Essays van Montaigne/Deel 1

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deel 1[bewerken]

  • I. Op verschillende wijzen bereikt men hetzelfde
  • II. Over het verdriet
  • III. Dat waar we om geven reikt tot voorbij ons eigen leven
  • IV. Hoe we ons door onze passies op het verkeerde richten in plaats van op het ware
  • V. Moet de leider van een belegerde plaats naar buiten om te onderhandelen?
  • VI. Het ogenblik van onderhandelen is gevaarlijk
  • VII. Onze intentie bepaalt het oordeel over onze handelingen
  • VIII. Over luiheid
  • IX. Over leugenaars
  • X. Over vlotte of slome praters
  • XI. Over voorspellingen
  • XII. Over standvastigheid
  • XIII. Over ceremonieel bij het ontmoeten van koningen
  • XIV. Men wordt gestraft bij het te hardnekkig verdedigen van iets
  • XV. Over het bestraffen van lafheid
  • XVI. Over sommige ambassadeurs
  • XVII. Over de angst
  • XVIII. Over ons geluk moet men pas na onze dood oordelen
  • XIX. Filosoferen is leren om te sterven
  • XX. Over de kracht van de verbeelding
  • XXI. Het profijt van de ene is het verlies van de andere
  • XXII. Over de gewoonten, en dat men een verkregen wet niet licht verandert
  • XXIII. Hoe hetzelfde advies tot verschillende resultaten kan leiden
  • XXIV. Over pedanterie
  • XXV. Over de opvoeding van kinderen
  • XXVI. Het is waanzin om juist en fout van ons oordeel afhankelijk te maken
  • XXVII. Over de vriendschap
  • XXVIII. Negenentwintig sonnetten van Étienne de La Boétie
  • XXIX. Over middelmatigheid
  • XXX. Over de kannibalen
  • XXXI. Dat we ons terughoudend moeten bemoeien met de beoordeling van de Goddelijke wetten
  • XXXII. Dat we aangaande het leven wellust moeten vermijden
  • XXXIII. Dat het geluk vaak gevonden wordt in de uitoefening van de rede
  • XXXIV. Over een gebrek in onze regering
  • XXXV. Over de gewoonte om kleren te dragen
  • XXXVI. Over Cato de Jongere
  • XXXVII. Dat we wenen en lachen om dezelfde zaak
  • XXXVIII. Over de eenzaamheid
  • XXXIX. Overwegingen in verband met Cicero
  • XL. Dat de smaak voor goed en kwaad grotendeels afhangt van onze mening erover
  • XLI. Niet over iemands eer communiceren
  • XLII. Over de ongelijkheid die ons scheidt
  • XLIII. Betreffende wetten over de uitgaven
  • XLIV. Over de slaap
  • XLV. Over de Slag om Dreux
  • XLVI. Over namen
  • XLVII. Over de onzekerheid van ons oordeel
  • XLVIII. Over paarden
  • XLIX. Over oude gebruiken
  • L. Over Democritus en Heraclitus
  • LI. Over de ijdelheid van woorden
  • LII. Over de zuinigheid van de Ouden
  • LIII. Over een gezegde van Caesar
  • LIV. Over ijdele subtiliteiten
  • LV. Over geuren
  • LVI. Over gebeden
  • LVII. Over leeftijd