De Leuvense stadsbestuurders van 1187 tot 1794/Inleiding

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Leuvense stadsbestuurders van 1187 tot 1794

Auteur Peter_Crombecq
Genre(s) Genealogie
Brontaal Nederlands
Datering 2010
Bron
Genealogie van de Leuvense stadsbestuurders, opgezocht in de stadsarchieven en parochieregisters
Auteursrecht GFDL

Het alfabetisch register van de twaalfde- tot achttiende- eeuwse stadsbestuurders van Leuven[bewerken]

Peter Crombecq 24 april 2010

© Peter Crombecq (Edegem: eigen uitgave, 2010) Alles in dit document mag gebruikt en gekopieerd worden mits bronvermelding.
Foto kaft: een uittreksel van het Dienstboeck (referentie: SAL, 56, folio 13 recto).

Met dank aan Jan Caluwaerts voor zijn waardevolle adviezen.

1. INLEIDING[bewerken]

Wanneer iemand zich in de Leuvense geschiedenis verdiept, is de kans groot dat hij op zijn onderzoekspad met een Leuvense stadsbestuurder in aanraking komt. Snel groeit dan de interesse om over die persoon meer informatie te vergaren. Als je wil weten hoelang, wanneer en welke functies de persoon heeft vervuld als stadsbestuurder, dan is hiervoor een erg goede bron, met name het Dienstboeck,[1] waarin alle Leuvense bestuurders vanaf het jaar 1187 per bestuursperiode werden genotuleerd. Lastig is wel dat je het Dienstboeck volledig moet doornemen om te weten te komen of de persoon al dan niet stadsbestuurder is geweest en wanneer. Om dat werk ter vermijden en het originele stuk in het stadsarchief van Leuven een beetje te sparen, werd een index gemaakt met overname van alle gegevens die in het Dienstboeck te vinden zijn. Het is dus als het ware het Dienstboeck maar dan alfabetisch geordend per stadsbestuurder i.p.v. per bestuursperiode. Die gegevens werden verrijkt met genealogische informatie geput uit een aantal andere bronnen waardoor in vele gevallen ook de afstamming, de doopdatum, de datum van begraving of overlijden, in voorkomend geval de naam van de partner en een huwelijksdatum konden worden vergaard. Dit werk is dus nuttig voor eenieder die in zijn opzoekingen een stadsbestuurder van het “Ancien Régime” op zijn pad vindt of die geïnteresseerd is om na te kijken of een persoon/naamgenoot in de periode voor 1794 ooit stadsbestuurder is geweest.

2. HET LEUVENSE STADSBESTUUR[bewerken]

Van 1187 tot 1360 werd het stadsbestuur enkel samengesteld uit leden van de ‘geslachten’ (zie verder). Gedurende deze periode bestond het stadsbestuur enkel uit schepenen en vanaf 1225 werden er ook ‘commoengemeyers’ of ‘commoengemeesters’, later burgemeesters, verkozen. Door toedoen van meyer Pieter Coutereel “dien vele goede mannen vanden geslachten opder stadthuijs gevangen genomen had … ende alle hunne privilegien… verbrant ende te niet gebracht, ende hij veranderde de wet …” werden vanaf 1360 ook afgevaardigde van de gemeente in het stadsbestuur opgenomen. Dit kalfde echter af en het was uiteindelijk de hertogelijke oorkonde van 14 september 1378 (met aanvullingen op 25 januari 1383[2]) die samenstelling van Leuvense stadsbestuur vastgelegde. Op enkele details na bleven deze oorkondes van kracht tot 25 september 1794 toen, door de revolutionaire reorganisatie onder het Franse bewind, alle stadsbestuurders werden ontslagen.[3] De laatste notities in het Dienstboeck dateren dan ook van 1794. Het organigram van het stedelijk bestuur bleef meer dan 400 jaar nagenoeg ongewijzigd en kan grafisch worden voorgesteld als volgt in figuur 1. De macht in het stadsbestuur werd vanaf de 14de eeuw verdeeld over de geslachten, de gildebroeders en de naties.

DE LEUVENSE GESLACHTEN[bewerken]

Tot 1360 werd de stadsraad uitsluitend gerekruteerd uit leden van de ‘geslachten’, samengesteld uit afstammelingen van hertogelijke dienstlui (‘familia ducis’) en van Sint-Pietermannen, vrijgewijden of horigen van het Sint-Pieterskapittel. Naar Brussels voorbeeld werd in de zestiende eeuw een kunstmatige indeling gemaakt in zeven Leuvense geslachten,[4] uitvoerig gedocumenteerd in die eeuw door geschiedschrijver en vorstelijk ambtenaar Petrus van Dieve[5] en stadsklerk Willem Boonen.[6]

DE NATIES[bewerken]

De ambachten werden ondergebracht in 10 naties die elk iemand afvaardigden in de stadsraad. De 10 naties waren samengesteld uit volgende ambachten:[7]

  1. smeden, timmerlui, kuipers, zadelmakers, draaiers, zeeldraaiers (zagers);
  2. brouwers, potgieters, ketellappers;
  3. molenaars en bakkers;
  4. vleeshouwers en vissers;
  5. bontwerkers, kremers, hoedenmakers en tasmakers;
  6. huidvetters, schoenmakers, schoenlappers (of repareerders);
  7. volders (wolwevers), droogscheerders, barbiers;
  8. metselaars, tegeldekkers, plakkers, strodekkers en vettewariërs (of handelaars in vetwaren zoals kaarsen);
  9. linnenwevers, tapijtwevers, fruiteniers en mandenmakers;
  10. kleermakers, oud-kleerkopers en kousmakers.

In andere bronnen vinden we al eens een verwijzing naar het ‘Groot Ambacht’ waarmee de eerste natie bedoeld wordt zonder de smeden.[8]

DE GILDEBROEDERS EN -DEKENS[bewerken]

Leuvenaars die een beroep uitoefenden dat niet werd erkend als een ambacht, zoals de goudsmeden, schilders, borduurwerkers, glazeniers en lakenmakers, verenigden zich, samen met de handelaars, de herbergiers, de wisselaars en de belastingpachters in een gilde die, gezien het overwicht van de wol- en lakenhandel doorgaans als lakengilde werd aangeduid.[9] De gildebroeders uit de lage zijde (niet behorende tot de geslachten) kozen uit de gildebroeders van de hoge zijde (behorende tot de geslachten) vier dekens waarna de gildebroeders van de geslachten vier dekens kozen uit de gildebroeders van de lage zijde. De namen van die acht gildedekens vinden we terug in het Dienstboeck.

DE STADSRAAD[bewerken]

De stadsraad van schepenen en raadsleden (ook: gezworenen, afgevaardigden) onder leiding van de twee burgemeesters was het hoogste politieke orgaan in de stad en was samengesteld uit zeven schepenen, elf leden van de geslachten en tien leden uit de naties (één afgevaardigde van elke natie). De tien leden van de naties verkozen dan onder de elf leden van de geslachten een burgemeester waarna de verkozenen van de geslachten onder hun collega’s van de naties de tweede burgemeester aanduidden.[10] De eerste- of buitenburgemeester, uit de geslachten, nam de externe betrekkingen van de stad voor zijn rekening. Hij kon zich bij gewettigde afwezigheid laten vervangen door een substituut.[11] De raad was verantwoordelijk voor de orde en veiligheid en kwam op voor de belangen van de burgers. Binnen het door de vorst vergunde gezagskader vaardigde de raad reglementen uit over de meest diverse terreinen. De raad beslist over het aanvaarden van nieuwe burgers, het sluiten van verbonden met andere steden, onderhandelingen met de vorst, de aanstelling van gespecialiseerde magistraten, commissarissen en stedelijke ambtenaren, het financieel beleid en het beheer van de stadsgelden. De schepenen, waarvan er vier werden aangeduid door de geslachten, één door de gildebroeders en twee door de naties, vormden samen de schepenbank en dat was de exclusieve rechtbank van alle Leuvense burgers. Schepenen fungeerden als getuigen bij het verlijden van de meest diverse akten, contracten en beschikkingen. Naast zakelijke overeenkomsten vielen daar ook ontvoogdingen en verleningen van poorterschap onder.

Alle transacties van onroerende goederen, inbegrepen renten en belastingen moesten voor de schepenbank worden verleden. Zij traden ook geregeld op bij overdrachten van leengoederen en erfenisverdelingen.[12] In het Dienstboeck vinden we de namen van deze 28 raadsleden.

DE MEIER[bewerken]

De meier vertegenwoordigde het vorstelijk gezag in Leuven en omstreken (zijnde één van de zes districten van Brabant). Hij was verantwoordelijk voor de verdediging en ordehandhaving. Hij riep de schepenbank samen, leidde de debatten en voerde het vonnis uit. Van rechtswege maakte de meier deel uit van de stadsraad waaraan hij bevelen van de vorst doorgaf. Hij woonde de voorlegging van de stadsrekeningen bij.[13] De naam van de meier vinden we niet terug in het Dienstboeck.

DE BUITENRAAD[bewerken]

Naast de stadsraad werd in het charter van 1378 ook formeel de organisatie van de “Buitenraad” of “Brede raad” vastgelegd. Deze Buitenraad diende te worden geraadpleegd voor gewichtige aangelegenheden en bestond uit 4 leden: 1° de stadsraad, 2° de geslachten, 3° de gildedekens, 4° de gezworenen van de ambachten. De Buitenraad was tevens het controleorgaan van de stadsgemeenschap op het financiële beleid van de stadsraad (ook Binnenraad genoemd).[14]

WEESMEESTERS[bewerken]

Op 15 januari 1564 besloot de stadsraad tot de instelling van een weeskamer. Drie weesmeesters of oppervoogden zouden, in de plaats van de raad, toezien op het bewind van de voogden die de goederen van minderjarige wezen of met hen gelijksgestelden zoals zwakzinnigen, beheerden. De drie weesmeesters (één uit de geslachten, één gildebroeder en één uit de ambachten) werden aangesteld voor een periode van drie jaar door de stadsraad en staan ook vermeld in het Dienstboeck. De weesmeesters moesten al voordien belangrijke functies hebben bekleed. Jaarlijks werd één van hen vervangen. Wie werd genomineerd kon de aanstelling niet weigeren.[15] Ridder Eraerdt van Schore heeft het in 1603 wel aangedurfd en het Dienstboeck meldt hierover: "int voerleden jaer gecosen geweest sijnde, nyet en heeft begeren te dienen"[16] en een bestuursperiode later moest opnieuw een vervanger gezocht worden "doer de weygeringe" van ridder Eraerdt.[17]

RENTMEESTERS[bewerken]

Verder staan er in het Dienstboeck ook de rentmeesters vermeld, meestal ingevuld door een gildebroeder en een afgevaardigde uit de ambachten. De rentmeesters zijn verantwoordelijk voor de stadsfinanciën en verrichten persoonlijk de inning van de stadsbelastingen en andere stadsinkomsten en de betaling en uitgaven van de stadskas. Slechts de jaarlijks terugkerende betalingen mochten zij op eigen gezag verrichten, voor de overige was een mandaat nodig van de stadsraad, de burgemeesters of de beheerders van stadswerken. Zij moesten om de zes maanden verantwoording afleggen op basis van rekeningen en bewijsstukken.[18] De rentmeesters kwamen, op 2 personen na, nooit uit de geslachten.

De leden van de stadsraad Aantal
Burgemeester uit de geslachten 1
Raadslid uit de geslachten 10
Burgemeester uit de naties 1
Raadslid uit de naties 9
Schepen (4 uit de geslachten, 1 uit de gilde, 2 uit de naties) 7
Totaal aantal raadsleden 28
Gildedekens Aantal
Gildedeken uit de geslachten 4
Gildedeken uit de naties 4
Totaal aantal gildedekens 8
Andere functies Aantal
Rentmeester (bijna altijd uit de naties) 2
Weesmeester (1 uit de geslachten, 1 uit de gilde, 1 uit de naties) 3
Minimaal aantal vermelde personen per bestuursperiode: 41

Het Dienstboeck bevat ook informatie over bestuurders die hun mandaat niet uitdeden. Dit kan zijn door af te zien of afstand te nemen van het mandaat (desisteren, renuntieren, demissie), het opnemen van een andere functie tijdens het mandaat of door het overlijden van de mandaathouder zelf. Soms werd een bestuurder ontheven van zijn functie zoals Jeremias Van Dormael "die syne rekenyes en hadde gepurgeert" of Semetrius Brenaert die “inhabiel” of ongeschikt werd verklaard. Anderen verhuisden uit de stad of waren "voirvluchte" zoals Lucas Vanderborght. Ook deze informatie werd in dit register overgenomen. Bestuurders die hun mandaat niet uitdeden werden opgevolgd en de namen van deze opvolgers staan eveneens vermeld in het Dienstboeck en dus ook in dit register.

FUNCTIEVERMELDINGEN[bewerken]

De raad verdeelde de onderstaande functies onder zijn leden waarbij het charter van 1378 bepaalde dat alle functies gelijk moesten verdeeld worden tussen de geslachten en de naties. In de praktijk is dat ook meestal het geval. De functies waren:

  • 4 peysmaeckers of peysheren (stonden in voor het minnelijk bijleggen van handtastelijkheden tussen burgers[19]);
  • 1 substituut Burgemeester vanaf 1641 (vervanger van de eerste- of buitenburgemeester);
  • 2 artilleryemeesters;
  • 2 cauchie(de)meesters, later casseymeesters (verantwoordelijk voor het toezicht op de bestrating en het onderhoud der wegen en bruggen[20]

[21]);

  • 2 Heilige Geestmeesters, vanaf 1727 ook momboir van de Tafel van den grooten Heilige Geest genoemd (verantwoordelijk voor de controle op de werking van de Tafel van de Grote Heilige Geest die uitkeringen zoals brood, bier, houtskool, schoenen, haringen, erwtensoep verstrekten aan de behoeftigen van Leuven[22]);

2 hallemeesters (verantwoordelijk voor de goede werking van de stedelijke hallen[23] of marktplaatsen);

  • 2 kerckmeesters, ook fabrieckmeesters genoemd (verantwoordelijk voor de rekeningen van de kerkfabrieken);
  • 2 keurmeesters, ook koremeesters en vanaf 1734 pollicyemeesters genoemd (verantwoordelijk voor de naleving van de politie- en marktreglementen[24]);
  • 2 waeghemeesters (verantwoordelijk voor de goede werking van de stadswaag[25] of stadsweegschaal en de controle op de correcte weging van de goederen[26]);

en onder de raadsleden werden ook een aantal momboiren of voogden voor liefdadigheidsinstellingen aangesteld:

  • 2 momboiren van het klooster van de 'Annunciaeten';
  • 2 momboiren van het klooster van de 'Clarissen';
  • 2 momboiren van het klooster 'Onder de Borcht';
  • 2 momboiren van het klooster 'Terbanck' (oorspronkelijk een opvangtehuis voor lepralijders27);
  • 2 momboiren van de Sint-Barbarakapel (opvangtehuis voor ‘oude vrouwen’[27]);
  • 2 momboiren van het Godshuis XII Apostelen (opvangtehuis voor ‘oude mannen’[28]);
  • 2 momboiren van 't groot begijnhof;
  • 2 momboiren van 't groot gasthuys;
  • 2 momboiren van het vondelingenhuis.

Een ‘momboir’ of ‘voogd’[29] is iemand die de belangen verdedigt van maar ook toezicht houdt op de rekeningen van de genoemde liefdadigheidsinstellingen en rekenschap moet afleggen aan de stadsraad.[30] De verdeling van de functies vinden we ook terug in het Dienstboeck.

AANSPREEKTITELS[bewerken]

Aanspreektitels werden eveneens overgenomen. Zo werden de bestuurders uit de naties en de gilde in de 18de eeuw Sieur (Sr) genoemd terwijl de raadsleden uit de geslachten meestal Jonckers waren. Baronnen en graven sprak men aan met Mijnheer (afgekort M’her), licentiaten met Meester of Heer en Meester. In het stadsbestuur zetelden ondermeer:

  • 138 ridders;
  • 56 licentiaten (54 in beide rechten, 1 in medicijnen, 1 in theologie) en één doctor in beide rechten;
  • de heren van Archennes, Attenhoven, Baienrieu & Layens, Bommelette, Borchvliet en Tenbroeck, Bossuyt, Carions, Chastre & Dame-Alerne, Eynhoudt, Gottechain & Haquedau, Hauthem, La Croix, La Moillerie, Maffle & Terbruggen, Meldert, Linden, Loonbeke, Lovenjoul, Mulhem, Quarebbe & La Moillerie & Maffle & Terbruggen, Raetshoven & Ten Daele, Roost, Sart & Staye, Schrieck , Steenberghe, Steenwege, Terheyden & Terhaegen, Terrelst, Wiltzele & Linden en Winghe;
  • 2 graven, een borchgraef en 6 baronnen.

Het Dienstboeck bevat een schat aan informatie die ongetwijfeld familiegeschiedenissen zullen verrijken met burgemeesters en schepenen en misschien wel met een ridder.

3. ONDERZOEKSMETHODE[bewerken]

Wanneer in het Dienstboeck meerdere keren dezelfde naam voorkomt, betekent dat nog niet dat het om dezelfde persoon gaat. Zo vinden we een aantal vermeldingen van Jan Willemaers, maar onderzoek wees uit dat het hier om drie verschillende personen gaat. Om dit te kunnen inschatten werden ook enkele andere bronnen geraadpleegd zoals de elektronische klapper van de parochieregisters,[31] “De Zeven Geslachten van Leuven volgens Petrus Divaeus”,[32] “Zeventiende-eeuwse Poorters van Leuven”,[33] “Huizen en straten van het oude Leuven”[34] en het “Admissieboeck”[35]. Dan nog kon niet altijd kon worden bepaald of alle bestuursmandaten door eenzelfde of door meerdere personen werden ingevuld. Zo wordt Jan Berckmans vernoemd als bestuurder van 1611 tot 1665. Gaat het hier om één persoon of om meerdere personen met dezelfde naam? Indien die bronnen geen uitsluitsel gaven, werd achter de bestuurder vermeld dat het mogelijk gaat om meerdere personen. Dezelfde bronnen gaven ook dikwijls uitsluitsel over het omgekeerde geval. Zo is volgens het “Rerum Lovaniensium liber secundus” Antoon Van den Abeele, Lansloot Van den Abeele en Ferdinand Van den Abeele één en dezelfde persoon met als doopnaam Antonius Lancellotus Philippus Van den Abeele.

4. TERMEN, AFKORTINGEN EN CONVENTIES[bewerken]

De referentie (SAL, 56, f°15v°) in het alfabetische register duidt op de plaats waar de bron te vinden is. SAL= Stadsarchief Leuven, 53, 55 en 56 zijn de nummers die het Dienstboeck heeft in de inventaris van Cuvelier, het folio- of paginanummer is 15 en de informatie staat op de achterzijde van de folio. In het Dienstboeck vind je regelmatig voor eenzelfde persoon een andere spelling van voor- en familienaam. In andere bronnen vinden we vaak nog andere schrijfwijzen. Getracht werd de meest voorkomende versie te behouden en de minder voorkomende varianten aan te duiden als volgt: Assche (van, ab), [ook: Asca], Daniël. Het voorvoegsel werd na het betekenisvol woord gezet omdat het soms ontbreekt of verschilt waardoor eenzelfde persoon in het alfabetisch register op meerdere plaatsen zou terug te vinden zijn. Zo wordt:

Spoelberghs, Christophorus
a Spoelberch, Christophorus
de Spoelbergh, Christophorus
van Spoelberghe, Christophorus

Weergegeven als:

Spoelberch(s) [ook: Spoelbergh(s)of(e)] (a, de, van), Christophorus. Het Dienstboeck is in het Nederlands, in tegenstelling met de parochieregisters, waardoor ook de voornamen authentieker zijn en zo werden overgenomen in dit werk. Aert, Raes, Franchois, Gooris, Merten, Jeroen, Louys, Gilis, Denys zijn namen die je in de parochieregisters terugvindt als Arnoldus, Erasmus, Franciscus, Georgius, Martinus, Hieronimus, Ludovicus, Egidius en Dionisius. Soms zie je in het Dienstboeck voor dezelfde persoon Joannes en Jan, ook hier werd dan de meest voorkomende variant behouden.

5. GENEALOGISCHE NOTITIES[bewerken]

Gedurende de raadplegingen van de andere bronnen werden ook genealogische notities gemaakt waardoor in de meeste gevallen ook zekere, vermoedelijke en mogelijke geboorte-, doop- huwelijks-, overlijdens- en begrafenisdata werden genoteerd, samen met de ouders van de bestuurders en de echtgenote indien gevonden. Voor raadsleden uit de geslachten werd meegegeven uit welk geslacht het raadslid afkomstig was. Het alfabetisch register bevat hierdoor veel meer informatie, die met de nodige voorzichtigheid dient te worden geïnterpreteerd. De genealogische notities worden vermeld tussen accolades.

Gebruikte afkortingen:
° geboren op
°< geboren 20 jaar voor zijn huwelijk, of de doop van zijn eerste kind, of zijn

eerste mandaat

d. gedoopt op … te …
x gehuwd met … op … te …
x> 20 jaar na doop van één van de echtgenoten
x< huwelijk voor de doop van zijn eerste kind
x1, x2, … eerste, tweede, … huwelijk
overleden op
<+< overleden tussen
> overleden na zijn laatste mandaat, doop van zijn laatste kind of na zijn huwelijk
b. begraven op … te …
? na °, d., x, + of b. betekent dat er een onzekerheid is
fs filius, zoon van

Geraadpleegde bronnen: De drie basisbronnen zijn de Dienstboecken met referentie SAL, 53, 55 en 56. Aanvullende bronnen zijn:

bron: Divaeus

J. CALUWAERTS, Rerum Lovaniensium Liber Secundus. De Zeven Geslachten van Leuven volgens Petrus Divaeus. (Leuven: J. CALUWAERTS, 2003)

bron: Huizen

A. MEULEMANS, Huizen en straten van het Oude Leuven. Deel 1: Patrimonium & Deel 2: Atlas (Leuven: Leuvens Historisch Genootschap, 2004).

bron: klapper PR

VVF Leuven, Leuvense Klappers 1540-1796 op de parochieregisters, (Leuven: SVVF, 1997).

bron: Admissieboeck

(SAL, 651)

bron: Poorter 17

J. CALUWAERTS & L. ELSEVIERS, Zeventiende-eeuwse poorters van Leuven in Poortersboeken van het hertogdom Brabant IV (Leuven: J. Caluwaerts, 2003).

bron: Fonds Goethals

Koninklijke Bibliotheek Royale Albert I, Handschriftenkabinet, Fonds Goethals Felix-Victor Het alfabetisch register van de Pagina XV van XVI Gemaakt op zondag 24 april 2010 stadsbestuurders van Leuven

bron: Leunckens kroniek

G. LEUNCKENS[36] , Cronycke der stadt Loven, bewerkt door E. VAN EVEN en opgenomen in: Geschiedenis van Leuven, geschreven in de jaren 1593 en 1594 (Leuven: Fonteyn, 1880)

bron: Leunckens varia

G. LEUNCKENS, Tomus I miscellaneorum Leunckens (SAL, 52)

bron: Pelckmans

M.-F. PELCKMANS[37], Aanteekeningen op het tweede boek van het werk van Willem Boonen, bewerkt door E. VAN EVEN en opgenomen in: Geschiedenis van Leuven, geschreven in de jaren 1593 en 1594 (Leuven: Fonteyn, 1880)

In het alfabetisch register wordt naar deze bronnen verwezen.

Gehanteerde interpretaties:

‘te vereenzelvigen met’ Naast de schrijfwijze van de naam, wijkt ook de voornaam die genoteerd werd in het Dienstboeck geregeld af van de voornamen die we terugvinden in andere bronnen. Het meest voorkomende is dat in het Dienstboeck één voornaam werd genoteerd terwijl in de parochieregisters meerdere voornamen staan. Zo vinden we Josephus d’Amezaga in het Dienstboeck en Josephus Guilielmus Antonius d'Amezaga in andere bronnen.

‘vermoedelijk’

Er zijn aanwijzingen dat het gaat over die persoon bv.:
*omdat er in de klapper van de parochieregisters (of andere bronnen) slechts één persoon met die naam in aanmerking komt;
*omdat familieleden ook reeds een bestuursmandaat hebben opgenomen wetende dat bestuursmandaten dikwijls worden opgenomen van generatie op generatie in dezelfde families.

‘mogelijk’

de mogelijkheid bestaat dat het om die persoon gaat maar er zijn verder geen aanwijzingen die de mogelijkheid bevestigen.
In een aantal gevallen zal raadpleging van de aktes in de parochieregisters van kinderen en familieleden uitsluitsel  brengen of de persoon inderdaad de genoemde bestuurder was of niet.


De genealogische notities bevatten soms hypotheses en zijn onderhevig aan wijzigingen waardoor niet alle genealogische gegevens mogen of kunnen als waarheid worden overgenomen.

  1. Eigenlijk bestaat het Dienstboeck uit drie delen met referentie SAL 53, 55 en 56.
  2. SAL, 1320 en 1322
  3. (nl) {{{1}}}, R.; BRUNEEL C., COPPENS, H, De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen Deel van: Studia vol. 82, Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën Brussel, Brussel, 2000, 371
  4. Een goede beschrijving van de geschiedenis van de Zeven Leuvens Geslachten wordt gegeven in het artikel van (nl) {{{1}}}, A., Bijdrage tot de geschiedenis van de Leuvense geslachten, Jaarboek XVI, Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving, Leuven, 1976, 3-138
  5. (nl) {{{1}}}, J., De Zeven Geslachten van Leuven volgens Petrus Divaeus, Rerum Lovaniensium Liber Secundus, Leuven, 2003
  6. (nl) {{{1}}}, W., Geschiedenis van Leuven, bewerkt door E. VAN EVEN en opgenomen in: Geschiedenis van Leuven, geschreven in de jaren 1593 en 1594, Fonteyn, Leuven, 1880
  7. (nl) {{{1}}}, R., De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, Leuven, 225
  8. (nl) {{{1}}}, W., Geschiedenis van Leuven, bewerkt door E. VAN EVEN en opgenomen in: Geschiedenis van Leuven, geschreven in de jaren 1593 en 1594, Fonteyn, Leuven, 1880, 247
  9. (nl) {{{1}}}, R., De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, Leuven, 197
  10. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 375
  11. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 376
  12. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 383-384
  13. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 383
  14. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 378
  15. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 382
  16. SAL, 55, a°1603v°
  17. SAL, 55, a°1605v°
  18. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 388
  19. (nl) {{{1}}}, R., Stadsfinanciën en stadsekonomie te Leuven van de 12e tot het einde der 16e eeuw, Paleis der Academiën, Brussel, 1961, 377
  20. (nl) {{{1}}}, J., Stadsfinanciën en stadsekonomie te Leuven, Paleis der Academiën, Brussel, 1961, 23
  21. (fr) {{{1}}}, J., Les institutions de la ville de Louvain au moyen âge, Hayez, Bruxelles, 1935, 154
  22. (nl) {{{1}}}, R., De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, o.c., Leuven, 211
  23. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 376
  24. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 377
  25. (nl) {{{1}}}, R., De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen, o.c., Leuven, 376
  26. (fr) {{{1}}}, J., Les institutions de la ville de Louvain, o.c., Bruxelles, 154
  27. (nl) {{{1}}}, R., De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, o.c., Leuven, 93
  28. (nl) {{{1}}}, R., De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, o.c., Leuven, 247
  29. (nl) {{{1}}}, R., De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, o.c., Leuven, 246
  30. (nl) {{{1}}}, R., De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, o.c., Leuven, 245
  31. (nl) {{{1}}}, R., VVF Leuven, Leuvense Klappers 1540-1796, Leuven, 1997
  32. (nl) {{{1}}}, J., De Zeven Geslachten van Leuven volgens Petrus Divaeus, o.c., Leuven
  33. (nl) {{{1}}}, J.; L. ELSEVIERS, Zeventiende-eeuwse poorters van Leuven in Poortersboeken van het hertogdom Brabant IV, J. Caluwaerts, Leuven, 2003
  34. (nl) {{{1}}}, A., Huizen en straten van het Oude Leuven. Deel 1: Patrimonium & Deel 2: Atlas, Leuvens Historisch Genootschap, Leuven, 2004
  35. SAL, 651
  36. Guilielmus ‘Willem’ Leunckens (°1700, +1773), licentiaat in beide rechten, docerend aan de universiteit van Leuven en voorzitter van het Winckels College, schreef tussen 1755 en 1766 de “Cronycke der stadt Loven”. Deze kroniek wordt beschouwd als één van de belangrijkste informatiebronnen voor de 17de- en vooral van de 18de-eeuwse geschiedenis van Leuven.
  37. Michiel-Frans Pelckmans (°1732, +1808), physicus in de pedagogie de Lelie, deken van de wijntaverniers en uitbater van het gasthof ‘Hof van Keulen’. Later vestigde hij zich als kruidenier in ‘Den Kreft’ en werd schepen verkozen in 1793. Pelckmans