De Nieuwe Koerier/Jaargang 41/Nummer 218/Historische kroniek van Haelen en omstreken

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Historische kroniek van Haelen en omstreken
Auteur(s) P. Schreurs
Datum Zaterdag 15 september 1928
Titel Historische kroniek van Haelen en omstreken
Krant De Nieuwe Koerier
Jg, nr 41, 218
Editie, pg [Dag], vierde blad, [1]
Brontaal Nederlands
Bron roermond.x-cago.com
Auteursrecht Publiek domein

UIT HAELEN’S VERLEDEN.

Verzameld en bewerkt door P. SCHREURS, van Klein-Melenborg.

HISTORISCHE KRONIEK VAN HAELEN EN OMSTREKEN.

      St. Elisabeth-dal, voormalig klooster in het graafschap Horn, was vroeger een woonhuis. Het werd in 1212 door Theodorus, zoon van den Heer van Horn, gekocht van zekeren ridder Unholt.
      Theodorus liet het bouwen door kloosterlingen, uit Frankrijk ontboden en stichtten er in 1240 een klooster van de Benedictijnen, dat hij aan de H. Maagd en de H. Elisabeth toewijdde.
      Het werd in 1435 onder Paus Eugenius in een klooster van den H. Augustinus veranderd en in hetzelfde jaar tot een klooster van reguliere kanunniken verheven.
      In 1578 is het afgebrand doordien een soldaat van het leger van den hertog van Parma onvoorzichtig met vuur omging. Omstreeks 1603 werd het weer opgebouwd.
      Tijdens de Fransche overheersching is het klooster met zijne bezittingen, w.o. ook de pachthoeve Groot Melenborg onder Buggenum te Maastricht verkocht op 26 Februari 1799 en toegewezen aan den burger Mulbracht te Roermond.

      Het kasteel Ghoor te Neer is in zijn vroegeren staat afgebeeld in het Fransche boek: „Délices du Pays de Liége.” Het is gesticht door het adellijk geslacht de Montfort in de 12e eeuw. In 1780 komt het in het bezit der Keverbergs te Haelen.
      Arnold van Ghoor tot Aldenghoor overleed omstreeks 1499. Op zijn jaardienst, te Haelen gehouden, waren 22 priesters tegenwoordig; elk hunner ontving 4 stuivers Rumunds geld en de kerken 2 stuivers. (Archief Aldenghoor, aangeteekend door Johan van Wijck, rentmeester.)

      De oudst bekende Heer van Kessel leefde omstreeks het einde der elfde eeuw; in 1203 komt Hendrik als graaf van Kessel voor.

      Arnold van Horne, bisschop van Luik is 8 Maart 1380 overleden en in het klooster Keizerbosch begraven.

      In 1582 was Johan van Coersel Proost en Sophia van Zuers Vrouwe tot Keyserbosch. Deze laatste werd nog in hetzelfde jaar vervangen door Catrijn van der Portzen. Zij worden als begevers der kerk van Haelen genoemd in een akte van ruiling getroffen in 1582 tusschen de kerkfabriek en jonker Zweder van Boetselaer, Heer tot Aldengoor.
      Deze ruiling, waarin Willem van Elderen archi-diaken van Kempenland toestemde, betrof den Wedum, dat is het pastoreel huis te Haelen.
      Mathias Vogels was er destijds pastoor.
      In Mei 1610 werd deze ruiling alsnog bekrachtigd door den archi-diaken Hendrik van Reuschenberg, neef van Zweder van Boetselaar.

      Het eerste heksenproces in het land van Horn heeft plaats gehad 12 Mei 1622.

      In 1698, den 31 Mei, verkocht Maximiliaan Willem graaf van Limburg Styrum het veer over de Maas te Buggenum.

      In 1728 is te Haelen alles verhageld; daarom werden geen tienden verrekend met pastoor Pretorius.

      In 1737 haalde pastoor Pretorius op Witten Donderdag in de parochie 172 eieren op volgens een aloud gebruik.

      In 1515 reeds bestond op het kasteel Warenberg of Werreberg, gelegen tusschen Horn en Heythuysen, een kapel. Peter Daenen, geboren te Maastricht 16 Juni 1742 celebreerde er als rector der Nunhemsche zusters, afkomstig uit Ommel, die sinds 1773 op Werreberg vertoefden.
      Het beeld van O. L. Vrouw van Ommel is eenige jaren bewaard gebleven op Werreberg door Henricus Nobis, priester.

      De familie Vogels of Vogelius (wapen: drie gouden eendvogels rood gebekt en gepoot, geplaatst 2–,1 op blauwen grond), die thans nog in verschillende plaatsen van Limburg en ook buiten onze provincie voortleeft, is van Haelen afkomstig.
      In 1394 op O. L. Vrouw Lichtmis gaf Willem VIII, Heer van Horn, zijn beekmolen te Overhalen in erfpacht aan den molenaar Hendrik voor 14 malder rogge ’s jaars.
      Johan Vogels leefde in 1381. In 1514 leefde een Jacob Vogels op Sint Elisabeth, terwijl Mathias Vogels in 1582 pastoor te Haelen was.
      De Vogelshof was gelegen te Over-Haelen, in de gemeente Haelen.
      De hof was tweeleenig; één deel hoorde tot Ghoor, één deel tot Horn. Hij werd in de Hornsche leenzaal verheven 22 Juni 1506 door Johan Vogels, Johans zoon; den 25 Juli 1531 door Joost van Meerssen, kastelein op Lewensteyn, man van Hendrica Vogels, den 8 Maart 1539 door Frans Vogels en den 15 December daaraanvolgende door Gerard van Merwyck als man van Johanna van Deurne (vruchtgebruikster), weduwe van Hendrik Vogels, den 15 Juli 1576 door Jacob Vogels, den 13 December 1605 door Frans Vogels, den 16 Augustus 1637 door Conrad Vogels en den 11 December 1680 door diens neef Jonker Willem Weisz.
      De familie Vogels kan geacht worden tot de oudste van die welker leden in het graafschap Horn openbare bedieningen bekleedden en was zijdelings gesproten uit het regeerende huis Horn.
      De Vogelshof behoorde in 1757 aan Rudolf Caspar baron de Keverberg.
      Zweder Assuerus van Boetselaar Heer tot Aldengoor verplaatste omstreeks het jaar 1599 den Watermolen van Overhalen waar zij gestaan heeft tegenover het huis „„de Spijker”, (er bestaan nog in het water overblijfselen), naar Haelen, en de windmolens van den eenen berg naar den andere.
      De eerste berg ligt tegenover het gemeentebroek van Haelen naar den kant van Horn, en is bouwland. Dit heet nog op het kadaster de Molenberg, en is in mijn bezit en eigendom. Er zitten nog op anderhalven meter diepte mergelblokken en fundamenten in den grond. Ik heb ’t terrein nog moeten gaan bezichtigen met Dr. W. Goossens, toen Gemeente Archivaris te Maastricht in Juni 1918, bij zijn bezoek ten mijnen huize en ter gelegenheid en in verband met de opgravingen aan Melenborg, welke daarna hebben plaats gehad, waartoe ik de eerste aanleiding heb gegeven met eene zending stukken Romeinsche pannen en Germaansche scherven van aardewerk, gevonden niet ver van den Molenberg, en op eenigen afstand van waar de vroegere opgravingen in 1848 en ’49 hebben plaats gehad, en in de nabijheid van den Romeinschen weg van Tongeren naar Nijmegen.
      De andere berg ligt van den eerste een duizend meter verwijderd, tusschen de gemeentegronden; de geheele omgeving is met struiken begroeid, en teekent zich nog af door een cirkelvorm en steenen die nog in den grond zitten. Ik heb ze nog op eene oude gemeentekaart zien aangeteekend. In het begin der vorige eeuw is deze molen afgebroken en naar Baexem verplaatst.
      De molen op den eersten berg was mogelijk de eerste in het graafschap Horn. Ze had da bemaling over de dorpen Beegden, Horn, Haelen en Buggenum.
      De tegenwoordige molen tegenover het kasteel is overgeplaatst in 1778 en hernieuwd in 1882 door Baron Charles de Keverberg.