Eli Heimans (1906) - Wandelen en Waarnemen/29

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
XXVIII.
In Artis
Wandelen en Waarnemen: schetsen uit het leven van planten en dieren (1906) door Eli Heimans

XXIX. Artismaand

XXX.
Rotganzen
Wandelen en Waarnemen werd gepubliceerd in 1906 te Amsterdam bij Van Holkema en Warendorf. Dit werk is in het publieke domein.


[ 194 ]
 

XXIX.

Artismaand.


 

Wie door omstandigheden geen lid van Artis kan zijn, heeft in de Septembermaand gelegenheid een kijkje te gaan nemen.

Om te volte hoeft niemand weg te blijven; een paar duizend menschen loopen er elkaar niet in den weg, en voor de variatie kan men zich met de bezoekers, die voor ons staan en 't gezicht benemen, evengoed eens eventjes amuseeren als met de dieren.

Niet zelden is er in de Septembermaand, wat de dieren betreft, wat extra's te kijk. Er worden zomers heel wat zeldzame en mooie dieren in den tuin geboren en daarbij zijn er, die verreweg de meeste menschen maar hoogst zelden onder de oogen zullen krijgen.

Zoo meestal een jonge zebra; het dier heeft nog het lummelachtige, dat alle jonge veulens, ook van de stevige zebra's, eigen is. Dat ligt gewoonlijk aan de pooten, die onevenredig lang schijnen. Maar de teekening van ons zebra-veulentje is zoo keurig, zijn streepjespakje staat het ventje zoo net, dat groote en kleine menschen het met plezier een poosje staan te bewonderen. 't Is zijn mooie moeder in miniatuur, wat de rompteekening betreft; één klein verschil is er dat in 't voordeel van 't kleintje uitvalt. U moet eens opletten, hoe mooi het zebrapatroon op de bovenzijden door slangelijntjes is gevariëerd; die breken het rechte streperige, dat zonder die golfjes wat stijver zou lijken.

[ 195 ] Dan zijn er ook vaak jonge poema's in de roofdierengalerij, het jonge dier is een snoezig poesje; om zoo op de schoot te nemen; het is in September een paar weken oud en nog wat onvast op de pooten, 't kijkt ook nog heel nieuwsgierig naar de menschen en beschouwt zijn moeder's staart als geschapen, om hem tot speelgoed te dienen.

De jonge kraanvogel, het elk jaar terugkeerende cadeau aan Artis van de beide Chineesche vogels die achter in den tuin een villa apart hebben, is al flink gegroeid; hij heeft nog 't bruin met gele jeugdkleed aan, maar stappen doet hij al zoo kranig als pa en ma. Om te schaterlachen is het, als zij met hun drieën parademarsch maken; het jong kijkt schuin naar de pootbewegingen van zijn ouders en tracht het net zoo statig na te doen; wat een enkelen keer mislukt, doch dan trippelt hij gauw weer in de maat, en stap, stap, gaat 't verder.

Het meeste bekijks zal, als 't er weer is, het jonge nijlpaard waarschijnlijk ten deel vallen. Wie het treft, dat het buiten is, of uit of in het bassin wandelt, mag van geluk spreken; dan alleen krijgt men het goed te zien. In 't binnenbassin komt meestal niet veel meer dan de kop boven water, als het met de moeder aan 't stoeien is. Het is wat slanker en wat roziger van tint dan de logge ouders, overigens een goed geslaagd copie, zonder de tandjes.

Er zijn nog meer jongelui. In Augustus wordt er een bison geboren, jaar op jaar. Wat een verschil, dat nuchtere kalfskopje naast den reusachtigen bullekop van den ouden stier.

Hoeveel camera's er al gericht worden op het mooi roodbruine beest, terwijl het zoo ongegeneerd zijn levende melkflesch leeghaalt, is niet te zeggen; maar zelden echter gelukken zulke foto's. Het moeten natuurlijk moment-opnamen zijn [ 196 ] en nog al snel ook, want het jong is vol levenslust en evenals alle kalveren huppelt het graag. Ko wilde maar niet naar de camera zien en Bady sprong onverwachts op den arm van den oppasser

Ko wilde maar niet naar de camera zien en Bady sprong onverwachts op den arm van den oppasser.

Daarbij komt nog de bruine kleur der dieren: de wanhoopskleur van de meeste amateur-fotografen, die niet met honderd-guldenslenzen werken. Ook het dichte bladerdak van den tuin is niet bevorderlijk voor het welslagen van moment-opnamen, hoe zonnig het buiten ook is.

Dat hebben wij voor de zooveelste maal ondervonden, toen we verleden jaar weer eens het onmogelijke beproefden en beide nieuwe jeugdige orang-oetangtjes in vrijheid wilden kieken. Kiekjes nemen van lastig-dartele, ondeugende, eigenwijze of koppige kinderen is al een hachelijk bestaan, op 't atelier van den vakman zoowel als in den tuin of op 't [ 197 ] plaatsje van den amateur. Binnenshuis gaat het heelemaal niet, van wege 't weinige licht. Maar jonge apen onder de boomen, dat is een totaal onbegonnen werk. De kiekjes hierbij zijn dan ook alleen geplaatst om te laten zien, hoe glansrijk 't mislukt is, en om andere amateurs te troosten.

Natuurlijk genieten deze beide mensch-aapjes maar een betrekkelijke vrijheid; ze staan onder behoorlijk toezicht. Toch heeft het groote grasveld voor 't apenhuis een buitengewone aantrekkelijkheid gekregen, sedert daar de beide Borneoërs hun streken mogen uithalen.

Als 't zomerweder 't maar even gedoogt, wordt hun glazen hok geopend, en aan de hand van de oppassers stappen ze den tuin in. Ze zijn daarbij niet uigelaten blij als hondjes, het gaat er veel ingetogener toe; maar ge moet de oogen zien glinsteren en de eenparige versnelling eens bespieden, waarmee de dikbuikjes op 't grasveld toestappen.

Ko was in 't eerst wat stout, hij plaagde Mieke, zijn kameraadje, geweldig, toen kreeg hij een riem om, en hij alleen moest op de bank staan; hoe hij ook beet in zijn klimstok, hij mocht niet verder van zijn plaats dan de riem lang was. Der Dritte im Bunde is Baby, het aardige jonge aapje dat met de zuigflesch is grootgebracht. Hij gaat vrijpostig bij de bezoekers rond, ook buiten het perk, klimt op de schouders van de kinderen en snuffelt in hun zakken of ze ook lekkers voor hem bij zich hebben.

Nu schijnt Ko wijzer te zijn geworden, tenminste van de week mocht hij weer los loopen en hij liet de kameraden tamelijk met rust. Trouwens, men moet zeggen ze zijn merkwaardig gehoorzaam; hun opvoeding is in goede handen, dat blijkt. Wel zullen ze nog menige stoutigheid moeten afleeren.

Dat het echte boomapen zijn, ziet men eerst recht als ze [ 198 ] de hand van de oppasser ontglippen, vlug de ladder opklauteren en verder over, onder en langs de takken van den hoogen eikenboom marcheeren, die midden op het perk staat. De mooie boom vaart er heel slecht bij.

Heimans1906Wandelen p198c.png

Mieke druft niet opkijken en Ko balt de vuist.

 
[ 199 ] De dagelijksche openluchtkuur, de gymnastische oefeningen op 't gras en in boomen blijken uitmuntende middelen te zijn om deze tropische dieren gezond te houden. Langzamerhand zullen ze zoodoende aan de herfstkoelten gaan wennen. Hebben ze nog een paar zomers op die wijze buiten doorgebracht en zijn ze de winters gezond doorgekomen, dan bestaat er gegronde hoop, dat ze zullen acclimatiseeren, volwassen worden en wie weet wat dan nog gebeurt. 't Is hier nog nooit gelukt een Orang-oetang lang in het leven te houden en als 't op deze wijze niet gaat, dan kàn 't ook niet.

Verzuim bij een bezoek aan Artis vooral niet de zaal met de insectariums in te gaan; liefst als het er niet erg vol is. Wat er te zien is, spreekt uit duidelijke opschriften en teekeningen boven en onder de glazen huisjes. Steeds worden er eenige zeer merkwaardige kleine beestjes ingebracht; mierenleeuwen zijn er vaak ook; meestal echter zitten ze onder 't zand, zoodat de kijkers ze tevergeefs zoeken.

Vraag de oppassers maar naar 't meest belangwekkende.