, daar Kornelis zich niet weinig over verzette.
Hy had eenigen tyd te voren wel een krankte gehad, maar was weder herstelt; had dien dag op de Verkooping van Schilderyen op ’t Heeren Logement, en ’s avonts ten half negen uuren noch aan ’t huis van Jan Pietersz. Zomer geweest, ging naar huis, struikelde op de Bantemer Brug, en viel voor over op zyn borst. Hy voelde zig wel bezeert; maar niet agterdenkende van zulk gevolg, ging te bed leggen, en was als de klok tien uuren geslagen had al een Lyk. Dit gebeurde op den 31 van Hooymaand 1693. Willem vander Hoeven maakte t’zyner gedachtenisse dit volgende Grafschrift:
O Schildergeest, op Konst belust,
Weet dat hier ’t waardig lichaam rust,
Der Schildren Vuurbaak [1] merk en stempel
Des braven Wilhems, die den schat
Van Kresus wonder wist te malen,
Zelf met dien schat niet te betalen
Wyl hy nooit zyns gelyken hadt.
Help de gedachtenis van dezen Fenix vieren,
Doorvlecht zyn maalstok en pinceelen met Laurieren.
- ↑ Zyn goed oordeel over de Schilderkonst in ’t algemeen.
