De Noordbrabanter/1840/Nummer 146/Parijs, 1 December
| ‘Parijs, 1 December’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit de Noord-Brabander, zaterdag 5 december 1840, [p. 1]. Publiek domein. |
PARIJS, 1 December.
Een groot verlies is het land en de wetenschappen wedervaren in den dood van den Burggraaf de Bonald, overleden den 23. November, op zijn kasteel van Monnat, bij Milhau, in den ouderdom van 87 Jaren. De Burggraaf was, in weêrwil zijner groote gaven, geen lid der Academie. De zuivere wijsbegeerte is hem grooten dank verschuldigd, wegens zijnen hevigen tegenstand aan de de waalbegrippen der achttiende eeuw: ook was hij ’t, die de filosofie van Loke en Condillac best heeft wedergelegd.
— De Augsburgsche Gazette houdt, onder dagteekening van den 16. November, het berigt, dat de H. Vader thans geheel van al zijne krankheden is hersteld.
— Men spreekt van een buitengewoon Consistorie, dat den 7. December te Rome zou gehouden worden, en waarin drie prelaten den Kardinaalshoed moeten ontvangen; onder dat getal noemde men: Monseigneur Belli, en Mons. Pianetti Bisschop van Viterbo.
— In de Dagbladen van Maltha, gedagteekend 19. dezer, leest men, dat, daags na de inneming van St. Jan d’Acre , bijna geheel het Engelsch Eskader, onder bevel van den Admiraal-zelven naar Beyrouth is vertrokken, aangezien deze plaats door Ibrahim-Bassa, aan het hoofd van 15 duizend man, op nieuw bedreigd werd.
— Men sprak te Parijs (den 30. November), dat de Heeren Guizot en Villemain door de Heeren Passy en Dufaure stonden vervangen te worden; anderen noemden de Heeren Guizol en Duchatel, af te lossen door de Heeren Molé en de Lamartine.
— Men brengt een huwelijk ter baan tusschen de jonge koningin Isabella en den oudsten zoon van Don Carlos; anderen houden het op den Hertog van Montpensier, den jongsten zoon van Lodewijk Filips.
— Gister (29 November), ten 11 ure ’s ochtends, zag men eenige honderden Polen in de oude Kerk van Saint-Germain-des-Prés te Parijs vereenigd, om voor het Altaar van den H. Casimir, en bij het graf van Polen’s laatsten Koning, God te bidden, dat hun het vaderland mogt terug gegeven worden; het was de tienjarige herinneringsdag van Warschau’s val. Grijsaards, vrouwen, kinderen, allen smeekten even vurig, en wekten de algemeene deelneming levendig op.
— De Heer O’Conell heeft van uit de Darry-Nane-Abdij een brief aan den Heere Steele gezonden, om hem te berigten, dat hij het maal, hem door de werklieden van Limmerick aangeboden, zal komen bijwonen; hij voegt er bij, dat de Unie in voortgang is, en hij zich vleit, door bedaarde, vreedzame en wettige middelen tot de herroeping er van te zullen kunnen komen.
— Het aantal oude Napoleontische hooge Staatsbeambten, die geroepen zullen worden, om de lijkstatie te komen volgen, is zeer gering; zoodanig heeft de dood er reeds onder gemaaid. De Heer Le Molt de la Marche (Vosges), voormalig Staats-Secretaris, op pensioen, is de oudste der thans nog levenden.
— Het schijnt meer en meer geloof te verdienen, dat Mehemet-Ali, te vergeefs op Fransche tusschenkomst wachtende, zou besloten hebben, zich aan de voorschriften der vier verbonden Mogenheden te onderwerpen.