Naar inhoud springen

De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum

Uit Wikisource
‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’ door L.M.
Afkomstig uit De Nieuwe Limburger, dinsdag 20 december 1955, p. 4. Publiek domein.
[ 4 ]

Midden Limburgse Kunstkring
viert zijn tweede lustrum

De middenlimburgse Kunstkring „Remunj ’45” te Roermond viert deze maand zijn tienjarig bestaan. Hij heeft alle reden om feest te vieren. Steeds duidelijker immers blijkt, van hoe grote betekenis hij is in het artistieke leven van dit wel eens onderschat, maar belangrijk deel der provincie. Trouwens, de wijze waarop deze Kunstkring dit 2e lustrum viert, is boven alle lof verheven, namelijk met een uitgebreide, in het gemeente-museum te Roermond ingerichte, en verantwoorde tentoonstelling van werken zijner leden. De expositie, wellke tot en met Nieuwjaarsdag te bezichtigen is, omvat negentig werkstukken, waaronder, naast vele olieverfschilderijen, wandkleedjes, opalines, tekeningen en een twintigtal beelden van kunstenaars uit het gebied tussen Venlo, Weert en Sittard.

Met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond

Het gebied dat deze Kunstkring bestreikt, de geest, die er heerst en de gezonde en artistiek-verantwoorde werklust zijner leden maken deze Kunstkring tot de belangrijkste in onze provincie. Daarvan getuigt tegelijkertijd de kwaliteit van zeer veel geëxposeerde werkstukken, waaronder menige verrassing.

OPVALLENDE FIGUREN.

Als geheel geeft deze expositie een frisse indruk, het is of elk palet lichter geworden is, of elke beitel soepeler en geinspireerder is gaan werken. De ramen van het romantisch-realisme zijn definitief opengegooid, iets van de moderne visie, kleuropvatting en royale werkwijze heeft in de kunstenaars doorgewerkt. Midden Limburg, dat meer dan eens een zeer belangrijke rol gespeeld heeft in het Limburgse artistieke leven, staat op het punt opnieuw een opvallende plaats daarin te hernemen. Figuren als Jan Tullemans uit Weert, Ella Sliedrecht uit Reuver, P. Wilms uit Roermond, Henri Titselaar, die momenteel in Den Bosch woont, Wil Paes uit Sittard, Rene Wong uit Roermond hebben momenteel zeker voldoende allure. De verrassingen van deze tentoonstelling zijn vooral F.H. Peeters uit Swalmen en Joep Thissen uit Roermond. Niet alleen dat zij door de kwantiteit hunner geëxposeerde werken een belangrijk aandeel hebben in deze tentoonstelling, de aard, de durf, de stijl, de vaart van hun oeuvre maken dit tot een vrijwel centraal punt ervan.

PEETERS EN THISSEN.

De olieverfschilderijen van F.H. Peeters hebben zich los gemaakt van het conventionele en zoeken hun kracht in een zachte, bewogen impressionistische toon, waaraan compositie en figuur ondergeschikt zijn gemaakt. Soms doet het werk echter iets te slordig, te weinig overwogen aan. Het blijft steken midden in zijn bevrijdende vaart. Meer dan als schilder heeft hij ons geboeid als beeldhouwer. Hier komen compositievermogen, vaart, gevoel voor lijn en vorm veel sterker tot hun recht. „Man met ijer” en bijzonder „Vrouwen in park” zijn beelden, die monumentaal, gaaf van compositie en bezield van vorm zijn.
Anders, maar niet minder sterk, mooier nog is het werk van de beeldhouwer Joep Thissen. Zijn zittende figuren en dubbel figuren hebben een gespannenheid, een zeer sterke opbouw en een volheid van vorm die ze tot ware juweeltjes maken. Beelden als „St. Franciscus” en „Vrouw met dood kind” hebben teveel van de expressie gevergd om de kunstenaar voldoende aandacht te doen besteden aan de gave, bezonken vorm.
Behalve in zijn beeldje „Hondje”, dat spontaan geboetseerd werd en raak gezien is, haalt Dolph Wong deze kracht niet. Zijn beeldjes zijn gladder, minder bezield, meer op de mooie vorm gericht.

DE SCHILDERS.

Naast de afdeling beeldhouwwerken, die grotendeels verrassend overtuigend zijn, biedt ook de afdeling schilderijen enzovoort heel wat boeiende momenten. Wij noemen hier Rene Wong, wiens geëxposeerd werk in enkele specimina zijn rijke picturale mogelijkheden toont. Zijn doek „Rustende Vrouw” is mooi breed geschilderd, heeft een sterk gevoel voor licht en is sterk in de kleurenvlakken gecomponeerd. Jan Tullemans is een knap schilder (Portret), maar zijn gevoel voor kleurmogelijkheden, opbouw en beleving halen het hoogste punt in het doek „Meisje met gele rok.” Verrassend ook is het borduurwerk van Ella Sliedrecht. Mooi van kleur, met groot begrip voor de waarde van de draadkleur, modern van lijn in haar figuren en speels-fris van opbouw. Doekjes als „De jaargetijden” en „Sint Jan Evangelist” zijn kostbare werkstukjes. Voorbeeldig is haar Vaandel „Virga Jesse”. P. Wilms is een onzer belangrijkste non-figuratieve schilders, die de beweging vaneen gedachte in de beweging van een lijn weet te vangen en deze in kleur en tegenkleur in een, schijnbaar louter decoratieve schilderij tot leven brengt. Geheel anders, misschien filosofischer, maar te cerebraal en te duister voor de toeschouwer is het abstracte werk van Henri Titselaar, die zowel in zijn metaphysisch landschap als in zijn Madonna het figuratieve en experimentele tracht te verzoenen. Het uiterst gevoelige en fijngelede werk van de impressionist Wil Paes straalt een rijk, bijna overdadig schoonheidsgevoel uit. Het verrijkt deze expositie niettemin. De naturalist met 18e eeuwse allures Mathieu Boessen heeft dit naturalisme de rug gekeerd. Hij is op zoek naar een nieuwe vorm waarin lijn en kleur op bezieling en nieuwe ideeën steunen. Het gevecht met het naturalisme is echter nog niet ten einde. En wij wachten dit gaarne en met grote belangstelling af. Zijn „St. Anna” en „Visitatie” geven reeds goede hoop.
Naast het rustige, niet zo elektriserende werk van kunstenaars als A. Windhausen, Jos Biermans, Edm. van Sijben, noemen wij nog graag ’t sterke en sterk-romantische „Noodweer” van Pie Schmitz uit Geleen, het naar realisme terugtastend Stilleven en het simpelmooie „Winter” van Jeane M. Groenendaal, het weelderig bloemstuk van Frans Lommen, het gezonde gevoelige werk van Gerda Gielen, met haar doek „Kinderen” en het krachtig opgezette „Straatje” en tenslotte de bekwame opalines van Max Weiss, wiens „Leven van Christus” bijzonder interessant is van compositie en toon.
Al deze werken samen maken deze expositie tot een eigen rijk feestgeschenk bij gelegenheid van het tweede lustrum van de Kunstkring. En het zou wel de moeite waard zijn indien een goede selectie uit dit geëxposeerde materiaal elders, in en buiten de provincie getoond kon worden. Interessant voor Limburg en voor de Kunstkring „Remunj ’45”.

L.M.