Essays van Montaigne/Deel 1/Op verschillende wijzen bereikt men hetzelfde

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Essay: Op verschillende wijzen bereikt men hetzelfde

("Par divers moyens on arrive à pareille fin")

vertaling: Julien Grandgagnage


De meest voorkomende manier om degenen die we beledigd hebben gunstig te stemmen aan wier wraak we nu zijn overgeleverd, is het in hen opwekken van medelijden en medeleven door ons aan hen te onderwerpen. Nochtans hebben bravoure, doorzettingsvermogen en vastberadenheid, het tegenovergestelde ervan, soms hetzelfde effect.

Edward, Prins van Wales,(1) die zo lang regeerde over ons Guyenne, een personage wiens wedervaren en lot niet zonder grandeur zijn, was ernstig beledigd door de inwoners van Limousin. Na de inname van hun stad liet hij zich niet vermurwen door het geschreeuw van de mensen, de vrouwen, de kinderen die in het bloedbad achtergebleven waren, en die zich nu smekend om genade aan zijn voeten wierpen. Maar toen hij verder de stad introk, zag hij drie Franse heren die met ongelooflijke moed de aanval van zijn zegevierende leger tegenhielden. Het aanschouwen ervan en het respect voor hun opmerkelijke moed stilden zijn woede, en na het verlenen van genade aan de drie, deed hij hetzelfde voor alle andere inwoners van de stad.

Scanderberch, Prins van Epirus, achtervolgde een van zijn eigen soldaten om hem te doden. Na getracht te hebben om de Prins te sussen door vertoon van nederigheid en smeekbeden, besloot de soldaat om hem als een laatste redmiddel met het zwaard in de vuist op te wachten: dit besluit maakte een einde aan de woede van zijn meester, die hem vanwege deze eervolle houding gratie verleende. Maar het is waar dat degenen die niet hebben gehoord van de moed en de wonderbaarlijke kracht van deze Prins aan zijn houding een andere interpretatie zouden kunnen geven.

Keizer Conrad III was na de belegering van de Welfenhertog van Beieren niet bereid de voorwaarden van overgave te milderen, wat men hem ook aan verachtelijke en laffe voorstellen deed om hem voldoening te geven. Hij stond alleen toe dat de dames die samen met de hertog ingesloten waren werden vrijgelaten; hun eer ongeschonden, mochten ze te voet weggaan, met alles wat ze maar konden dragen. Vanuit hun grootmoedig hart kregen ze het idee om hun echtgenoten, hun kinderen en de hertog zelf op hun schouders te laden. De keizer was zo onder de indruk van hun edele houding, dat hij huilde van vreugde, en de absoluut dodelijke vijandschap die hij voelde tegenover de hertog verminderde, en vanaf dat moment behandelde hij hem en de zijnen menselijk.

Wat mij betreft, ik zou me evengoed door de ene als door de andere houding kunnen laten leiden, maar ik heb een zwak voor genade en vriendelijkheid, zozeer zelfs dat ik denk dat ik me gemakkelijker zou overgeven aan medelijden dan aan bewondering. Medelijden is nochtans voor de stoïcijnen een verwerpelijk gevoel: ze overwegen of ze hulp zouden bieden aan de getroffenen, men moet zich echter niet vermurwen en zover gaan dat men hun lijden deelt.

De bovenstaande voorbeelden lijkt mij zoveel overtuigender wanneer we personages met deze twee houdingen zien worstelen, weerstand bieden aan de ene, en toegevend aan de andere. We zouden kunnen zeggen dat wanneer we geraakt worden door medelijden en toegeven aan goedheid en zwakheid dit de gemakkelijkste weg is; het is duidelijk dat de zwakkere naturen, zoals vrouwen, kinderen en het gewone volk, er meer vatbaar voor zijn. Maar na snikken en tranen veracht te hebben, zich gewoon met overgave op de moed te richten, is eigenlijk het kenmerk van een sterk en onbuigzaam karakter, dat liefheeft en de mannelijke kracht en vastberadenheid eert.

Nochtans kunnen in minder edele zielen verbazing en bewondering hetzelfde effect hebben. Daarvan kan het Tibetaanse volk getuigen: nadat de rechters de doodstraf hadden uitgesproken tegen enkele hoofden, beschuldigd van het uitoefenen van hun ambt na de voorgeschreven en overeengekomen termijn, verleenden zij slechts moeizaam gratie aan Pelopidas. die, verpletterd door de beschuldigingen, zich verdedigde met gebeden en verzoeken. In het geval van Epaminondas daarentegen, die met genoegen vertelde over zijn eigen grote daden, zodanig zelfs dat het volk beschaamd werd van zoveel arrogantie en trots, had niemand zin om op een poll aan te dringen; ze gingen dus uit elkaar, en de vergadering prees uitvoerig de opmerkelijke moed van de beschuldigde.

Dionysius de Oude, die de stad Rege had ingenomen na een moeizame en langdurig aanslepende belegering, nam zich voor om met kapitein Phyton, een achtenswaardig man die zijn stad hardnekkig had verdedigd, een voorbeeld te stellen en zo zijn onverbiddelijke wraak te tonen. Hij begon door hem te vertellen hoe hij zijn zoon en zijn familie de dag ervoor had verdronken, waarop Phyton gewoon antwoordde dat ze zo een dag langer gelukkiger waren dan hij. Dyonisius beval hem vervolgens zich te ontdoen van zijn kleren en leverde hem over aan de beulen, die hem door de stad sleepten en wrede en smadelijke zweepslagen toedienden, hem onderwijl overladend met beledigende en smerige woorden. Maar de ongelukkige behield zijn moed en waardigheid.

Met een vastberaden gezicht herinnerde hij iedereen eraan dat de oorzaak van zijn dood eervol en glorieus was, namelijk dat hij geweigerd had om zijn land in handen van een tiran te geven, en hij bedreigde deze met een toekomstige goddelijke straf. In plaats van verontwaardigd te zijn over de bravoure van deze verslagen vijand, en de minachting die hij toonde voor hun leider en zijn triomf, was het leger ontroerd en verrast door een zo zeldzame deugd; ze overwogen om te muiten, en zelfs om Phyton uit handen van zijn folteraars weg te sleuren. Dyonisius las dit in de ogen van zijn soldaten, maakte een einde aan de folteringen en liet Phyton in het geheim verdrinken in de zee.

Toegegeven, dit is een buitengewoon ijdel, divers en schimmig onderwerp, waarover de mens moeilijk een constant en uniform oordeel kan vellen. Kijk maar naar Pompeius, die de hele stad van de Mamertines, tegen welke hij vertoornd was, vergiffenis schonk vanwege de deugd en grootmoedigheid van de burger Zeno, die de hele schuld op zich nam en niets anders vroeg dan de straf alleen te mogen dragen. Dit terwijl het leger van Sulla, dat in de stad Perugia vergelijkbare moed liet zien, niets kreeg, noch voor zichzelf, noch voor anderen.

Als omgekeerd voorbeeld geldt dat van Alexander, de grootste durfal onder de mannen, die zich toch welwillend toonde tegenover de overwonnenen: na vele moeilijkheden overwon hij de stad Gaza en trof daar Betis aan, die het bevel voerde. Hij had hem al naar waarde kunnen schatten tijdens het beleg toen hij hem buitengewone daden zag verrichten. Betis bevond zich nu alleen, verlaten door zijn familie, zijn harnas in stukken, bedekt met bloed en wonden, en nog steeds vechtend in het midden van de Macedoniërs die hem van alle kanten aanvielen.

Alexander zei toen, geïrriteerd nog na een zwaar bevochten overwinning (waarbij hij nogmaals twee keer werd gewond) : "Je zult niet sterven zoals je dat had gewild, Betis. Weet dat je zal lijden onder alle martelingen die kunnen worden bedacht voor een gevangene."

En de andere, die niet alleen een zelfverzekerde, maar ook arrogante en hautaine aanblik bood, liet deze bedreigingen over zich heen gaan zonder ook maar een woord te zeggen. Alexander, reagerend op zijn koppig zwijgen, zei "Heeft hij een knieval gemaakt? Is hem een smeekbede ontsnapt? Voorwaar, ik zal deze stilte overwinnen, en als ik er geen woord uit krijg, dan toch minstens een kreun." En zijn woede werd toorn, hij gaf het bevel zijn hielen te doorboren en liet hem levend wegsleuren en verscheuren en in stukken hakken achter een kar.

Zou het kunnen dat hij moed zoiets gewoons en natuurlijks vond dat hij het niet echt bewonderenswaardig vond en hij het daarom minder respecteerde? Of omdat hij het zodanig als van hemzelf beschouwde, dat hij het niet kon verdragen het bij een ander te zien zonder een gevoel van wrok en afgunst? Of anders dat de natuurlijke onstuimigheid van zijn woede niet kon verdragen te worden gedwarsboomd?

In werkelijkheid, zo ze getemd kon worden, dan zou dit waarschijnlijk gebeurd zijn tijdens de verovering van Thebe, waar zovele dappere mannen die geen middelen meer hadden om zich te verdedigen aan het zwaard werden geregen. Want er waren wel zesduizend doden, en geen van hen had eraan gedacht om te vluchten of om genade te vragen. Integendeel, in plaats daarvan zochten ze hier en daar, in de straten, de zegevierende vijanden op en provoceerden ze zelfs om zo een eervolle dood te krijgen. Men zag er geen een die, in zijn laatste ogenblikken, geen wraak wilde nemen, om zo, met de energie van de wanhoop troost te vinden voor de eigen dood door een of andere vijand te doden. Hun wanhopige moed wekte geen medelijden op, en een volledige dag was niet eens genoeg voor Alexander om zijn wraakgevoel te verzadigen: het bloedbad duurde tot er geen enkele druppel bloed meer te vergieten viel, en hij spaarde alleen de ongewapende mensen, ouderlingen, vrouwen en kinderen, waar dertigduizend slaven van werden gemaakt.


Bron voor de Nederlandse vertaling: Julien Grandgagnage, De essais van Montaigne: I. Op verschillende wijzen bereikt men hetzelfde

Originele Middelfranse tekst

Zie "Par divers moyens on arrive à pareille fin", op de Franse Wikisource

Voetnoot vertaler

1. Beter bekend als "The Black Prince".