De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Abraham Minjon
| ← Joan vander Heyden | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 3 (1753) door Arnold Houbraken | Isak Ducart → |
[ 82 ]
De milde Natuur, dit jaar de Konst gunstig, heeft te Frankfort doen ontspruiten den Konstigen Bloemschilder
ABRAHAM MINJON, die in zyn jeugt de Konst geleert heeft by Jakob Murel, Bloemschilder, te Frankfort, die hem van zyn 7de jaar af, had in zyn huis genomen, daar hy bleef, zoo om de Konst te oeffenen, als tot andere bezigheden, [ 83 ]de hand te leenen, tweemaal zeven jaren, te weten, tot zyn vierentwintigste jaar; wanneer hy met gemelden Murelnaar Holland, om Konsthandel te dryven, reisde, die hem om de geneigtheid, en liefde, die hy tot den jongen had, bestelde by den berugten Joan de Heem, te Utrecht. Zyn vader had te Frankfort een braaf Koopman geweest, maar de fortuin had hem den rug toegekeert, zoo dat zyn moeder weduw zynde, gedrongen was te Wedzlar (daar het goedkoop te leven was) te gaan wonen; daar onze MINJON haar onderstand deed. Hy was inzonderheid naarstig, en gedroeg zig als een Man betaamt. Hy liet twee Dochters na wanneer hy stierf, 1679. Zyne Konsttafereelen met allerhande Bloemen en Fruit naar 't leven afgemaalt, waren by zyn leven, en nog meer na zyn dood by alle Konsthevenden in groote agting, en zouden meer en meer in prys gesteigert hebben, zoo niet het overheerlyk konstpenceel van Juffr. R. Ruisch en J, van Huisum de natuur veel nader gekomen, en dusdanige voorwerpen meer luister had bygezet.