[ eerste blad, 2 ]Batavia, 9 Maart. Den 7n Maart is de generaal Van Teijn weer naar Atjeh vertrokken. Met de gebruikelijke eerbewijzen werd hem uitgeleide gedaan.
Te Atjeh liep het praatje, dat de gouverneur had verklaard, niet te willen teruggaan, tenzij hem vrijheid werd gelaten uit te rukken als hij dit noodig vond tot tuchtiging der kwaadwilligen. Zeker is het, dat naar het oordeel van den generaal Van Teijn de toestand op Atjeh in den laatsten tijd veel gunstiger is geworden.
— Wij vernemen dat van 30 Ootober tot 13 November Ao. Po. te Atjeh dagelijks 29 lijders in het hospitaal werden opgenomen, van welke gemiddeld 13 door berri-berri waren aangetast.
— Men leest in den Javabode:
Van verschillende kanten wordt ons bericht dat te Serang en te Tjilegon iets broeit, op laatstgenoemde plaats in de kampongs, waar de hoofdmuiters hebben gewoond. Alle maatregelen zijn echter genomen om het verzet in de geboorte te smoren, en de resident is er de man niet naar, om daarbij tegen krasse middelen op te zien, gelijk bij voorbaat door hem aan de Regeering is verklaard.
Te Tjilegon liggen 160 militairen, zoodat men tegen elken overval gewapend is, terwijl ook de bewaking der gevangenis niet te veel manschappen vordert, daar het meerendeel der veroordeelde oproerlingen te Serang gevangen zit. Het is mogelijk, dat men bevrijding der gevangenen op het oog heeft, maar in elk geval kan niet anders dan door dweepzucht reeds nu weer aan verzet worden gedacht in dezelfde streken, waar men het nuttelooze ervan zoo kort geleden heeft ondervonden. Alleen fanatisme kan zoo verblinden.
Nadat wij het bovenstaande hadden geschreven, ontvingen wij als antwoord op onze navraag drie telegrammen, van verschillende personen afkomstig, luidende;
Serang, 9 Maart. Alles is rustig. Uit vrees voor een mogelijke poging tot verlossing van de veroordeelde muiters zijn eenige families, die in den omtrek der gevangenis wonen, naar Batavia vertrokken.
Serang, 9 Maart. Er is niets bijzonders gebeurd. De loopende geruchten hebben hun oorsprong alleen in vermoedens omtrent de gevolgen, die de spoedig verwacht wordende executie der gevelde doodvonnissen zal hebben.
Serang, 9 Maart. Hier is het rustig.
— Den 9n Maart zgn op de Samarang 46 inlanders ingescheept, bestemd voor de wereldtentoonstelling te Parijs, warr zij als tandaklieden, bedienden en bamboewerkers dienst zullen doen; zij zagen er goed uit, zaten goed in de kleeren en waren zeer opgewekt. Ook gingen met dezelfde boot veel voorwerpen mee, welke op die tentoonstelling zullen prijken, onder andere een groot gedeelte van de bamboehuizen. De heer mr N. P. Van den Berg en andere leden van het comité hadden de zorg voor een en ander op zich genomen.
— Onder eenige reserve weet men aan het Soer. Hand. mede te deelen dat de soesoehoenan van Solo in een vertrouwelijk schrijven aan den opperlandvoogd van N. I. eenige bezwaren heeft voorgedragen omtrent de wijze waarop, met verkorting der rechten van de apanage-houders, sommige huurders van landerijen zich weten te onttrekken aan de verplichte hommages die zij, krachtens de huurcontracten van die apanages, verplicht zijn na te komen (in de plaats der apanage-verhuurders).
— De soesoehoenan van Soerakarta en de sultan van Djokdjakarta zullen in het vervolg voor de gouvemements-koffie krijgen ƒ 11.66 per pikol, en de hoofden van hei Mangkoe Negorosche en Pakoe Alemsche huis ƒ 26.66.
— Het inlandsche hoofd, dat op Noord-Borneo tegen de Br. North-Borneo Company in verzet was gekomen, heeft het hoofd in den schoot gelegd, nadat zijn benting te Galila was genomen.
— Een renteloos voorschot van ƒ 200,000 is ten behoeve van den pangeran Adipati Ario Praboe Prang Wedono door den resident van Soerakarta aan de Regeering gevraagd.
— Omtrent de sereh vernamen wij dat die in de ommelanden van Soerabaia nog van weinig beteekenis is, terwijl ze in Probolingo nog in het geheel niet te bespeuren zou zijn. In Mei a. s. worden weder beduidende aanvoeren van Borneo-bibit verwacht. Sommigen zijn er op bedacht het rietland alleen aan te planten en aan de fabrieken van de hand te zetten. Daarvoor zouden thans o. a. gronden gezocht worden op Madura, het exploitatieveld van de opgeheven suikerfabriek Tedja.