De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Francois Danks
| ← Abraham Hondius | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 3 (1753) door Arnold Houbraken | Jan van Alen, Abraham Stork, David Colyns, Barent Gaal, Isaak Koene → |
[ 319 ]
FRANSOIS DANKS, anders SCHILDPADT, een Amsterdammer van geboorte, schilderde Historien in 't klein. In 't jaar 1676 maakte hy 't bootseerzel van het Tydbeeld, op de Heeregragt, tot Amsterdam, waar na het in Steen uitgehouwen werd met dit byschrift: Myn Glas Loopt ras.
Waar de potsige Kornelis van Ryssen op zinspeelt, in dit volgende stekelvaersje:
Een meugveel was zoo ras zyn glas niet vol geschonken,
Of 't wierd, zo dra hy 't kreeg, van hem weer uit gedronken
Waar op toen werd gevraagt, hoe hy zo gulzig was.
Hy zei, een schoone spreuk doet staag myn hart ontfonken.
'K vonts' op de Heeregragt, daar stond, Myn glas loopt ras.
Dat hy ook Pourtretten geschildert heeft, blykt aan dit Lofdicht, op de beeltenis van Kat. Questiers, door J. Koenerding.
Dus maalde DANKS en hand die schrand're Kataryn,
Met verf en met penceel, dat niet van 't leeven scheelde,
In schoonheids glans en blos, dog dit is maar de schyn
Van haar die hy niet kon natuurelyk verbeelden
Met 't vrugtbaar ryp verstand waar meê zy rustig tart
Ireen en Myroos Konst wiens luister naam en ende
Zoo dra den Ystroom zag dit groot en wyze hart.
Want ze is Apolloos styl en roem van Lucas bende.