Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Jan Hakkert

[ 46 ]
Nu brengen wy eenige Konstschilders ten Toneel, wier geboortetyd wy niet recht weten, maar die naar gissing tot dezen tyd behoren, als JAN HAKKERT, wiens geboorteplaats ik ook niet weet. Dan naar sommiger zeggen zou hy een Amsterdammer wezen.

Van hem ziet men veel fraaije geschilderde Landschappen, inzonderheid vremde gezigten van Bergspelonken, en geestige grotten, die hy meest alle in Zwitserland naar 't leven heeft afgeteekent. 'T gebeurde at hy van sommige Bergwerkers in zulke eenzame en afgescheiden hoeken en spelonken gevonden wierd, bezig met iets af te schetzen. Deze onbewust wat die krabbelingen en [ 47 ]schetsingen op het papier te beduiden hadden, zagen het aan voor tooverteekens, en hem voor een Toovenaar, en dreven hem van daar weg. Maar terstond werd hy van hun weer om een anderen hoek gezien en weg gejaagt. Dit geschiede op verscheiden tyden. Onderentusschen werd dit onder dien onwetenden hoop verspreit: waar van de een zeide: hy had hem hier, een ander daar gezien, verbeeldende zig vast dat het een [1]Toovenaar was, (aangezien die landaard nog heden met dit bygeloof besmet is) die daar omstreeks kwam waren. Des besloten zy te samen hem, als zy hem weer vonden, op te vangen, en in de naaste Stad voor den Rechter te stellen, gelyk geschiede. 'T geval wilde nu, als zy hem ter Stad inbragten, dat de Hoofdschout (by wien HAKKERT wel bekent was) hun op straat ontmoette. Deze hem dus met touwen geknevelt zien [ 48 ]de, en goed duits spreken konnende, vraagde hem naar de oorzaak, die hy zeide niet te weten. Waar op hy die genen vraagde die hem gevangen leyden, welke aan hem tot antwoord gaven: Dat zy vermoeden hadden dat hy een Toovenaar was, om zulke en zulke reden; waar uit bleek dat hun vermoeden buiten grond was, en zy hem buiten schult gevat hadden, 't geen hy hun beduide, zulks hy van zyn banden ontslaakt wierd, en de Hoofdschout naderhand zig niet konde onthouden van lachen, als hy hem maar ontmoette of aanzag, herdenkende dit geestige voorval.

HAKKERT weder in Holland gekomen heeft het dikwils in gezelschap zynde uit klugt vertelt. Hy hield veel vrientschap en kennis met Adr, van den Velde, die vele van zyne beste geschilderde landschappen en teekeningen met Beeldjes en Beesjes gestoffeert heeft.

  1. ↑ Toovery. Dat dit bygeloof, daar men al voor vele jaren in Nederland, inzonderheid door Balth. Bekkers schryven van ontheft is, nog in dien oord stant grypt, blykt hier uit: dat naau twintig jaren geleden nog twee Vrouwspersoonen, die van tooveryen beschuldigt werden, uit Duitsland hier te land, en tot Oudewater (welk van oude tyden af met dat voorrecht begunstigt is) kwamen, om zig te laten wegen, gelyk geschiede, en gingen met een vrykeurbrief, van den Waagmeester, daar toe gestelt, met eigen hand onderteekent, weer te rug naar haar land. De wyze hoe dit geschiet is dus. De beschuldigde gaat in een vertrek, daar toe afgezondert, daar een schaal, een stuk gewigt ter zwaarte van 10 ponden, en een lang wit hemd is. Hier ontkleeden zy zig moeder naakt, en stolpen dit hemd of witte stolp, over 't hoofd aan, en treden dus op bloote voeten in de schaal, daar de tegenwigt tegens over gestelt word. Ik geloof dat dit gewigt nooit een beschuldigde op gehaald heeft; maar dat de oudtydze bestierders van deze landen (wanneer zy beter wisten) hier door alleen dit bygeloof hebben getragt te verydelen.