Eene reis om de wereld/1
| Eene reis om de wereld (1880) door Doeke Hz Hellema | Van Nederland naar Lissabon. → |
| Uitgegeven in Nieuwediep door J.C. de Buisonjé en Zoon. |
[ 1 ]Bij heerlijk, zacht herfstweder verlaat den 12n October 1874 het Nederlandsche oorlogstoomschip Curaçao de reede Texel, statig in den wind op stoomende, onder het lossen van 15 minuutschoten.
De Curaçao is een flinke zeebouwer, in 1863 te Vlissingen van stapel geloopen, heeft veel dienst gedaan, werd steeds voor groote en belangrijke reizen gebezigd; gladdeks houten corvet met vol, hoog, zwaar driemasttuig, 250 p.k. stoomvermogen, gewapend met 6 metalen en 8 ijzeren kanonnen (16 c.m.), bemand thans met 238 man, en bergt hoogstens 300 ton steenkolen. Te Amsterdam heeft deze bodem verleden jaar eene belangrijke vertimmering ondergaan, waardoor de wapening zeer gewijzigd werd, de bergruimte voor kolen verminderde en de betimmering van de kajuit verbeterde.
Hoewel dit schip tot de thans verouderde typen van oorlogschepen behoort en dus in den vreemde geene schitterende vertooning zal maken, is het niet te ontkennen dat het geschikt is voor eene langdurige reis, zooals het meermalen goed heeft volbracht.
En onze reis zal eene langdurige, moeitevolle zijn: de instructie voor den kommandant luidt, dat de bestemming is naar Batavia, via Rio de Janeiro (vervangen door Buenos-Ayres, omdat te Rio de Janeiro thans de gele koorts heerscht), Kaap Hoorn, Valparaiso, Callao, San Francisco en Yokohama, alwaar nadere orders moeten worden afgewacht. We zijn dan ook voor 6 maanden van victualie voorzien en hebben ons met bijzondere zorg uitgerust, ieder in zijn dienstvak, elk voor zijn persoon. — Inzonderheid is voor de vitale krachten ditmaal goed gezorgd. Het maken eener behouden reis is ons aller doel, want lang zal deze reis duren, vele zullen de moeiten en zorgen zijn, groot kunnen de bezwaren, hinderpalen en rampen zijn.
Aan het hoofd van dezen bodem staat de zorgvuldige kapitein ter zee J.A. Vandevelde. De overige leden van den Etat-major zijn: Luit. t/z. 1e kl. 1e officier A.J. Willekens, Luitenants t/z. 2e kl. J.D.A. Nederburgh, [ 2 ]W.A. Buytendijk, O. Kreet de Virieu, Jhr. W. Laman Trip; Officieren van gezondheid, 1e kl. Dr. D. Hellema, 2e kl. Dr. G. A. Haremaker; Officier van administratie 1e kl. J.H.C. ten Hove; Adelborsten le kl. O.H. Kuyck, C.F. de Ruyter de Wildt, R. Betz, R. Rudolph, L.A.T.J.F. van Oijen, Jhr. G.S. Boreel, P.C.W. Vandevelde, J.M.M. Pfeill, W.B.J. van Eyck; klerken: J.F. de Meester en H.A. Engeringh.
Onder de equipage bevinden zich velen die, vooral om hunne lichaamskrachten en gezondheidstoestand, eigenlijk geenszins geschikt zijn om de reis rondom de wereld mee te maken; de ondervinding der laatste dagen vóór de reis had mij geleerd, dat het mij weinig baatte, door de zwakken te evacueeren — nagenoeg even ongeschikten moesten deze vervangen: zoo arm aan sterke manschappen is thans onze Marine! Verdubbelde waakzaamheid voor het zwakke deel der equipage, doch vooral eene gelukkige reis, moeten aanvullen, wat aan de validiteit ontbreekt. Gevaarlijke kansrekening. Wij gaan dus naar zee met 238 kop, waarvan 14 onder geneeskundige behandeling. Onder deze 238 bevinden zich 16 vreemdelingen. Hun ouderdom en lichaamsgestel is als volgt: van 14—20 jaar, 49 sterke gestellen, 16 zwakke; van 21—30 jaar: 106 st., 25 zw.; van 31—40 j.: 21 st., 8 zw; van 41—50 j.: 6 st., 6 zw.; boven 50 j. 1 st.
Het was een onaangename tijd, dien wij doorbrachten van den 17 Augustus tot den 12 October, terwijl onze bodem zich op de marinewerf, op de haven en sedert 8 October op de reede Texel bevond. Het waren dagen van onbestendigheid, waarin de banden van het familie- en maatschappelijk leven losser gemaakt werden, waarin wij na veel wanorde, eindelijk tot orde kwamen, waarin we ons moesten voorbereiden om de grootste reis te ondernemen die op aarde mogelijk is. Nadat de zeildag op den 5 October was bepaald, werden we nog door eene mingunstige weersgesteldheid en vertraging in de victualeering opgehouden.
Daar vangt dan de bevallige oorlogstoomer zijn belangrijken tocht aan; niet zonder bezorgde gemoederen gaan we eene onzekere toekomst tegen; zullen we de vaderlandsche kusten, die al flauwer en flauwer zichtbaar worden, ooit terugzien? Vol hoop en vertrouwen wenschen we elkander in de kajuit, op het voorbeeld van ons hoofd, eene voorspoedige reis, gelijk zoovelen in den lande op ditzelfde oogenblik hierin medestemmen door hunne wenschen en gebeden.