Naar inhoud springen

Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel

Uit Wikisource
‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Gazet van Limburg, zaterdag 2 juli 1955, p. 13. Publiek domein.
[ 13 ]

VLAGGEN UIT IN MEYEL

Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters

Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters

Een dertigtal schietbomen van zestien meter hoog wachten met spanning op de 150 schutterijen en gilden die morgen, Zondagmiddag te Meyel de edele en historische strijd zullen aanbinden om de eer van Het Oud Limburgs Schuttersfeest 1955.
Maar voor de Korps- of Gilde-groepen oplegpen en de „bölkes” van de harken afschieten, zullen keizers, koningen, koninginnen, generaals, vendeliers standaardruiters, tambours, pfeiffers en schutters in kleurrijke uniformen en afkomstig uit Limburg, België en Noord-Brabant, in een zes kilometer lange folkloristische optocht door het idyllische peeldorp trekken. En als dan de zon schijnt.. dan zullen de duizenden en duizenden bezoekers een festijn van kleur en klank, van praal en schuttersfierheid beleven, dat ze nooit meer zullen vergeten. Mocht het historisch-rijke Meyel dan ook al in de loop der jaren op de achtergrond der belangstelling geraakt zijn, op deze historische dag zal de naam Meyel weer rijk en zinvol zijn. Even rijk als de legende van de romeinse centurio, die met zilveren helm en gouden zwaard in de Peel verzonk – even zinvol ais de mijlpaal bij de oude St. Willebrordusput.

Natuurlijk het beroemde „zestal” van de slechts enkele jaren oude Meyelse St. Willibrordus-schutterij, dat verleden jaar de hoogste [onleesbaar]em van de schietbomen in Margraten afschoot behoort momenteel reeds tot de historie, niet alleen van de Federatie, maar ook van Meyel zelf.
Zes schutters van formaat, die voor wat de schietbomen betreft over een onfeilbare hand en een heilig oog beschikken. Maar eigenlijk vullen zij de historie van Meyel maar aan. En die plaatselijke historie begint rond 1300 en was nog even warm en rijk in de dagen van de jongste wereldoorlog en de daarop volgende bevrijding.

De vrij--heerlijkheid Meyel, heette het. Het Zonneleen, noemden anderen het. Vrijheidszin, onafhankelijkheidszin behoort in elk geval tot het karakter van de Meyelse inwoner. En al wonen er niet [m]eer zoveel grote mensen als in [de] tijd van Frederik de Grote, voor [di]ens Riedengarde-inlijvingen ve[len] vluchtten naar het vrije Meyel [en] historische namen, gebeurtenis[se]n en data zweven er onzichtbaar [ro]nd. Het zit al in de naam Meyel, [di]e, naar het schijnt, afkomstig is [va]n het oude woord Male: een plek [m]et een heilige eik, waar een hei[de]nse godheid vereerd werd. Het [is] evenzeer in de legende van de [Ro]meinse centurio. Maar was het [ee]n legende? Werd er in 1910 de [ve]rguld zilveren helm gevonden, [m]et lelie- en parel-versiering, en [st]ammende uit de tijd van Cons[ta]ntijn de Grote? Zal men ooit nog [he]t gouden zwaard van deze sol[da]at vinden? Heidendom en Chris[ten]dom vochten er eeuwen gele[de]n om de overwinning. Het Chris[ten]dom was het sterkste. En Ka[th]olicisme is wezen en bloed voor [di]e van Meyel. Dit zou alleen al [bli]jken kunnen uit de snelle prach[tig]e wederopbouw der dorpskerk – [ee]n prachtige zuilenkerk van ar[ch]itect Peuts, ruim, sfeervol, ele[ga]nt, aristocratisch van vorm, [wa]arin de hoge pilaren geel-blan[ke] stengels schijnen waaruit het [onleesbaar]ader-plafond openvouwt. Een [vo]orbeeldig bouwwerk, dat het hart [de]r gemeente zal zijn, zoals dit in [de]ze dorpen van zelfsprekend is.
En dat de Schutterswei niet ver [va]n deze kerk ligt, dat de ere-tri[bu]ne zelfs tegen de zijwand der [ke]rk staat opgericht, het zijn din[ge]n die in een gemeente als deze [ni]et anders kunnen. Alles en alles, [ke]rk en vertier, leven en sterven, [he]t leeft en groeit alles rond de [ke]rk, rond het H. Geloof, rond de [zi]el van een zo hechte en mooie [do]rpsgemeenschap.

JONGSTE GESCHIEDENIS

De bewogen geschiedenis der 17e [en] 18e eeuw heeft zich in verhevigde mate en in versneld tempo herhaald gedurende de oorlogsjaren. Het begon al in 1940 toen, bij de inundatie van de Peellinie, Meyel geëvacueerd moest worden. Wel duurde deze evacuatie niet lang, maar de terugkerende bewoners vonden alles geplunderd. De volgende jaren werden van ’n geheimzinnige bewogenheid. Meyel schonk aan 87 onderduikers ’n schuilplaats in speciale geheime kelders. Razzia’s bleven niet uit. Doch de zegen rustte op het dorpje. Slechts weinige onderduikers werden gepakt en allen kwamen levend uit kamp of gevangenschap terug. De miserie begon echter pas voor goed toen de Duitsers op 25 September met een hele wagen dynamiet de 65 meter hoge toren opbliezen, en de Engelsen met enkele mensen het plaatsje kwamen bevrijden. De Duitsers lagen rondom verzameld. Zij zonden ’n ultimatum, dat afgeslagen werd. Tien dagen lang richtten de Duitsers een artilleriebombardement op ’t plaatsje. De Engelsen trokken toen af. Meyel, zonder bezetting, vreesde het ergste en waarschuwde de Amerikanen. Ook deze voelden er weinig voor, maar zonden tenslotte toch wat soldaten die rusten moesten van hun fronttijd. Meyel begon weer te evacueren. Dertigduizend Duitsers lagen rondom gereed voor de aanval. Een doodsspanning hield de weinige overgebleven Meyel-bewoners (voor vee-verzorging) bevangen. Dan deden de Amerikanen een uitval, zij joegen de Duitsers op, maar moesten terugvluchten toen de munitie opraakte. Van deze eerste aanval keerden slechts 15 man en 2 tanks terug. Van een nieuwe, tweede aanval keerde niets en niemand terug. Het was een ware slachting geworden. De 7e Divisie verloor in en rond Meyel heel haar licht en middelzwaar materaal. De Duitsers drongen onweerstaanbaar op. De Amerikanen trokken zich terug. Toen werden de Schotten die in Tilburg bevrijdingsfeest vierden, naar Meyel gehaald. De Duitse aanval kwam stop te staan. En op 13 (14) November vierde Meyel, waar nog 12 mensen woonden, zijn bevrijding. Een volledig stuk geschoten Meyel, waar een kwart plat geschoten, de helft zwaar beschadigd was.

 

De noodkerk, waar Zondagmiddag door de Commissaris der Koningin in Limburg de tentoonstelling en het schuttersfestijn officieel geopend zal worden.

 

Langzamerhand keerden de mensen terug en begonnen zelf flink aan de wederopbouw, en aan de opruiming van de duizenden mijnen. Met rieken en ander primitief materiaal groef men ze op. Bij dit werk sneuvelden niet minder dan een veertigtal inwoners van het dorp, dat vóór het geheel tot rust kon komen in 1946, daags voor Pinksteren een dramatische hagelslag te incasseren kreeg, die voor ruim 3 millioen gulden schade berokkende en die zo erg was dat zelfs Hare Majesteit de Koningin het getroffen dorp kwam bezoeken.

NIEUW LEVEN

De moed der dorpelingen scheen bij al deze tegenslagen eerder toegenomen dan verslapt. Met man en macht werd het werk hervat en aan een nieuwe toekomst gebouwd. Mooie zaken en boerderijen herrezen. De welvaart klopte weer aan Meyels deur. En dit unieke folkloristisch feest der Schutters mag wel beschouwd worden als een apotheose van de wilskracht, voortvarendheid, moed en geloof van deze gemeente. De vlaggen zullen dan ook trots mogen hangen. De schoten mogen vol vreugde over de Peelvlakte rondom schallen. Meyel heeft het recht om fier te zijn op wat het zelf bewerkte en bereikte. Het Oud-Limburgs in Meyel is als ’t ware een prachtig zilveren schild, toegevoegd aan het Koningszilver van Meyel zelf.

TENTOONSTELLING

Wat dit zilver betreft, Meijel heeft zeer gelukkig gevoeld dat aan het folkloristische feest een artistieke prestatie niet mocht ontbreken. Een speciaal comité heeft in de noodkerk, een aantrekkelijk gebouw, een vrij grote tentoonstelling ingericht van oud-schutterszilver (rond 1600) van oude geweren (vanaf vuursteen geweren en kruid-horens) van documenten, oude beelden en van moderne schilderijen. Tientallen kunstenaars uit Noord-, Midden- en Zuid-Limburg toe hebben werk ter expositie ingezonden. En Meijel zal zo voor het eerst kennis kunnen maken met het werk der eigentijdse kunstenaars. Een culturele daad die alle steun en belangstelling verdient en zeker ook vinden zal. De Gouverneur van Limburg zelf zal Zondagmiddag deze expositie en het Schuttersfeest, in de noodkerk, openen. En men mag er wel op rekenen dat vele duizenden aan de keurig ingerichte expositie een weldoende vreugde zullen beleven. Wij willen thans volstaan met het opsommen van de namen der exposanten (de expositie duurt tot 10 Juli) Frans Lommers uit Roermond, Frans Heynen uit Swalmen, Guill. Serpenti, Nic. Jennekens en Frans Ronda uit Maastricht, alsook Alphons Scheffers, directeur der M.K.S. te Maastricht, Fons Windhausen uit Roermond en Jeane Groenendael, J. Tullemans uit Weert en mej. Gerda Gielen, uit Meijel zelf, René Wong uit Roermond en G. Princee, Herman Coenen en M. Boessen uit Roermond. Mej. Hanny van der Velden uit Venlo en Max Weiss uit Roermond, Anton van de Ven uit Blerick en uit dezelfde plaats de edelsmid Jacques Schragen. Verder is er beeldhouwwerk en keramiek van Jongbloet, Piet Schoenmakers, Barras e.a.
Een overzichtelijke expositie, met zeer aantrekkelijk werk en met enkele verrassingen. Alle stijlen en richtingen vinden er hun weerspiegeling. En de leken-bezoeker zal er zonder moeite zijn kennis kunnen verrijken, zoals de meer ingewijde er ook voldoende interessant materiaal vindt.
Meyel heeft zich, voor wat de organisatie en de voorbereidingen van het Oud Limburgse 1955 betreft, van zijn beste en meest sympathieke zijde laten kennen. Een gouden zon, en het mag rekenen op geheel Limburg, voor wie Meyel in de toekomst weer een begrip zal worden.