De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Oudendijk, Drossaart, Ruisscher, Akerboom, Pieter Gyzen
Uiterlijk
| ← J. Weyerman | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel 3 (1753) door Arnold Houbraken | Rombout van Trojen, Adriaan van Oudendijk, van Harp → |
[ 52 ]OUDENDYK en DROSSAART schilderden Landschappen, en daar in verbeeld Hartejachten en diergelyke Jachteryen. RUISSCHER Noortsche gezigten: hier een lage va[ 53 ]ley, daar steile klippen, tusschen beide beplant met lynrechte mastboomen, en geciert met huppelende steenbokjes by het ruisschen van een neerstortende waterbeek. AKERBOOM gesigten van Steedjes Dorpen Buurten enz. Ik heb de Stad Doornik in 't kleen door hem verheelt gezien, 't welk verwonderlyk uitvoerig geschildert was. PIETER GYZEN Leerling van Jan Breugel kleene uitvoerig geschilderde Landschapjes met beeltjes. 'k Heb ook gesigten van den Rynstroom, op de wyze van H. Sachtleven van hem gezien, die Konstig behandelt waren.