Eene reis om de wereld/II
| ← Van Nederland naar Lissabon. | Eene reis om de wereld (1880) door Doeke Hz Hellema | Van Lissabon naar Rio de Janeiro. → |
| Uitgegeven in Nieuwediep door J.C. de Buisonjé en Zoon. |
II. VERBLIJF TE LISSABON (29 Oct.—17 Nov.).
Gedurende ons verblijf op de Taag, vóór Lissabon, nam de luchttemperatuur, die sedert ons vertrek uit Nederland voor ons van 14° C. tot 22°5 C. gestegen was, weder af tot 17.5°C.; de morgens en avonden werden al koeler en koeler. Enkele regendagen uitgezonderd, was de weersgesteldheid zeer aangenaam en behoorde eene wandeling in de heuvelachtige stad tot de geliefkoosde uitspanningen, waartoe de gunstige ligging van het schip, nabij het Centraalhotel, ons zonder moeite en veel onkosten in staat stelde. Overal waar de Curaçao het anker laat vallen, wordt eene "shoreboat" gehuurd, die den geheelen dag ten dienste van het schip is.
Nagenoeg steeds was de lucht helder en woei een verkwikkende bries uit het Noorden tot Oosten. Aan deze gelukkige omstandigheid is het toe te schrijven, dat de vermindering der tusschendeksruimte, die dagen lang bleef bestaan, geen nadeeligen invloed uitoefende op den gezondheidstoestand der equipage, omdat hun verblijf dag en nacht met zorg kon worden geventilleerd. De vele werkzaamheden in het tuig werden door geene regens belemmerd en hadden, bij het frissche, milde weder en de dagelijksche ververschingen, eene voordeelige uitwerking op de bemanning. In gevolge eener uitnoodiging van den kommandant om te adviseeren in zake ververschingen, adviseerde ik om deze gedurende ons verblijf alhier steeds te verstrekken. Op eene langdurige zeereis moet men zooveel mogelijk versch vleesch en groenten eten, als voorbehoedmiddel, onder meerdere, tegen scheurbuik.
De ligging van Lissabon wordt in schoonheid slechts door ééne Europeesche stad overtroffen, Constantinopel; door Napels alleen geëvenaard. Even als Napels steeds bedreigd wordt door den Vesuvius, zoo Lissabon door aardbevingen (anno 1009, 1117, 1146, 1344, 1356, 1531, 1579, 1699, 1722 en 1755). Lissabon ligt op 38°42' N.Br. en 9°5' W.L. (Greenwich) aan den noorderoever van de Taag, waar de rivier zich tot een meer verbreedt, 9 eng. mijlen voordat zij zich in zee stort. Hoofdstad des rijks, zetel van den Patriarch, van het gouvernement, van het hoogste burgerlijk [ 8 ]en militair gerechtshof, en van een van de 17 distrikten, waarin Portugal is verdeeld. Volgens den census van 1864 bedraagt de bevolking 163.763 binnen de muren en met inbegrip der voorsteden ongeveer 200.000 zielen; in 1874, 224.000, volgens den Almanach de Gotha. Een enkele blik op de kaart toont aan, dat Lissabon bestemd is, om een der drukste havens van de wereld te worden, zooals ze reeds een der beste is. De handel tusschen Z. Amerika en Europa is met groote snelheid toenemende en de handelsbetrekkingen met Afrika worden dagelijks belangrijker. Reeds is Lissabon met de aangrenzende landen door ijzeren wegen verbonden, en met wat minder apathie der kapitalisten kon de tijd tot op de helft van den tegenwoordigen verminderd worden, om passagiers en mails van geheel Europa naar Z. Amerika en Afrika over te brengen; niet alleen winst in tijd, doch ook in veiligheid, omdat het gevaar der Noordelijke Zeeën ontweken wordt. Er is evenwel ééne oorzaak, die de verwezenlijking van dat alles tegenhoudt, en dat is de apathie van den Portugees; reeds terstond bij onze aankomst vertelde ons de Ned. consul dat de handel en industrie grootendeels in handen is van vreemdelingen, Engelschen, Franschen, Duitschers.
Lissabon is op een aantal heuvelen gebouwd; vroeger 7, zijn er thans meer, door de opname binnen de muren van St. George Kastel, Graça, Nossa Senhora del Monte, Penha de França, campo de Sant Anna, Buenos-Ayres, Chagas Santa Catharina, S. Vicente en S. Roque.
Het panorama, dat zich bij het opstoomen der Taag voordoet, is bij ieder bekend als onvergelijkelijk schoon en oefent een betooverenden indruk uit op hem, die eenigen tijd niets dan water en lucht zag.
Kaap Roque omstevenende, komen achtervolgens in het gezicht de dorpen Cascaes, Carcavellos, Oeïros en Paço d'Arcos, gelegen in bergkloven, rijk aan kleurschakeeringen, met de grijze bergen van Cintra op den achtergrond, gekroond door het tooverachtig gelegen paleis van Dom Fernando, terwijl aan den tegenovergestelden rivieroever de bleek-blauwe Arrabida-bergen tot aan kaap Espichel den horizon begrenzen, en op den voorgrond het visschersdorp Trafaria verschijnt.
Eerst bij de nadering van Belem wordt de hoofdstad zichtbaar. De bekoorlijke toren van Belem, met de plaats, waar Vasco de Gama landde bij zijne terugreis uit Oost-Indie, trekt terstond de aandacht. Een weinig verder is het beroemde Jeronymitenklooster, gesticht door Dom Manuel de Groote, ter herinnering aan de ontdekkingen van Vasco de Gama. Hooger op is de kerk van de Memoria en het verbazend groote, onvoltooide paleis van Ajuda, thans (in den winter) het verblijf van de koninklijke familie, begrensd door groene, met windmolens bedekte heuvelen.
[ 9 ]Verder de Taag op, komt men opvolgender wijze voorbij het Astronomisch observatorium, te midden van olijfbosschen; de merkwaardige waterleiding (bekken); de industrieele voorstad Alcantara; het asyl voor gebrekkige zeelieden; het paleis Necessidades van Dom Fernando, den vader des konings; het paleis van den markies de Pombal, laatstelijk de residentie van den keizer van Brazilie; — totdat boven alles de dom van de Estrella zichtbaar wordt.
De nieuwe boulevard, Atterro da Boa Vista, voorbijkomende, met de kerk van Chagas daarboven, komen wij aan het hart van de stad, de Praça do Commercio of Black horse Square, waarvan rechts het tolkantoor en links het Marine-arsenaal. Verder oostwaarts, aan de helling van een heuvel, komt de oude kathedraal en op den top van den heuvel het St. George kasteel, verder de kerk en klooster van St. Vincent, de onvoltooide Obras de Santa Eugracia en het station.
De ligplaats van de Curaçao is een eindweg beneden het Marinearsenaal, voorbij hetwelk alleen Portugeesche oorlogschepen mogen ten anker komen. Wij liggen ongeveer tegenover het midden van den boulevard da Boa Vista, een klein kwartier roeiens ten westen van het Centraal-hotel, een groot rood blokvormig gebouw, digt bij den oever. Het is niet wel mogelijk, om het bekoorlijk ensemble te beschrijven, vooral bij een gezicht van uit het midden der rivier in den vroegen morgen. Als de zon klimt, schitteren de met azulejos bedekte daken en de met gekleurde tegels opgezette muren der gebouwen, terwijl in den avond de duizenden lichten van de terrasgewijs gebouwde stad eene reusachtige illuminatie imiteeren.
De overzij van de rivier, de outra-banda, heeft een geheel ander voorkomen; hier naakte heuvelen, steil aan den rivierkant, met Cachilhas tegenover het arsenaal en Almada iets westwaarts.
In den winter is het klimaat van Lissabon versterkend en verfrisschende, zooals wij tot ons voordeel hebben ondervonden; in den zomer evenwel is het uitermate heet, zoodat alsdan het hof te Cintra verblijf houdt. In Juli en Augustus toch is de maximaal temperatuur in de zon hooger dan te Rio Janeiro, hoewel de gemiddelde temperatuur te R. d. J. hooger is dan te L. In den zomer is de N.wind heerschende.
De plotselinge afwisselingen in temperatuur gedurende den dag kunnen niet voordeelig zijn voor aandoeningen der ademhalingswerktuigen, en toch wordt Lissabon door de Engelsche medici aanbevolen als een geschikt verblijf voor teringlijders. De winters zijn zeer zacht, sneeuw valt er zeer zelden. Toen in 1825, 1829 en 1836 er veel sneeuw viel, vlood de domme menigte uit angst naar de kerken.
[ 10 ]Het jaar is verdeeld in winter, van December tot Maart; lente: April, Mei; zomer van Juni tot September; herfst: October, November. Voor gelijke breedte in Amerika zijn de jaargetijden alhier vroeger; de abrikoos, persik en kers bloeien te Lissabon in de eerste week van Februari; in Lexington eerst in 't begin van April. Groene erwten en aardappelen vindt men te Lissabon reeds in Maart in overvloed. De herfstregens beginnen in October, doch na 11 November volgen steeds eenige schoone dagen: Verâosinho de Sâo Martinho (Sint Martinus kleine zomer). Gedurende December, Januari en Februari vallen hevige regens. In Maart is het weder zeer veranderlijk. In April komen veelvuldig zachte regenbuien voor. Van Mei tot September is de hemel in den regel onbewolkt.
De volgende opgaven, omtrent temperatuur en gevallen regen zijn afkomstig van het observatorium van den Infant Dom Luis:
Men kan de stad Lissabon verdeelen in een hoog gedeelte, op heuvelen gebouwd, de oude stad; en in een laag gedeelte, de Baixa genoemd, dat [ 11 ]of langs de rivier zich uitstrekt, of in het oude gedeelte ingrijpt, nl. dat gedeelte wat in 1765 na de aardbeving, door den markies de Pombal is herbouwd en wel het schoonste gedeelte van Lissabon is; hier wordt, nabij de rivier, de Prâça do Commercio gevonden, een ruim, vierkant plein, omgeven door schoone gouvernements-gebouwen: ministeriën, tolkantoor, beurs, stadhuis, en in het midden waarvan het ontzaglijke ruiterstandbeeld van Joseph I verrijst, in donker gebronsd koper, waarnaar de naam "black horse square" aan het plein is gegeven. Aan de N.zijde van het plein, in het midden, bevindt zich de beroemde "Arco da rua Augusta", welke boog omgeven is door standbeelden en toegang verleent tot eene lange, rechte, breede straat van prachtige gebouwen, parallel met welke nog twee schoone straten loopen.
Nog een tweetal monumenten wekken de bewondering, dat van Pedro IV op het Praça de D. Pedro, en het standbeeld van de Camoëns op het gelijknamig plein van geringen omvang.
De stad is rijk aan paleizen en kerken, waarvan eene korte, bondige doch voldoende beschrijving gegeven is, zoomede van alle bijzonderheden van Lissabon, in het pas verschenen werkje: A guide to Lisbon bij J.A. de Macedo. 1874.
Bij onze dagelijksche wandelingen door de stad vertoefden we gaarne in de Passeio publico en in de Passeio d'Estrellas. Geïntroduceerd zijnde in de litterarische societeit, of club der aanzienlijken, rustten wij hier meermalen uit. Het St. José Hospitaal en het Marine Hospitaal werden bij herhaling door mij bezocht, en vond ik hier steeds eene zeer welwillende ontvangst.
De middelen tot vervoer in stad en omstreken zijn goede rijtuigen en een zeer goed bediend paardenspoor; dit laatste bevindt zich alleen in het effene, lage gedeelte der stad, de Baixa, en langs de rivier, tot Alcantara en Belem (voorsteden). Fransch en Engelsch sprekende en voldoende voorzien van Engelsch geld, kan de vreemdeling, vooral uit Noordelijk Europa, gedurende de wintermaanden, te Lissabon een zeer genoeglijk leven leiden in de goed ingerichte hotels. Voor den zeeman is deze stad een alleraangenaamst station en als zoodanig, vroeger althans, bij de Nederlandsche Marine bekend.
Wij kwamen niet in aanraking met Portugeesche familien, waartoe ons het voorname introductie-middel, het kunnen spreken van de landtaal, ontbrak. Het spreken van Portugeesch en Spaansch is een noodzakelijk vereischte voor hem die niet alleen het Iberisch schiereiland, doch mede Zuid Amerika bereist. Hoeveel gaat door dit gemis niet voor den bezoeker [ 12 ]verloren! Te Lissabon waren onze kennissen de Nederlandsche consul, Muurling, en de Minister Resident, Mr. Everwijn, die we van tijd tot tijd ontmoetten, zoowel aan boord als in hunne woningen. De laatste, coelibatair, noodigde ons op een officieel diner.
Het doel van ons toevallig verblijf te Lissabon werd goed bereikt. Een particuliere scheepstimmerman leverde aan de Curaçao twee nieuwe stengen en werd met zijne hulp het tuig nauwkeurig nagezien.
Gedurende ons verblijf alhier konden we brieven wisselen met onze betrekkingen in het Vaderland; bij onze aankomst zond ik een telegram af, wat groote gerustheid gaf, omdat men in het vaderland zeer bezorgd was over het lot van de Curaçao; immers kort na ons vertrek had een hevige storm dagen lang in het kanaal en de Noordzee gewoed. De brieven kwamen in eene week over.
Gewoonlijk doet de bezoeker van Lissabon een tocht naar de zomerresidentie Cintra, wat geschieden kan per spoortrein of per rijtuig. Even als andere uitstapjes, zooals naar Belem, naar het groote reservoir der waterleiding, stelde ik zulks uit tot na het bezichtigen van de stad zelve. Hen enkele maal bezocht ik per stoomboot, waarvan er twee steeds heen en weer varen, den overkant van de Taag, het plaatsje Cachillas, alwaar de scheepsbouwmeester, Sapaya Jr., een Portugees die Engelsch sprak, onze gids was (hij maakte onze stengen); de heer Sapaya toonde ons zijne drooge dokken, in de rotsen uitgehouwen en waarbij de eb en vloed der rivier worden gebruikt. Wij bezochten, al klimmende, het westwaarts op den hoogen steilen oever gelegen dorp Almada, alwaar ik op een verheven punt, naast het kerkhof van Almada, een heerlijk vergezicht genoot, geheel Lissabon aan den overkant der schoone rivier voor mij, naar zee toe het Cintra-gebergte in het verschiet, rechts van Lissabon de enorme komvormige verbreeding van de rivier en aan de zuidzijde van deze kom, de blauwende bergen landwaarts in.
Lissabon is goed voorzien van heerlijk water, dat door de „Aqueducto das aguas livres" uit het cintra gebergte wordt aangevoerd naar de talrijke fonteinen, "Chafarizes" vanwaar de waterdragers "aquadeiros" of "Gallegos," die georganiseerd zijn, het water verder vervoeren; van deze aquadeiros zijn er steeds een troep bij iedere fontein aanwezig, allerlei vaatwerk vullende. — Ze zijn tevens de aangewezen brandblusschers, alsdan dienstdoende bij de "bombas," brandspuiten. Brand is zeer gevreesd te Lissabon — de huizen zijn vrij hoog en het water is er schaarsch.
Op eene eigenaardige wijze worden de meeste woonhuizen gebouwd, ten einde het plotseling instorten bij aardbeving te voorkomen. Men bouwt [ 13 ]eerst het houten geraamte, voor alle etages, voor alle vertrekken, dat stevig in elkander zit en hieromheen en hiertusschen worden de buitenmuren en binnenmuren opgetrokken. Voor de groote, publieke gebouwen, zooals ik aan het in aanbouw zijnde stadhuis op de Prâça do Commercio, opmerkte, tracht men de stabiliteit te verkrijgen door enorm dikke muren.
De pleinen, doch vooral de publieke tuinen in de stad zijn eene weldaad voor de bewoners, althans voor het goed gekleede deel dezer. Drie dezer tuinen werden bij herhaling door mij bezocht, de Passeio publico of P. do Rocio, in de Baixa; de Passeio da Estrella, nabij de Estrella kerk (de Basilica do coraçâo de Jesus) op de hoogte Buenos Ayres, zoo genaamd omdat dit wel het gezondste gedeelte van Lissabon is, (waar dan ook de meeste Engelsche familien wonen), en de Prâça do Principe real, nabij eene prachtige fontein. — In de Rocio en Estrella tuinen was tweemaal 's weeks muziek; zulke wandelplaatsen, alwaar alles voor het genoegen en het gemak van het publiek is ingericht, fraaie bloemperken, zitplaatsen in overvloed, uitgestrekt terrein, — alwaar geene gelegenheid is een cent te verteeren, mist men in ons goede Vaderland, althans in het centrum der groote steden. Het is alleen een vereischte dat men als fatsoenlijk mensch gekleed is, anders wordt men door de portiers geweerd.
Opmerkelijk is, niet alleen in de tuinen, doch overal in de stad, de deftige houding en gang der Portugeezen, hunne veelal nette kleeding, de lijvigheid der dames nadat de jeugd voorbij is, de stille bedrijvigheid en goede manieren op straat: men hoort geen geschreeuw, men ziet geene stuitende manieren, ieder gaat bedaard zijn gang. Een Portugees, die zich respecteert, en dat doen ze, zal men met geen pakje op straat zien loopen; zoo verhaalt men dat, toen de inwoners van Coimbra voor de Franschen de vlucht namen, de vrouwen wel alles meedroegen wat zij konden, doch dat de mannen liever alles verloren, dan dat zij zich verlaagden tot pakkedragers. Ze zeggen dan ook: God schiep eerst den Portugees en toen de Gallegos (Spanjaarden uit Gallicie) om hem te bedienen.
Deze Gallegos nu doen het vernederende werk in de stad, het kruierswerk; men vindt er ongeveer 3000; evenals de Duitsche grasmaaiers in ons land, de Iersche werklieden in Engeland, de Chineezen in Java en andere landen, zoo tracht de arme Spanjaard uit Gallicie door hard werken in de Portugeesche steden, zijn lot te verbeteren.
De Lissabonsche Portugees is op straat verder kenbaar, doordat hij steeds de schaduwzij der huizen opzoekt; hij is bang dat de zon zijne bruine tronie doet verbleeken. In den zomer is deze vrees voor de zon wel te begrijpen, want dan moet het er in de hellende straten, zoowel als in de lage [ 14 ]stad, onuitstaanbaar heet zijn. Daarbij heeft de dag te Lissabon iets eigenaardig schitterends; deze, zoogenaamde reverbatie, schittering, der lucht is zeer sterk, waarom wij onze stroohoeden en coquille-oogglazen trouw gebruikten. — Het bleeken en droogen van linnen, zooals ik in de Hospitalen zag, geschiedt in de zon in zeer weinig tijd. — In zijne woning zoekt de Portugees, vooral des winters, de zonzijde op, wetende dat het op die plaats in de stad niet deugt, welke door de zon nimmer beschenen wordt.
De Italiaan zegt: "Dove non entra il sole entra il medico" (waar de zon niet binnenkomt, daar doet zulks de doctor).
Bij onze komst te Lissabon troffen we nog heerlijke druiven aan en weinige dagen daarna waren ze niet meer te krijgen; de tijd was voorbij. De heerlijkste sinaasappelen zag ik in kolossale hoeveelheden aan de kade verschepen.
Alle levensbehoeften zijn hier tamelijk duur—misschien iets goedkoper dan in Nederland. Als leverancier van de dagelijksche mondbenoodigdheden voor de equipage en officieren hadden we een zeer geschikt persoon, natuurlijk een vreemdeling, een Duitscher.
De geldswaarde wordt in Portugal naar milréis en réis berekend; voor welk eerste het teeken 5 gebezigd wordt; 875 réis is in waarde ongeveer gelijk aan een gulden. De in omloop zijnde munten zijn de gouden van 5 en van 2 milréis, de Engelsche gouden munten, zilveren Portugeesche munten van 500, 480, 240, 209, 120, 100, en 50 réis en koperen stukken van 40, 20, 10 en 5 réis.
Papieren geld natuurlijk in overvloed, waarmeê we ons evenwel niet inlieten, hier evenmin als in de overige landen, die we later bezochten.
Velen onzer bezochten meermalen de Italiaansche opera in het Theatro de S. Carlos; hier treden veelal beroemde zangeressen op: de koninklijke familie bezoekt dit theater geregeld. Onuitstaanbaar is echter de hitte en benauwdheid gedurende de voorstellingen.
Jaarlijks wordt te Lissabon de sterfdag van den vorigen koning op bijzonder plechtige wijze herdacht. Zoo werd ons kennis gegeven dat zulks den 11 Nov. zou plaats hebben en werd de état major uitgenoodigd door onzen Minister-Resident om de plechtige mis in de Cathedral, Basilica de Santa Maria Major, of Sé de Lisboa, bij te wonen. Den geheelen dag hoorden we van de reede klokkengelui en kanonschoten. Ook de Curaçao deed ten 12 uur een saluut van 21 schoten. Ik verkoos in gemakkelijke burgerkleeding door de stad rond te dolen, boven het in groot uniform adsisteeren aan eene dergelijke vertooning. In de club ontmoette ik een paar officieren van de Curaçao in groot uniform, die eene zonderlinge ontmoeting hadden gehad. [ 15 ]Zich bij vergissing naar de Sacramento kerk begevende, om te voldoen aan de uitnoodiging, denkende alhier de groote mis te zien celebreeren, waren ze tegenwoordig bij eene aanzienlijke begrafenisplechtigheid; tot het laatst waren ze dupes hunner vergissing. Op eene komische wijze werd zulks door een hunner aan tafel verteld.
Op zekeren dag, van eene wandeling naar de Estrellatuin terugkomende, ontmoette ik 2 lijkstaatsiën; de eerste was de begrafenis van een soldaat; door 6 soldaten aan de handen gedragen, lag het lijk op eene eenvoudige baar, bedekt met een groen kleed, met verguldsel rijkelijk afgezet; de andere trein was zeker zeer deftig: immers de lijkwagen, door 4 paarden getrokken, in vergulden harnachementen, was van een eleganten, ouderwetschen vorm, zwaar verguld, gevolgd door. eene eveneens zwaar vergulden kar, door 2 paarden getrokken, van antieken vorm, waarin twee opgetooide, biddende geestelijken zaten. Een 12tal gewone rijtuigen volgden, alles in den gewonen draf. Het rijtuig, waarin de priesters zaten, wordt "berlinda" genoemd, — zooals zulke in de vorige eeuw gebruikt werden.
Het aantal kerken en kloosters is te Lissabon verbazend groot. Men vindt er zeer oude onder, uit de Romeinsche en Moorsche tijden afkomstig, waaraan belangrijke historische bijzonderheden verbonden zijn.
Eene merkwaardige en zeer nuttige stichting is het "Hospital real de S. José; door de Jezuiten in 1593 opgericht, voor hun beroemd college "Santa Antâo", werd het sedert de verdrijving dezer door Pombal tot Hospitaal. De ingang tot dit Hospitaal is even zonderling als indrukwekkend. Op den top van een heuvel gelegen, ziet men het eerst de verbazend groote ruïne van het schip der vroegere kerk, als eene der weinige nog aanwezige herinneringen van de aardbeving van 1755. Boven de poort, zamengesteld uit de bouwstoffen die de ingestorte kerk leverde, bevindt zich eene door marmeren beelden omgevene inscriptie: "Monumentum hoc ad perpetuam memoriam restaurationis Portugalliae, etc. MDCCCXL" Verschillende gebouwen, door binnenhoven afgedeeld, door groote en ruime gaanderijen verbonden, zijn grootendeels ingericht voor ziekenzalen. Van verdiepingen is nauwelijks sprake, omdat het sterk hellende terrein deze voor den vreemdeling haast onkenbaar maakt. Uitgestrekte kolonnades, overdekte verbindingsgangen tusschen de deelen der inrichting, dienen tot wachtplaatsen van hen die hulp komen zoeken, of tot wandelplaatsen bij regenachtig weder. „De heer F. Alberto d'Oliveiro, "Facultativo do Hospital de S. José, Director," deed mij de eer aan, zelf mij rond te leiden en mij voor te stellen aan sommige geneesheeren die nog met hunne visites op de ziekenzalen bezig waren.
Een zeer bezienswaardig gedeelte van de inrichting is de keuken, waartoe [ 16 ]een hooge corridor toegang verleent. Eene koepelvormige ruimte, enorm hoog en zeer ruim, naar boven uitloopende in een glazen koepeltje, waarvan de zijden naar willekeur geopend en gesloten worden door een toestel, die beneden behandeld wordt. Hoewel hier voor 1400 menschen gekookt wordt, was de temperatuur op manshoogte nauwelijks hooger dan die buiten. Nabij dezen kooktempel bevindt zich de even doelmatige als spatieuse dispense, het magazijn van levensmiddelen; in eene aangrenzende schuur lagen groote hoeveelheden granen en peulvruchten.
Zoowel in deze magazijnen, in de keuken als op de ziekenzalen, alwaar ik bij de distributie der spijzen tegenwoordig was, heb ik mij kunnen overtuigen, dat de voeding in het Josephshospitaal eene zeer goede is.
Het op korten afstand van het Hospitaal zich bevindende gebouw voor de wasch is mede zeer doelmatig. In het midden dezer ruime, luchtige localiteit bevinden zich eenige marmeren waterbekkens, waaraan een 20tal vrouwen haar werk verrichten. Het linnen is vooraf gekookt in houten kuipen, ter middellijn van 1½ meter, waarvan een zevental langs een der zijden van het gebouw zijn opgericht; de inhoud wordt aan het kooken gebracht door heete lucht, die in de kuip dringt langs eene op den bodem zich bevindende, als slang opgerolde looden buis, welker wand met gaatjes voorzien is. Een der hoeken van de ruimte is ingenomen door eene centrifugaal-droogmachine, terwijl het droogen voleindigd wordt in de droogkamer, in een anderen hoek aanwezig. Langzamer, doch nog altijd zeer spoedig, heeft het droogen plaats bij zonnewarmte, waartoe in de nabijheid van het waschhuis eene opene plaats aanwezig is. Bij het bezoek van een hospitaal hebben twee zaken voor mij veel waarde, nl. de keuken en de wasch. Ventillatie der ziekenzalen, de inrichting der privaten en de apotheek zijn mede belangrijke deelen, om op te letten. Dit alles nu is uitstekend goed in dit groote Hospitaal, zoomede is de wijze van verpleging, door soeurs de charité, liefdevol en de behandeling der artsen humaan; de geneeskundige hulp geschiedt door 24 medici, die tevens in de stad praktizeeren en waarvan de meesten docenten zijn aan de Escola medico-chirurgica de Lisboa, waarvan het gebouw grenst aan het Hospitaal, terwijl beide inrichtingen administratief geheel gescheiden, doch door banden van onderwijs innig verbonden zijn.
De gezamenlijke uitgaven van het Josephshospitaal bedragen gewoonlijk per jaar 200.000 milréis, of ongeveer 530.000 gulden, waarvan 84.000 milréis voor de voeding. leder lijder kost met alles per dag 90 cts. Holl. Deze uitgaven worden gedekt 1°. door de renten van de bezittingen der inrichtingen, voortspruitende uit landerijen, die gedeeltelijk de huur in natura [ 17 ]opbrengen, en uit effecten; 2°. voor een klein gedeelte uit de restitutie van betalende lijders; 3°. door giften en legaten; 4°. wat op geene andere wijze gedekt kan worden, door de municipaliteit.
Het is natuurlijk dat ik het Marine Hospitaal te Lissabon niet onbezocht mocht laten; op een der eerste dagen van ons verblijf begaf ik mij derwaarts per tramway. Het Hospital del Marinha is gelegen in de Campo de Santa Clara, oostwaarts van de St. Vincentkerk, aan het oostelijk gedeelte van de stad, nabij den oever der rivier, doch vrij hoog boven deze; vroeger een klooster, werd het in 1797 tot een Hospitaal ingericht. De ligging is zeer gelukkig met een ruim uitzicht op de rivier van af balkons, van de verschillende verdiepingen, en van uit den kleinen, netten tuin. De dirigeerende officier van gezondheid, Carlos Guilherme de Farina e Silva, een overste, 32 jaar lang officier van gezondheid, had de beleefdheid in persoon ons rond te leiden. Dit Hospitaal kan 350 zieken opnemen, heeft dus het vierde van de grootte van het St. Jozephs Hospitaal, doch behoeft in orde en netheid voor dit groote Hospitaal niet onder te doen. Voor ruim 16 jaar werden hier vele lijders aan oogziekte van de Nederlandsche oorlogschepen behandeld. Onder de merkwaardigheden van dit Hospitaal merkte ik de badkamer op: in een koepelvormig lokaal bevindt zich een 12tal, in den grond gelaten marmeren badkuipen, radiair geplaatst, in het centrum van welke de gemeenschappelijke afvoerbuis zich bevindt. Of deze vreemde badkamer doelmatig is, betwijfel ik zeer.
Op een der laatste dagen bezocht ik het Arsenal da Marinha, eene soort van marinewerf, alwaar zich ook de marineschool voor adelborsten bevindt, zoomede het koloniaal museum. De aanwezige marine is niet groot. Op de reede liggen slechts drie kleine Portugeesche oorlogschepen, een corvet, een schroefstoomschip en een aviso.
Het korps officieren van gezondheid, uit burger-geneeskundigen gerecruteerd wordende, bestaat uit 24 leden, n.l. l kolonel inspecteur, l overste, 2 majoors, 8 kapiteins en 12 eerste luitenants doctors. Het grootste deel der Marine bevindt zich in Afrika en in de Indiën.
Hoeveel belangrijks voor mij te Lissabon en omstreken nog te bezoeken overbleef, zoo waren wij allen toch recht verheugd dat den 17 November 's morgens ten ruim 9 uur het anker gelicht werd, om onze reis te vervolgen.
Een ministerieel telegram, eenige dagen vroeger uit Nederland ontvangen, bepaalde onze reis naar Rio de Janeiro, vanwaar nu de gele koorts geweken was.