Naar inhoud springen

Gebruiker:Wikitradu/The Sign of the Four

Uit Wikisource
DE AGRA-SCHAT The Sign of the Four
A. CONAN DOYLE. Sir Arthur Conan Doyle
EERSTE HOOFDSTUK. Chapter I
De kennis der gevolgtrekking. The Science of Deduction
Sherlock Holmes nam zijn flesch van den schoorsteenmantel en zijn werktuig voor onderhuidsche inspuitingen uit zijn marokijnen foudraal. Sherlock Holmes took his bottle from the corner of the mantel-piece and his hypodermic syringe from its neat morocco case.
Met zijne lange, witte, zenuwachtige vingers bracht hij de fijne naald in orde, en schoof de linkermouw van zijn overhemd omhoog. With his long, white, nervous fingers he adjusted the delicate needle, and rolled back his left shirt-cuff.
Gedurende eenigen tijd bleven zijne oogen nadenkend op den gespierden voorarm en pols gericht, die met ontelbare teekenen van inprikkingen als bezaaid waren. For some little time his eyes rested thoughtfully upon the sinewy forearm and wrist all dotted and scarred with innumerable puncture-marks.
Eindelijk trok hij de scherpe punt terug, drukte den kleinen piston omlaag en zonk met een langen zucht van voldoening in den fluweelen armstoel terug. Finally he thrust the sharp point home, pressed down the tiny piston, and sank back into the velvet-lined arm-chair with a long sigh of satisfaction.
Driemaal per dag was ik reeds gedurende verscheidene maanden getuige geweest van deze verrichting, maar de gewoonte was bij mij in dit opzicht geen tweede natuur geworden. Three times a day for many months I had witnessed this performance, but custom had not reconciled my mind to it.
Integendeel, van dag tot dag stond mij het gezicht ervan meer tegen, en elken avond verweet ik mij mijn gebrek aan moed, om mij er tegen te verzetten. On the contrary, from day to day I had become more irritable at the sight, and my conscience swelled nightly within me at the thought that I had lacked the courage to protest.
Herhaaldelijk had ik mij reeds ten stelligste voorgenomen om mij daaromtrent de noodige opheldering te verschaffen; maar er lag zooveel koele onverschilligheid in het voorkomen van mijn metgezel, dat elkeen zich wel in acht zou nemen zich eene onbescheidenheid tegenover hem te veroorloven. Again and again I had registered a vow that I should deliver my soul upon the subject, but there was that in the cool, nonchalant air of my companion which made him the last man with whom one would care to take anything approaching to a liberty.
Zijn kracht, zijn gebiedend uiterlijk, en de ondervinding die ik bezat omtrent zijne vele buitengewone eigenschappen, dit alles hield mij ervan terug en maakte mij besluiteloos om hem in den weg te treden. His great powers, his masterly manner, and the experience which I had had of his many extraordinary qualities, all made me diffident and backward in crossing him.
Maar, op bovenvermelden achtermiddag,--hetzij dan tengevolge van den meer dan gewonen en krachtigen wijn, dien ik bij mijn lunch gedronken had, of dat mijne zelfbeheersching ten einde was, gevoelde ik dat ik mij niet langer kon bedwingen. Yet upon that afternoon, whether it was the Beaune which I had taken with my lunch, or the additional exasperation produced by the extreme deliberation of his manner, I suddenly felt that I could hold out no longer.
»Wat is het vandaag," vroeg ik, »morphine of coca?ne?" "Which is it to-day?" I asked,--"morphine or cocaine?"
Hij hief zijne oogen langzaam op van het notitie-boek dat hij geopend had. He raised his eyes languidly from the old black-letter volume which he had opened.
»Het is coca?ne," zeide hij, »een oplossing van zeven percent. "It is cocaine," he said,--"a seven-per-cent. solution.
Zoudt gij het soms eens willen beproeven?" Would you care to try it?"
»In geen geval," antwoordde ik haastig, »mijn gestel is de campagne in Afghanistan nog niet te boven. "No, indeed," I answered, brusquely. "My constitution has not got over the Afghan campaign yet.
Ik kan het nog niet wagen om mij buitengewoon in te spannen." I cannot afford to throw any extra strain upon it."
Hij glimlachte om mijne voorgewende zwakte. »Wellicht hebt gij gelijk, Watson," zeide hij, »ik veronderstel dat haar invloed physiek slecht is. He smiled at my vehemence. "Perhaps you are right, Watson," he said. "I suppose that its influence is physically a bad one.
Ik voor mij vindt het echter zoo uiterst prikkelend en opklarend voor den geest, dat de latere werking slechts van zeer korten duur is." I find it, however, so transcendently stimulating and clarifying to the mind that its secondary action is a matter of small moment."
»Bedenk echter," hernam ik ernstig, »wat er de gevolgen van zijn! "But consider!" I said, earnestly. "Count the cost!
Uw brein moge, zooals gij zegt, opgewekt en verhelderd worden, maar het is een pathologisch en ziekelijk proces, dat ten zeerste op de longen werkt en ten laatste een permanente zwakte kan teweegbrengen. Your brain may, as you say, be roused and excited, but it is a pathological and morbid process, which involves increased tissue-change and may at last leave a permanent weakness.
Gij weet zelf, welk een onaangename reactie gij ondervindt. You know, too, what a black reaction comes upon you.
Waarlijk: het sop is de kool niet waard. Surely the game is hardly worth the candle.
Waarom zoudt gij, voor een kort voorbijgaand genoegen, het verlies riskeeren van de groote gaven waarmede gij bedeeld zijt? Why should you, for a mere passing pleasure, risk the loss of those great powers with which you have been endowed?
Herinner u, dat ik niet alleen tot u spreek als kameraad, maar tevens als geneeskundige, die eenigszins voor uw gestel aansprakelijk kan geacht worden." Remember that I speak not only as one comrade to another, but as a medical man to one for whose constitution he is to some extent answerable."
Hij scheen geenszins beleedigd te zijn. He did not seem offended.
Integendeel, hij voegde zijn vingertoppen te zamen, en steunde zijne ellebogen op de leuningen van zijn stoel, als iemand die gaarne wenschte te redeneeren. On the contrary, he put his finger-tips together and leaned his elbows on the arms of his chair, like one who has a relish for conversation.
»Mijn geest verzet zich tegen al wat »stilstand" heet," zeide hij. »Geef mij problema's, geef mij werk, geef mij het ingewikkeldst geheimschrift, of de meest raadselachtige analyse, dan ben ik in de mij eigene atmosfeer. "My mind," he said, "rebels at stagnation. Give me problems, give me work, give me the most abstruse cryptogram or the most intricate analysis, and I am in my own proper atmosphere.
Dan heb ik over wonderbaarlijke middelen te beschikken. I can dispense then with artificial stimulants.
Maar ik verafschuw de onbeduidende »sleur" van het menschelijk bestaan. But I abhor the dull routine of existence.
Ik smacht naar geestelijke verheffing. I crave for mental exaltation.
Dat is het ook waarom ik mijn eigen bizonder beroep gekozen,--of beter gezegd: geschapen heb, want ik ben de eenige op dat gebied in de wereld." That is why I have chosen my own particular profession,--or rather created it, for I am the only one in the world."
»De eenige particuliere detective?" vroeg ik, groote oogen opzettende. "The only unofficial detective?" I said, raising my eyebrows.
»De eenige particuliere, consulteerende detective," herhaalde hij: »ik ben het laatste en hoogste Hof van app?l voor onthullingen. "The only unofficial consulting detective," he answered. "I am the last and highest court of appeal in detection.
Als Gregson, of Lestrade, of Athelney Jones ten einde raad zijn,--iets wat in de meeste gevallen voorkomt,--dan wordt de zaak aan mij voorgelegd. When Gregson or Lestrade or Athelney Jones are out of their depths--which, by the way, is their normal state--the matter is laid before me.
Ik onderzoek den data, gelijk een gezworene en spreek dan een oordeel uit gelijk een specialiteit. I examine the data, as an expert, and pronounce a specialist's opinion.
Ik verlang geen lof bij dusdanige gevallen. I claim no credit in such cases.
Mijn naam figureert in geen nieuwsblad. My name figures in no newspaper.
Het werk zelve, het genoegen een veld te vinden voor mijne eigen zeldzame gaven, is mijn hoogste belooning. The work itself, the pleasure of finding a field for my peculiar powers, is my highest reward.
Maar gij hebt zelve eenige ondervinding opgedaan omtrent mijne methode van werken in 't geval van Jefferson Hope." But you have yourself had some experience of my methods of work in the Jefferson Hope case."
»Inderdaad," zeide ik, »ik was over niets in mijn leven ooit meer getroffen. "Yes, indeed," said I, cordially. "I was never so struck by anything in my life.
Ik heb er zelfs een werk over uitgegeven, onder den titel van: »Een Godsgericht" (_A Study in Scarlet_).[1]" I even embodied it in a small brochure with the somewhat fantastic title of 'A Study in Scarlet.'"
[Voetnoot 1: Te Amsterdam bij N. J. Boon.] He shook his head sadly.
Hij schudde ontstemd het hoofd. "I glanced over it," said he.
»Ik heb het doorgebladerd," zeide hij: »eerlijk gesproken kan ik u er niet mee feliciteeren. »Onthullen" is, of moest zijn een bepaalde wetenschap, en behoorde op dezelfde ongevoelige wijze behandeld te worden. "Honestly, I cannot congratulate you upon it. Detection is, or ought to be, an exact science, and should be treated in the same cold and unemotional manner.
Gij hebt getracht er een romantische tint aan te geven, iets wat dezelfde uitwerking heeft, alsof gij een liefdeshistorie of een schaking in den geest van Euclides zoudt bewerken." You have attempted to tinge it with romanticism, which produces much the same effect as if you worked a love-story or an elopement into the fifth proposition of Euclid."
»Maar de roman was er," antwoordde ik, »ik mocht de feiten toch niet veranderen." "But the romance was there," I remonstrated. "I could not tamper with the facts."
»Het eenige feit in het geval dat eene vermelding waardig was, was de zeldzame analytische redeneering van oorzaken tot gevolgen, waardoor het mij gelukte het kluwen te ontwarren." "Some facts should be suppressed, or at least a just sense of proportion should be observed in treating them. The only point in the case which deserved mention was the curious analytical reasoning from effects to causes by which I succeeded in unraveling it."
Het verdroot mij een werk dat ik alleen had uitgegeven met het doel om hem genoegen te doen, aldus door hem te hooren critiseeren. I was annoyed at this criticism of a work which had been specially designed to please him.
Bovendien beken ik, dat ik verstoord was wegens zijn ego?sme, waardoor hij scheen te verlangen, dat elke regel van mijn vlugschrift aan zijne bizondere werkzaamheden had moeten zijn gewijd. I confess, too, that I was irritated by the egotism which seemed to demand that every line of my pamphlet should be devoted to his own special doings.
Ik had gedurende de jaren dat ik met hem in Baker-Street had samen gewoond, meermalen opgemerkt, dat aan het kalm en meesterachtig uiterlijk van mijn metgezel een weinig ijdelheid ten grondslag lag. More than once during the years that I had lived with him in Baker Street I had observed that a small vanity underlay my companion's quiet and didactic manner.
Ik maakte echter geen tegenwerping, maar zat zwijgend mijn gewond been te wrijven. I made no remark, however, but sat nursing my wounded leg.
Ik had eenigen tijd geleden er een kogel door ontvangen, en hoewel ik er weder op gaan kon, kondigde het op pijnlijke wijze elke weersverandering aan. I had a Jezail bullet through it some time before, and, though it did not prevent me from walking, it ached wearily at every change of the weather.
»Kort geleden heeft mijn practijk zich zelfs uitgestrekt tot het Vasteland," zei Holmes na een poos, terwijl hij zijn oude pijp van rozeboomenhout stopte, »ik werd in de laatste week namelijk geraadpleegd door François le Villard, die zooals je waarschijnlijk bekend is, in den laatsten tijd op den voorgrond is getreden in dienst van de Fransche detectiven. "My practice has extended recently to the Continent," said Holmes, after a while, filling up his old brier-root pipe.
Hij bezit al de Celtische kracht van snelle waarneming, maar hij schiet te kort in de juiste beoordeeling der feiten en de algemeene kennis die onmisbaar is voor de hoogere ontwikkeling van zijn kunst. "I was consulted last week by Francois Le Villard, who, as you probably know, has come rather to the front lately in the French detective service.
Het geval stond in verband met een testament en scheen eenigszins ingewikkeld. He has all the Celtic power of quick intuition, but he is deficient in the wide range of exact knowledge which is essential to the higher developments of his art.
Ik was in staat hem op de hoogte te stellen van twee gelijksoortige gevallen, het een te Riga in 1857 en het ander te St. The case was concerned with a will, and possessed some features of interest.
Louis in 1871, waardoor hij tot de juiste oplossing gekomen is. I was able to refer him to two parallel cases, the one at Riga in 1857, and the other at St. Louis in 1871, which have suggested to him the true solution.
Hier is de brief van dankbetuiging voor mijne hulp, dien ik hedenmorgen ontving." Here is the letter which I had this morning acknowledging my assistance."
Terwijl hij dit zeide, wierp hij mij een verfrommeld vel buitenlandsch papier toe. He tossed over, as he spoke, a crumpled sheet of foreign notepaper.
Ik wierp er een haastigen blik overheen, waarbij ik niets dan betuigingen van bewondering van den Franschman voor »den eenigen Sherlock Holmes" opmerkte. I glanced my eyes down it, catching a profusion of notes of admiration, with stray "magnifiques," "coup-de-maitres," and "tours-de-force," all testifying to the ardent admiration of the Frenchman.
»Hij spreekt gelijk een leerling tot zijn meester," zeide ik. "He speaks as a pupil to his master," said I.
»O, hij schat mijn hulp te hoog," zei Sherlock Holmes, »hij bezit zelf groote gaven. "Oh, he rates my assistance too highly," said Sherlock Holmes, lightly.
Hij heeft twee van de drie eigenschappen die voor den werkelijken detective vereischt worden. "He has considerable gifts himself. He possesses two out of the three qualities necessary for the ideal detective.
Hij bezit namelijk opmerkings- en onthullings-vermogen. He has the power of observation and that of deduction.
Het ontbreekt hem alleen aan kennis en die kan hij mettertijd verwerven. He is only wanting in knowledge; and that may come in time.
Hij is nu bezig mijne kleine werken in het Fransch te vertalen." He is now translating my small works into French."
»Uwe werken?" "Your works?"
»O, wist gij dat niet?" riep hij lachend. »Ja, ik heb mij aan verscheiden handschriften schuldig gemaakt. "Oh, didn't you know?" he cried, laughing. "Yes, I have been guilty of several monographs.
Zij handelen allen over technische onderwerpen. They are all upon technical subjects.
Hier, bijvoorbeeld is er een: »Over het onderscheid tusschen de asch van verschillende soorten tabak." Here, for example, is one 'Upon the Distinction between the Ashes of the Various Tobaccoes.'
Daarin noemde ik een honderd veertig soorten van sigaren, cigaretten- en pijp-tabak, met gekleurde platen die het verschil van asch ervan aantoonen. In it I enumerate a hundred and forty forms of cigar-, cigarette-, and pipe-tobacco, with colored plates illustrating the difference in the ash.
Het is een punt dat geregeld in straf-processen voorkomt en dat vaak als »sleutel" van het grootste belang is. It is a point which is continually turning up in criminal trials, and which is sometimes of supreme importance as a clue.
Indien gij bijvoorbeeld bepaald kunt zeggen, dat de een of andere moord gepleegd is door een man, die een Indiaansche lunkah rookte, dat beperkt het terrein van uw onderzoek aanmerkelijk. If you can say definitely, for example, that some murder has been done by a man who was smoking an Indian lunkah, it obviously narrows your field of search.
Voor het geoefend oog is er evenveel verschil tusschen de zwarte asch van een Trichinopoly en de witte van een Havana, als tusschen die van een kool en een aardappel." To the trained eye there is as much difference between the black ash of a Trichinopoly and the white fluff of bird's-eye as there is between a cabbage and a potato."
»Gij bezit eene zeldzame gave van opmerken," merkte ik op. "You have an extraordinary genius for minutiae," I remarked.
»Ik erken hare belangrijkheid. "I appreciate their importance.
Hier is mijn handschrift over het nasporen van voetstappen, met eenige opmerkingen omtrent het toepassen van de Parijsche pleisters, als bewaarster der indrukken. Here is my monograph upon the tracing of footsteps, with some remarks upon the uses of plaster of Paris as a preserver of impresses.
Dan ziet gij hier een klein curieus boek over den invloed van een onderzoek naar een vorm van de hand, met afbeeldingen van handen van leidekkers, matrozen, kurksnijders, loodwerkers, wevers en diamantslijpers. Here, too, is a curious little work upon the influence of a trade upon the form of the hand, with lithotypes of the hands of slaters, sailors, corkcutters, compositors, weavers, and diamond-polishers.
Dat is een zaak van groot practisch belang voor den wetenschappelijken detective, vooral in gevallen van onopgevraagde lijken, of voor het nasporen der vroegere antecedenten van misdadigers. That is a matter of great practical interest to the scientific detective,--especially in cases of unclaimed bodies, or in discovering the antecedents of criminals. But I weary you with my hobby."
Maar ik verveel u zeker met mijn gebabbel." "Not at all," I answered, earnestly.
»In geen geval," antwoordde ik, »het is voor mij van het grootste belang, sedert ik de gelegenheid heb gehad om uwe toepassing ervan bij te wonen. "It is of the greatest interest to me, especially since I have had the opportunity of observing your practical application of it.
Maar gij spraakt zooeven van opmerking en gevolgtrekking. But you spoke just now of observation and deduction.
Gewis vult de eene dezer gave de andere aan?" Surely the one to some extent implies the other."
»Slechts in geringe mate," antwoordde hij, behaaglijk in zijn armstoel achterover leunend en dikke, blauwe rookwolken uit zijn pijp omhoog blazende. »Bij voorbeeld, opmerking toont mij dat gij hedenmorgen naar het Postkantoor in de Wigmore Street geweest zijt, maar gevolgtrekking leert mij dat gij daar een telegram verzonden hebt." "Why, hardly," he answered, leaning back luxuriously in his arm-chair, and sending up thick blue wreaths from his pipe. "For example, observation shows me that you have been to the Wigmore Street Post-Office this morning, but deduction lets me know that when there you dispatched a telegram."
»'t Is waar!" riep ik, »beide is waar. "Right!" said I. "Right on both points!
Maar ik beken dat ik niet inzie hoe gij daartoe gekomen zijt. But I confess that I don't see how you arrived at it.
Het was een plotseling opkomende gedachte van mij en ik heb er met niemand over gesproken." It was a sudden impulse upon my part, and I have mentioned it to no one."
»Het is zoo eenvoudig mogelijk," merkte hij op, zich verkneuterende over mijne verbazing, »zelfs zóó eenvoudig dat eene verklaring geheel overbodig is: en toch moge het dienen om u de grens tusschen opmerking en gevolgtrekking duidelijk te maken. "It is simplicity itself," he remarked, chuckling at my surprise,--"so absurdly simple that an explanation is superfluous; and yet it may serve to define the limits of observation and of deduction.
Opmerking zegt mij dat gij aan de zool van uw schoen een weinig roode modder hebt. Observation tells me that you have a little reddish mould adhering to your instep.
Juist tegenover het Postkantoor in de Wigmore Street is de straat opgebroken en aarde gestrooid die men, als men zich naar het kantoor begeeft, onmogelijk vermijden kan. Just opposite the Seymour Street Office they have taken up the pavement and thrown up some earth which lies in such a way that it is difficult to avoid treading in it in entering.
Deze aarde is van bizonder roode kleur, zooals die nergens in den omtrek meer gebruikt is. The earth is of this peculiar reddish tint which is found, as far as I know, nowhere else in the neighborhood.
Zie, dat is opmerking: het overige is gevolgtrekking." So much is observation. The rest is deduction."
»Hoe kwaamt ge dan tot de gevolgtrekking, dat ik een telegram verzonden heb?" "How, then, did you deduce the telegram?"
»Wel, ik weet dat gij gedurende den ganschen morgen dien ik in uw gezelschap heb doorgebracht, geen brief geschreven hebt. "Why, of course I knew that you had not written a letter, since I sat opposite to you all morning.
Tevens zie ik ginds in uwen geopenden lessenaar, dat gij postzegels en een pakket briefkaarten voorradig hebt. I see also in your open desk there that you have a sheet of stamps and a thick bundle of post-cards.
Waartoe kondet gij dan anders het postkantoor binnen gaan dan om een dép?che te verzenden? What could you go into the post-office for, then, but to send a wire?
Breng nu alle andere factoren met elkander in verband, dan moet de eenige gevolgtrekking de juiste zijn." Eliminate all other factors, and the one which remains must be the truth."
»In dit geval is het zeker zoo," antwoordde ik na eenig nadenken, »en de zaak, zooals gij zegt, allereenvoudigst. "In this case it certainly is so," I replied, after a little thought. "The thing, however, is, as you say, of the simplest.
Zoudt gij het onbescheiden vinden indien ik uwe theorieën aan een meer ernstige proef onderwierp?" Would you think me impertinent if I were to put your theories to a more severe test?"
»Integendeel," antwoordde hij, »dat zou mij terughouden om eene tweede dosis coca?ne te nemen. "On the contrary," he answered, "it would prevent me from taking a second dose of cocaine.
Het zou mij verheugen eenig probleem, dat gij aan mijn oordeel zoudt willen onderwerpen, op te lossen." I should be delighted to look into any problem which you might submit to me."
»Ik heb u hooren zeggen dat het onmogelijk is voor een man, om eenig voorwerp dagelijks te gebruiken, zonder den indruk van zijn persoonlijkheid er in die mate op achter te laten, dat een geoefend opmerker die zou kunnen ontdekken. "I have heard you say that it is difficult for a man to have any object in daily use without leaving the impress of his individuality upon it in such a way that a trained observer might read it.
Welnu, ik heb hier een horloge dat kort geleden in mijn bezit is gekomen. Now, I have here a watch which has recently come into my possession.
Zoudt gij nu zoo vriendelijk willen zijn om mij uw oordeel omtrent het karakter of de gewoonten van den laatsten eigenaar te zeggen?" Would you have the kindness to let me have an opinion upon the character or habits of the late owner?"
Ik reikte hem het horloge met eenig leedvermaak over, want naar ik mij overtuigd hield, was de proef onmogelijk en ik had er een les mede op het oog voor den stelligen toon dien hij gewoonlijk aansloeg.--Hij legde het uurwerk op zijn hand, beschouwde de wijzerplaat zorgvuldig, opende het en onderzocht het werk, eerst met zijn bloote oog, toen met een sterke lens. I handed him over the watch with some slight feeling of amusement in my heart, for the test was, as I thought, an impossible one, and I intended it as a lesson against the somewhat dogmatic tone which he occasionally assumed.
Ik kon nauwelijks mijn lach bedwingen bij het zien van zijn teleurgesteld gelaat toen hij eindelijk de kast weder sloot en het mij terug gaf. He balanced the watch in his hand, gazed hard at the dial, opened the back, and examined the works, first with his naked eyes and then with a powerful convex lens.
»Er zijn ternauwernood eenige datums!" merkte hij op; »het horloge is eerst kort geleden schoongemaakt, iets dat mij van de meeste denkbare daadzaken berooft." I could hardly keep from smiling at his crestfallen face when he finally snapped the case to and handed it back. "There are hardly any data," he remarked.
»Gij hebt gelijk," antwoordde ik, »het werd schoongemaakt alvorens het mij werd toegezonden." "The watch has been recently cleaned, which robs me of my most suggestive facts." "You are right," I answered.
In mijn hart beschuldigde ik mijn metgezel dat hij zijn onvermogen achter een niet beduidende uitvlucht verschool. "It was cleaned before being sent to me." In my heart I accused my companion of putting forward a most lame and impotent excuse to cover his failure.
Welke datums kon hij bij een onschoongemaakt horloge verwachten? What data could he expect from an uncleaned watch?
»Hoewel onvoldoende, is toch mijn onderzoek niet geheel vruchteloos geweest," sprak hij, met droomerige half gesloten oogen naar de zoldering starende. »Onder verbetering zoude ik oordeelen dat het horloge aan uw oudsten broeder heeft toebehoord, die het van uwen vader geërfd heeft." "Though unsatisfactory, my research has not been entirely barren," he observed, staring up at the ceiling with dreamy, lack-lustre eyes. "Subject to your correction, I should judge that the watch belonged to your elder brother, who inherited it from your father."
»Dat leidt gij zeker af van de H. W. op de kast?" "That you gather, no doubt, from the H. W. upon the back?"
»Zeer juist. "Quite so.
De W. doet uw eigen naam veronderstellen. The W. suggests your own name.
De datum van het horloge klimt op tot omstreeks voor vijftig jaren terug, en de initialen zijn even oud als het horloge zelve. The date of the watch is nearly fifty years back, and the initials are as old as the watch: so it was made for the last generation.
Kostbaarheden gaan gewoonlijk op den oudsten zoon over, en hij draagt in den regel denzelfden naam als de vader. Jewelry usually descends to the eldest son, and he is most likely to have the same name as the father.
Uw vader is, indien ik mij goed herinner, reeds verscheiden jaren overleden. Your father has, if I remember right, been dead many years.
Dientengevolge is het horloge in handen gekomen van uw oudsten broeder." It has, therefore, been in the hands of your eldest brother."
»Zooverre zijt gij juist," zeide ik, »weet gij nog meer?" "Right, so far," said I. "Anything else?"
»Hij was een man van zeer ongestadige en zorgelooze levenswijze. "He was a man of untidy habits,--very untidy and careless.
Hij had eens goede vooruitzichten, maar hij verschopte zijn geluk; leefde gedurende eenigen tijd in armoede, met korte tusschenpoozen van voorspoed, en nadat hij eindelijk aan den drank verslaafd was geraakt, stierf hij. He was left with good prospects, but he threw away his chances, lived for some time in poverty with occasional short intervals of prosperity, and finally, taking to drink, he died.
Dat is al wat ik kan afleiden." That is all I can gather."
Ik sprong uit mijn stoel en hinkte, ten zeerste gekrenkt, de kamer op en neer. I sprang from my chair and limped impatiently about the room with considerable bitterness in my heart.
»Dat is onwaardig van u, Holmes," zei ik, »ik zou nooit hebben kunnen gelooven, dat gij u tot zoo iets zoudt verlagen. "This is unworthy of you, Holmes," I said. "I could not have believed that you would have descended to this.
Gij hebt onderzoek gedaan naar de geschiedenis van mijn ongelukkigen broeder, en beweert thans door gevolgtrekkingen tot deze wetenschap gekomen te zijn. You have made inquires into the history of my unhappy brother, and you now pretend to deduce this knowledge in some fanciful way.
Gij kunt toch niet van mij verwachten dat ik gelooven zal dat gij dit alles op dit oud horloge gelezen hebt! You cannot expect me to believe that you have read all this from his old watch!
Het is niet vriendschappelijk, en om de volle waarheid te zeggen, heeft het iets van charlatanisme!" It is unkind, and, to speak plainly, has a touch of charlatanism in it."
»Waarde dokter," zei hij vriendelijk, »ik bid u, neem mijne verontschuldiging aan. "My dear doctor," said he, kindly, "pray accept my apologies.
De zaak als een gewoon vraagstuk beschouwende, had ik vergeten hoe persoonlijk en pijnlijk u de oplossing ervan moest wezen. Viewing the matter as an abstract problem, I had forgotten how personal and painful a thing it might be to you.
Ik geef u echter de heilige verzekering dat ik nimmer geweten heb dat gij een broeder hebt gehad, tot ge mij dit horloge hebt ter hand gesteld." I assure you, however, that I never even knew that you had a brother until you handed me the watch."
»Maar in naam van al wat onbegrijpelijk is, hoe kwaamt gij dan juist tot deze feiten? "Then how in the name of all that is wonderful did you get these facts?
Zij zijn in elk opzicht juist en waar." They are absolutely correct in every particular."
»Ah, dat is gelukkig. "Ah, that is good luck.
Ik voor mij kon ze slechts waarschijnlijkheden noemen. I could only say what was the balance of probability.
Ik verwachtte geenszins zoo accuraat te zullen zijn." I did not at all expect to be so accurate."
»Maar het zijn toch niet enkel gissingen?" "But it was not mere guess-work?"
»Neen, neen, ik gis nimmer. "No, no: I never guess.
Dat is een dwaze gewoonte--en meestal schadelijk voor het logisch verband. It is a shocking habit,--destructive to the logical faculty.
Wat u zoo vreemd toeschijnt is dit alleen, omdat gij mijn gedachtengang niet volgt of geringe omstandigheden, die veelal de grootste ophelderingen verschaffen, over het hoofd ziet. What seems strange to you is only so because you do not follow my train of thought or observe the small facts upon which large inferences may depend.
Bij voorbeeld: ik begon te beweren dat uw broeder zorgeloos was. For example, I began by stating that your brother was careless.
Wanneer gij het benedengedeelten van deze horlogekast gadeslaat, dan merkt gij op dat zij niet slechts op twee plaatsen gedeukt is, maar zij is overal geschramd en bekrast, door de gewoonte die hij had, om in denzelfden vestzak ook andere harde voorwerpen, zooals geldstukken of sleutels te bergen. When you observe the lower part of that watch-case you notice that it is not only dinted in two places, but it is cut and marked all over from the habit of keeping other hard objects, such as coins or keys, in the same pocket.
Er behoort gewis niet zooveel vernuft toe om de gevolgtrekking te maken, dat hij, die zoo netjes met een horloge van vijftig guinjes omspringt, een zorgeloos man is. Surely it is no great feat to assume that a man who treats a fifty-guinea watch so cavalierly must be a careless man.
En evenmin is het zoo wonderlijk te begrijpen, dat een man die een voorwerp van zulke groote waarde erft, niet van middelen ontbloot is." Neither is it a very far-fetched inference that a man who inherits one article of such value is pretty well provided for in other respects."
Ik knikte, ten bewijze dat ik zijne redeneering volgde. I nodded, to show that I followed his reasoning.
»Het is bij pand-beleeners in Engeland algemeen gebruikelijk om het nommer van het bewijs met een graveernaald op de binnenzijde der kast te schrijven. "It is very customary for pawnbrokers in England, when they take a watch, to scratch the number of the ticket with a pin-point upon the inside of the case.
Dit is een maatregel tegen het verloren gaan van het bewijs. It is more handy than a label, as there is no risk of the number being lost or transposed.
Er zijn niet minder dan vier zulke nommers door mijn lens op de binnenzijde der kast zichtbaar. There are no less than four such numbers visible to my lens on the inside of this case.
Gevolgtrekking: dat uw broeder zeer dikwijls op zwart zaad zat. Inference,--that your brother was often at low water.
Tweede gevolgtrekking: dat hij van tijd tot tijd er beter bij zat, anders zou hij het pand niet hebben kunnen lossen. Secondary inference,--that he had occasional bursts of prosperity, or he could not have redeemed the pledge.
En ten slotte verzoek ik u de binnenplaat te bezichtigen, waarin zich het sleutelgat bevindt. Finally, I ask you to look at the inner plate, which contains the key-hole.
Let dan op de duizenden krassen rondom de opening; allen teekenen van het uitglijden van den sleutel. Look at the thousands of scratches all round the hole,--marks where the key has slipped.
Welke nuchtere man kon die plaat zoo hebben toegetakeld? What sober man's key could have scored those grooves?
Ik verzeker u, gij zult het horloge van een dronkaard nimmer zonder krassen zien. But you will never see a drunkard's watch without them.
Hij windt het des nachts op, en laat deze sporen van zijn onvaste hand achter. He winds it at night, and he leaves these traces of his unsteady hand.
Waar blijft nu de mysterie van dit alles?" Where is the mystery in all this?"
»Het is zoo klaar als de dag," antwoordde ik, »ik betreur het onrecht dat ik u aandeed. "It is as clear as daylight," I answered. "I regret the injustice which I did you.
Ik had meer vertrouwen moeten stellen in uw wonderbaarlijk vermogen. I should have had more faith in your marvellous faculty.
Mag ik vragen of gij thans nog op een of ander onderzoek uit moet?" May I ask whether you have any professional inquiry on foot at present?"
»Neen, daarom gebruikte ik de coca?ne. "None. Hence the cocaine.
Ik kan niet leven zonder hersen-inspanning. I cannot live without brain-work.
Waartoe anders dient het leven? What else is there to live for?
Hier voor het raam gaan staan? Stand at the window here.
Was de wereld ooit zoo droevig vervelend en ongenietbaar? Was ever such a dreary, dismal, unprofitable world?
Zie hoe de gele mist over de straat hangt en langs de zwart-geblakerde huizen dwarrelt. See how the yellow fog swirls down the street and drifts across the dun-colored houses.
Wat zou meer hopeloos proza?sch en stoffelijk kunnen zijn? What could be more hopelessly prosaic and material?
Wat baat het vermogens te bezitten, dokter, en geen arbeidsveld er voor te vinden? What is the use of having powers, doctor, when one has no field upon which to exert them?
Misdaad is iets algemeens, bestaan is dit eveneens, en geene andere dan algemeene eigenschappen zijn op aarde werkzaam." Crime is commonplace, existence is commonplace, and no qualities save those which are commonplace have any function upon earth."
Ik had mijn mond reeds geopend om op deze ontboezeming te antwoorden, toen er bescheiden op de deur geklopt werd en onze hospita binnentrad, terwijl zij een visitekaart op het koperen blad droeg. I had opened my mouth to reply to this tirade, when with a crisp knock our landlady entered, bearing a card upon the brass salver.
»Een jonge dame voor u, sir," zeide zij, zich tot mijn metgezel wendende. "A young lady for you, sir," she said, addressing my companion.
»Miss Mary Morstan," las hij. »Hm! ik herinner mij dien naam niet. "Miss Mary Morstan," he read. "Hum! I have no recollection of the name.
Verzoek de jonge dame boven te komen, Mrs. Ask the young lady to step up, Mrs. Hudson.
Hudson.--Neen, ga niet heen, dokter. Don't go, doctor.
Ik zou gaarne zien dat gij hier bleeft." I should prefer that you remain."
TWEEDE HOOFDSTUK. Chapter II
De beschrijving van het geval. The Statement of the Case
Miss Morstan trad met fermen stap en vrijmoedig voorkomen het vertrek binnen. Miss Morstan entered the room with a firm step and an outward composure of manner.
Zij was een blonde jonge dame, klein van gestalte en zeer smaakvol gekleed. She was a blonde young lady, small, dainty, well gloved, and dressed in the most perfect taste.
Evenwel was haar gewaad zoo eenvoudig dat het elke gedachte aan weelde buitensloot, doch eerder van beperkte middelen getuigde. There was, however, a plainness and simplicity about her costume which bore with it a suggestion of limited means.
Het bestond uit een kleed van donker-grijze beige, zonder de minste versiering, en een klein hoedje van dezelfde kleur, die alleen verlevendigd werd door een witte veder. The dress was a sombre grayish beige, untrimmed and unbraided, and she wore a small turban of the same dull hue, relieved only by a suspicion of white feather in the side.
Haar gelaat was noch regelmatig, noch schoon te noemen, doch hare trekken waren zacht en innemend, terwijl hare groote blauwe oogen zeldzaam geestig en sympathiek waren. Her face had neither regularity of feature nor beauty of complexion, but her expression was sweet and amiable, and her large blue eyes were singularly spiritual and sympathetic.
Met al mijne ervaring omtrent de vrouwen, die ik in drie verschillende werelddeelen had opgedaan, had ik nog nimmer een gelaat gezien dat meer van een beschaafd en gevoelig karakter getuigde. In an experience of women which extends over many nations and three separate continents, I have never looked upon a face which gave a clearer promise of a refined and sensitive nature.
Alleen merkte ik op, dat toen zij zich op den stoel plaatste, dien Sherlock Holmes haar aanbood, hare lippen beefden, hare hand trilde en zij alle blijken gaf van innerlijke opgewondenheid. I could not but observe that as she took the seat which Sherlock Holmes placed for her, her lip trembled, her hand quivered, and she showed every sign of intense inward agitation.
»Ik ben tot u gekomen, Mr. Holmes," zeide zij, »omdat gij eens mijne meesteres, Mrs. Cecil Forrester in staat hebt gesteld om eene kleine aangelegenheid met een harer dienstboden in het reine te brengen. "I have come to you, Mr. Holmes," she said, "because you once enabled my employer, Mrs. Cecil Forrester, to unravel a little domestic complication.
Zij was ten zeerste verrukt wegens uwe dienstvaardigheid en bekwaamheid." She was much impressed by your kindness and skill."
»Mrs. Cecil Forrester?" herhaalde hij, »ja, ik geloof dat ik haar eens een kleinen dienst bewezen heb. "Mrs. Cecil Forrester," he repeated thoughtfully.
Het betrof echter, als ik mij goed herinner, slechts een hoogst eenvoudig geval." "I believe that I was of some slight service to her. The case, however, as I remember it, was a very simple one."
»Zij beschouwde het zoo niet. "She did not think so.
Maar van het mijne zult gij dit tenminste niet kunnen beweren. But at least you cannot say the same of mine.
Ik kan mij nauwelijks een meer vreemdsoortigen en onverklaarbaren toestand voorstellen, dan dien, waarin ik mij bevind." I can hardly imagine anything more strange, more utterly inexplicable, than the situation in which I find myself."
Holmes wreef zijne handen en zijne oogen schitterden. Holmes rubbed his hands, and his eyes glistened.
Hij leunde voorover in zijn stoel met eene uitdrukking van buitengewone aandacht op zijne scherpe, havik-achtige trekken. He leaned forward in his chair with an expression of extraordinary concentration upon his clear-cut, hawklike features.
»Verhaal mij uw geval," zeide hij op korten toon. "State your case," said he, in brisk, business tones.
Ik gevoelde dat mijn toestand eenigszins gedwongen werd. I felt that my position was an embarrassing one.
»Gij zult mij gewis wel willen excuseeren?" vroeg ik van mijn stoel opstaande. "You will, I am sure, excuse me," I said, rising from my chair.
Tot mijne verwondering strekte de jonge dame hare net gehandschoende hand uit, als om mij tegen te houden. To my surprise, the young lady held up her gloved hand to detain me.
»Indien uw vriend zoo goed zou willen zijn hier te blijven," sprak zij, »zou hij mij wellicht een onschatbaren dienst kunnen bewijzen." "If your friend," she said, "would be good enough to stop, he might be of inestimable service to me."
Ik zette mij weer neder. I relapsed into my chair.
»In het kort zijn de feiten als volgt," hernam zij. "Briefly," she continued, "the facts are these.
»Mijn vader was officier in Indischen dienst, die mij, toen ik nog een kind was, naar het vaderland zond. My father was an officer in an Indian regiment who sent me home when I was quite a child.
Mijne moeder was overleden, en ik had geene betrekkingen in Engeland. My mother was dead, and I had no relative in England.
Ik werd echter in een net opvoedingsgesticht te Edinburgh geplaatst, waar ik tot mijn zeventiende jaar vertoefde. I was placed, however, in a comfortable boarding establishment at Edinburgh, and there I remained until I was seventeen years of age.
In het jaar 1878 verkreeg mijn vader, die toen de oudste kapitein bij zijn regiment was, een jaar verlof, en kwam naar Engeland. In the year 1878 my father, who was senior captain of his regiment, obtained twelve months' leave and came home.
Hij telegrafeerde mij uit Londen dat hij gezond en wel was aangekomen en noodigde mij uit om onmiddellijk over te komen, terwijl hij mij het Langham Hôtel als zijn adres opgaf. He telegraphed to me from London that he had arrived all safe, and directed me to come down at once, giving the Langham Hotel as his address.
Ik herinner mij dat zijn bericht van verlangen en liefde getuigde. His message, as I remember, was full of kindness and love.
Toen ik te Londen aankwam, reed ik naar Langham en vernam daar dat kapitein Morstan er logeerde, doch dat hij den vorigen avond was uitgegaan en tot nog toe niet teruggekeerd was. On reaching London I drove to the Langham, and was informed that Captain Morstan was staying there, but that he had gone out the night before and had not yet returned.
Ik wachtte den ganschen dag, zonder iets van hem te vernemen. I waited all day without news of him.
Des avonds stelde ik, op aanraden van den hôtelhouder, de politie hiermede in kennis en den volgenden morgen plaatsten wij eene oproeping in alle bladen. That night, on the advice of the manager of the hotel, I communicated with the police, and next morning we advertised in all the papers.
Onze onderzoekingen leverden echter niet het minste resultaat op; en vanaf dien dag tot op heden heb ik nooit weder een woord van mijn ongelukkigen vader vernomen. Our inquiries led to no result; and from that day to this no word has ever been heard of my unfortunate father.
Hij kwam naar het vaderland met een hart vol hoop en liefde, om er eenige rust en vaderlijk genoegen te vinden, en in stede daarvan...." Zij bracht haar hand aan hare keel, en een korte snik besloot den volzin. He came home with his heart full of hope, to find some peace, some comfort, and instead--" She put her hand to her throat, and a choking sob cut short the sentence.
»De datum?" vroeg Holmes, zijn notitie-boek openende. "The date?" asked Holmes, opening his note-book.
»Hij verdween op den 3en December 1878, dus omstreeks tien jaren geleden." "He disappeared upon the 3d of December, 1878,--nearly ten years ago."
»Zijn bagage?" "His luggage?"
»Bleef in het hôtel. "Remained at the hotel.
Er was echter niets in dat tot eenige opheldering kon dienen: wat kle?ren, eenige boeken en een groot aantal curiositeiten van de Andaman-eilanden. There was nothing in it to suggest a clue,--some clothes, some books, and a considerable number of curiosities from the Andaman Islands.
Hij was een der officieren geweest die met de bewaking der daar verbannen misdadigers belast zijn." He had been one of the officers in charge of the convict-guard there."
»Had hij een of ander vriend in de stad?" "Had he any friends in town?"
»Zoover wij weten slechts een;--zekere Majoor Sholto van zijn eigen regiment, het 34e Bombay-Infanterie. "Only one that we know of,--Major Sholto, of his own regiment, the 34th Bombay Infantry.
De Majoor had kort te voren den dienst vaarwel gezegd en woonde te Upper Norwood. The major had retired some little time before, and lived at Upper Norwood.
Wij stelden hem natuurlijk van het geval in kennis, maar het was hem zelfs onbekend dat zijn mede-officier in Engeland was." We communicated with him, of course, but he did not even know that his brother officer was in England."
»Een vreemdsoortig geval," merkte Holmes aan. "A singular case," remarked Holmes.
»Het vreemdsoortige ervan heb ik u echter nog niet beschreven. "I have not yet described to you the most singular part.
Omstreeks zes jaren geleden--of om nauwkeurig te werk te gaan: op den 4en Mei 1882,--verscheen er een advertentie in de »=Times=", waarin gevraagd werd naar het adres van Miss Mary Morstan, met de verklaring dat het in haar belang zoude zijn, zich bekend te maken. Er werd noch naam, noch adres bij vermeld. About six years ago--to be exact, upon the 4th of May, 1882--an advertisement appeared in the Times asking for the address of Miss Mary Morstan and stating that it would be to her advantage to come forward.
Ik was op dat tijdstip juist in het gezin van Mrs. There was no name or address appended.
Cecil Forrester als gouvernante in betrekking gekomen. I had at that time just entered the family of Mrs. Cecil Forrester in the capacity of governess.
Op haar raad maakte ik per advertentie mijn adres bekend. By her advice I published my address in the advertisement column.
Nog op dienzelfden dag werd er door de post een aan mij geadresseerd kartonnen doosje bezorgd, waarin zich een zeer groote, schitterende parel bevond. The same day there arrived through the post a small card-board box addressed to me, which I found to contain a very large and lustrous pearl.
Er was geen letter schrift bijgevoegd. No word of writing was enclosed.
Sedert dien dag kwam er elk jaar op denzelfden datum een gelijksoortige doos, die een zelfde parel bevatte, zonder eenige aanwijzing omtrent den afzender. Since then every year upon the same date there has always appeared a similar box, containing a similar pearl, without any clue as to the sender.
Zij zijn door een deskundige onderzocht en deze verklaarde dat zij hoogst zeldzaam en van buitengewoon groote waarde zijn. They have been pronounced by an expert to be of a rare variety and of considerable value.
Gij kunt zelf oordeelen hoe fraai zij zijn." You can see for yourselves that they are very handsome."
Zij opende een platte doos, en toonde mij zes der prachtigste paarlen die ik ooit gezien had. She opened a flat box as she spoke, and showed me six of the finest pearls that I had ever seen.
»Uw verhaal is hoogst belangwekkend," zei Sherlock Holmes, »is u nog iets anders gebeurd?" "Your statement is most interesting," said Sherlock Holmes. "Has anything else occurred to you?"
»Ja, en dat wel juist heden. "Yes, and no later than to-day.
Dat is de reden waarom ik tot u gekomen ben. That is why I have come to you.
Hedenochtend ontving ik dezen brief, dien gij wellicht wel zult willen lezen." This morning I received this letter, which you will perhaps read for yourself."
»Dank u," zei Holmes, »de enveloppe ook als 't u belieft. "Thank you," said Holmes. "The envelope too, please.
Poststempel: Londen S. W. Datum: Juli 7. Postmark, London, S.W. Date, July 7.
Hum! Hum!
De afdruk van een mansduim in den hoek,--waarschijnlijk van den besteller. Man's thumb-mark on corner,--probably postman.
Beste kwaliteit papier. Best quality paper.
Enveloppe van six-pence het pak. Envelopes at sixpence a packet.
Een zonderling man. Particular man in his stationery.
Geen adres. No address.
'Be at the third pillar from the left outside the Lyceum Theatre to-night at seven o'clock.
Indien gij bevreesd zijt, brengt dan twee vrienden mede. If you are distrustful, bring two friends.
Gij zijt een slecht behandeld meisje en u zal gerechtigheid geschieden. You are a wronged woman, and shall have justice.
Breng geen politie mede. Do not bring police.
Indien gij dit doet, zal alles tevergeefs zijn. If you do, all will be in vain.
Uw onbekende vriend." Your unknown friend.'
»Wel, dat is een zeer aardig geheim! wat denkt gij te doen, Miss Morstan?" Well, really, this is a very pretty little mystery. What do you intend to do, Miss Morstan?"
»Dat was juist de vraag die ik u wilde doen." "That is exactly what I want to ask you."
»Dan zullen wij zeer zeker gaan,--gij en ik en--ja, wel Dr. "Then we shall most certainly go.
Watson is juist de rechte man. You and I and--yes, why, Dr. Watson is the very man.
Uw briefschrijver spreekt van twee vrienden. Your correspondent says two friends.
Hij en ik hebben reeds vroeger samengewerkt." He and I have worked together before."
»Maar zou hij willen komen?" vroeg zij met iets smeekends in haar stem. "But would he come?" she asked, with something appealing in her voice and expression.
»Ik zal mij gelukkig achten en er eene eer in stellen," zeide ik gejaagd, »als ik u in eenig opzicht van dienst zal kunnen zijn." "I should be proud and happy," said I, fervently, "if I can be of any service." "You are both very kind," she answered.
»Gij zijt beiden zeer vriendelijk," antwoordde zij, »ik heb een afgezonderd leven geleid en bezit geene vrienden waarop ik mij zou kunnen beroepen. "I have led a retired life, and have no friends whom I could appeal to. If I am here at six it will do, I suppose?"
Als ik om zes uur hier ben, zal het, naar ik denk, vroeg genoeg zijn?" "You must not be later," said Holmes. "There is one other point, however.
»Ja, maar vooral niet later," zei Holmes, »er rest echter nog een vraag: Is dit handschrift hetzelfde als dat van de adressen op de doosjes met de paarlen?" Is this handwriting the same as that upon the pearl-box addresses?"
»Ik heb ze bij mij," antwoordde zij, terwijl zij hem een half dozijn stukjes papier overreikte. "I have them here," she answered, producing half a dozen pieces of paper.
»Gij zijt bepaald een model-cliënt, en zeer correct. "You are certainly a model client. You have the correct intuition.
Laat ons nu eens zien." Let us see, now."
Hij spreidde de papiertjes op de tafel en keek snel van het een op het andere. »Zij zijn met een verdraaide hand geschreven, behalve de brief," zeide hij onmiddellijk, »maar het lijdt geen twijfel dat de schrijver dezelfde is. He spread out the papers upon the table, and gave little darting glances from one to the other. "They are disguised hands, except the letter," he said, presently, "but there can be no question as to the authorship.
Zie eens hoe de #e# afgebroken is en beschouw dan de krul van de #s#. See how the irrepressible Greek e will break out, and see the twirl of the final s.
Die zijn stellig van denzelfden persoon. They are undoubtedly by the same person.
Ik zou niet gaarne ijdele hoop bij u opwekken, Miss Morstan, maar is er eenige overeenkomst tusschen deze hand en die van uwen vader?" I should not like to suggest false hopes, Miss Morstan, but is there any resemblance between this hand and that of your father?"
»In geen enkel opzicht." "Nothing could be more unlike."
»Dit antwoord verwachtte ik. "I expected to hear you say so.
Wij zullen u dus om zes uur verwachten. We shall look out for you, then, at six.
Wees zoo goed en laat mij de papieren behouden. Pray allow me to keep the papers.
Dan kan ik de zaak eens overzien. I may look into the matter before then.
Het is nu pas half-vier. =Au revoir=, dus." It is only half-past three. Au revoir, then."
»=Au revoir=," zei onze bezoekster, en met een vriendelijken blik op ons beiden, verborg zei haar doos met paarlen weder in haren boezem, en verliet haastig het vertrek. "Au revoir," said our visitor, and, with a bright, kindly glance from one to the other of us, she replaced her pearl-box in her bosom and hurried away.
Mij voor het venster plaatsende zag ik haar snel de straat afloopen, terwijl haar grijs hoedje met de witte veder op een vogel geleek tusschen de dichte menigte. Standing at the window, I watched her walking briskly down the street, until the gray turban and white feather were but a speck in the sombre crowd.
»Wat een aantrekkelijke vrouw!" riep ik uit, mij tot mijn metgezel wendende. "What a very attractive woman!" I exclaimed, turning to my companion.
Hij had zijn pijp weder opgestoken en lag met halfgesloten oogen achterover in zijn fauteuil. »Is zij dat?" vroeg hij op langwijligen toon, »ik heb het niet opgemerkt." He had lit his pipe again, and was leaning back with drooping eyelids. "Is she?" he said, languidly. "I did not observe." "You really are an automaton,--a calculating-machine!"
»Gij zijt werkelijk een automaat,--een rekenmachine," riep ik, »er is somwijlen iets bepaald onmenschelijks in u!" I cried. "There is something positively inhuman in you at times."
Hij glimlachte ondeugend. He smiled gently.
»Het is van het grootste belang," antwoordde hij, »uw oordeel niet te laten leiden door persoonlijke eigenschappen. "It is of the first importance," he said, "not to allow your judgment to be biased by personal qualities.
Een cliënt is voor mij slechts eene eenheid, een factor in een vraagstuk. A client is to me a mere unit,--a factor in a problem.
De op het gemoed werkende eigenschappen staan een zuivere redeneering in den weg. The emotional qualities are antagonistic to clear reasoning.
Ik geef u de verzekering dat de bekoorlijkste vrouw, die ik ooit gezien heb, werd opgehangen wegens het vermoorden van drie kleine kinderen om hunne levensverzekeringssom machtig te worden, terwijl de terugstootendste man onder mijne bekenden een filantroop is, die omstreeks een kwart millioen aan de armen van Londen besteed heeft." I assure you that the most winning woman I ever knew was hanged for poisoning three little children for their insurance-money, and the most repellant man of my acquaintance is a philanthropist who has spent nearly a quarter of a million upon the London poor."
»In dit geval, echter--" "In this case, however--"
»Ik maak nimmer uitzonderingen. "I never make exceptions.
Een uitzondering »wederlegt" den regel. An exception disproves the rule.
Zijt gij ooit in de gelegenheid geweest om door middel van een handschrift een karakter-studie te maken? Have you ever had occasion to study character in handwriting? What do you make of this fellow's scribble?"
Wat is dan uw oordeel omtrent het geschrijf van dezen knaap?" "It is legible and regular," I answered.
»Het is net en regelmatig," antwoordde ik. »Een man van zaken en tamelijk vast van karakter." "A man of business habits and some force of character."
Holmes schudde het hoofd. Holmes shook his head.
»Zie dan eens naar zijn lange letters," zeide hij, »zij komen nauwelijks boven de gewone uit. "Look at his long letters," he said.
Die #d# kon wel een #a#, en die #l# wel een #e# zijn. "They hardly rise above the common herd.
Mannen van karakter maken altijd een onderscheid tusschen hunne gewone en lange letters, hoe onregelmatig zij overigens ook mogen schrijven. That d might be an a, and that l an e. Men of character always differentiate their long letters, however illegibly they may write.
Er is besluiteloosheid in zijne #k#'s en gevoel van eigenwaarde in zijne hoofdletters.--Ik ga nu even uit. There is vacillation in his k's and self-esteem in his capitals. I am going out now.
Ik moet eenige bezoeken afleggen. I have some few references to make.
Laat mij u dit boek recommandeeren,--een der merkwaardigste die ooit geschreven werden. Let me recommend this book,--one of the most remarkable ever penned.
Het is »Het martelaarschap van den man," van Winwood Reade. It is Winwood Reade's 'Martyrdom of Man.'
Ik zal binnen een uur terug zijn." I shall be back in an hour."
Ik zat in de vensternis met het aangeduide boek in mijn hand, doch mijne gedachten waren verre van het werk des schrijvers. I sat in the window with the volume in my hand, but my thoughts were far from the daring speculations of the writer.
Mijn gedachten keerden tot onze laatste bezoekster terug, tot haren glimlach, die diepe gevoelvolle tonen van hare stem, en het vreemdsoortig geheim dat haar verontrustte. My mind ran upon our late visitor,--her smiles, the deep rich tones of her voice, the strange mystery which overhung her life.
Indien zij zeventien jaar was op het tijdstip van haar vaders verdwijning, dan moest zij nu zeven-en-twintig zijn;--een schoone leeftijd, waarop de jeugd haar zelfvertrouwen verloren heeft en door ondervinding een weinig soberder geworden is. If she were seventeen at the time of her father's disappearance she must be seven-and-twenty now,--a sweet age, when youth has lost its self-consciousness and become a little sobered by experience.
Zoo zat ik te mijmeren, tot er zulke gevaarlijke gedachten bij mij opkwamen, dat ik naar mijn lessenaar snelde en mij ijverig in mijn verhandeling over pathologie verdiepte.--Wat was ik?--Een arm geneesheer, met een zwak been en nog een zwakker fortuin, dat ik aan zulke dingen zou durven denken? So I sat and mused, until such dangerous thoughts came into my head that I hurried away to my desk and plunged furiously into the latest treatise upon pathology. What was I, an army surgeon with a weak leg and a weaker banking-account, that I should dare to think of such things?
Zij was eene eenheid, een factor, en niets meer! She was a unit, a factor,--nothing more.
Indien mijn toekomst duister was, was het gewis beter om haar als een man tegemoet te zien, dan te trachten haar door onbereikbare luchtkasteelen op te vroolijken. If my future were black, it was better surely to face it like a man than to attempt to brighten it by mere will-o'-the-wisps of the imagination.
DERDE HOOFDSTUK. Chapter III
Op onderzoek. In Quest of a Solution
Het was half zes eer Holmes terugkwam. It was half-past five before Holmes returned.
Hij was opgeruimd en zeer goed gemutst, iets wat bij hem van tijd tot tijd werd afgewisseld door een gemoedsgesteldheid die aan ontzenuwing grensde. He was bright, eager, and in excellent spirits,--a mood which in his case alternated with fits of the blackest depression.
»Er schuilt geen groot geheim in deze aangelegenheid," zeide hij, den kop thee aannemende dien ik voor hem had ingeschonken, »de feiten schijnen slechts ééne verklaring mogelijk te maken." "There is no great mystery in this matter," he said, taking the cup of tea which I had poured out for him. "The facts appear to admit of only one explanation."
»Wat! Hebt gij het reeds opgelost?" "What! you have solved it already?"
»Nu, dat zou te veel gezegd zijn. "Well, that would be too much to say.
Ik heb een feit ontdekt dat een veronderstelling wettigt, dat is alles. I have discovered a suggestive fact, that is all.
Het is slechts een zeer vage veronderstelling. It is, however, VERY suggestive.
De nadere bizonderheden ontbreken er nog aan. The details are still to be added.
Ik heb zooeven in oude nummers van de »Times" gevonden, dat Majoor Sholto van Upper Norwood, oud-gediende van het 34e regiment Bombay-Infanterie, op den 28 April 1882 overleden is." I have just found, on consulting the back files of the Times, that Major Sholto, of Upper Norword, late of the 34th Bombay Infantry, died upon the 28th of April, 1882."
»Het moge zeer onbegrijpelijk zijn, Holmes, maar ik kan niet inzien tot welke onderstelling dit leiden kan." "I may be very obtuse, Holmes, but I fail to see what this suggests."
»Niet? "No?
Gij verbaast mij. You surprise me.
Beschouw het dan van deze zijde. Look at it in this way, then.
Kapitein Morstan verdwijnt. Captain Morstan disappears.
De eenige persoon in Londen dien hij kon bezocht hebben is Majoor Sholto. The only person in London whom he could have visited is Major Sholto.
Majoor Sholto verklaart niet geweten te hebben dat hij te Londen was. Major Sholto denies having heard that he was in London.
Vier jaren later sterft Sholto. Four years later Sholto dies.
Binnen een week na zijn dood ontvangt de dochter van kapitein Morstan een kostbaar geschenk, dat jaarlijks herhaald wordt en nu eindigt in een brief die haar als een slecht behandeld meisje beschrijft. WITHIN A WEEK OF HIS DEATH Captain Morstan's daughter receives a valuable present, which is repeated from year to year, and now culminates in a letter which describes her as a wronged woman.
Op welke slechte behandeling kan dit anders doelen dan op de verdwijning van haren vader? What wrong can it refer to except this deprivation of her father?
En waarom zouden de geschenken onmiddellijk beginnen na Sholto's dood, of het moest zijn dat Sholto's erfgenaam iets van het geheim weet, en een schikking wenscht te maken? And why should the presents begin immediately after Sholto's death, unless it is that Sholto's heir knows something of the mystery and desires to make compensation?
Hebt gij eenige tegenovergestelde theorie?" Have you any alternative theory which will meet the facts?"
»Maar welk een vreemdsoortige gevolgtrekking! "But what a strange compensation!
En hoe ver gezocht! And how strangely made!
Waarom zou hij nu eerder een brief schrijven dan tien jaren geleden? Why, too, should he write a letter now, rather than six years ago?
Bovendien in den brief staat: om haar recht te doen wedervaren. Again, the letter speaks of giving her justice.
Welk recht wordt daarmede bedoeld? What justice can she have?
De veronderstelling dat haar vader nog in leven is, is zeker te gewaagd. It is too much to suppose that her father is still alive.
En van een ander onrecht is u niets bekend." There is no other injustice in her case that you know of."
»Er zijn moeielijkheden; zeer zeker groote moeielijkheden," zei Sherlock Holmes nadenkend, »maar onze expeditie van hedenavond zal ze allen oplossen. "There are difficulties; there are certainly difficulties," said Sherlock Holmes, pensively. "But our expedition of to-night will solve them all.
Ha, daar is een vierwieler en Miss Morstan zit erin. Ah, here is a four-wheeler, and Miss Morstan is inside.
Zijt gij gereed? Are you all ready?
Dan was het beter dat wij naar beneden gingen, want het is reeds over den tijd." Then we had better go down, for it is a little past the hour."
Ik nam mijn hoed en stevigsten stok, doch merkte op dat Holmes zijn revolver uit het wapenrek nam en in zijn zak liet glijden. I picked up my hat and my heaviest stick, but I observed that Holmes took his revolver from his drawer and slipped it into his pocket.
Het was dus duidelijk dat hij dacht dat ons avondwerk van ernstigen aard zou kunnen worden. It was clear that he thought that our night's work might be a serious one.
Miss Morstan was in een donkerkleurigen mantel gewikkeld, en haar zacht gelaat was rustig, doch bleek. Miss Morstan was muffled in a dark cloak, and her sensitive face was composed, but pale.
Zij zou meer dan vrouw geweest moeten zijn om zich niet een weinig onrustig te gevoelen bij de vreemdsoortige onderneming waarvoor wij ons op weg begaven; maar toch was hare zelfbeheersching bewonderenswaardig en zij beantwoordde kort en zakelijk de weinige vragen, die Sherlock Holmes nog noodig oordeelde tot haar te richten. She must have been more than woman if she did not feel some uneasiness at the strange enterprise upon which we were embarking, yet her self-control was perfect, and she readily answered the few additional questions which Sherlock Holmes put to her.
»Majoor Sholto was een bizonder vriend van mijn papa," zeide zij, »zijne brieven waren altijd vol van toespelingen op den Majoor. "Major Sholto was a very particular friend of papa's," she said. "His letters were full of allusions to the major.
Hij en papa voerden het bevel over de troepen op de Andaman-eilanden; daardoor woonden zij geruimen tijd te zamen. He and papa were in command of the troops at the Andaman Islands, so they were thrown a great deal together.
Indertijd werd in papa's lessenaar een vreemdsoortig papier gevonden, wat niemand begrijpen kon. By the way, a curious paper was found in papa's desk which no one could understand.
Ik veronderstel niet dat het van eenig aanbelang kan wezen, ik dacht echter dat gij het wellicht gaarne zoudt willen zien, en daarom heb ik het meegebracht. I don't suppose that it is of the slightest importance, but I thought you might care to see it, so I brought it with me.
Hier is het." It is here."
Holmes ontvouwde het papier zorgvuldig en streek het glad op zijn knie. Holmes unfolded the paper carefully and smoothed it out upon his knee.
Daarna onderzocht hij het nauwkeurig met zijn dubbele lens. He then very methodically examined it all over with his double lens.
»Het papier is in Indië gefabriceerd," zeide hij, »het was voor eenigen tijd op een bord geprikt geweest. "It is paper of native Indian manufacture," he remarked.
De teekening erop schijnt het ontwerp te zijn voor een gedeelte van een groot gebouw, met talrijke zalen en gangen. "It has at some time been pinned to a board.
Aan den eenen hoek staat een met roode inkt geteekend kruis en links daarboven staat geschreven »3,37." The diagram upon it appears to be a plan of part of a large building with numerous halls, corridors, and passages.
Op den linkerhoek staan vier kruisjes op een lijn, waarvan de armen elkander raken. At one point is a small cross done in red ink, and above it is '3.37 from left,' in faded pencil-writing.
Daarnaast staat in ruwe karakters: In the left-hand corner is a curious hieroglyphic like four crosses in a line with their arms touching.
»Het teeken der vier--Jonathan Small, Mahomed Singh, Abdullah Khan, Dost Akbar." Beside it is written, in very rough and coarse characters, 'The sign of the four,--Jonathan Small, Mahomet Singh, Abdullah Khan, Dost Akbar.'
»Neen, ik beken dat ik niet begrijp in welk verband dit met de zaak staat. No, I confess that I do not see how this bears upon the matter.
Desniettemin is het een belangrijk document. Yet it is evidently a document of importance.
Het is zorgvuldig in een zakboek bewaard geworden; want het is aan beide zijden even helder." It has been kept carefully in a pocket-book; for the one side is as clean as the other."
»Wij vonden het in zijn zakboek." "It was in his pocket-book that we found it."
»Bewaar het dan zorgvuldig, Miss Morstan, want het zou ons later van nut kunnen zijn. "Preserve it carefully, then, Miss Morstan, for it may prove to be of use to us.
Ik begin te veronderstellen, dat deze zaak blijken zal ingewikkelder en van meer teederen aard te zijn, dan ik haar in het eerst beschouwd heb. I begin to suspect that this matter may turn out to be much deeper and more subtle than I at first supposed.
Ik moet mijne gedachten opnieuw regelen." I must reconsider my ideas."
Hij leunde achterover in het rijtuig en ik kon aan zijn geheele houding zien dat hij in zijn gedachten verdiept was. He leaned back in the cab, and I could see by his drawn brow and his vacant eye that he was thinking intently.
Miss Morstan en ik, wij onderhielden ons op gedempten toon over onze expeditie en den mogelijken uitslag ervan, doch onze metgezel bleef peinzend en afgetrokken tot aan het einde van den rit. Miss Morstan and I chatted in an undertone about our present expedition and its possible outcome, but our companion maintained his impenetrable reserve until the end of our journey.
Het was een avond in September en nog geen zeven uur, maar het was een donkere dag geweest en er hing een vochtige, doordringende mist over de groote stad. It was a September evening, and not yet seven o'clock, but the day had been a dreary one, and a dense drizzly fog lay low upon the great city.
Gelijk zwarte wolken zweefde de mist over de modderige straten. Mud-colored clouds drooped sadly over the muddy streets.
Langs het strand drong het licht der lantaarns slechts met moeite door den nevel heen en wierpen een schaarsch schijnsel over de glibberige bestrating. Down the Strand the lamps were but misty splotches of diffused light which threw a feeble circular glimmer upon the slimy pavement.
De gele lichtstralen uit de winkelramen drongen naar buiten door de dampachtige lucht, en wierpen een spookachtig licht op de menigte daarbuiten. The yellow glare from the shop-windows streamed out into the steamy, vaporous air, and threw a murky, shifting radiance across the crowded thoroughfare.
There was, to my mind, something eerie and ghost-like in the endless procession of faces which flitted across these narrow bars of light,--sad faces and glad, haggard and merry.
Like all human kind, they flitted from the gloom into the light, and so back into the gloom once more.
Deze omstandigheid en het doel waarvoor wij ons tusschen dat licht en donker voortbewogen, maakte mij zenuwachtig en zwaarmoedig. I am not subject to impressions, but the dull, heavy evening, with the strange business upon which we were engaged, combined to make me nervous and depressed.
Ik kon aan het voorkomen van Miss Morstan zien dat zij onder denzelfden indruk verkeerde. I could see from Miss Morstan's manner that she was suffering from the same feeling.
Holmes alleen was boven dusdanige invloeden verheven. Holmes alone could rise superior to petty influences.
Hij hield zijn geopend notitie-boek op zijn knie, en maakte van tijd tot tijd eenige aanteekeningen bij het licht van zijn zak-lantaarn.-- He held his open note-book upon his knee, and from time to time he jotted down figures and memoranda in the light of his pocket-lantern.
Bij de zijdeuren van het Lyceum-Theatre stond de menigte reeds in de dichte drommen opeengepakt. At the Lyceum Theatre the crowds were already thick at the side-entrances.
In front a continuous stream of hansoms and four-wheelers were rattling up, discharging their cargoes of shirt-fronted men and beshawled, bediamonded women.
Wij hadden nauwelijks den derden pilaar, waar wij bescheiden waren, bereikt, of een klein, donker uitziend, levendig man als koetsier gekleed, sprak ons aan. We had hardly reached the third pillar, which was our rendezvous, before a small, dark, brisk man in the dress of a coachman accosted us.
»Zijt gij de partijen die hier komen met Miss Morstan?" vroeg hij. "Are you the parties who come with Miss Morstan?" he asked.
»Ik ben Miss Morstan, en deze twee heeren zijn mijne vrienden," antwoordde zij. "I am Miss Morstan, and these two gentlemen are my friends," said she.
Hij richtte een paar doordringende en vragende oogen op ons. »Gij zult het mij ten goede houden, Miss," zeide hij op scherpen toon, »maar het is mij opgedragen u te verzoeken mij uw woord te willen geven dat geen uwer metgezellen een ambtenaar der politie is." He bent a pair of wonderfully penetrating and questioning eyes upon us. "You will excuse me, miss," he said with a certain dogged manner, "but I was to ask you to give me your word that neither of your companions is a police-officer."
»Daar geef ik u mijn woord op," antwoordde zij. "I give you my word on that," she answered.
Daarop deed hij een schril gefluit hooren, waarop onmiddellijk een huurkoetsier naderde met een vierwielig rijtuig en het portier opende. He gave a shrill whistle, on which a street Arab led across a four-wheeler and opened the door.
De man die ons aangesproken had steeg op den bok, terwijl wij ons in het rijtuig plaatsten. The man who had addressed us mounted to the box, while we took our places inside.
Onmiddellijk zette de koetsier zijne paarden aan en wij vlogen als het ware door de mistige straten. We had hardly done so before the driver whipped up his horse, and we plunged away at a furious pace through the foggy streets.
Het was waarlijk een zonderlinge positie. The situation was a curious one.
Wij reden naar een ons onbekende plaats, op de uitnoodiging van een onbekende. We were driving to an unknown place, on an unknown errand.
Of deze uitnoodiging was een grap, iets wat bezwaarlijk te veronderstellen was,--óf wij hadden alle reden om te denken dat onze tocht groote gevolgen zou hebben. Yet our invitation was either a complete hoax,--which was an inconceivable hypothesis,--or else we had good reason to think that important issues might hang upon our journey.
Miss Morstan's gedrag was even vastberaden als anders. Miss Morstan's demeanor was as resolute and collected as ever.
Ik trachtte haar te amuseeren met het verhalen van eenige mijner avonturen in Afghanistan: maar, om de waarheid te zeggen: ik was zelf zóó opgewonden en nieuwsgierig, dat mijne verhalen niet goed van stapel liepen. I endeavored to cheer and amuse her by reminiscences of my adventures in Afghanistan; but, to tell the truth, I was myself so excited at our situation and so curious as to our destination that my stories were slightly involved.
In het eerst had ik nog eenig idee omtrent de richting die ons rijtuig volgde; doch weldra verloor ik gedeeltelijk door onzen spoed, en gedeeltelijk door den mist en mijne oppervlakkige kennis van Londen de route, en wist niets meer dan dat wij een zeer verren weg aflegden. To this day she declares that I told her one moving anecdote as to how a musket looked into my tent at the dead of night, and how I fired a double-barrelled tiger cub at it. At first I had some idea as to the direction in which we were driving; but soon, what with our pace, the fog, and my own limited knowledge of London, I lost my bearings, and knew nothing, save that we seemed to be going a very long way.
Sherlock Holmes daarentegen faalde geen enkelen keer en hij prevelde de namen der squares zoowel als die der straten en stegen. Sherlock Holmes was never at fault, however, and he muttered the names as the cab rattled through squares and in and out by tortuous by-streets.
»Rochester Row," zeide hij, »nu Vincent Square. "Rochester Row," said he. "Now Vincent Square.
Nu komen wij uit bij de Vauxhall Bridge Road. Now we come out on the Vauxhall Bridge Road.
Wij houden waarschijnlijk de zijde der Surrey. We are making for the Surrey side, apparently.
Ja, dat dacht ik wel. Yes, I thought so.
Nu zijn wij op de brug, gij kunt van tijd tot tijd de rivier zien." Now we are on the bridge. You can catch glimpses of the river."
Wij zagen werkelijk een strook van de Theems, die door de bruglantarens beschenen werd; maar ons rijtuig snelde voorwaarts en rolde spoedig door een doolhof van straten aan de overzijde. We did indeed get a fleeting view of a stretch of the Thames with the lamps shining upon the broad, silent water; but our cab dashed on, and was soon involved in a labyrinth of streets upon the other side. "Wordsworth Road," said my companion.
»Wordsworth Road," zei mijn metgezel, »Priory Road, Larke Hall Lane, Stockwell Place, Robert Street, Cold Harbour Lane. "Priory Road. Lark Hall Lane. Stockwell Place. Robert Street. Cold Harbor Lane.
Het schijnt dat onze taak ons niet naar zeer fatsoenlijke wijken roept." Our quest does not appear to take us to very fashionable regions."
Wij hadden nu inderdaad een onaanzienlijke en dubbelzinnige wijk bereikt. We had, indeed, reached a questionable and forbidding neighborhood.
Lange lijnen van donkere huizen werden alleen dof verlicht door den schijn der kroegen, die er in menigte te vinden waren. Long lines of dull brick houses were only relieved by the coarse glare and tawdry brilliancy of public houses at the corner.
Daarop volgden lanen met villa's van twee verdiepingen hoog, elk met een klein tuintje er voor, en toen weder onafzienbare rijen nieuw gebouwde rood-steenen huizen. Then came rows of two-storied villas each with a fronting of miniature garden, and then again interminable lines of new staring brick buildings,--the monster tentacles which the giant city was throwing out into the country.
Dan ten laatste hield ons rijtuig stil voor het derde van een nieuw blok huizen. At last the cab drew up at the third house in a new terrace.
Geen der anderen was bewoond, en dat waarvoor wij stilhielden was even duister als de anderen, behalve een enkel lichtje voor het keukenraam. None of the other houses were inhabited, and that at which we stopped was as dark as its neighbors, save for a single glimmer in the kitchen window.
Toen wij echter aanklopten werd de deur onmiddellijk geopend door een Hindoesch bediende, gekleed in een gele turban, witte wijde kleederen en een gele sjerp. On our knocking, however, the door was instantly thrown open by a Hindoo servant clad in a yellow turban, white loose-fitting clothes, and a yellow sash.
Er lag iets vreemdsoortig onpassends in deze Oostersche figuur, die daar ineengedoken stond in de gang van een woning van den derden rang. There was something strangely incongruous in this Oriental figure framed in the commonplace door-way of a third-rate suburban dwelling-house.
»De Sahib verwacht u," zei hij, en juist toen hij dit zeide klonk er uit een of andere kamer een schelle, pieperige stem: "The Sahib awaits you," said he, and even as he spoke there came a high piping voice from some inner room.
»Wijs hun den weg hierheen, Khitmutgar," riep deze. »Breng hen onmiddellijk tot mij!" "Show them in to me, khitmutgar," it cried. "Show them straight in to me."
VIERDE HOOFDSTUK. Chapter IV
De geschiedenis van den kaalhoofdigen man. The Story of the Bald-Headed Man
Wij volgden den Indiaan door een morsige gang tot wij voor een deur ter rechterzijde kwamen die hij openduwde. We followed the Indian down a sordid and common passage, ill lit and worse furnished, until he came to a door upon the right, which he threw open.
Een stroom geelachtig licht viel ons tegemoet, en in het midden van dien schijn stond een kleine man met een zeer groot hoofd, dat met een kring van rood, borstelig haar omgeven was en overigens in een glimmend kale puntkruin uitliep. A blaze of yellow light streamed out upon us, and in the centre of the glare there stood a small man with a very high head, a bristle of red hair all round the fringe of it, and a bald, shining scalp which shot out from among it like a mountain-peak from fir-trees.
Hij wreef zijne handen terwijl zijne gelaatstrekken in voortdurende beweging waren:--nu eens grijnslachend, dan weder kauwend, maar geen enkel oogenblik in rust. He writhed his hands together as he stood, and his features were in a perpetual jerk, now smiling, now scowling, but never for an instant in repose.
De Natuur had hem met een hanglip bedeeld en daardoor was de rij zijner gele, onregelmatige tanden al te zichtbaar, iets wat hij tevergeefs trachtte te verbergen door onophoudelijk met zijn hand over zijn onderkaak te wrijven. Nature had given him a pendulous lip, and a too visible line of yellow and irregular teeth, which he strove feebly to conceal by constantly passing his hand over the lower part of his face.
Niettegenstaande zijne buitengewone kaalhoofdigheid, was hij niet ouder dan dertig jaar. In spite of his obtrusive baldness, he gave the impression of youth. In point of fact he had just turned his thirtieth year.
»Uw dienaar, Miss Morstan," riep hij herhaaldelijk op schrillen toon, »uw dienaar, mijne heeren. "Your servant, Miss Morstan," he kept repeating, in a thin, high voice. "Your servant, gentlemen.
Ik bid u, treed mijn klein heiligdom binnen. Pray step into my little sanctum.
Een kleine woning, Miss, maar naar mijn eigen smaak ingericht. A small place, miss, but furnished to my own liking.
Een soort oase in deze beklagenswaardige wildernis van Zuidelijk-Londen." An oasis of art in the howling desert of South London."
Wij waren allen verbaasd wegens het uiterlijk van het vertrek waarbinnen hij ons uitnoodigde. We were all astonished by the appearance of the apartment into which he invited us.
Het geleek in dit onaanzienlijke huis als een diamant van het zuiverst water in koper gevat. In that sorry house it looked as out of place as a diamond of the first water in a setting of brass.
De rijkste en kostbaarste gordijnen en tapijten bedekten de wanden, hier en daar teruggeschoven, ten einde plaats te laten voor een schilderstuk of Oostersche vaas. The richest and glossiest of curtains and tapestries draped the walls, looped back here and there to expose some richly-mounted painting or Oriental vase.
Het vloerkleed was amberkleurig, en zoo zacht en dik dat de voet erin wegzonk als in een donzen bed. The carpet was of amber-and-black, so soft and so thick that the foot sank pleasantly into it, as into a bed of moss.
Twee groote tijgerhuiden, en een op een standaard staande hookah (Oostersche tabakspijp) gaven het geheel het voorkomen van Oostersche weelde. Two great tiger-skins thrown athwart it increased the suggestion of Eastern luxury, as did a huge hookah which stood upon a mat in the corner.
Een lamp, in den vorm van een zilveren duif, hing aan een zeer dunne vergulde ketting in het midden der kamer. A lamp in the fashion of a silver dove was hung from an almost invisible golden wire in the centre of the room.
Terwijl zij brandde vervulde zij de lucht met een zachten aromatischen geur. As it burned it filled the air with a subtle and aromatic odor.
»Mr. Thaddeus Sholto," zei de kleine man, steeds kauwend en grimlachend, »zoo is mijn naam. "Mr. Thaddeus Sholto," said the little man, still jerking and smiling. "That is my name.
Gij zijt dus Miss Morstan. You are Miss Morstan, of course.
En deze heeren?" And these gentlemen--"
»Deze is Mr. Sherlock Holmes, en deze Dr. Watson." "This is Mr. Sherlock Holmes, and this is Dr. Watson."
»Een dokter, hé?" riep hij opgewonden, »hebt gij uw stethoscoop bij u? "A doctor, eh?" cried he, much excited. "Have you your stethoscope?
Zou ik u mogen verzoeken,--zoudt gij zoo vriendelijk willen zijn? Might I ask you--would you have the kindness?
Ik twijfel ten zeerste aan mijn hart-klep; indien gij de goedheid zoudt willen hebben. I have grave doubts as to my mitral valve, if you would be so very good.
Ik ben er zeker van dat het in de hart-ader schuilt, maar omtrent de klep zou ik uw oordeel zeer gaarne vernemen." The aortic I may rely upon, but I should value your opinion upon the mitral."
Ik luisterde naar zijn hart, doch kon niets afwijkends opmerken, behalve dat hij zich in een angstigen toestand bevond, want hij rilde over zijn gansche lichaam. I listened to his heart, as requested, but was unable to find anything amiss, save indeed that he was in an ecstasy of fear, for he shivered from head to foot.
»Het schijnt normaal te wezen," zeide ik, »gij hebt geen reden u ongerust te maken." "It appears to be normal," I said. "You have no cause for uneasiness."
»Gij moet mijne angstigheid vergeven, Miss Morstan," merkte hij op, »ik lijd zeer veel en vreesde altijd voor een hartader-breuk. "You will excuse my anxiety, Miss Morstan," he remarked, airily.
Ik ben verheugd te hooren dat daar geen gevaar voor bestaat. "I am a great sufferer, and I have long had suspicions as to that valve.
I am delighted to hear that they are unwarranted.
Indien uw vader meer op zijn hart gelet had, Miss Morstan, dan ware hij misschien thans nog in leven." Had your father, Miss Morstan, refrained from throwing a strain upon his heart, he might have been alive now."
Ik zou den man wel in het gelaat hebben kunnen slaan, zoozeer verdroot mij deze onhandige opmerking. I could have struck the man across the face, so hot was I at this callous and off-hand reference to so delicate a matter.
Miss Morstan zette zich neder en haar gelaat werd wit tot zelfs hare lippen toe. Miss Morstan sat down, and her face grew white to the lips.
»Ik gevoelde in mijn hart dat hij overleden was," zeide zij. "I knew in my heart that he was dead," said she.
»Ik kan u alle mogelijke inlichtingen verschaffen," vervolgde hij, »en dat wil ik ook, wat mijn broeder Bartholomeus ook moge zeggen. "I can give you every information," said he, "and, what is more, I can do you justice; and I will, too, whatever Brother Bartholomew may say.
Ik ben zoo blijde dat gij vrienden bij u hebt, niet alleen als een geleide voor u, maar tevens als getuigen bij hetgeen ik voornemens ben te doen en te zeggen. I am so glad to have your friends here, not only as an escort to you, but also as witnesses to what I am about to do and say.
Wij kunnen met ons drieën broeder Bartholomeus beter te woord staan. The three of us can show a bold front to Brother Bartholomew.
Doch laat ons er noch politie noch andere ambtenaren in mengen. But let us have no outsiders,--no police or officials.
Wij kunnen alles voldoende onderling regelen, zonder eenige tusschenkomst van anderen. We can settle everything satisfactorily among ourselves, without any interference.
Niets zou broeder Bartholomeus meer hinderen dan publiciteit." Nothing would annoy Brother Bartholomew more than any publicity."
Hij zette zich op een langen zetel, en keek ons onderzoekend aan met zijn doffe, waterige, blauwe oogen. He sat down upon a low settee and blinked at us inquiringly with his weak, watery blue eyes.
»Wat mij betreft," zei Holmes, »ik zal al wat gij ook mocht willen spreken voor mij houden." "For my part," said Holmes, "whatever you may choose to say will go no further."
Ik boog mijn hoofd ten teeken van instemming. I nodded to show my agreement. "That is well!
»Dat is goed! dat is goed!" zei hij, »mag ik u een glas Chianti aanbieden, Miss Morstan? That is well!" said he. "May I offer you a glass of Chianti, Miss Morstan?
Of Tokayer? Or of Tokay?
Andere wijnen houd ik er niet op na. I keep no other wines.
Zal ik een flesch opentrekken? Shall I open a flask?
Neen? No?
Welnu dan, ik vertrouw dat gij geen hinder zult hebben van tabaks-rook, vooral niet van den balsamieken geur van Oostersche tobacco? Well, then, I trust that you have no objection to tobacco-smoke, to the mild balsamic odor of the Eastern tobacco.
Ik ben een weinig zenuwachtig en daarvoor is mijne hookah een onschatbaar geneesmiddel." I am a little nervous, and I find my hookah an invaluable sedative."
Hij hechtte een mondstuk aan den grooten bol, en de rook dwarrelde onmiddellijk door het rozenwater. He applied a taper to the great bowl, and the smoke bubbled merrily through the rose-water.
Wij zaten met ons drieën in een halven cirkel met onze kinnen in de handen geleund, terwijl de vreemdsoortige, dwergachtige snaak met zijn groot, glimmend hoofd in het midden zat te dampen. »Toen ik het eerst het besluit nam om u deze mededeeling te doen," sprak hij, »zou ik gaarne mijn adres gegeven hebben; ik vreesde echter dat gij mijn verzoek niet zoudt vertrouwen en vreemd volk met u zoudt brengen. We sat all three in a semicircle, with our heads advanced, and our chins upon our hands, while the strange, jerky little fellow, with his high, shining head, puffed uneasily in the centre. "When I first determined to make this communication to you," said he, "I might have given you my address, but I feared that you might disregard my request and bring unpleasant people with you.
Deswege nam ik de vrijheid de zaak zoodanig te regelen, dat mijn bediende Williams u het eerst zoude zien. I took the liberty, therefore, of making an appointment in such a way that my man Williams might be able to see you first.
Ik stel het volste vertrouwen in zijne discretie, en hij had in last om, zoo hij onvoldaan mocht zijn, de zaak niet voort te zetten. I have complete confidence in his discretion, and he had orders, if he were dissatisfied, to proceed no further in the matter.
Gij zult deze voorzorgsmaatregelen wel willen excuseeren, maar ik ben een eenigszins achterdochtig man, en ik durf er bijvoegen, van verfijnden smaak, en er bestaat niets dat meer in strijd is met de aesthetica dan een politieman. You will excuse these precautions, but I am a man of somewhat retiring, and I might even say refined, tastes, and there is nothing more unaesthetic than a policeman.
Ik heb een natuurlijken afkeer van alle vormen van het ruwe materialisme. I have a natural shrinking from all forms of rough materialism.
Ik kom dan ook zelden in aanraking met de ruwe menigte. I seldom come in contact with the rough crowd.
Ik leef, zooals gij ziet, in een eenigszins elegante atmosfeer. I live, as you see, with some little atmosphere of elegance around me.
Ik mag mij een beschermer der kunst noemen. I may call myself a patron of the arts.
Dat is nu eenmaal mijn zwak. It is my weakness.
Dit landschap is een zeldzaam Corot, en hoewel een kenner wellicht eenigen twijfel mocht opperen omtrent deze Salvator Rosa, zoo kan dit bij deze Bouguereau geenszins het geval zijn. The landscape is a genuine Corot, and, though a connoisseur might perhaps throw a doubt upon that Salvator Rosa, there cannot be the least question about the Bouguereau.
Ik behoor gedeeltelijk tot de moderne Fransche school." I am partial to the modern French school."
»Gij zult mij excuseeren, Mr. Sholto," zeide nu Miss Morstan, »maar ik ben hier op uw verzoek om iets te vernemen wat gij mij wenscht mede te deelen. "You will excuse me, Mr. Sholto," said Miss Morstan, "but I am here at your request to learn something which you desire to tell me.
Het is reeds zeer laat, en ik wenschte ons onderhoud zoo min mogelijk te rekken." It is very late, and I should desire the interview to be as short as possible."
»Er zal toch nog eenigen tijd toe noodig zijn," antwoordde hij, »want we zullen gewis naar Norwood moeten gaan en broeder Bartholomeus bezoeken. "At the best it must take some time," he answered; "for we shall certainly have to go to Norwood and see Brother Bartholomew.
Wij zullen er gezamenlijk heengaan en zien wat wij uit broeder Bartholomeus kunnen krijgen. We shall all go and try if we can get the better of Brother Bartholomew.
Hij is zeer boos op mij wegens den weg dien ik gekozen heb, doch die mij rechtvaardig toeschijnt. He is very angry with me for taking the course which has seemed right to me.
Ik had nog gisteravond zeer hooge woorden met hem. I had quite high words with him last night.
O, gij kunt u niet voorstellen wat een verschrikkelijke jongen hij is, als hij boos is." You cannot imagine what a terrible fellow he is when he is angry."
»Indien wij nog naar Norwood moeten, was het wellicht beter als wij ons onmiddellijk op weg begaven," waagde ik op te merken. "If we are to go to Norwood it would perhaps be as well to start at once," I ventured to remark.
Hij lachte totdat zelfs zijn ooren vuurrood waren. He laughed until his ears were quite red.
»Dat zou bezwaarlijk gaan," riep hij, »ik weet niet wat hij zou zeggen als ik u zoo plotseling bij hem bracht. "That would hardly do," he cried. "I don't know what he would say if I brought you in that sudden way.
Neen, ik moet u voorbereiden door u te toonen op welken voet wij met elkander staan. No, I must prepare you by showing you how we all stand to each other.
In de eerste plaats moet ik u zeggen dat er verscheidene punten in de geschiedenis zijn, die mij zelf onbekend zijn. In the first place, I must tell you that there are several points in the story of which I am myself ignorant.
Ik kan u dus de feiten slechts mededeelen voor zooverre ik ermede vertrouwd ben: I can only lay the facts before you as far as I know them myself.
»Mijn vader was, zooals gij zeker reeds gegist hebt, Majoor John Sholto, vroeger in Indischen dienst. "My father was, as you may have guessed, Major John Sholto, once of the Indian army.
Hij nam ongeveer elf jaar geleden zijn ontslag en vestigde zich op Pondicherry Lodge te Upper Norwood. He retired some eleven years ago, and came to live at Pondicherry Lodge in Upper Norwood.
Hij had fortuin gemaakt in Indië en bracht een aanzienlijke som gelds, eene groote verzameling kostbare zeldzaamheden en een gansch gevolg van Inlandsche bedienden mede. He had prospered in India, and brought back with him a considerable sum of money, a large collection of valuable curiosities, and a staff of native servants.
Onder deze omstandigheden kocht hij zich een huis en leefde in groote weelde. With these advantages he bought himself a house, and lived in great luxury.
Mijn tweeling-broeder Bartholomeus en ik waren zijn eenige kinderen. My twin-brother Bartholomew and I were the only children.
Ik herinner mij nog zeer goed de sensatie die de verdwijning van kapitein Morstan veroorzaakte. "I very well remember the sensation which was caused by the disappearance of Captain Morstan.
Wij lazen de bizonderheden ervan in de bladen, en wetende dat hij een vriend van onzen vader was geweest, bespraken wij het geval openlijk in zijne tegenwoordigheid. We read the details in the papers, and, knowing that he had been a friend of our father's, we discussed the case freely in his presence.
Dan was hij gewoon met ons over hetgeen er met hem gebeurd kon zijn, te redeneeren. He used to join in our speculations as to what could have happened.
Nooit veronderstelden wij voor één oogenblik dat hij het geheele geheim in zijn eigen hart verborgen hield, dat van alle menschen, hem alléén het lot van Arthur Morstan bekend was. Never for an instant did we suspect that he had the whole secret hidden in his own breast,--that of all men he alone knew the fate of Arthur Morstan.
W?l wisten wij, dat eenig geheim, eenig bepaald gevaar onzen vader bezwaarde. "We did know, however, that some mystery--some positive danger--overhung our father.
Hij was steeds zeer beangst om alleen uit te gaan, en hij hield altijd twee prijs-vechters als portiers van Pondicherry Lodge. He was very fearful of going out alone, and he always employed two prize-fighters to act as porters at Pondicherry Lodge.
Williams, die u hedenavond gereden heeft, was een hunner. Williams, who drove you to-night, was one of them.
Hij was eens de kampioen-athleet van Engeland. He was once light-weight champion of England.
Onze vader wilde ons nimmer zeggen wat het was dat hem zoo beangstigde, maar hij legde altijd een grooten afkeer aan den dag voor mannen met houten beenen. Our father would never tell us what it was he feared, but he had a most marked aversion to men with wooden legs.
Bij zekere gelegenheid vuurde hij eens zijn revolver op zulk een gebrekkige af, die niets anders bleek te zijn dan een rustig besteller die een boodschap kwam verrichten. On one occasion he actually fired his revolver at a wooden-legged man, who proved to be a harmless tradesman canvassing for orders.
Het kostte ons een aanzienlijke som, om de zaak te sussen. We had to pay a large sum to hush the matter up.
Mijn broeder en ik beschouwden dit enkel als een gril van mijn vader; maar latere voorvallen hebben ons oordeel daaromtrent ten zeerste gewijzigd. My brother and I used to think this a mere whim of my father's, but events have since led us to change our opinion.
In het begin van 1882 ontving mijn vader een brief uit Indië, waardoor hij zwaar geschokt werd. "Early in 1882 my father received a letter from India which was a great shock to him.
Hij bezwijmde bijna aan de ontbijttafel toen hij hem opende en vanaf dien dag bleef hij sukkelend tot aan zijn dood. He nearly fainted at the breakfast-table when he opened it, and from that day he sickened to his death.
Wat die brief behelsde, werden wij nimmer gewaar, maar toen hij hem in de hand hield merkte ik op dat hij kort, en met krabbelend schrift geschreven was. What was in the letter we could never discover, but I could see as he held it that it was short and written in a scrawling hand.
Hij had reeds sedert jaren aan toenemende »spleen" geleden, maar nu werd hij snel minder en tegen het einde van April werd ons meegedeeld dat hij hopeloos was en hij een laatste onderhoud met ons wenschte te hebben. He had suffered for years from an enlarged spleen, but he now became rapidly worse, and towards the end of April we were informed that he was beyond all hope, and that he wished to make a last communication to us.
Toen wij zijn kamer binnentraden, werd hij door kussens overeind gehouden, en ademde hij zwaar. "When we entered his room he was propped up with pillows and breathing heavily.
Hij verzocht ons de deur te sluiten, en ons elk aan eene zijde van het bed te plaatsen. He besought us to lock the door and to come upon either side of the bed.
Toen greep hij onze handen, en deed ons een merkwaardige bekentenis, met een stem, die evenzeer afgebroken werd door ontroering, als door zijn lijden. Then, grasping our hands, he made a remarkable statement to us, in a voice which was broken as much by emotion as by pain.
Ik zal trachten u die met zijn eigen woorden we?r te geven: I shall try and give it to you in his own very words.
»Ik heb slechts éen zaak," zeide hij, »die mij in dit uiterste oogenblik bezwaart. "'I have only one thing,' he said, 'which weighs upon my mind at this supreme moment.
Dat is mijne behandeling van Morstan's arme weeze. It is my treatment of poor Morstan's orphan.
De verwenschte gelddorst, die mijn gemoed gedurende mijn gansche leven beheerscht heeft, onthield haar den schat, waarvan minstens de helft haar toebehoorde. The cursed greed which has been my besetting sin through life has withheld from her the treasure, half at least of which should have been hers.
En toch heb ik er voor mij zelven geen gebruik van gemaakt, zoo verblind en onzinnig is de gierigheid. And yet I have made no use of it myself,--so blind and foolish a thing is avarice.
Het enkel bewustzijn van het bezit was mij zoo dierbaar, dat ik er niet toe kon besluiten dit met een ander te deelen. The mere feeling of possession has been so dear to me that I could not bear to share it with another.
Ziet dezen krans met paarlen bezet, naast de kinine-flesch. See that chaplet dipped with pearls beside the quinine-bottle.
Zelfs daarvan kon ik niet scheiden, hoewel ik hem had achtergehouden om hem aan haar te zenden. Even that I could not bear to part with, although I had got it out with the design of sending it to her.
Gij, mijn zoons, zult haar een eerlijk deel geven van den Agra-schat. You, my sons, will give her a fair share of the Agra treasure.
Doch, zendt haar niets,--zelfs niet dezen krans,--alvorens ik zal gestorven zijn. But send her nothing--not even the chaplet--until I am gone.
Er zijn wel menschen even ziek geweest als ik thans, die toch weder hersteld zijn. After all, men have been as bad as this and have recovered.
»Ik zal u zeggen op welke wijze Morstan overleden is," vervolgde hij. »Hij had reeds gedurende vele jaren aan een hartkwaal geleden, doch die zorgvuldig geheim gehouden. "'I will tell you how Morstan died,' he continued. 'He had suffered for years from a weak heart, but he concealed it from every one.
Ik alleen wist het. I alone knew it.
Toen wij te zamen in Indië waren, kwamen wij door een merkwaardigen samenloop van omstandigheden in het bezit van een onmetelijken schat. When in India, he and I, through a remarkable chain of circumstances, came into possession of a considerable treasure.
Ik bracht dien naar Engeland en op den avond van Morstan's aankomst kwam hij terstond hierheen om zijn aandeel op te eischen. I brought it over to England, and on the night of Morstan's arrival he came straight over here to claim his share.
Hij kwam van het station en werd binnengelaten door mijn trouwen Lal Chowdar, die nu dood is. He walked over from the station, and was admitted by my faithful Lal Chowdar, who is now dead.
Morstan en ik kregen verschil omtrent de verdeeling van den schat en wij kregen hooge woorden. Morstan and I had a difference of opinion as to the division of the treasure, and we came to heated words.
Morstan was in een opwellenden toorn uit zijn stoel overeind gesprongen, toen hij plotseling zijn hand op zijn zijde drukte; zijn gelaat werd donkerrood en hij viel achterover met zijn hoofd tegen de kist, waarin de schat geborgen was. Morstan had sprung out of his chair in a paroxysm of anger, when he suddenly pressed his hand to his side, his face turned a dusky hue, and he fell backwards, cutting his head against the corner of the treasure-chest.
Toen ik mij over hem heenboog, zag ik tot mijne ontzetting dat hij dood was. When I stooped over him I found, to my horror, that he was dead.
Langen tijd zat ik half verbijsterd te bedenken wat ik zou aanvangen. "'For a long time I sat half distracted, wondering what I should do.
Het spreekt van zelve dat mijn eerste gedachte was om hulp te roepen: maar ik kon niet anders verwachten dan dat men mij zoude beschuldigen hem vermoord te hebben. My first impulse was, of course, to call for assistance; but I could not but recognize that there was every chance that I would be accused of his murder.
De aan zijn dood voorafgegane twist, en de wonde aan zijn hoofd, zouden ten ergste tegen mij getuigen. His death at the moment of a quarrel, and the gash in his head, would be black against me.
Daarbij kwam, dat een gerechtelijk onderzoek noodzakelijk eenige feiten omtrent den schat moest aan het licht brengen, dien ik ten koste van alles geheim wilde houden. Again, an official inquiry could not be made without bringing out some facts about the treasure, which I was particularly anxious to keep secret.
Hij had mij gezegd dat geen sterveling wist waarheen hij zich begeven had. He had told me that no soul upon earth knew where he had gone.
Het kwam mij dus onwaarschijnlijk voor dat iemand dit dan ooit gewaar zoude worden. There seemed to be no necessity why any soul ever should know.
Terwijl ik nog over de zaak zat te peinzen zag ik, toen ik mijn hoofd ophief, mijn bediende Lal Chowdar op den drempel der kamer staan. "'I was still pondering over the matter, when, looking up, I saw my servant, Lal Chowdar, in the doorway.
Hij sloop naar binnen en grendelde de deur. He stole in and bolted the door behind him.
»Vrees niets, Sahib," fluisterde hij, »geen levend wezen behoeft te weten dat gij hem gedood hebt. "Do not fear, Sahib," he said. "No one need know that you have killed him.
Laat ons hem verbergen, en wie zal hem vinden? Let us hide him away, and who is the wiser?"
Ik hoorde het reeds, Sahib," vervolgde hij, »dat gij twist met hem hadt en evenzeer hoorde ik den slag. "I did not kill him," said I. Lal Chowdar shook his head and smiled. "I heard it all, Sahib," said he.
Maar mijne lippen zijn gezegeld. "I heard you quarrel, and I heard the blow.
Allen slapen. But my lips are sealed.
All are asleep in the house.
Laat ons hem te zamen wegbrengen." Let us put him away together."
Dat was voldoende om mij een besluit te doen nemen. That was enough to decide me.
Indien mijn eigen bediende niet aan mijn onschuld kon gelooven, hoe kon ik dan hopen aan de uitspraak eener jury te ontkomen? If my own servant could not believe my innocence, how could I hope to make it good before twelve foolish tradesmen in a jury-box?
Lal Chowdar en ik, wij begroeven dien nacht het lijk en binnen weinige dagen waren de Londensche bladen vol van de geheimzinnige verdwijning van kapitein Morstan. Lal Chowdar and I disposed of the body that night, and within a few days the London papers were full of the mysterious disappearance of Captain Morstan.
Naar mijne bekentenis kunt gij oordeelen dat men mij nauwelijks omtrent dit geval kan hard vallen. You will see from what I say that I can hardly be blamed in the matter.
Mijn fout ligt in het feit dat wij niet slechts het lijk verborgen, maar tevens den schat en dat ik evenzeer Morstan's aandeel als het mijne heb achtergehouden. My fault lies in the fact that we concealed not only the body, but also the treasure, and that I have clung to Morstan's share as well as to my own.
Daarom wil ik thans beiden uitkeeren. I wish you, therefore, to make restitution.
Brengt uwe ooren dicht bij mijn mond. Put your ears down to my mouth.
De schat is verborgen in --" Op dit oogenblik kwam er een verschrikkelijke verandering op zijn gelaat; hij staarde woest voor zich uit, zijne tanden klapperden en hij gilde met een stem, die ik nimmer vergeten zal: »Houdt hem buiten! The treasure is hidden in--' At this instant a horrible change came over his expression; his eyes stared wildly, his jaw dropped, and he yelled, in a voice which I can never forget, 'Keep him out!
Om 's Hemels wil, houdt hem buiten!" For Christ's sake keep him out!'
Wij keken naar het raam achter ons waarop zijn blik gevestigd was. We both stared round at the window behind us upon which his gaze was fixed.
Daar staarde ons een gelaat aan van uit de duisternis. A face was looking in at us out of the darkness.
Wij konden den neus tegen het glas gedrukt zien. We could see the whitening of the nose where it was pressed against the glass.
Het was een gebaard, harig gelaat, met woeste, wreede oogen en een misdadig uiterlijk. It was a bearded, hairy face, with wild cruel eyes and an expression of concentrated malevolence.
Mijn broeder en ik snelden naar het venster, maar de man was verdwenen. My brother and I rushed towards the window, but the man was gone.
Toen wij tot onzen vader terugkeerden, was zijn hoofd op de borst gezonken en stond zijn pols stil. When we returned to my father his head had dropped and his pulse had ceased to beat.
Wij doorzochten den ganschen nacht den tuin, doch vonden geen ander teeken van den indringer, dan één voetstap in het bloembed onder het raam. "We searched the garden that night, but found no sign of the intruder, save that just under the window a single footmark was visible in the flower-bed.
But for that one trace, we might have thought that our imaginations had conjured up that wild, fierce face.
Spoedig echter kregen wij een ander meer treffend bewijs, dat geheime machten om ons heen aan het werk waren. We soon, however, had another and a more striking proof that there were secret agencies at work all round us.
Des morgens werd het venster van onzen vader open gevonden, zijne kasten en kisten doorzocht, en op zijn borst was een stuk papier bevestigd, met de woorden: »Het teeken der vier". The window of my father's room was found open in the morning, his cupboards and boxes had been rifled, and upon his chest was fixed a torn piece of paper, with the words 'The sign of the four' scrawled across it.
Nimmer werden wij gewaar wat deze volzin beteekende, noch wie de geheime bezoeker geweest was. What the phrase meant, or who our secret visitor may have been, we never knew.
Zoover wij kunnen oordeelen, was er niets gestolen geworden, hoewel alles doorzocht was. As far as we can judge, none of my father's property had been actually stolen, though everything had been turned out.
Mijn broeder en ik brachten dit vreemdsoortig geval natuurlijk in verband met den angst die mijn vader gedurende zijn leven vervolgd had, maar het is nog steeds een geheim voor ons." My brother and I naturally associated this peculiar incident with the fear which haunted my father during his life; but it is still a complete mystery to us."
Hier zweeg de kleine man om zijn hookah weder aan te steken en bleef toen een poos in diep gepeins verzonken doorrooken. The little man stopped to relight his hookah and puffed thoughtfully for a few moments.
Wij hadden allen met de grootste belangstelling naar zijn zeldzaam verhaal geluisterd. We had all sat absorbed, listening to his extraordinary narrative.
Bij het kort verhaal van haar vader's dood was Miss Morstan doodsbleek geworden, en vreesde ik een oogenblik dat zij in zwijm zou vallen. At the short account of her father's death Miss Morstan had turned deadly white, and for a moment I feared that she was about to faint.
Zij herstelde echter toen ik haar een glas water te drinken gaf. [Illustratie: »Om 's Hemels wil, houdt hem buiten!" Blz. She rallied however, on drinking a glass of water which I quietly poured out for her from a Venetian carafe upon the side-table.
34.] Sherlock Holmes leunde achterover in zijn stoel, met afgetrokken voorkomen en halfgesloten oogleden. Sherlock Holmes leaned back in his chair with an abstracted expression and the lids drawn low over his glittering eyes.
Toen ik mijn oog op hem vestigde, dacht ik er onwillekeurig aan, hoe hij nog dienzelfden nacht geklaagd had over de eentonigheid des levens. As I glanced at him I could not but think how on that very day he had complained bitterly of the commonplaceness of life.
Hier ten minste was een vraagstuk waartoe hij zijne bedrevenheid zou noodig hebben. Here at least was a problem which would tax his sagacity to the utmost.
Mr. Thaddeus Sholto keek ons beurtelings aan met welgevallen, wegens den indruk dien zijn verhaal op ons gemaakt had, en hulde zich voortdurend in de rookwolken uit zijn pijp. Mr. Thaddeus Sholto looked from one to the other of us with an obvious pride at the effect which his story had produced, and then continued between the puffs of his overgrown pipe.
»Mijn broeder en ik," zeide hij, »waren, zooals gij wel denken kunt, ten zeerste nieuwsgierig naar den schat waarvan mijn vader gesproken had. "My brother and I," said he, "were, as you may imagine, much excited as to the treasure which my father had spoken of.
Weken en maanden groeven wij den ganschen tuin om zonder echter iets te ontdekken. For weeks and for months we dug and delved in every part of the garden, without discovering its whereabouts.
Het was om er waanzinnig van te worden, te moeten denken dat mijn vader juist gestorven was op het oogenblik dat hij de schuilplaats wilde noemen. It was maddening to think that the hiding-place was on his very lips at the moment that he died.
Wij konden den omvang van den vermisten schat beoordeelen naar het snoer dat hij ervan afgenomen had. We could judge the splendor of the missing riches by the chaplet which he had taken out.
Over dit snoer spraken mijn broeder Bartholomeus en ik herhaaldelijk. Over this chaplet my brother Bartholomew and I had some little discussion.
De parels waren van zeer groote waarde en hij kon er niet van scheiden, want mijn broeder was wel eenigszins met de gebreken mijns vaders behept. The pearls were evidently of great value, and he was averse to part with them, for, between friends, my brother was himself a little inclined to my father's fault.
Daarbij dacht hij, dat als wij afstand deden van het snoer, dit ons ten laatste nog in ongelegenheid zou kunnen brengen. He thought, too, that if we parted with the chaplet it might give rise to gossip and finally bring us into trouble.
Alles waartoe ik hem bewegen kon was, dat hij mij toestond Miss Morstan's adres uit te vorschen en haar op vaste datums een losgemaakte parel toe te zenden, opdat zij ten minste nimmer gebrek zou behoeven te lijden." It was all that I could do to persuade him to let me find out Miss Morstan's address and send her a detached pearl at fixed intervals, so that at least she might never feel destitute." "It was a kindly thought," said our companion, earnestly.
»Dat was zeer braaf van u," merkte zij op. "It was extremely good of you."
De kleine man maakte een afwerend gebaar met de hand. The little man waved his hand deprecatingly.
»Wij waren uwe schuldenaars," zeide hij, »zoo beschouwde ik het tenminste, hoewel broeder Bartholomeus het niet uit dit oogpunt beschouwde. "We were your trustees," he said. "That was the view which I took of it, though Brother Bartholomew could not altogether see it in that light.
Wij waren zelf rijk genoeg. We had plenty of money ourselves.
Ik begeerde niet meer. I desired no more.
Bovendien zou het ongevoelig geweest zijn om een jong meisje zoo te behandelen. »Le mauvais gôut m?ne au crime," zegt de Fransche spreekwijze terecht. Besides, it would have been such bad taste to have treated a young lady in so scurvy a fashion. 'Le mauvais gout mene au crime.'
Het verschil in onze meening omtrent deze aangelegenheid ging zoo ver, dat ik het 't raadzaamst vond, om kamers voor mij zelve te huren: en zoo verliet ik Pondicherry Lodge, terwijl ik den ouden Khitmutgar en Williams met mij nam. The French have a very neat way of putting these things. Our difference of opinion on this subject went so far that I thought it best to set up rooms for myself: so I left Pondicherry Lodge, taking the old khitmutgar and Williams with me.
Gisteren echter vernam ik dat er een hoogst belangrijke gebeurtenis had plaats gehad. Yesterday, however, I learn that an event of extreme importance has occurred.
De schat was ontdekt geworden. The treasure has been discovered.
Ik stelde mij onmiddellijk in gemeenschap met Miss Morstan en thans rest ons nog slechts naar Norwood te rijden en ons aandeel te vragen. I instantly communicated with Miss Morstan, and it only remains for us to drive out to Norwood and demand our share.
Ik stelde broeder Bartholomeus gisteravond met mijne zienswijze in kennis, dus zullen wij zooal geen welkome, dan toch verwachte bezoekers zijn." Mr. I explained my views last night to Brother Bartholomew: so we shall be expected, if not welcome, visitors."
Thaddeus Sholto zweeg, terwijl ook wij nadachten over den nieuwen loop dien de geheimzinnige zaak thans genomen had. Mr. Thaddeus Sholto ceased, and sat twitching on his luxurious settee. We all remained silent, with our thoughts upon the new development which the mysterious business had taken.
Holmes was de eerste die overeind sprong. Holmes was the first to spring to his feet.
»Gij hebt van begin tot einde goed gehandeld, sir," zeide hij, »en het is wel mogelijk dat wij instaat zullen zijn eenigen dienst te bewijzen, door eenig licht te verspreiden over datgene wat u nog duister is. "You have done well, sir, from first to last," said he. "It is possible that we may be able to make you some small return by throwing some light upon that which is still dark to you.
Maar zooals Miss Morstan zooeven terecht opmerkte, het is reeds laat en het ware het best de zaak zonder uitstel door te zetten." But, as Miss Morstan remarked just now, it is late, and we had best put the matter through without delay."
Onze nieuwe kennis rolde de slang van zijn hookah op en haalde van achter een gordijn een zeer langen gevoerden kapmantel met Astrakan-kraag en belegsels te voorschijn. Our new acquaintance very deliberately coiled up the tube of his hookah, and produced from behind a curtain a very long befrogged topcoat with Astrakhan collar and cuffs.
Dezen knoopte hij tot boven dicht niettegenstaande het weder zeer zacht was, en voltooide zijn toilet door een muts van konijnenvel op te zetten, welker afhangende kleppen zijn ooren bedekten, zoodat er niets van hem te zien was dan zijn beweeglijk en scherpgeteekend gelaat. This he buttoned tightly up, in spite of the extreme closeness of the night, and finished his attire by putting on a rabbit-skin cap with hanging lappets which covered the ears, so that no part of him was visible save his mobile and peaky face.
»Mijn gezondheid is eenigszins zwak," zeide hij, terwijl hij ons in de gang vooruitliep, »ik ben genoodzaakt mij ten zeerste in acht te nemen." "My health is somewhat fragile," he remarked, as he led the way down the passage. "I am compelled to be a valetudinarian."
Ons rijtuig wachtte voor de deur, en de koetsier,--die vooraf verwittigd scheen te zijn,--reed terstond zoo snel de paarden draven konden heen. Our cab was awaiting us outside, and our programme was evidently prearranged, for the driver started off at once at a rapid pace.
Thaddeus Sholto praatte onophoudelijk met een stem die boven het geratel der wielen uitklonk. Thaddeus Sholto talked incessantly, in a voice which rose high above the rattle of the wheels.
»Bartholomeus is een vernuftige jongen," zeide hij, »hoe denkt gij wel dat hij er achter kwam, waar de schat zich bevond? "Bartholomew is a clever fellow," said he. "How do you think he found out where the treasure was?
Hij was tot de conclusie gekomen dat hij binnenshuis moest wezen; en daarom mat en berekende hij de kubieke afmeting van het huis. He had come to the conclusion that it was somewhere indoors: so he worked out all the cubic space of the house, and made measurements everywhere, so that not one inch should be unaccounted for.
Onder andere zaken bevond hij dat de hoogte van het gebouw vier-en-zeventig voet bedroeg; maar, toen hij de hoogte van alle vertrekken afzonderlijk bijeen telde en de dikte der zolderingen door middel van een boor berekende en die van de verkregen som aftrok, leverde deze niet meer dan zeventig voet op. Among other things, he found that the height of the building was seventy-four feet, but on adding together the heights of all the separate rooms, and making every allowance for the space between, which he ascertained by borings, he could not bring the total to more than seventy feet.
Er kwamen dus vier voet te kort, en deze konden zich bijgevolg slechts in den top van het gebouw bevinden. There were four feet unaccounted for. These could only be at the top of the building.
Hij sloeg dus eene opening in het plafond van de bovenste kamer en daardoor kwam hij op een daarboven gelegen kleine vliering, die verzegeld--en aan niemand bekend was. He knocked a hole, therefore, in the lath-and-plaster ceiling of the highest room, and there, sure enough, he came upon another little garret above it, which had been sealed up and was known to no one.
In het midden daarvan stond de kist waarin zich de schat bevond, op twee schragen. In the centre stood the treasure-chest, resting upon two rafters.
Hij liet die door de opening omlaag, en daar staat zij thans. He lowered it through the hole, and there it lies.
Hij schat de waarde der juweelen op niet minder dan een half millioen pond sterling." He computes the value of the jewels at not less than half a million sterling."
Bij het vernemen van dit reusachtig bedrag, keken wij elkaar met wijdgeopende oogen aan. At the mention of this gigantic sum we all stared at one another open-eyed.
Miss Morstan zou dus, indien wij hare rechten konden bewijzen, van eene behoeftige gouvernante een der rijkste erfdochters van Engeland worden. Miss Morstan, could we secure her rights, would change from a needy governess to the richest heiress in England.
Het was gewis de plicht van een welmeenend vriend om zich over zulk een tijding te verheugen; en toch schaam ik mij te bekennen, dat ik door zelfzucht bevangen werd en mijn hart zoo zwaar werd als lood. Surely it was the place of a loyal friend to rejoice at such news; yet I am ashamed to say that selfishness took me by the soul, and that my heart turned as heavy as lead within me.
I stammered out some few halting words of congratulation, and then sat downcast, with my head drooped, deaf to the babble of our new acquaintance.
Ik stamelde eenige onsamenhangende woorden van gelukwenschen en zat toen zwijgend met gebogen hoofd, doof voor het gebabbel van onzen nieuwen kennis, en ik was ten zeerste verheugd toen ons rijtuig met een schok stilstond en de koetsier van den bok sprong om het portier te openen. He was clearly a confirmed hypochondriac, and I was dreamily conscious that he was pouring forth interminable trains of symptoms, and imploring information as to the composition and action of innumerable quack nostrums, some of which he bore about in a leather case in his pocket.
»Dit is Pondicherry Lodge, Miss Morstan," zei Mr. I trust that he may not remember any of the answers which I gave him that night.
Holmes declares that he overheard me caution him against the great danger of taking more than two drops of castor oil, while I recommended strychnine in large doses as a sedative.
However that may be, I was certainly relieved when our cab pulled up with a jerk and the coachman sprang down to open the door.
Thaddeus Sholto, terwijl hij haar bij het uitstijgen behulpzaam was. "This, Miss Morstan, is Pondicherry Lodge," said Mr. Thaddeus Sholto, as he handed her out.
VIJFDE HOOFDSTUK. Chapter V
Het drama in Pondicherry Lodge. The Tragedy of Pondicherry Lodge
Het was omstreeks elf uur toen wij dit einddoel van ons nachtelijk avontuur bereikten. It was nearly eleven o'clock when we reached this final stage of our night's adventures.
Wij hadden den vochtigen mist van de groote stad achter ons gelaten en de avond was zeer schoon. We had left the damp fog of the great city behind us, and the night was fairly fine.
Er woei een zoele wind uit het Westen en de wolken dreven snel langs het uitspansel, terwijl de halve maan van tijd tot tijd daartusschen zichtbaar was. A warm wind blew from the westward, and heavy clouds moved slowly across the sky, with half a moon peeping occasionally through the rifts.
Het was helder genoeg om tot op eenigen afstand te zien, maar toch nam Thaddeus Sholto een der rijtuig-lantarens ten einde ons beter voor te lichten. It was clear enough to see for some distance, but Thaddeus Sholto took down one of the side-lamps from the carriage to give us a better light upon our way.
Pondicherry Lodge stond op eigen grond en was omgeven door een zeer hoogen steenen muur, die van boven met glasscherven voorzien was. Pondicherry Lodge stood in its own grounds, and was girt round with a very high stone wall topped with broken glass.
Een enkele, kleine met ijzer beslagen deur vormde den eenigen ingang. A single narrow iron-clamped door formed the only means of entrance.
Op deze klopte onze gids op eigenaardige wijze. On this our guide knocked with a peculiar postman-like rat-tat.
»Wie is daar?" riep een grove stem van binnen. "Who is there?" cried a gruff voice from within.
»Ik ben het, Mc. "It is I, McMurdo.
Murdo. Gij kent mijn teeken toch wel." You surely know my knock by this time."
Men vernam een grommend geluid en het rammelen van sleutels. There was a grumbling sound and a clanking and jarring of keys.
De deur ging krakend open en een klein, ineengedrongen man stond in de opening, terwijl het gele licht van de lantaarn op zijn terugstootend gelaat en gluipende, wantrouwige oogen viel. The door swung heavily back, and a short, deep-chested man stood in the opening, with the yellow light of the lantern shining upon his protruded face and twinkling distrustful eyes.
»Gij hier, Mr. Thaddeus? "That you, Mr. Thaddeus?
Maar wie zijn de anderen? But who are the others?
Ik heb omtrent hen geene orders van mijn meester ontvangen." I had no orders about them from the master."
»Niet, Mc. "No, McMurdo?
Murdo?
Gij verbaast mij! You surprise me!
Ik zeide toch gisteravond aan mijn broeder, dat ik eenige vrienden mede zou brengen."
»Hij is heden nog niet uit zijn kamer geweest, Mr. I told my brother last night that I should bring some friends."
Thaddeus, en ik heb dus geene orders. "He ain't been out o' his room to-day, Mr. Thaddeus, and I have no orders.
Gij weet immers zeer goed dat ik mij stipt daarnaar te gedragen heb. You know very well that I must stick to regulations.
Ik kan u binnen laten, maar uwe vrienden moeten blijven waar zij zijn." I can let you in, but your friends must just stop where they are."
Dit was een onverwachte hinderpaal. This was an unexpected obstacle.
Thaddeus Sholto keek hulpeloos om zich heen. Thaddeus Sholto looked about him in a perplexed and helpless manner.
»Dat is toch te erg van u, Mc. "This is too bad of you, McMurdo!" he said.
Murdo!" zeide hij, »wanneer ik voor hen insta, is dit voldoende voor u. "If I guarantee them, that is enough for you.
Hier is de jonge lady ook. There is the young lady, too.
Zij kan op dit uur toch niet buiten wachten." She cannot wait on the public road at this hour."
»Het spijt mij zeer, Mr. "Very sorry, Mr. Thaddeus," said the porter, inexorably.
Thaddeus," zeide de portier onverbiddelijk, »deze lieden kunnen =uwe= vrienden zijn, maar daarom nog niet van mijn meester, hij betaalt mij goed om mijn plicht te betrachten en dat zal ik dus ook doen. "Folk may be friends o' yours, and yet no friends o' the master's.
Ik ken geen uwer vrienden." He pays me well to do my duty, and my duty I'll do.
»O ja, dat doet gij wel, Mc. I don't know none o' your friends."
Murdo," riep nu Sherlock Holmes, »ik kan niet denken dat ge mij vergeten hebt. "Oh, yes you do, McMurdo," cried Sherlock Holmes, genially. "I don't think you can have forgotten me.
Herinnert gij u den amateur die drie rondes met u vocht bij den wedstrijd te Alison nu vier jaren geleden?" »Wel, Mr. Don't you remember the amateur who fought three rounds with you at Alison's rooms on the night of your benefit four years back?"
Sherlock Holmes!" riep nu de prijsvechter, »hoe is het mogelijk dat ik u niet herkende? "Not Mr. Sherlock Holmes!" roared the prize-fighter. "God's truth! how could I have mistook you?
Indien gij in plaats van daar te blijven staan, vooruitgekomen waart en mij dien kaakslag van u gegeven hadt, dan zou ik u ongetwijfeld terstond herkend hebben. If instead o' standin' there so quiet you had just stepped up and given me that cross-hit of yours under the jaw, I'd ha' known you without a question.
Gij hebt u toen kranig gehouden! Ah, you're one that has wasted your gifts, you have!
Gij hadt het ver kunnen brengen, indien gij u op het boksen hadt toegelegd." You might have aimed high, if you had joined the fancy."
»Gij ziet, Watson, dat ik, als alles mij mocht tegenslaan nog een ander beroep kan kiezen," zei Holmes lachend, »ik ben er zeker van dat onze vriend ons nu niet in de kou zal laten staan." "You see, Watson, if all else fails me I have still one of the scientific professions open to me," said Holmes, laughing. "Our friend won't keep us out in the cold now, I am sure."
»Zeker, komt gij binnen, sir; gij met uwe vrienden," antwoordde de portier, »het spijt mij wel, Mr. "In you come, sir, in you come,--you and your friends," he answered.
Thaddeus maar mijne orders zijn strikt. "Very sorry, Mr. Thaddeus, but orders are very strict.
Ik moest eerst weten wie uwe vrienden zijn, eer ik hen binnenliet." Had to be certain of your friends before I let them in."
Van binnen voerde een met kiezel bestrooid pad door een eenzaam veld naar een hoog, lomp gebouw, dat geheel in de schaduw lag. Inside, a gravel path wound through desolate grounds to a huge clump of a house, square and prosaic, all plunged in shadow save where a moonbeam struck one corner and glimmered in a garret window.
De groote omvang van het gebouw gevoegd bij zijn duister voorkomen en de doodelijke stilte die er heerschte, sloeg ons koud om het hart. The vast size of the building, with its gloom and its deathly silence, struck a chill to the heart.
Zelfs Thaddeus Sholto scheen niet op zijn gemak te zijn en de lantaarn beefde in zijn hand. Even Thaddeus Sholto seemed ill at ease, and the lantern quivered and rattled in his hand.
»Ik kan het niet begrijpen," zeide hij, »er moet eene vergissing plaatshebben. "I cannot understand it," he said. "There must be some mistake.
Ik deelde Bartholomeus duidelijk mede, dat wij hier zouden komen en toch is er geen licht aan zijn venster. I distinctly told Bartholomew that we should be here, and yet there is no light in his window.
Ik weet niet wat ik ervan denken moet." I do not know what to make of it."
»Houdt hij altijd zoo zijne beloften?" vroeg Holmes. "Does he always guard the premises in this way?" asked Holmes.
»Ja; hij heeft de gewoonten mijns vaders overgenomen. "Yes; he has followed my father's custom.
Hij was de bevoorrechte zoon, en somwijlen denk ik dat mijn vader hem meer geopenbaard heeft dan mij. He was the favorite son, you know, and I sometimes think that my father may have told him more than he ever told me.
Daar waar nu de maan op schijnt, is Bartholomeus' venster. That is Bartholomew's window up there where the moonshine strikes.
Ik geloof niet dat er binnen licht brandt." It is quite bright, but there is no light from within, I think."
»Neen," zei Holmes, »maar wel zie ik den schijn van een licht door dat kleine venster naast de deur." "None," said Holmes. "But I see the glint of a light in that little window beside the door." "Ah, that is the housekeeper's room.
»O, dat is de kamer waar de oude huishoudster, Mrs. That is where old Mrs. Bernstone sits.
Bernstone, zit. She can tell us all about it.
Zij kan ons er alles van vertellen.--Doch stil, wat is dat?" But perhaps you would not mind waiting here for a minute or two, for if we all go in together and she has no word of our coming she may be alarmed. But hush! what is that?"
Hij hield de lantaarn omhoog, en zijn hand beefde zoodanig dat wij als het ware te midden der flikkerende lichtstralen stonden. He held up the lantern, and his hand shook until the circles of light flickered and wavered all round us.
Miss Morstan greep mijn hand en wij bleven allen met kloppend hart staan luisteren. Miss Morstan seized my wrist, and we all stood with thumping hearts, straining our ears.
Uit het groote, donkere huis klonk ons het afgebroken angstgeschrei eener vrouw tegen. From the great black house there sounded through the silent night the saddest and most pitiful of sounds,--the shrill, broken whimpering of a frightened woman.
»Dat is Mrs. "It is Mrs. Bernstone," said Sholto.
Bernstone," zei Sholto, »zij is de eenige vrouw in huis. "She is the only woman in the house.
Wacht hier, ik zal in een oogenblik terug zijn." Wait here. I shall be back in a moment."
Hij snelde op de deur toe en klopte op zijn bizondere wijze. He hurried for the door, and knocked in his peculiar way.
Wij zagen dat een oude vrouw hem binnen liet en van vreugde opsprong toen zij hem zag. We could see a tall old woman admit him, and sway with pleasure at the very sight of him.
»O, Mr. "Oh, Mr. Thaddeus, sir, I am so glad you have come!
Thaddeus, wat ben ik blijde dat gij gekomen zijt!" riep zij herhaaldelijk. I am so glad you have come, Mr. Thaddeus, sir!"
Wij hoorden haar gebabbel totdat de deur gesloten was en haar stem in een verwijderd gegons wegstierf. We heard her reiterated rejoicings until the door was closed and her voice died away into a muffled monotone.
Onze gids had de lantaarn in ons bezit gelaten. Our guide had left us the lantern.
Holmes onderzocht bij het licht ervan het huis en de groote puinhoopen die er omheen lagen. Holmes swung it slowly round, and peered keenly at the house, and at the great rubbish-heaps which cumbered the grounds.
Miss Morstan en ik stonden naast elkander en haar hand rustte in de mijne. Miss Morstan and I stood together, and her hand was in mine.
De liefde is toch een wonderlijk iets; want hier stonden wij, die elkander vóór dezen dag nog nooit gezien hadden, tusschen wie nog nimmer een woord of blik van genegenheid gewisseld was, en toch zochten zich in dit uur van ongerustheid ons beider handen. A wondrous subtle thing is love, for here were we two who had never seen each other before that day, between whom no word or even look of affection had ever passed, and yet now in an hour of trouble our hands instinctively sought for each other.
Later heb ik mij erover verwonderd, maar toen scheen het mij de natuurlijkste zaak der wereld, en zooals zij mij dikwijls verhaalde, gevoelde ook zij zich instinctmatig ertoe gedreven om bij mij bescherming te zoeken. I have marvelled at it since, but at the time it seemed the most natural thing that I should go out to her so, and, as she has often told me, there was in her also the instinct to turn to me for comfort and protection.
Zoo stonden wij dus hand in hand als twee kinderen, en ondanks al de duistere zaken die ons omringden, heerschte er vrede in onze harten. So we stood hand in hand, like two children, and there was peace in our hearts for all the dark things that surrounded us.
»Wat vreemdsoortige plaats!" zeide zij, om zich heen ziende. "What a strange place!" she said, looking round.
»Het schijnt alsof al de mollen van Engeland hier losgelaten werden. "It looks as though all the moles in England had been let loose in it.
Ik heb eens iets soortgelijks gezien in den omtrek van Ballarat, waar de ontginners aan het werk waren geweest." I have seen something of the sort on the side of a hill near Ballarat, where the prospectors had been at work."
»En om dezelfde reden," zei Holmes. »Dit zijn de sporen der schatzoekers. "And from the same cause," said Holmes. "These are the traces of the treasure-seekers.
Gij moet bedenken dat zij er gedurende zes jaren naar gezocht hebben. You must remember that they were six years looking for it.
Geen wonder dus dat de bodem er uitziet als een grindgroeve." No wonder that the grounds look like a gravel-pit."
Op dit oogenblik vloog de huisdeur open en kwam Thaddeus Sholto met uitgestrekte handen en met het voorkomen van den grootsten angst en ontsteltenis op ons toeloopen. At that moment the door of the house burst open, and Thaddeus Sholto came running out, with his hands thrown forward and terror in his eyes.
»Er is iets niet in den haak met Bartholomeus!" riep hij, »ik ben bang. "There is something amiss with Bartholomew!" he cried.
Mijne zenuwen kunnen dat niet doorstaan." "I am frightened! My nerves cannot stand it."
Hij was inderdaad half dood van angst en zijn zwak gelaat, dat even uit den grooten Astrakan-kraag te voorschijn kwam, geleek volkomen op dat van een banggemaakt kind. He was, indeed, half blubbering with fear, and his twitching feeble face peeping out from the great Astrakhan collar had the helpless appealing expression of a terrified child.
»Komaan, naar binnen," zei Holmes op zijn korten, gebiedenden toon. "Come into the house," said Holmes, in his crisp, firm way.
»Ja, doe dat," smeekte Thaddeus Sholto, »ik gevoel mij werkelijk niet instaat om maatregelen te nemen." "Yes, do!" pleaded Thaddeus Sholto. "I really do not feel equal to giving directions."
Wij volgden hem gezamenlijk in de kamer der huishoudster, die ter linkerzijde van de gang was gelegen. We all followed him into the housekeeper's room, which stood upon the left-hand side of the passage.
De oude vrouw liep op en neer, met een onrustigen blik, maar de verschijning van Miss Morstan had een kalmeerende uitwerking op haar. The old woman was pacing up and down with a scared look and restless picking fingers, but the sight of Miss Morstan appeared to have a soothing effect upon her.
»God zegene uw lief, kalm gelaat!" riep zij, zenuwachtig snikkend, »het doet mij goed u te zien. "God bless your sweet calm face!" she cried, with an hysterical sob. "It does me good to see you.
O, want ik heb heden een dag vol angst doorgebracht." Oh, but I have been sorely tried this day!"
Onze metgezel greep hare magere, door het werk vereelte hand en sprak op zachten, liefderijken toon, bemoedigende woorden tot de oude vrouw. Our companion patted her thin, work-worn hand, and murmured some few words of kindly womanly comfort which brought the color back into the others bloodless cheeks.
»Mijn meester heeft zich opgesloten, en wil mij geen antwoord geven," verklaarde zij. »Den ganschen dag heb ik gewacht, of ik ook iets van hem zou vernemen, want hij is gewoon zeer dikwijls alleen te blijven; maar een uur geleden maakte ik mij zoodanig ongerust, dat ik het waagde naar boven te gaan, en door het sleutelgat te kijken. "Master has locked himself in and will not answer me," she explained. "All day I have waited to hear from him, for he often likes to be alone; but an hour ago I feared that something was amiss, so I went up and peeped through the key-hole.
Gij moet naar boven gaan, Mr. Thaddeus,--gij moet u zelf gaan overtuigen. You must go up, Mr. Thaddeus,--you must go up and look for yourself.
Ik heb Mr. Bartholomeus Sholto gedurende tien jaren in vreugde en leed gezien, maar ik zag hem nog nooit met een gelaat als straks." I have seen Mr. Bartholomew Sholto in joy and in sorrow for ten long years, but I never saw him with such a face on him as that."
Sherlock Holmes nam de lamp en ging ons voor, want Thaddeus Sholto's tanden klapperden hoorbaar. Sherlock Holmes took the lamp and led the way, for Thaddeus Sholto's teeth were chattering in his head.
Hij was zoozeer geschokt dat ik mijn hand door zijn arm moest steken toen hij de trap opstrompelde, want zijn knieën beefden. So shaken was he that I had to pass my hand under his arm as we went up the stairs, for his knees were trembling under him.
Tweemalen haalde Holmes op de trap zijn lens uit zijn zak en onderzocht nauwkeurig enkele vlekken, die mij niet anders dan stof toeleken op den kokosnoten traplooper. Twice as we ascended Holmes whipped his lens out of his pocket and carefully examined marks which appeared to me to be mere shapeless smudges of dust upon the cocoa-nut matting which served as a stair-carpet.
Hij stapte langzaam van de eene trede op de andere, terwijl hij de lamp in de laagte hield en oplettend naar links en rechts keek. He walked slowly from step to step, holding the lamp, and shooting keen glances to right and left.
Miss Morstan was beneden bij de angstige huishoudster gebleven. Miss Morstan had remained behind with the frightened housekeeper.
De derde trap voerde naar een tamelijk lange gang, waarin rechts een groot Indiaansch-geweven schilderstuk hing, en links drie deuren zichtbaar waren. The third flight of stairs ended in a straight passage of some length, with a great picture in Indian tapestry upon the right of it and three doors upon the left.
Holmes liep die door met denzelfden langzamen en onhoorbaren stap, terwijl wij hem op den voet volgden. Holmes advanced along it in the same slow and methodical way, while we kept close at his heels, with our long black shadows streaming backwards down the corridor.
De derde deur was degene, die wij zochten. The third door was that which we were seeking.
Holmes klopte aan, zonder eenig antwoord te ontvangen, en trachtte toen de kruk om te draaien en haar open te duwen. Holmes knocked without receiving any answer, and then tried to turn the handle and force it open.
Zij was echter aan de binnenzijde met een zeer zwaren grendel gesloten, iets wat wij konden zien, toen wij de lamp er vlak voor hielden. It was locked on the inside, however, and by a broad and powerful bolt, as we could see when we set our lamp up against it.
Daar de sleutel achter uit het slot genomen was, was het sleutelgat niet geheel dicht. The key being turned, however, the hole was not entirely closed.
Sherlock Holmes legde zijn oog er tegen, en richtte zich onmiddellijk met ingehouden adem overeind. Sherlock Holmes bent down to it, and instantly rose again with a sharp intaking of the breath.
»Hier schuilt iets duivelachtigs achter, Watson," zeide hij meer opgewonden dan ik hem nog ooit gezien had. "There is something devilish in this, Watson," said he, more moved than I had ever before seen him.
»Wat maakt gij eruit op?" "What do you make of it?"
Ik keek door de opening en deinsde ontzet terug. I stooped to the hole, and recoiled in horror.
De maneschijn viel in de kamer, zoodat deze schemerachtig verlicht was. Moonlight was streaming into the room, and it was bright with a vague and shifty radiance.
Mij aanstarende en als het ware in de lucht zwevende, doordien beneden alles in de schaduw lag, hing daar een gelaat,--hetzelfde als dat van onzen metgezel Thaddeus. Looking straight at me, and suspended, as it were, in the air, for all beneath was in shadow, there hung a face,--the very face of our companion Thaddeus.
Hetzelfde groote glimmende hoofd, dezelfde kring van rood, borstelig haar, en hetzelfde bloedlooze gelaat. There was the same high, shining head, the same circular bristle of red hair, the same bloodless countenance.
Maar de trekken ervan waren tot een afschuwelijken grimlach verwrongen, die het geheel op een lachend doodshoofd deden gelijken. The features were set, however, in a horrible smile, a fixed and unnatural grin, which in that still and moonlit room was more jarring to the nerves than any scowl or contortion.
Het gezicht geleek echter zoo sprekend op dat van onzen vriend, dat ik naar hem omkeek om mij te overtuigen of hij inderdaad nog bij ons was. So like was the face to that of our little friend that I looked round at him to make sure that he was indeed with us.
Toen herinnerde ik mij plotseling dat hij ons gezegd had, dat hij en zijn broeder tweelingen waren. Then I recalled to mind that he had mentioned to us that his brother and he were twins.
»Dat is verschrikkelijk!" zeide ik tot Holmes, »wat staat ons te doen?" "This is terrible!" I said to Holmes. "What is to be done?"
»De deur moet geopend worden," antwoordde hij en dit zeggende wierp hij zich met al zijn kracht er tegen. "The door must come down," he answered, and, springing against it, he put all his weight upon the lock.
Zij kraakte en dreunde, doch week niet. It creaked and groaned, but did not yield.
Nu duwden wij haar te zamen met alle inspanning naar binnen, en ten slotte vloog zij open en stonden wij in de kamer van Bartholomeus Sholto. Together we flung ourselves upon it once more, and this time it gave way with a sudden snap, and we found ourselves within Bartholomew Sholto's chamber.
Deze kamer scheen tot een chemisch laboratorium te zijn ingericht. It appeared to have been fitted up as a chemical laboratory.
Er stond een dubbele rij van gesloten glazen, flesschen en potten op een plank tegenover de deur en de tafel was beladen met spiritus-lampen, toetssteenen en retorten. A double line of glass-stoppered bottles was drawn up upon the wall opposite the door, and the table was littered over with Bunsen burners, test-tubes, and retorts.
In een hoek stonden omvlochten kruiken met scherpe zuren. In the corners stood carboys of acid in wicker baskets.
Een daarvan scheen gebarsten of gebroken te zijn, want er was een donkerkleurig vocht uitgelekt en de lucht was vervuld met een buitengewoon scherpen, teerachtigen reuk. One of these appeared to leak or to have been broken, for a stream of dark-colored liquid had trickled out from it, and the air was heavy with a peculiarly pungent, tar-like odor.
Aan eene zijde der kamer waren eenige treden aangebracht voor een ladder en daarboven bevond zich een opening in de zoldering, groot genoeg om een man door te laten. A set of steps stood at one side of the room, in the midst of a litter of lath and plaster, and above them there was an opening in the ceiling large enough for a man to pass through.
Aan den voet van deze treden lag een lang touw, blijkbaar op onverschillige wijze weggeworpen. At the foot of the steps a long coil of rope was thrown carelessly together.
Bij de tafel zat de eigenaar van het huis ineengedoken in een houten armstoel, met zijn hoofd op den rechterschouder gezonken, en dien spookachtigen, afschuwelijken lach op zijn gelaat. By the table, in a wooden arm-chair, the master of the house was seated all in a heap, with his head sunk upon his left shoulder, and that ghastly, inscrutable smile upon his face.
Hij was stijf en koud en was blijkbaar reeds sedert verscheidene uren gestorven. He was stiff and cold, and had clearly been dead many hours.
Het scheen mij toe dat niet slechts zijn gelaat, maar ook al zijne ledematen verwrongen en verdraaid waren. It seemed to me that not only his features but all his limbs were twisted and turned in the most fantastic fashion.
Naast zijn hand op de tafel lag een vreemdsoortig instrument:--een bruine, knoestige stok met een steenen knop in den vorm van een hamer, die er op ruwe wijze met bamboesstrooken aan verbonden was. By his hand upon the table there lay a peculiar instrument,--a brown, close-grained stick, with a stone head like a hammer, rudely lashed on with coarse twine.
Daarneven lag een stuk papier waarop eenige woorden gekrabbeld waren. Beside it was a torn sheet of note-paper with some words scrawled upon it.
Holmes wierp er een blik op en reikte het toen aan mij over. Holmes glanced at it, and then handed it to me.
»Gij ziet," zeide hij met een veelbeteekenenden oogopslag. "You see," he said, with a significant raising of the eyebrows.
Bij het licht van de lantaarn las ik, met een schok van ontzetting: »Het teeken der vier." In the light of the lantern I read, with a thrill of horror, "The sign of the four."
»In 's Hemelsnaam, wat beteekent dit?" vroeg ik. "In God's name, what does it all mean?" I asked.
»Het beteekent moord," antwoordde hij, den doode naderende. »Ha! ik verwachtte het. "It means murder," said he, stooping over the dead man. "Ah, I expected it.
Zie hier!" Look here!"
Hij wees naar een donkerkleurigen doorn, die juist achter het oor uit de huid stak. He pointed to what looked like a long, dark thorn stuck in the skin just above the ear.
»Het schijnt wel een doorn te zijn," zeide ik. "It looks like a thorn," said I.
»Dat is het ook. "It is a thorn.
Gij moogt er hem vrij uithalen. You may pick it out.
Doch wees voorzichtig, want hij is vergiftig." But be careful, for it is poisoned."
Ik nam het voorwerp tusschen vinger en duim. I took it up between my finger and thumb.
Het liet zoo gemakkelijk los dat er nauwelijks een teeken achterbleef. It came away from the skin so readily that hardly any mark was left behind.
Een kleine droppel bloed toonde aan waar de punt was doorgedrongen. One tiny speck of blood showed where the puncture had been.
»Dit is alles een onbegrijpelijk geheim voor mij," zeide ik, »het wordt mij hoe langer hoe meer onverklaarbaar." "This is all an insoluble mystery to me," said I. "It grows darker instead of clearer."
»Integendeel," antwoordde hij, »het heldert elk oogenblik al meer op. "On the contrary," he answered, "it clears every instant.
Er ontbreken mij slechts eenige aanwijzingen om een volkomen samenhangend geval vast te stellen." I only require a few missing links to have an entirely connected case."
Wij hadden sedert wij de kamer waren binnengedrongen bijna de tegenwoordigheid van onzen metgezel vergeten. We had almost forgotten our companion's presence since we entered the chamber.
Hij stond nog op den drempel als de verpersoonlijkte ontzetting, zijn handen wringende en in zich zelve klagende. He was still standing in the door-way, the very picture of terror, wringing his hands and moaning to himself.
Plotseling echter schreeuwde hij met een door merg en been dringende stem: Suddenly, however, he broke out into a sharp, querulous cry.
»De schat is weg! "The treasure is gone!" he said.
Zij hebben hem den schat ontroofd! "They have robbed him of the treasure!
Daar is de opening waardoor wij hem omlaag lieten. There is the hole through which we lowered it.
Ik was hem daarbij behulpzaam! I helped him to do it!
Ik heb hem het laatst gezien! I was the last person who saw him!
Ik verliet hem hier gisteravond, en toen ik de trap afging, hoorde ik hem de deur sluiten." I left him here last night, and I heard him lock the door as I came down-stairs."
»Op welk uur was dat?" "What time was that?"
»Om tien uur. "It was ten o'clock.
En nu is hij dood, en zal de politie geroepen worden, en zal men mij verdenken er de hand in gehad te hebben. And now he is dead, and the police will be called in, and I shall be suspected of having had a hand in it.
O ja, daar ben ik zeker van. Oh, yes, I am sure I shall.
Maar gij denkt toch zoo niet, heeren? But you don't think so, gentlemen?
Neen, gewis? gij denkt niet dat ik het geweest ben? Surely you don't think that it was I?
Zou ik u dan wel hierheen gebracht hebben? Is it likely that I would have brought you here if it were I?
O wee! o wee! ik weet zeker dat ik krankzinnig wordt!" Oh, dear! oh, dear! I know that I shall go mad!"
Hij zwaaide met zijne armen, en stampte met zijne voeten in de grootste overspanning. He jerked his arms and stamped his feet in a kind of convulsive frenzy.
»Gij hebt niets te vreezen, Mr. "You have no reason for fear, Mr. Sholto," said Holmes, kindly, putting his hand upon his shoulder.
Sholto," zei Holmes, hem vriendelijk de hand op den schouder leggende, »volg mijn raad, rijd snel naar het station om de zaak aan de politie mede te deelen. "Take my advice, and drive down to the station to report this matter to the police.
Bied hen aan om hen in alles ten dienste te zijn. Offer to assist them in every way.
Wij zullen hier uwe terugkomst afwachten." We shall wait here until your return."
The little man obeyed in a half-stupefied fashion, and we heard him stumbling down the stairs in the dark.
ZESDE HOOFDSTUK. Chapter VI
Sherlock Holmes maakt gevolgtrekkingen. Sherlock Holmes Gives a Demonstration
»En nu, Watson," zei Holmes in zijne handen wrijvende, »hebben wij een half uur voor ons. "Now, Watson," said Holmes, rubbing his hands, "we have half an hour to ourselves.
Laat ons er een goed gebruik van maken. Let us make good use of it.
Het geval is, zooals ik u reeds gezegd heb, voor mij reeds bijna compleet; maar wij mogen niet te veel meer op ons zelve vertrouwen. My case is, as I have told you, almost complete; but we must not err on the side of over-confidence.
Hoe eenvoudig de zaak thans ook schijnt, kan er toch nog het een of ander achter schuilen." Simple as the case seems now, there may be something deeper underlying it."
»Eenvoudig?" riep ik. "Simple!" I ejaculated.
»Gewis," antwoordde hij met het voorkomen van een professor in de scheikunde, die voor zijn klas doceert, »zet u in gindschen hoek neder opdat uwe voetstappen de dingen niet in de war brengen. "Surely," said he, with something of the air of a clinical professor expounding to his class. "Just sit in the corner there, that your footprints may not complicate matters.
En nu aan het werk! Now to work!
In de eerste plaats: op welke wijze zijn die lieden hier binnen gekomen en weder vertrokken? In the first place, how did these folk come, and how did they go?
De deur is sedert den vorigen avond niet geopend geworden.--Hoe staat het met het venster?" The door has not been opened since last night. How of the window?"
Dit zeggende naderde hij dit met de lamp in zijn hand, terwijl hij onderwijl zijne opmerkingen overluid herhaalde, doch eer tot zich zelve dan tegen mij: He carried the lamp across to it, muttering his observations aloud the while, but addressing them to himself rather than to me.
»Het raam is aan de binnenzijde gegrendeld. "Window is snibbed on the inner side.
Houtwerk zeer stevig. Framework is solid.
Geen hengsels aan de zijden. No hinges at the side.
Wij zullen het eens open maken. Let us open it.
Geen regenpijp in de nabijheid. No water-pipe near.
De zoldering buiten alle bereik. Roof quite out of reach.
Toch is een man langs het raam opgeklommen. Yet a man has mounted by the window.
Het regende gisteravond een weinig. It rained a little last night.
Hier is de afdruk van een voet in slijk op het kozijn. Here is the print of a foot in mould upon the sill.
En daar is een rond modderig afdruksel, en hier weder, en ginds bij de tafel. And here is a circular muddy mark, and here again upon the floor, and here again by the table.
Ziehier, Watson! See here, Watson!
Dit is werkelijk een zeer aardige ontdekking." This is really a very pretty demonstration."
Ik zag overal duidelijke ronde plekken op den vloer. I looked at the round, well-defined muddy discs.
»Dat is geen voetstap," zeide ik. "This is not a footmark," said I.
»Het is iets van veel grooter waarde voor ons. "It is something much more valuable to us.
Het is de afdruk van een houten been. It is the impression of a wooden stump.
Hier op het kozijn ziet gij den afdruk van een grooten schoen met breeden, beslagen hak, en daarnaast dien van een houten been." You see here on the sill is the boot-mark, a heavy boot with the broad metal heel, and beside it is the mark of the timber-toe."
»Dat is de man met het houten been!" riep ik. "It is the wooden-legged man."
»Juist. "Quite so.
Maar er is ook nog een ander geweest,--een zeer handig en werkdadig bondgenoot. But there has been some one else,--a very able and efficient ally.
Zoudt gij dien muur kunnen overklimmen, dokter?" Could you scale that wall, doctor?"
Ik keek uit het geopend venster. I looked out of the open window.
De maan scheen nog helder op den hoek van het gebouw. The moon still shone brightly on that angle of the house.
Wij stonden ruim zestig voet boven den beganen grond, en waar ik mijn oog ook richtte, kon ik niet de minste holte in den steilen muur ontdekken. We were a good sixty feet from the ground, and, look where I would, I could see no foothold, nor as much as a crevice in the brick-work.
»Het is volstrekt onmogelijk," antwoordde ik. "It is absolutely impossible," I answered.
»Zonder hulp zeker. "Without aid it is so.
Maar veronderstel eens dat zich hierboven een goed vriend van u bevond, die u dit stevig touw, dat in gindschen hoek ligt, omlaagliet, nadat hij het eene einde aan dezen stevigen haak in den muur zou hebben vastgemaakt. But suppose you had a friend up here who lowered you this good stout rope which I see in the corner, securing one end of it to this great hook in the wall.
Dan geloof ik wel dat gij, zoo gij een ondernemend man waart, u met houten been en al naar boven zoudt werken. Then, I think, if you were an active man, You might swarm up, wooden leg and all.
Het spreekt vanzelve dat gij op dezelfde wijze zoudt heengaan; waarna uw kameraad het touw omhoog zou halen, het van den haak zou losmaken, het raam zou sluiten en van binnen grendelen, en vertrekken langs den weg dien hij oorspronkelijk gekomen was. You would depart, of course, in the same fashion, and your ally would draw up the rope, untie it from the hook, shut the window, snib it on the inside, and get away in the way that he originally came.
Als een punt van ondergeschikt belang moge worden aangemerkt," vervolgde hij op het touw wijzende, »dat onze vriend met het houten been, ofschoon een bekwaam klimmer zijnde, geen volleerd zeeman was. As a minor point it may be noted," he continued, fingering the rope, "that our wooden-legged friend, though a fair climber, was not a professional sailor.
Zijne handen waren verre van vereelt. His hands were far from horny.
Ik bespeur door mijn lens, vooral aan het einde van het touw, meer dan één bloedig teeken, waaruit ik opmaak dat hij zoo overhaast omlaag gleed, dat hem de huid van zijn hand werd afgeschuurd." My lens discloses more than one blood-mark, especially towards the end of the rope, from which I gather that he slipped down with such velocity that he took the skin off his hand."
»Dit is alles zeer goed," zeide ik, »maar de zaak wordt mij al meer en meer onbegrijpelijk. "This is all very well," said I, "but the thing becomes more unintelligible than ever.
Hoe dan met dien geheimzinnigen medeplichtige? How about this mysterious ally? How came he into the room?"
Op welke wijze kwam hij in de kamer?" "Yes, the ally!" repeated Holmes, pensively.
»Ja, de medeplichtige?" herhaalde Holmes nadenkend, »dat schijnt niet van belang ontbloot te zijn. "There are features of interest about this ally. He lifts the case from the regions of the commonplace.
Ik veronderstel dat deze een nieuweling is in de lijfstraffelijke geschiedenis van Engeland;--hoewel dusdanige gevallen zich wel in Indië hebben voorgedaan en indien mijn geheugen mij niet bedriegt, in het bizonder op Senegambië." I fancy that this ally breaks fresh ground in the annals of crime in this country,--though parallel cases suggest themselves from India, and, if my memory serves me, from Senegambia." "How came he, then?"
»Hoe kwam hij dan binnen?" hernam ik, »de deur is gesloten en het raam is ontoegankelijk. I reiterated. "The door is locked, the window is inaccessible.
Wat denkt gij van den schoorsteen?" Was it through the chimney?"
»De opening is te klein," antwoordde hij, »aan deze mogelijkheid had ik reeds gedacht." "The grate is much too small," he answered. "I had already considered that possibility."
»Zeg dan op?" drong ik aan. "How then?" I persisted.
»Gij wilt mijn voorschrift niet opvolgen," zeide hij zijn hoofd schuddende; »hoe dikwijls heb ik niet gezegd, dat, wanneer gij de onmogelijkheid van iets hebt vastgesteld, hetgeen er alsdan overblijft, hoe onwaarschijnlijk ook, de waarheid moet wezen? "You will not apply my precept," he said, shaking his head. "How often have I said to you that when you have eliminated the impossible whatever remains, HOWEVER IMPROBABLE, must be the truth?
Wij weten dat hij noch door de deur, noch door den schoorsteen, noch door het raam is binnengekomen. We know that he did not come through the door, the window, or the chimney.
Tevens weten wij dat hij niet in de kamer verborgen kan zijn geweest, omdat daartoe geen gelegenheid bestaat. We also know that he could not have been concealed in the room, as there is no concealment possible.
Waar kwam hij dan vandaan?" Whence, then, did he come?"
»Door de opening in het plafond!" riep ik. "He came through the hole in the roof," I cried.
"Of course he did.
»Wel zeker; dat moet! He must have done so.
Indien gij zoo goed wilt wezen om de lamp voor mij vast te houden, dan zullen wij nu ons onderzoek voortzetten in het geheim vertrek hierboven, waar de schat gevonden werd." If you will have the kindness to hold the lamp for me, we shall now extend our researches to the room above,--the secret room in which the treasure was found."
Hij liep de treden op en met elke hand een lat grijpende, haalde hij zich door de opening omhoog. He mounted the steps, and, seizing a rafter with either hand, he swung himself up into the garret.
Toen legde hij zich voorover, waarop ik hem de lamp overreikte en hem volgde. Then, lying on his face, he reached down for the lamp and held it while I followed him.
De kamer, waarin wij ons thans bevonden, was omstreeks tien voet lang en zes voet breed. The chamber in which we found ourselves was about ten feet one way and six the other.
De vloer bestond uit de latten van het plafond met een dunne laag pleister er tusschen in, zoodat men, als men liep, van den eenen balk op den andere moest overstappen. The floor was formed by the rafters, with thin lath-and-plaster between, so that in walking one had to step from beam to beam.
De zoldering liep driehoekig omhoog en was blijkbaar de binnenzijde van het dak. The roof ran up to an apex, and was evidently the inner shell of the true roof of the house.
Er stond niet het minst meubilair, en het stof lag zeer dik op den vloer. There was no furniture of any sort, and the accumulated dust of years lay thick upon the floor.
»Hier ziet gij," zei Sherlock Holmes, terwijl hij zijn hand tegen den schuinoploopenden muur bracht, »een trapdeur die naar de vliering voert. "Here you are, you see," said Sherlock Holmes, putting his hand against the sloping wall.
Ik kan haar openduwen. "This is a trap-door which leads out on to the roof.
En hier is de vliering zelve. I can press it back, and here is the roof itself, sloping at a gentle angle.
Dit is dus de weg, dien nommer één genomen heeft om binnen te komen. This, then, is the way by which Number One entered.
Laat ons zien of wij eenig spoor omtrent zijne persoonlijkheid kunnen vinden." Let us see if we can find any other traces of his individuality."
Hij hield de lamp omlaag en toen hij den vloer ermede verlichtte, zag ik wederom dien van verbazing getuigenden blik in zijne oogen. He held down the lamp to the floor, and as he did so I saw for the second time that night a startled, surprised look come over his face.
Doch toen ik dien blik volgde, werd ik koud tot op mijn gebeente toe. For myself, as I followed his gaze my skin was cold under my clothes.
De vloer vertoonde overal het spoor van een naakten voet, zeer duidelijk afgedrukt, van volmaakten vorm, doch nauwelijks de halve afmeting hebbende van dien van een gewoon man. The floor was covered thickly with the prints of a naked foot,--clear, well defined, perfectly formed, but scarce half the size of those of an ordinary man.
»Holmes," fluisterde ik, »een kind heeft deze afschuwelijke daad verricht." "Holmes," I said, in a whisper, "a child has done the horrid thing."
In een oogenblik had hij zijne zelfbeheersching herwonnen. He had recovered his self-possession in an instant.
»Ik was voor een oogenblik in de war," zeide hij, »maar de zaak is zeer natuurlijk. "I was staggered for the moment," he said, "but the thing is quite natural.
Mijn geheugen liet mij in den steek, anders zou ik het terstond begrepen hebben. My memory failed me, or I should have been able to foretell it.
Hier valt voor ons niets meer te leeren. There is nothing more to be learned here.
Laat ons omlaag gaan." Let us go down."
»Welke is dan uwe theorie omtrent deze voetstappen?" vroeg ik nieuwsgierig toen wij weder in de benedenkamer waren. "What is your theory, then, as to those footmarks?" I asked, eagerly, when we had regained the lower room once more.
»Mijn beste Watson, tracht uw eigen analyse te maken," antwoordde hij ongeduldig, »gij kent mijne methode. "My dear Watson, try a little analysis yourself," said he, with a touch of impatience.
Breng ze in toepassing, en het zal leerzaam voor u zijn om de uitkomsten te vergelijken." "You know my methods. Apply them, and it will be instructive to compare results."
»Ik kan geen veronderstelling maken, die de feiten met elkander in verband brengt," zeide ik. "I cannot conceive anything which will cover the facts," I answered.
»Het zal u weldra duidelijk genoeg zijn," sprak hij ontwijkend. »Ik denk dat hier niets belangrijks meer te vinden is; doch ik zal eens rondzien." "It will be clear enough to you soon," he said, in an off-hand way. "I think that there is nothing else of importance here, but I will look."
Hij nam zijn lens en een maatstok, en kroop op zijn knieën de kamer rond, al metende, vergelijkende en onderzoekende, met zijn langen smallen neus slechts een paar duim van de planken verwijderd, terwijl zijne oogen er met buitengewone scherpte op gevestigd waren als die van een vogel, die naar voedsel zoekt. He whipped out his lens and a tape measure, and hurried about the room on his knees, measuring, comparing, examining, with his long thin nose only a few inches from the planks, and his beady eyes gleaming and deep-set like those of a bird.
Zijne bewegingen waren zoo vlug en onhoorbaar en geleken zoozeer op die van een afgerichten bloedhond, die een spoor moet ontdekken, dat ik onwillekeurig de gedachte in mij voelde opkomen, wat een verschrikkelijk misdadiger hij zou hebben kunnen worden, indien hij zijn geestkracht en moed tegen de Wet gekeerd had, inplaats van ze ter harer verdediging aan te wenden. So swift, silent, and furtive were his movements, like those of a trained blood-hound picking out a scent, that I could not but think what a terrible criminal he would have made had he turned his energy and sagacity against the law, instead of exerting them in its defense.
Terwijl hij zoo voortwipte, prevelde hij gestadig in zich zelven en slaakte ten slotte een blijden uitroep. As he hunted about, he kept muttering to himself, and finally he broke out into a loud crow of delight.
»Wij hebben waarlijk geluk," zeide hij, »wij zullen nu zeer weinig moeite hebben. "We are certainly in luck," said he. "We ought to have very little trouble now.
Nommer één heeft het ongeluk gehad om in de creosoot te stappen. Number One has had the misfortune to tread in the creosote.
Gij kunt hier den uitersten omtrek van zijn kleinen voet zien, ter zijde van dit kwalijk riekend vocht. You can see the outline of the edge of his small foot here at the side of this evil-smelling mess.
De kruik is gebarsten, en de inhoud is er uitgelekt." The carboy has been cracked, You see, and the stuff has leaked out."
»En wat dan?" vroeg ik. "What then?" I asked.
»Wel, wij hebben hem, dat is alles," zeide hij, »ik ken een hond die dezen reuk zou volgen tot aan het einde der wereld. "Why, we have got him, that's all," said he. "I know a dog that would follow that scent to the world's end.
Indien een haringvisscher den haring op een afstand kan ruiken, hoe ver kan dan een bizonder afgerichten hond een zoo doordringenden reuk als dezen volgen? If a pack can track a trailed herring across a shire, how far can a specially-trained hound follow so pungent a smell as this?
Het lijkt wel wat op een som uit den regel van drieën. It sounds like a sum in the rule of three.
Het antwoord zou ons de.... Maar, hallo! daar zijn de vertegenwoordigers der Wet." The answer should give us the--But halloo! here are the accredited representatives of the law."
Zware voetstappen en de klank van luide stemmen werden van beneden vernomen en de buitendeur werd met een zwaren slag dichtgeworpen. Heavy steps and the clamor of loud voices were audible from below, and the hall door shut with a loud crash.
»Voor zij boven komen," zei Holmes, »kunt ge nog even met uw hand den arm en het been van dezen armen kerel aanraken." "Before they come," said Holmes, "just put your hand here on this poor fellow's arm, and here on his leg. What do you feel?"
»De spieren zijn zoo hard als ijzer," antwoordde ik. "The muscles are as hard as a board," I answered.
»Juist. "Quite so.
Zij zijn in een staat der zwaarste verstijving, veel erger dan de gewone =rigor mortis=. They are in a state of extreme contraction, far exceeding the usual rigor mortis.
Wanneer gij daarbij let op de vreemdsoortige verwrongenheid van het gelaat en dezen Hippocratischen glimlach, of »=risus sardonicus=", zooals de oude schrijvers dien noemen, welke gevolgtrekking zoudt gij dan uit deze verschijnselen maken?" Coupled with this distortion of the face, this Hippocratic smile, or 'risus sardonicus,' as the old writers called it, what conclusion would it suggest to your mind?"
»Gestorven tengevolge van een uiterst vergiftige plant," antwoordde ik, »een of andere op strychnine gelijkende stof, die =tetanos= (doodskramp) veroorzaakt." "Death from some powerful vegetable alkaloid," I answered,--"some strychnine-like substance which would produce tetanus."
»Dit was het eerste idee dat bij mij opkwam, zoodra ik de verwrongen gelaatsspieren zag. "That was the idea which occurred to me the instant I saw the drawn muscles of the face.
Toen ik de kamer binnenkwam, keek ik onmiddellijk naar het lijk, om te zien op welke wijze hem het vergif was toegediend. On getting into the room I at once looked for the means by which the poison had entered the system.
Gij zaagt mij immers een doorn van achter zijn oor verwijderen. As you saw, I discovered a thorn which had been driven or shot with no great force into the scalp.
You observe that the part struck was that which would be turned towards the hole in the ceiling if the man were erect in his chair.
Onderzoek nu dezen doorn." Now examine the thorn."
Ik nam hem voorzichtig op en beschouwde hem bij het licht der lantaarn. I took it up gingerly and held it in the light of the lantern.
Hij was lang, scherp en zwart en glasachtig aan de punt, alsof er eene gomachtige zelfstandigheid op gedroogd was. It was long, sharp, and black, with a glazed look near the point as though some gummy substance had dried upon it.
Het stompe einde was met een mes afgerond. The blunt end had been trimmed and rounded off with a knife.
»Is dit een Engelsche doorn?" vroeg hij. "Is that an English thorn?" he asked.
»In geen geval." "No, it certainly is not."
»Met al deze gegevens zoudt gij in staat zijn een juist oordeel omtrent de zaak te vellen.--Maar, daar zijn de bevoegde machten, dus moeten de onbevoegden het veld ruimen." "With all these data you should be able to draw some just inference. But here are the regulars: so the auxiliary forces may beat a retreat."
Terwijl hij dit zeide klonken zware voetstappen in de gang, en terstond daarop stapte een zeer zwaar gebouwd man, met trotsch uiterlijk, in een grijs kostuum gekleed, het vertrek binnen. As he spoke, the steps which had been coming nearer sounded loudly on the passage, and a very stout, portly man in a gray suit strode heavily into the room.
Hij had een hoogrood, vet en volbloedig gelaat, met een paar zeer kleine, beweeglijke oogen. He was red-faced, burly and plethoric, with a pair of very small twinkling eyes which looked keenly out from between swollen and puffy pouches.
Hij werd op den voet gevolgd door een inspecteur in uniform en door den nog bevenden Thaddeus Sholto. He was closely followed by an inspector in uniform, and by the still palpitating Thaddeus Sholto.
»Hier is aardig wat te doen!" riep hij met een heeschen neusklank, »maar wie zijn dit? "Here's a business!" he cried, in a muffled, husky voice.
Wel, het huis schijnt even vol te wezen als een konijnenhok!" "Here's a pretty business! But who are all these?
»Mij dunkt dat gij u mij wel moet herinneren, Mr. Why, the house seems to be as full as a rabbit-warren!"
Athelney Jones," zeide Holmes kalm. "I think you must recollect me, Mr. Athelney Jones," said Holmes, quietly.
»Wel, dat spreekt van zelve!" schreeuwde hij, »het is Mr. "Why, of course I do!" he wheezed.
Sherlock Holmes, de theorist. "It's Mr. Sherlock Holmes, the theorist.
Herinner je eens! Remember you!
Ik zal nooit vergeten hoe gij ons allen een lesje gaaft omtrent oorzaken, bijkomende omstandigheden en gevolgen, in het geval van de juweelen van Bishopsgate. I'll never forget how you lectured us all on causes and inferences and effects in the Bishopgate jewel case.
Het is waar, gij bracht ons op het juiste spoor, maar gij zult thans zelf toestemmen dat het meer aan goed geluk, dan aan uwen leiddraad te danken was." It's true you set us on the right track; but you'll own now that it was more by good luck than good guidance."
»Het was niets dan een eenvoudige redeneering." "It was a piece of very simple reasoning."
»Och kom, kom! "Oh, come, now, come!
Niet ?l te nederig zijn! Never be ashamed to own up.
Maar wat is dit alles hier? But what is all this?
Kwaad werk! Bad business!
Ernstige feiten hier, geen gelegenheid voor theorieën. Bad business! Stern facts here,--no room for theories.
Hoe gelukkig dat ik juist te Norwood aanwezig was voor een ander geval! How lucky that I happened to be out at Norwood over another case!
Ik was juist aan het station toen de boodschap aankwam. I was at the station when the message arrived.
Waaraan denkt ge dat de man gestorven is?" What d'you think the man died of?"
»Och, het is nauwelijks een geval voor mij om er theorie over te houden," zei Holmes droog. "Oh, this is hardly a case for me to theorize over," said Holmes, dryly.
»Neen, neen. "No, no.
Wij kunnen niet loochenen dat gij somwijlen den spijker op den kop slaat. Still, we can't deny that you hit the nail on the head sometimes.
Wel, wel! Dear me!
Deur gesloten, dat begrijp ik. Door locked, I understand.
Voor een half millioen aan juweelen vermist. Jewels worth half a million missing.
Hoe stond het met het venster?" How was the window?"
»Gegrendeld; doch er zijn voetstappen op het kozijn." "Fastened; but there are steps on the sill."
»Wel, wel; als het gesloten was, dan konden de voetstappen niets met de zaak te maken hebben. "Well, well, if it was fastened the steps could have nothing to do with the matter.
Dat is elk met mij eens. That's common sense.
De man zou aan een beroerte gestorven kunnen zijn; maar dan, de vermiste juweelen. Man might have died in a fit; but then the jewels are missing.
Ha! ik heb een theorie. Ha! I have a theory.
Ik heb zoo van tijd tot tijd van die plotselinge ingevingen.--Ga eens naar buiten, sergeant, en gij ook, Mr. Sholto. These flashes come upon me at times.--Just step outside, sergeant, and you, Mr. Sholto.
Uw vriend kan hier blijven.--Wat denkt gij hiervan, Holmes? Your friend can remain.--What do you think of this, Holmes?
Sholto was volgens zijn eigen bekentenis, gisteravond bij zijn broeder. Sholto was, on his own confession, with his brother last night.
De broeder bleef in een beroerte, waarop Sholto zich met den schat uit de voeten maakte? The brother died in a fit, on which Sholto walked off with the treasure.
Hoe vindt ge dat?" How's that?"
»Waarop de doode man zonder bedenken opstond, de deur sloot en grendelde." "On which the dead man very considerately got up and locked the door on the inside."
»Hum! "Hum!
Dat is mis. There's a flaw there.
Laat ons de zaak in algemeenen zin beschouwen. Let us apply common sense to the matter.
Deze Thaddeus Sholto was bij zijn broeder; er ontstond een twist; voor zoover wij weten. This Thaddeus Sholto WAS with his brother; there WAS a quarrel; so much we know.
De broeder is dood en de juweelen zijn heen. The brother is dead and the jewels are gone.
Dat ook zoover wij weten. So much also we know.
Niemand zag den broer sedert Thaddeus hem verliet. No one saw the brother from the time Thaddeus left him.
Zijn bed is niet beslapen. His bed had not been slept in.
Thaddeus is blijkbaar zeer onrustig. Thaddeus is evidently in a most disturbed state of mind.
Zijn persoon is--welnu: niet aantrekkelijk. His appearance is--well, not attractive.
Gij ziet dat ik mijn web om Thaddeus spin. You see that I am weaving my web round Thaddeus.
Het net sluit hem al meer en meer in." The net begins to close upon him."
»En toch zijt gij nog niet op de hoogte der feiten," zei Holmes, »deze houtsplinter, die, naar ik alle reden heb te gelooven, vergiftigd is, stak achter het oor van den man, zooals gij daar nog zien kunt, deze kaart zooals gij haar thans ziet, lag op de tafel en daarnaast lag dit vreemdsoortig instrument met steenen knop. "You are not quite in possession of the facts yet," said Holmes. "This splinter of wood, which I have every reason to believe to be poisoned, was in the man's scalp where you still see the mark; this card, inscribed as you see it, was on the table; and beside it lay this rather curious stone-headed instrument.
Hoe past dit alles in uwe theorie?" How does all that fit into your theory?"
»Dat ben ik volkomen met u eens," zei de dikke detective op blufferigen toon, »het huis is vol Indische curiositeiten. "Confirms it in every respect," said the fat detective, pompously. "House is full of Indian curiosities.
Thaddeus bracht die hierheen, en indien de splinter vergiftigd is, dan kan Thaddeus er evengoed een moorddadig gebruik van hebben gemaakt als eenig ander. Thaddeus brought this up, and if this splinter be poisonous Thaddeus may as well have made murderous use of it as any other man.
De kaart is een soort hocus-pocus--een nietsbeteekenend fopmiddel. The card is some hocus-pocus,--a blind, as like as not.
De eenige vraag is, langs welken weg ging hij heen? The only question is, how did he depart?
Ha, dat spreekt van zelve, hier is een opening in het plafond." Ah, of course, here is a hole in the roof."
Met groote vlugheid, in aanmerking genomen zijn zwaarlijvigheid, sprong hij de treden op, wrong zich op de vliering en onmiddellijk daarop hoorden wij hem met opgewonden stem naar beneden roepen, dat hij de trapdeur gevonden had. With great activity, considering his bulk, he sprang up the steps and squeezed through into the garret, and immediately afterwards we heard his exulting voice proclaiming that he had found the trap-door.
»Hij kan wel iets vinden," merkte Holmes op, terwijl hij zijne schouders optrok, »want hij heeft somwijlen aanvallen van verstand! =Il n'y-a pas de sots si incommodes que ceux qui ont de l'esprit!=" "He can find something," remarked Holmes, shrugging his shoulders. "He has occasional glimmerings of reason. _Il n'y a pas des sots si incommodes que ceux qui ont de l'esprit!_"
»Ziet gij nu wel!" riep Athelney Jones, de ladder weder afdalende, »alles wel beschouwd zijn feiten toch beter dan theorieën. "You see!" said Athelney Jones, reappearing down the steps again.
Mijn gezichtspunt omtrent de zaak staat vast. "Facts are better than mere theories, after all.
Daar is een trapdeur die met den zolder in verbinding staat en deze staat gedeeltelijk open." My view of the case is confirmed. There is a trap-door communicating with the roof, and it is partly open."
»Ik heb haar opengemaakt." "It was I who opened it."
»Zoo? "Oh, indeed!
Inderdaad? You did notice it, then?"
Merktet gij dit dan ook op?" He seemed a little crestfallen at the discovery.
Hij scheen door deze mededeeling een weinig teleurgesteld. »Wie het echter ook opmerkte, het bewijst hoe onze gentleman de plaat poetste. "Well, whoever noticed it, it shows how our gentleman got away.
Inspecteur!" Inspector!"
»Ja sir," klonk het uit de gang. "Yes, sir," from the passage.
»Vraag Mr. Sholto hierheen te komen.--Mr. "Ask Mr. Sholto to step this way.--Mr.
Sholto, het is mijn plicht u mede te deelen, dat elk woord dat gij zoudt spreken tegen u zal getuigen. Sholto, it is my duty to inform you that anything which you may say will be used against you.
Ik arresteer u in naam der Koningin als betrokken te zijn in den dood van uwen broeder." I arrest you in the queen's name as being concerned in the death of your brother."
»Daar hebt ge het al! "There, now!
Heb ik het u niet gezegd!" schreide het arme mannetje, zijne handen uitstrekkende en elk onzer beurtelings in het gelaat ziende. Didn't I tell you!" cried the poor little man, throwing out his hands, and looking from one to the other of us.
»Maak u er niet ongerust over, Mr. "Don't trouble yourself about it, Mr. Sholto," said Holmes.
Sholto," zei Holmes, »ik denk dat ik in staat zal zijn uwe onschuld te bewijzen." "I think that I can engage to clear you of the charge."
»Beloof niet te veel, mijnheer Theorist!" herhaalde de detective, »het zou u bezwaarlijker vallen dan gij denkt." "Don't promise too much, Mr. Theorist,--don't promise too much!" snapped the detective.
»Ik zal niet alleen bewijzen dat hij aan deze zaak part noch deel heeft, Mr. "You may find it a harder matter than you think."
Jones, maar ik zal u een geschenk aanbieden, bestaande in den naam en de beschrijving van een der twee personen, die in den afgeloopen nacht in deze kamer zijn geweest. "Not only will I clear him, Mr. Jones, but I will make you a free present of the name and description of one of the two people who were in this room last night.
Ik heb alle reden te gelooven dat zijn naam Jonathan Small is. His name, I have every reason to believe, is Jonathan Small.
Hij is een arm opgevoed man, klein en onbeweeglijk; hij mist zijn rechterbeen en draagt daardoor een houten stomp, die aan de binnenzijde is afgesleten. He is a poorly-educated man, small, active, with his right leg off, and wearing a wooden stump which is worn away upon the inner side.
Zijn linkerschoen heeft een grove, vierkante zool en een hoefijzer onder den hak. His left boot has a coarse, square-toed sole, with an iron band round the heel.
Hij is een man van middelbaren leeftijd, zeer door de zon gebruind en is een ontvlucht veroordeelde. He is a middle-aged man, much sunburned, and has been a convict.
Deze weinige gegevens zouden u van eenigen dienst kunnen zijn, gevoegd bij het feit dat een groote lap vel van zijn hand is afgeschaafd. These few indications may be of some assistance to you, coupled with the fact that there is a good deal of skin missing from the palm of his hand.
De andere man...." The other man--"
»Ha! de andere man?" vroeg Athelney Jones met snerpende stem, maar, zooals ik duidelijk zien kon, niet het minst onder den indruk van de zekerheid in het voorkomen van Holmes. "Ah! the other man--?" asked Athelney Jones, in a sneering voice, but impressed none the less, as I could easily see, by the precision of the other's manner.
»Is een meer vreemdsoortige persoon," antwoordde Sherlock Holmes, zich op zijn hiel omdraaiende, »ik hoop u binnen kort met beiden in kennis te brengen. "Is a rather curious person," said Sherlock Holmes, turning upon his heel.
Een woord tot u, Watson." "I hope before very long to be able to introduce you to the pair of them.--A word with you, Watson."
Hij geleidde mij naar de trap. He led me out to the head of the stair.
»Deze onverwachte loop der zaak," zeide hij, »is oorzaak dat wij het eigenlijke doel van onze reis moeten missen." "This unexpected occurrence," he said, "has caused us rather to lose sight of the original purpose of our journey."
»Dat dacht ik juist ook," antwoordde ik, »het is niet goed dat Miss Morstan langer in dit akelig huis blijft." "I have just been thinking so," I answered. "It is not right that Miss Morstan should remain in this stricken house."
»Neen. "No.
Gij moet haar naar huis brengen. You must escort her home.
Zij woont bij Mrs. Cecil Forrester, in Lower Camberwell, dus niet zeer ver van hier. She lives with Mrs. Cecil Forrester, in Lower Camberwell: so it is not very far.
Indien gij terug wilt komen, zal ik u hier wachten. I will wait for you here if you will drive out again.
Of misschien zijt ge te vermoeid?" Or perhaps you are too tired?"
»In geen geval. "By no means.
Ik geloof niet dat ik zou kunnen rusten, alvorens ik meer omtrent deze onbegrijpelijke aangelegenheid vernomen zal hebben. I don't think I could rest until I know more of this fantastic business.
Ik heb wel iets van de ruwe zijde des levens gezien, maar ik moet u eerlijk bekennen, dat deze snelle opvolging van vreemdsoortige verrassingen van heden avond mijne zenuwen ten zeerste geschokt heeft. I have seen something of the rough side of life, but I give you my word that this quick succession of strange surprises to-night has shaken my nerve completely.
Nu ik zoover gegaan ben, zou ik de zaak wel geheel met u willen mede maken." I should like, however, to see the matter through with you, now that I have got so far."
»Uwe tegenwoordigheid zal mij van grooten dienst zijn," antwoordde hij, »wij zullen het geval onafhankelijk behandelen, en laten dezen Jones zijn gang gaan. "Your presence will be of great service to me," he answered.
Als gij Miss Morstan zult hebben thuis gebracht, wenschte ik dat gij u naar No. "We shall work the case out independently, and leave this fellow Jones to exult over any mare's-nest which he may choose to construct.
3 Pinchin Lane zoudt begeven, dichtbij den waterkant te Lambeth. When you have dropped Miss Morstan I wish you to go on to No. 3 Pinchin Lane, down near the water's edge at Lambeth.
In het derde huis aan de rechterhand woont een opzetter van gevogelte, met name Sherman. The third house on the right-hand side is a bird-stuffer's: Sherman is the name.
Gij zult een opgezette wezel, die een jong konijn vasthoudt, voor het raam zien staan. You will see a weasel holding a young rabbit in the window.
Klop den ouden Sherman op en zeg hem, uit mijn naam, dat ik onmiddellijk behoefte heb aan Toby. Knock old Sherman up, and tell him, with my compliments, that I want Toby at once.
Breng Toby dan met u mede terug in het rijtuig." You will bring Toby back in the cab with you."
»Een hond, naar ik veronderstel." "A dog, I suppose."
»Ja, een leelijk mormel, met een verbazingwekkend reukvermogen. "Yes,--a queer mongrel, with a most amazing power of scent.
Ik stel meer prijs op Toby's hulp dan op die van al de detectiven van Londen." I would rather have Toby's help than that of the whole detective force of London."
»Ik zal hem medebrengen," zeide ik. »Het is nu één uur. "I shall bring him, then," said I. "It is one now.
Indien ik een versch paard kan krijgen, denk ik nog voor drieën terug te zijn."
»En ik," zei Holmes, »zal inmiddels zien wat ik van Mrs. I ought to be back before three, if I can get a fresh horse."
Bernstone gewaar kan worden, en van den Indiaanschen bediende, die, zooals Mr. Thaddeus mij gezegd heeft, op de vliering slaapt. "And I," said Holmes, "shall see what I can learn from Mrs. Bernstone, and from the Indian servant, who, Mr. Thaddeus tell me, sleeps in the next garret.
Vervolgens zal ik de methode van den grooten Jones bestudeeren, en naar zijne niet al te beschaafde sarcasmen luisteren. Then I shall study the great Jones's methods and listen to his not too delicate sarcasms.
»=Wir sind gewohn dass die Menschen verhöhen was sie nicht verstehen.=" 'Wir sind gewohnt das die Menschen verhoehnen was sie nicht verstehen.'
Goethe is altijd pittig." Goethe is always pithy."
ZEVENDE HOOFDSTUK. Chapter VII
De regenpijp. The Episode of the Barrel
De politie had een rijtuig medegebracht en daarin geleidde ik Miss Morstan naar hare woning. The police had brought a cab with them, and in this I escorted Miss Morstan back to her home.
Zoolang zij in gezelschap was geweest van iemand die zwakker was dan zij en die zij kon ter zijde staan, had zij haar leed met kalmte gedragen en vond ik haar opgeruimd en bedaard bij de beangstigde huishoudster. After the angelic fashion of women, she had borne trouble with a calm face as long as there was some one weaker than herself to support, and I had found her bright and placid by the side of the frightened housekeeper.
Maar zoodra zij in het rijtuig zat, viel zij eerst in zwijm en barstte toen in een hartstochtelijk weenen uit, zoo zwaar had haar dit nachtelijk avontuur getroffen. In the cab, however, she first turned faint, and then burst into a passion of weeping,--so sorely had she been tried by the adventures of the night. She has told me since that she thought me cold and distant upon that journey.
She little guessed the struggle within my breast, or the effort of self-restraint which held me back.
Later heeft zij mij verhaald, dat zij mij gedurende dien rit koel en afgetrokken had gevonden. My sympathies and my love went out to her, even as my hand had in the garden.
Zij kon echter weinig gissen, welke strijd er in mijn binnenste gevoerd werd, of met hoeveel kracht ik mij zelven beheerschte. I felt that years of the conventionalities of life could not teach me to know her sweet, brave nature as had this one day of strange experiences.
Yet there were two thoughts which sealed the words of affection upon my lips.
Het stuitte mij echter tegen de borst om haar op zulk een tijd en onder zulke omstandigheden mijn liefde te bekennen. She was weak and helpless, shaken in mind and nerve. It was to take her at a disadvantage to obtrude love upon her at such a time.
En wat nog erger was, zij was rijk. Worse still, she was rich.
Wanneer de nasporingen van Holmes tot een gewenscht resultaat mochten leiden, zou zij een der rijkste meisjes van Engeland zijn. If Holmes's researches were successful, she would be an heiress.
Mocht ik dus van de toevallige omstandigheid, waardoor ik met haar in kennis was gekomen, en mijne betrekkelijk bekrompen omstandigheden als geneesheer, partij trachten te trekken? Was it fair, was it honorable, that a half-pay surgeon should take such advantage of an intimacy which chance had brought about?
Deze Agra-schat scheen mij een onoverkomelijke hinderpaal toe tusschen haar en mij. Might she not look upon me as a mere vulgar fortune-seeker?
Het was omstreeks twee uur toen wij het huis van Mrs. I could not bear to risk that such a thought should cross her mind.
Cecil Forrester bereikten. This Agra treasure intervened like an impassable barrier between us.
De dienstboden hadden zich reeds lang ter ruste begeven. Mrs. It was nearly two o'clock when we reached Mrs. Cecil Forrester's.
Forrester had zooveel belang gesteld in de vreemdsoortige boodschap, die Miss Morstan had ontvangen, dat zij hare terugkomst was blijven afwachten. The servants had retired hours ago, but Mrs. Forrester had been so interested by the strange message which Miss Morstan had received that she had sat up in the hope of her return.
De beschaafde vrouw, van middelbaren leeftijd, opende zelve de deur en het verheugde mij ten zeerste te zien, hoe teeder zij haar arm om het middel van het meisje legde en op welk eene recht moederlijke wijze zij haar begroette. She opened the door herself, a middle-aged, graceful woman, and it gave me joy to see how tenderly her arm stole round the other's waist and how motherly was the voice in which she greeted her.
Het was duidelijk waar te nemen dat zij meer een vriendin, dan een loontrekkend huisgenoote was. She was clearly no mere paid dependant, but an honored friend.
Ik werd voorgesteld en Mrs. I was introduced, and Mrs. Forrester earnestly begged me to step in and tell her our adventures.
Forrester verzocht mij dringend binnen te komen en haar onze avonturen te verhalen. I explained, however, the importance of my errand, and promised faithfully to call and report any progress which we might make with the case.
As we drove away I stole a glance back, and I still seem to see that little group on the step, the two graceful, clinging figures, the half-opened door, the hall light shining through stained glass, the barometer, and the bright stair-rods.
Ik wees haar echter op het gewicht mijner volgende boodschap, doch beloofde haar op mijn woord, dat ik haar met den geheelen loop der zaak op de hoogte zou houden. It was soothing to catch even that passing glimpse of a tranquil English home in the midst of the wild, dark business which had absorbed us. And the more I thought of what had happened, the wilder and darker it grew.
Hoe meer ik onder het rijden over het gebeurde nadacht, des te onbegrijpelijker en duisterder werd alles mij. I reviewed the whole extraordinary sequence of events as I rattled on through the silent gas-lit streets.
Daar was b.v. het oorspronkelijk vraagstuk; doch dit was mij nu volkomen duidelijk. There was the original problem: that at least was pretty clear now.
De dood van kapitein Morstan, het zenden der parelen, de advertentie, de brief; omtrent dit alles hadden wij ophelderingen verkregen. The death of Captain Morstan, the sending of the pearls, the advertisement, the letter,--we had had light upon all those events.
Maar deze feiten hadden ons gaandeweg voor een meer tragisch en dieper geheim geplaatst. They had only led us, however, to a deeper and far more tragic mystery.
De Indische schat, de vreemdsoortige teekening onder Morstan's bagage gevonden, het vreemd tooneel van majoor Sholto's dood; de weder-ontdekking van den schat, onmiddellijk gevolgd door den moord op den ontdekker, de zonderlinge omstandigheden waaronder de moord gepleegd werd, de voetsporen, de merkwaardige wapens, de woorden op de kaart die juist overeenkwamen met die op de teekening van kapitein Morstan; dit alles vormde inderdaad een labyrinth, waarin een man met minder zeldzame geestkracht dan mijn mede-bewoner gewis zou wanhopen een uitgang te vinden. The Indian treasure, the curious plan found among Morstan's baggage, the strange scene at Major Sholto's death, the rediscovery of the treasure immediately followed by the murder of the discoverer, the very singular accompaniments to the crime, the footsteps, the remarkable weapons, the words upon the card, corresponding with those upon Captain Morstan's chart,--here was indeed a labyrinth in which a man less singularly endowed than my fellow-lodger might well despair of ever finding the clue.
Pinchin Lane bestond uit een rij van bouwvallige huizen van twee verdiepingen in de lager gelegen wijk van Lambeth. Pinchin Lane was a row of shabby two-storied brick houses in the lower quarter of Lambeth.
Ik moest geruimen tijd op de deur van No. 3 kloppen alvorens ik gehoor verkreeg. I had to knock for some time at No. 3 before I could make my impression.
Ten laatste echter verscheen er een zwak kaarslicht achter het luik, en keek een gelaat uit het bovenste venster. At last, however, there was the glint of a candle behind the blind, and a face looked out at the upper window.
"Go on, you drunken vagabone," said the face.
"If you kick up any more row I'll open the kennels and let out forty-three dogs upon you."
"If you'll let one out it's just what I have come for," said I.
»Ga heen, dronken schavuit," sprak dat gelaat, »indien gij nog eenmaal klopt, dan zal ik u met mijn bezem op het hoofd slaan." "Go on!" yelled the voice. "So help me gracious, I have a wiper in the bag, an' I'll drop it on your 'ead if you don't hook it." "But I want a dog," I cried.
»Maar, Mr. "I won't be argued with!" shouted Mr. Sherman.
Sherlock Holmes," begon ik angstig. "Now stand clear, for when I say 'three,' down goes the wiper."
Deze woorden hadden een tooverachtige uitwerking, want het raam werd onmiddellijk dichtgeschoven, en binnen een minuut werd de deur ontgrendeld en geopend. Mr. "Mr. Sherlock Holmes--" I began, but the words had a most magical effect, for the window instantly slammed down, and within a minute the door was unbarred and open.
Sherman was een lange, magere, oude man, met een blauwen bril op zijn neus. »Had u dat maar dadelijk gezegd," sprak hij, Mr. Sherman was a lanky, lean old man, with stooping shoulders, a stringy neck, and blue-tinted glasses.
»een vriend van Mr. "A friend of Mr. Sherlock is always welcome," said he.
"Step in, sir.
Sherlock Holmes is altijd welkom. Keep clear of the badger; for he bites.
Kom binnen, doch neem u in acht voor dien dashond, want hij bijt. Ah, naughty, naughty, would you take a nip at the gentleman?"
U moet mij niet kwalijk nemen, dat ik eerst een weinig ruw tegen u was. This to a stoat which thrust its wicked head and red eyes between the bars of its cage.
Wat wenscht Mr. "Don't mind that, sir: it's only a slow-worm.
It hain't got no fangs, so I gives it the run o' the room, for it keeps the beetles down.
You must not mind my bein' just a little short wi' you at first, for I'm guyed at by the children, and there's many a one just comes down this lane to knock me up.
Sherlock Holmes van mij?" What was it that Mr. Sherlock Holmes wanted, sir?"
»Een hond." "He wanted a dog of yours."
»O, dat zal zeker Toby zijn." "Ah! that would be Toby."
»Ja, Toby heeft hij genoemd." "Yes, Toby was the name."
»Toby woont op No. 7 links." "Toby lives at No. 7 on the left here."
Hij begaf zich voorzichtig tusschen den leelijken troep beesten om hem heen. He moved slowly forward with his candle among the queer animal family which he had gathered round him.
In de onzekere schaduw van het kaarslicht zag ik verscheidene vurig glinsterende oogen dreigend op mij gericht. In the uncertain, shadowy light I could see dimly that there were glancing, glimmering eyes peeping down at us from every cranny and corner.
Zelfs de vele vogels boven mijn hoofd schenen gebelgd dat zij in hunne rust gestoord werden. Even the rafters above our heads were lined by solemn fowls, who lazily shifted their weight from one leg to the other as our voices disturbed their slumbers.
Toby was een leelijk, langharig schepsel met hangende ooren, bruin en wit van kleur, met een ruigen staart. Toby proved to be an ugly, long-haired, lop-eared creature, half spaniel and half lurcher, brown-and-white in color, with a very clumsy waddling gait.
Na eenige aarzeling nam het een klontje suiker, dat de oude werkman mij overhandigde, van mij aan, en nadat ik zooveel mogelijk vriendschap met hem gesloten had, volgde hij mij naar het rijtuig, en liet er zich gewillig in plaatsen. It accepted after some hesitation a lump of sugar which the old naturalist handed to me, and, having thus sealed an alliance, it followed me to the cab, and made no difficulties about accompanying me.
Het had juist drie uur geslagen toen ik mij op den terugweg naar Pondicherry Lodge bevond. It had just struck three on the Palace clock when I found myself back once more at Pondicherry Lodge.
De voormalige prijsbokser Mc. Murdo was, naar ik vernam, als medeplichtige gevangen genomen, en hij en Mr. Sholto waren naar het station overgebracht. The ex-prize-fighter McMurdo had, I found, been arrested as an accessory, and both he and Mr. Sholto had been marched off to the station.
Twee constabels bewaakten het hek, doch zij veroorloofden mij, nadat ik den naam van den detective genoemd had, naar binnen te gaan. Two constables guarded the narrow gate, but they allowed me to pass with the dog on my mentioning the detective's name.
Holmes stond met zijn handen in de zakken op de stoep zijn pijp te rooken. »Ha! Holmes was standing on the door-step, with his hands in his pockets, smoking his pipe.
Hebt gij hem daar?" riep hij, »een beste hond. "Ah, you have him there!" said he. "Good dog, then!
Athelney Jones is vertrokken. Atheney Jones has gone.
Hij is sedert uw vertrek vol ijver aan het werk geweest. We have had an immense display of energy since you left.
Hij heeft niet slechts vriend Thaddeus, maar ook den portier, de huishoudster en den Indiaanschen bediende gevangen genomen. He has arrested not only friend Thaddeus, but the gatekeeper, the housekeeper, and the Indian servant.
Behalve een agent hier boven, hebben wij het ruim alleen. We have the place to ourselves, but for a sergeant up-stairs.
Laat den hond hier en kom boven." Leave the dog here, and come up."
Wij bonden Toby aan de tafel, en gingen de trappen op. We tied Toby to the hall table, and reascended the stairs.
De kamer was nog in denzelfden staat als wij haar verlaten hadden, behalve dat er een laken over den doode gehangen was. The room was as he had left it, save that a sheet had been draped over the central figure.
Een vermoeid uitziend politie-agent stond in den hoek. A weary-looking police-sergeant reclined in the corner.
»Leen mij uw dievenlantaarn, agent," zei mijn metgezel, »en bind nu deze kaart om mijn hals, zoodat zij voor mij blijft hangen. "Lend me your bull's-eye, sergeant," said my companion. "Now tie this bit of card round my neck, so as to hang it in front of me.
Dank u. Thank you.
Nu moet ik mijn schoenen en kousen uittrekken. Neem gij die mede naar beneden, Watson. Now I must kick off my boots and stockings.--Just you carry them down with you, Watson.
Ik ga een kleine klimpartij doen. I am going to do a little climbing.
En doop mijn zakdoek in de creosoot. And dip my handkerchief into the creasote.
Dat gaat goed. That will do.
Kom nu met mij naar de vliering." Now come up into the garret with me for a moment."
Wij klommen door de opening. We clambered up through the hole.
Holmes liet het licht nogmaals op de voetstappen in het stof vallen. Holmes turned his light once more upon the footsteps in the dust.
»Ik verzoek u vooral goed nota te nemen van deze afdrukken," zeide hij, »merkt ge er nog iets bijzonders aan op?" "I wish you particularly to notice these footmarks," he said. "Do you observe anything noteworthy about them?"
»Zij zijn van een kind of een kleine vrouw," zeide ik. "They belong," I said, "to a child or a small woman."
»Is er niets anders behalve hun omvang?" "Apart from their size, though. Is there nothing else?"
»Zij lijken niet op gewone voeten." "They appear to be much as other footmarks."
»In geen geval. "Not at all.
Zie hier! Look here!
Dit is de afdruk van een rechtervoet in het stof. This is the print of a right foot in the dust.
Nu maak ik er met mijn naakte voet één naast. Now I make one with my naked foot beside it.
Wat is nu het voornaamste verschil?" What is the chief difference?"
»Uwe teenen sluiten aaneen, terwijl deze bij den anderen afdruk elk op zichzelve staan." "Your toes are all cramped together. The other print has each toe distinctly divided."
»Juist. "Quite so.
Dat is het. That is the point.
Onthoud dit goed. Bear that in mind.
Zoudt gij nu eens bij dat vensterluik willen gaan, en ruiken aan den hoek van het houtwerk? Now, would you kindly step over to that flap-window and smell the edge of the wood-work?
Ik zal hier blijven staan, met dezen zakdoek in mijn hand." I shall stay here, as I have this handkerchief in my hand."
Ik deed wat hij mij verzocht en ontwaarde onmiddellijk een sterke teer-lucht. I did as he directed, and was instantly conscious of a strong tarry smell.
»Daar plaatste hij zijn voet bij het heengaan. "That is where he put his foot in getting out.
Indien =gij= zijn spoor kunt vinden, zal Toby er, naar ik denk, geen moeite me? hebben. If YOU can trace him, I should think that Toby will have no difficulty.
Ga nu spoedig naar beneden, maak den hond los, en zie uit naar Blondin." Now run down-stairs, loose the dog, and look out for Blondin."
In den tijd dat ik mij naar beneden begaf, was Sherlock Holmes op den zolder, en zag ik hem als een glimworm zeer langzaam langs het latwerk kruipen. By the time that I got out into the grounds Sherlock Holmes was on the roof, and I could see him like an enormous glow-worm crawling very slowly along the ridge.
Achter een schoorsteen-uitstek verloor ik hem uit het gezicht, doch onmiddellijk daarna kwam hij weder te voorschijn en verdween toen weder aan de tegenovergestelde zijde. I lost sight of him behind a stack of chimneys, but he presently reappeared, and then vanished once more upon the opposite side.
Toen ik mij ook naar boven begaf vond ik hem zittend op de hoek-balken. When I made my way round there I found him seated at one of the corner eaves.
»Gij daar, Watson?" riep hij. "That you, Watson?" he cried.
»Ja." "Yes."
»Dit is de plaats. "This is the place.
Wat is dat zwarte ding daar beneden?" What is that black thing down there?"
»Een regenpijp." "A water-barrel."
»Een bak aan het einde?" "Top on it?"
»Ja." "Yes."
»Geen bewijs van een ladder?" "No sign of a ladder?"
»Neen." "No."
»Een verwenschte kerel! "Confound the fellow!
Het is een halsbrekend werk. It's a most break-neck place.
Ik diende toch in staat te zijn naar omlaag te komen waarlangs hij naar boven kon klauteren. I ought to be able to come down where he could climb up.
De regenpijp lijkt stevig. The water-pipe feels pretty firm.
In elk geval, daar ga ik!" Here goes, anyhow."
Ik hoorde het geschuifel van voeten en de lantaarn begon langs den muur omlaag te glijden. There was a scuffling of feet, and the lantern began to come steadily down the side of the wall.
Daarop bereikte hij met een lichten zwaai de pijp en gleed daarlangs op den grond. Then with a light spring he came on to the barrel, and from there to the earth.
»Het was gemakkelijk hem te volgen," zeide hij, terwijl hij zijn kousen en schoenen weder aantrok, »langs den ganschen weg waren steenen losgeraakt en in zijn haast heeft hij dit verloren. "It was easy to follow him," he said, drawing on his stockings and boots. "Tiles were loosened the whole way along, and in his hurry he had dropped this.
Het bevestigt mijn diagnose, zooals gij doktoren het noemt." It confirms my diagnosis, as you doctors express it."
Het voorwerp dat hij omhoog hief was een kleine zak of koker van gekleurd gevlochten stroo met eenige waardelooze kralen versierd. The object which he held up to me was a small pocket or pouch woven out of colored grasses and with a few tawdry beads strung round it.
Het geleek veel op een cigaretten-koker. In shape and size it was not unlike a cigarette-case.
Daarin bevonden zich een half dozijn splinters van donkerkleurig hout, aan een eind scherp puntig en aan het andere afgerond, juist als die waarmede Bartholomeus Sholto getroffen was. Inside were half a dozen spines of dark wood, sharp at one end and rounded at the other, like that which had struck Bartholomew Sholto.
»Dit zijn helsche dingen," zeide hij, »pas op dat gij er u niet mede prikt. "They are hellish things," said he. "Look out that you don't prick yourself.
Ik ben blijde dat ik ze heb, want het is hoogstwaarschijnlijk dat het zijn gansche voorraad is. I'm delighted to have them, for the chances are that they are all he has.
Er is dus in langen tijd voor u noch voor mij kans er een in onze huid te vinden. There is the less fear of you or me finding one in our skin before long.
Ik voor mij zou nog liever met een Martini-bom te doen hebben. I would sooner face a Martini bullet, myself.
Gevoelt ge u tot een wandeling van zes mijlen in staat, Watson?" Are you game for a six-mile trudge, Watson?"
»Zeker," antwoordde ik. "Certainly," I answered.
»Zijt gij daar, hondje. "Your leg will stand it?"
"Oh, yes."
"Here you are, doggy!
Goede oude Toby. Good old Toby!
Ruik dit, Toby, ruik!" Smell it, Toby, smell it!"
Hij hield de in de creosoot gedoopten zakdoek voor den neus van den hond, terwijl het dier met een lachwekkenden hoofdknik evenals een kenner de sterke lucht opsnoof. He pushed the creasote handkerchief under the dog's nose, while the creature stood with its fluffy legs separated, and with a most comical cock to its head, like a connoisseur sniffing the bouquet of a famous vintage.
Daarop wierp Holmes den zakdoek een eind van zich af, maakte een lang touw aan den halsband van den hond vast en bracht hem bij den voet van de regenpijp. Holmes then threw the handkerchief to a distance, fastened a stout cord to the mongrel's collar, and led him to the foot of the water-barrel.
Het beest hief onmiddellijk een luid en scherp geblaf aan, en liep toen zóó snel, met den neus op den grond en opgeheven staart, heen, dat wij de grootste moeite hadden het te volgen. The creature instantly broke into a succession of high, tremulous yelps, and, with his nose on the ground, and his tail in the air, pattered off upon the trail at a pace which strained his leash and kept us at the top of our speed.
Het begon langzamerhand in het oosten te dagen, en wij konden thans reeds op eenigen afstand door de grauwe lucht heenzien. The east had been gradually whitening, and we could now see some distance in the cold gray light.
Het groot vierkant huis, met zijn donkere vensters en hooge, naakte muren, verhief zich treurig en verlaten achter ons. The square, massive house, with its black, empty windows and high, bare walls, towered up, sad and forlorn, behind us.
Onze weg liep door de landerijen over de smalle paden, waarmee die doorsneden waren. Our course led right across the grounds, in and out among the trenches and pits with which they were scarred and intersected.
De geheele plaats, met de verspreide puinhoopen en boomstronken, kwam ten zeerste overeen met het duistere treurspel, dat er binnen was afgespeeld. The whole place, with its scattered dirt-heaps and ill-grown shrubs, had a blighted, ill-omened look which harmonized with the black tragedy which hung over it.
Toen wij den grensmuur bereikten, liep Toby luid blaffende in de schaduw en bleef ten slotte stilstaan in een hoek die door een jongen beuk begrensd was. On reaching the boundary wall Toby ran along, whining eagerly, underneath its shadow, and stopped finally in a corner screened by a young beech.
Waar de twee muren ineen liepen waren verscheiden steenen losgeraakt, en de spleten aan de benedenzijden afgerond, alsof zij kort geleden als ladder gebruikt waren. Where the two walls joined, several bricks had been loosened, and the crevices left were worn down and rounded upon the lower side, as though they had frequently been used as a ladder.
Holmes klom naar boven en wierp den hond er overheen aan de andere zijde. Holmes clambered up, and, taking the dog from me, he dropped it over upon the other side.
»Daar is de afdruk van de hand van hem met het houten been," zeide hij toen ik naast hem naar boven klom, »gij ziet de lichte bloedvlek op het witte pleisterwerk. "There's the print of wooden-leg's hand," he remarked, as I mounted up beside him. "You see the slight smudge of blood upon the white plaster.
Wat is het gelukkig dat het sedert gisteren niet geregend heeft. What a lucky thing it is that we have had no very heavy rain since yesterday!
Hoewel zij ons achtentwintig uren voor zijn, zal hun spoor nog zeer goed op den weg zijn waar te nemen." The scent will lie upon the road in spite of their eight-and-twenty hours' start."
Ik beken dat ik dit betwijfelde, toen ik dacht aan de vele voetgangers die in dien tijd den weg naar Londen hadden afgelegd. I confess that I had my doubts myself when I reflected upon the great traffic which had passed along the London road in the interval.
Mijne vrees werd echter spoedig gelogenstraft. My fears were soon appeased, however.
Toby aarzelde geen enkelen keer doch liep steeds snuffelend voort. Toby never hesitated or swerved, but waddled on in his peculiar rolling fashion.
Klaarblijkelijk was de reuk van de creosoot duidelijk boven andere waar te nemen. Clearly, the pungent smell of the creasote rose high above all other contending scents.
»Verbeeld u niet," zei Holmes, »dat mijn succes in deze zaak alleen afhangt van de omstandigheid dat een dezer kerels zijn voet in het vocht gezet heeft. "Do not imagine," said Holmes, "that I depend for my success in this case upon the mere chance of one of these fellows having put his foot in the chemical.
Ik weet nu genoeg dat mij in staat zou stellen, om hun spoor op verscheiden andere wijzen te vinden. I have knowledge now which would enable me to trace them in many different ways.
Dit is echter de gemakkelijkste en daar de fortuin haar onder ons bereik heeft gesteld, zou het ondankbaar wezen, indien ik er geen gebruik van maakte. This, however, is the readiest and, since fortune has put it into our hands, I should be culpable if I neglected it.
Het vraagstuk is er echter moeilijker door geworden, dan het zich eerst liet aanzien. It has, however, prevented the case from becoming the pretty little intellectual problem which it at one time promised to be.
Zonder deze alledaagsche oplossing, zou er wellicht eenigen roem bij te behalen zijn geweest." There might have been some credit to be gained out of it, but for this too palpable clue."
»Dat is toch het geval," zeide ik, »ik verzeker u, Holmes, dat ik de middelen, waardoor gij uwe resultaten in deze zaak verkrijgt, zelfs meer bewonder, dan ik dit deed bij den moord door Jefferson Hope. "There is credit, and to spare," said I. "I assure you, Holmes, that I marvel at the means by which you obtain your results in this case, even more than I did in the Jefferson Hope Murder.
Het geval schijnt mij meer ingewikkeld en onverklaarbaar. The thing seems to me to be deeper and more inexplicable.
Hoe kondet gij, bijvoorbeeld, met zooveel vertrouwen den man met het houten been beschrijven?" How, for example, could you describe with such confidence the wooden-legged man?"
»Och, beste jongen! dat was zoo eenvoudig mogelijk. "Pshaw, my dear boy! it was simplicity itself.
Twee officieren, die ergens een troep gevangenen te bewaken hebben, ontdekken een belangrijk geheim betreffende een begraven schat. I don't wish to be theatrical. It is all patent and above-board. Two officers who are in command of a convict-guard learn an important secret as to buried treasure.
Er wordt een kaart voor hen geteekend door een Engelschman, met name Jonathan Small. A map is drawn for them by an Englishman named Jonathan Small.
Gij herinnert u dat wij dien naam zagen op de kaart in kapitein Morstan's bezit. You remember that we saw the name upon the chart in Captain Morstan's possession.
Hij had die voor zich en zijne landgenooten onderteekend met het teeken van vier,--zooals hij het eenigszins dramatisch noemde. He had signed it in behalf of himself and his associates,--the sign of the four, as he somewhat dramatically called it.
Door hulp van deze kaart ontdekken de officieren,--of een hunner,--den schat en brengen dien naar Engeland over, terwijl zij, naar wij willen veronderstellen, een daarbij gestelde voorwaarde onvervuld lieten. Aided by this chart, the officers--or one of them--gets the treasure and brings it to England, leaving, we will suppose, some condition under which he received it unfulfilled.
Welnu, waarom behield Jonathan Small den schat niet voor zich zelven? Now, then, why did not Jonathan Small get the treasure himself?
Het antwoord ligt voor de hand. The answer is obvious.
De kaart is gedateerd op een tijd toen Morstan in bijzondere aanraking kwam met gevangenen. The chart is dated at a time when Morstan was brought into close association with convicts.
Jonathan Small behield den schat niet, terwijl hij en zijne bondgenooten zelve gevangenen waren, en niet weg konden komen." Jonathan Small did not get the treasure because he and his associates were themselves convicts and could not get away."
»Maar, dit is slechts eene veronderstelling," zeide ik. "But that is mere speculation," said I.
»Het is meer dan dit. "It is more than that.
Het is de eenige hypothese die de feiten bedekt. It is the only hypothesis which covers the facts.
Laat ons zien hoe zij bij het vervolg past. Let us see how it fits in with the sequel.
Majoor Sholto leeft gedurende eenige jaren rustig voort, gelukkig in het bezit van zijn schat. Major Sholto remains at peace for some years, happy in the possession of his treasure.
Dan ontvangt hij een brief uit Indië die hem grooten angst veroorzaakt. Then he receives a letter from India which gives him a great fright.
Wat was dat?" What was that?"
»Een brief die hem meldde, dat de lieden tegen wie hij zijne belofte geschonden had, in vrijheid waren gesteld." "A letter to say that the men whom he had wronged had been set free."
»Of ontsnapt waren. "Or had escaped.
Dat is meer waarschijnlijk, want als hij den duur hunner gevangenschap geweten had, dan zou het geene verrassing voor hem geweest zijn. That is much more likely, for he would have known what their term of imprisonment was. It would not have been a surprise to him.
Wat doet hij toen? What does he do then?
Hij neemt zich ten zeerste in acht voor een man met een houten been,--een blanke, want hij ziet op zekeren tijd een blanke voor =hem= aan en schiet een pistool op dezen af. He guards himself against a wooden-legged man,--a white man, mark you, for he mistakes a white tradesman for him, and actually fires a pistol at him. Now, only one white man's name is on the chart.
Welnu, op de kaart bevindt zich de naam van slechts één blanke. The others are Hindoos or Mohammedans. There is no other white man.
Deswege mogen wij met vertrouwen beweren dat de man met het houten been en Jonathan Small één en dezelfde persoon is. Therefore we may say with confidence that the wooden-legged man is identical with Jonathan Small.
Komt u deze redeneering valsch voor?" Does the reasoning strike you as being faulty?"
»Neen; zij is klaar en gegrond." "No: it is clear and concise."
»Welnu, laten wij ons thans in de plaats van Jonathan Small stellen. "Well, now, let us put ourselves in the place of Jonathan Small.
Laat ons de zaak van zijn standpunt beschouwen. Let us look at it from his point of view.
Hij komt naar Engeland met het dubbel idee om terug te krijgen wat hij als zijn rechtmatig eigendom beschouwt, en zich te wreken op den man die hem slecht behandeld heeft. He comes to England with the double idea of regaining what he would consider to be his rights and of having his revenge upon the man who had wronged him.
Hij vond uit waar Sholto woonde en stelde zich hoogst waarschijnlijk met een van diens huisgenooten in betrekking. He found out where Sholto lived, and very possibly he established communications with some one inside the house.
Daar is bijvoorbeeld die kelderknecht, Lal Rao, dien wij niet gezien hebben. There is this butler, Lal Rao, whom we have not seen.
Mrs. Bernstone beschrijft hem verre van gunstig. Mrs. Bernstone gives him far from a good character.
Small kon echter niet uitvinden waar de schat verborgen werd gehouden, want, behalve den majoor en een trouw dienaar, die inmiddels overleden was, was dit aan niemand bekend. Small could not find out, however, where the treasure was hid, for no one ever knew, save the major and one faithful servant who had died.
Plotseling verneemt Small dat de majoor op sterven ligt. Suddenly Small learns that the major is on his death-bed.
Vol angst dat het geheim van den schat met hem ten grave mocht dalen, verschalkt hij de waakzaamheid der wachters, baant zich een weg naar het venster der sterfkamer, en wordt alleen teruggehouden om naar binnen te klimmen door de tegenwoordigheid der beide zonen. In a frenzy lest the secret of the treasure die with him, he runs the gauntlet of the guards, makes his way to the dying man's window, and is only deterred from entering by the presence of his two sons.
Maar, als waanzinnig door haat tegen den doode, klimt hij dien nacht de kamer binnen, onderzoekt zijne bizondere papieren, in de hoop eenige aanteekeningen betreffende den schat te ontdekken, en laat ten slotte een herinnering aan zijn bezoek achter, in den vorm van het korte opschrift op de kaart. Mad with hate, however, against the dead man, he enters the room that night, searches his private papers in the hope of discovering some memorandum relating to the treasure, and finally leaves a momento of his visit in the short inscription upon the card.
Hij had ongetwijfeld vooraf het plan beraamd, om, in geval hij den majoor doodde, hij een of ander bewijs op het lichaam zoude achterlaten, ten teeken dat het geen alledaagsche moord was; maar, van het standpunt der vier bondgenooten beschouwd, een zekere daad van gerechtigheid. He had doubtless planned beforehand that should he slay the major he would leave some such record upon the body as a sign that it was not a common murder, but, from the point of view of the four associates, something in the nature of an act of justice.
Dusdanige zotte grillen zijn in de jaarboeken der lijfstraffelijke rechtspleging volstrekt niets ongewoons, en zijn gewoonlijk van onberekenbaar nut voor de ontdekking van den misdadiger. Whimsical and bizarre conceits of this kind are common enough in the annals of crime, and usually afford valuable indications as to the criminal.
Is u dit alles duidelijk?" Do you follow all this?"
»Volkomen." "Very clearly."
»Welnu, wat kan Jonathan Small thans doen? "Now, what could Jonathan Small do?
Niets anders dan een wakend oog houden op de pogingen die worden aangewend om den schat te vinden. He could only continue to keep a secret watch upon the efforts made to find the treasure.
Waarschijnlijk verlaat hij Engeland en komt slechts bij tusschenpoozen terug. Possibly he leaves England and only comes back at intervals.
Daar wordt het vliering-kamertje ontdekt en onmiddellijk wordt hij ervan in kennis gesteld. Then comes the discovery of the garret, and he is instantly informed of it.
En opnieuw bespeuren wij de aanwezigheid van den een of anderen bondgenoot onder de huisgenooten. We again trace the presence of some confederate in the household.
Jonathan is met zijn houten been niet in staat om de kamer van Bartholomeus Sholto te bereiken. Jonathan, with his wooden leg, is utterly unable to reach the lofty room of Bartholomew Sholto.
Hij neemt echter een bondgenoot met zich, die deze moeielijkheid overwint, doch deze stapt met zijn eenen voet in de creosoot, waarop Toby ten tooneele verschijnt en een slecht betaald ambtenaar, benevens een half kreupelen geneesheer, zes mijlen ver met zich voorttrekt." He takes with him, however, a rather curious associate, who gets over this difficulty, but dips his naked foot into creasote, whence comes Toby, and a six-mile limp for a half-pay officer with a damaged tendo Achillis."
»Maar, de geheime bondgenoot en niet Jonathan pleegde de misdaad." "But it was the associate, and not Jonathan, who committed the crime."
»Juist. "Quite so.
En niet met Jonathan's instemming, te oordeelen naar de wijze waarop hij door de kamer rondsprong. And rather to Jonathan's disgust, to judge by the way he stamped about when he got into the room.
Hij droeg Bartholomeus Sholto geen wrok toe en zou er de voorkeur aan gegeven hebben dezen slechts te binden en hem het roepen onmogelijk te maken. He bore no grudge against Bartholomew Sholto, and would have preferred if he could have been simply bound and gagged.
Hij wenschte zijn hoofd niet aan den strop te wagen. He did not wish to put his head in a halter.
Er was echter niets meer aan te doen; de wilde hartstocht van zijn metgezel was losgebroken en het vergif had zijn werk gedaan; daarom liet Jonathan Small zijn teeken achter, liet de kist met den schat naar omlaag zakken en volgde haar langs denzelfden weg. There was no help for it, however: the savage instincts of his companion had broken out, and the poison had done its work: so Jonathan Small left his record, lowered the treasure-box to the ground, and followed it himself.
Dit was, in zooverre ik het ontraadselen kan, de loop der gebeurtenissen. That was the train of events as far as I can decipher them.
Het spreekt vanzelve dat hij, wat zijne persoonlijkheid betreft, van middelbaren leeftijd en door de zon gebruind moet wezen, daar hij zijn tijd in een oven als de Andaman-eilanden heeft uitgediend. Of course as to his personal appearance he must be middle-aged, and must be sunburned after serving his time in such an oven as the Andamans.
Zijne lengte is gemakkelijk te berekenen naar de lengte van zijn voet, en wij weten dat hij een baard draagt. His height is readily calculated from the length of his stride, and we know that he was bearded.
Zijn harig gelaat werd door Thaddeus Sholto immers met schrik opgemerkt, toen het zich voor het venster vertoonde. His hairiness was the one point which impressed itself upon Thaddeus Sholto when he saw him at the window.
Meer is er niet, naar ik geloof?" I don't know that there is anything else."
»En de medeplichtige?" "The associate?"
»O, dat is een lastig geheim. "Ah, well, there is no great mystery in that.
Maar spoedig genoeg zult ge ook daar alles van weten. But you will know all about it soon enough.
Wat een heerlijke morgen is het! How sweet the morning air is!
Zie hoe die kleine wolk daar drijft als een gespikkelde veder van den een of anderen reusachtigen flamingo. See how that one little cloud floats like a pink feather from some gigantic flamingo.
Thans dringt de roode zonne-gloed door de Londensche ochtend-schemering. Now the red rim of the sun pushes itself over the London cloud-bank.
Zij beschijnt zeer vele menschen, maar ik durf wedden, dat niet één hunner op een vreemdsoortiger wandeling is dan gij en ik. Hoe nietig gevoelen wij ons met al onze eerzucht en begeerten bij het aanschouwen van de groote elementaire krachten der Natuur! It shines on a good many folk, but on none, I dare bet, who are on a stranger errand than you and I. How small we feel with our petty ambitions and strivings in the presence of the great elemental forces of nature!
Zijt gij goed op de hoogte met Jean Paul?" Are you well up in your Jean Paul?"
»Dat gaat nogal. "Fairly so.
Ik werkte hem door aan de hand van Carlyle." I worked back to him through Carlyle."
»Dat was even alsof men een sloot voor een meer aanziet. "That was like following the brook to the parent lake.
Hij maakt één zonderlinge doch diepzinnige opmerking, en wel: dat het voornaamste bewijs voor iemands waarlijke grootheid gelegen is in de overtuiging van zijn eigen nietigheid. He makes one curious but profound remark. It is that the chief proof of man's real greatness lies in his perception of his own smallness.
Dat bedoelt een kracht van vergelijking en erkenning, die op zich zelve reeds edel te noemen is. It argues, you see, a power of comparison and of appreciation which is in itself a proof of nobility.
Er ligt zeer veel geestes-voedsel in Richter.--Gij hebt geen pistool bij u, wel?" There is much food for thought in Richter. You have not a pistol, have you?"
»Ik heb mijn stok." "I have my stick."
»Het is waarschijnlijk dat wij iets soortgelijks zullen noodig hebben als wij hun schuilplaats ontdekken. "It is just possible that we may need something of the sort if we get to their lair.
Jonathan zal ik u overlaten, maar als de ander lastig wordt, zal ik hem neerschieten." Jonathan I shall leave to you, but if the other turns nasty I shall shoot him dead."
Terwijl hij dit zeide, haalde hij zijn revolver te voorschijn en na twee kamers ervan geladen te hebben, stak hij hem in zijn rechter jaszak. He took out his revolver as he spoke, and, having loaded two of the chambers, he put it back into the right-hand pocket of his jacket.
Gedurende al dien tijd hadden wij Toby gevolgd over den half-landelijken langs villa's loopenden weg, die naar de wereldstad voerde. We had during this time been following the guidance of Toby down the half-rural villa-lined roads which lead to the metropolis.
Thans echter kwamen wij in lange straten, waar arbeiders en dokwerkers reeds bezig waren en onzindelijke vrouwen luiken en deuren openden. Now, however, we were beginning to come among continuous streets, where laborers and dockmen were already astir, and slatternly women were taking down shutters and brushing door-steps.
Op den hoek begonnen de public-houses (tapperijen) reeds volk te krijgen en zag men ruw-uitziende kerels naar buiten komen, die met hunne mouwen hunne monden afveegden. At the square-topped corner public houses business was just beginning, and rough-looking men were emerging, rubbing their sleeves across their beards after their morning wet.
Groote honden staarden ons verwonderd aan terwijl wij voorbijgingen, doch onze ongeëvenaarde Toby keek noch rechts noch links, maar liep voort met zijn neus op den grond, van tijd tot tijd met voldoening blaffende, als om ons te overtuigen dat hij de creosoot nog rook. Strange dogs sauntered up and stared wonderingly at us as we passed, but our inimitable Toby looked neither to the right nor to the left, but trotted onwards with his nose to the ground and an occasional eager whine which spoke of a hot scent.
Wij hadden Streatham, Brixton en Camberwell doorgeloopen en bevonden ons nu in Kennington Lane, terwijl wij ons door zijstraten naar het oostelijk gedeelte van den omtrek van Londen begeven hadden. We had traversed Streatham, Brixton, Camberwell, and now found ourselves in Kennington Lane, having borne away through the side-streets to the east of the Oval.
De mannen die wij achtervolgden, schenen een vreemdsoortigen, in zigzagloopenden weg genomen te hebben, gewis met het idee om aan elke nasporing te ontsnappen. The men whom we pursued seemed to have taken a curiously zigzag road, with the idea probably of escaping observation.
Zij waren geen enkelen keer rechtuitgeloopen, wanneer zich een zijstraat of steeg aan hen vertoond had. They had never kept to the main road if a parallel side-street would serve their turn.
Aan het einde van Kennington Lane waren zij links afgeslagen door Bond-Street en Miles-Street. At the foot of Kennington Lane they had edged away to the left through Bond Street and Miles Street.
Waar laatstgenoemde straat naar Knight's Place afloopt, bleef Toby stilstaan en begon toen voorwaarts en weer terug te loopen, met een hangend en een opstaand oor, waaruit duidelijk zijne besluiteloosheid bleek. Where the latter street turns into Knight's Place, Toby ceased to advance, but began to run backwards and forwards with one ear cocked and the other drooping, the very picture of canine indecision.
Daarop begon hij een cirkel om ons heen te loopen, terwijl hij ons van tijd tot tijd aankeek alsof hij ons om raad in zijne verlegenheid vroeg. Then he waddled round in circles, looking up to us from time to time, as if to ask for sympathy in his embarrassment.
»Wat drommel is er te doen met den hond?" bromde Holmes; »zij zullen toch gewis geen rijtuig of luchtballon gebruikt hebben." "What the deuce is the matter with the dog?" growled Holmes. "They surely would not take a cab, or go off in a balloon."
»Misschien zijn zij hier eenigen tijd blijven stilstaan," merkte ik op. "Perhaps they stood here for some time," I suggested.
»Ha! 't is al in orde. "Ah! it's all right.
Daar gaat hij weer," zei mijn metgezel, met een zucht van verlichting. He's off again," said my companion, in a tone of relief.
Het was ook zoo, want na rondgesnuffeld te hebben, scheen hij plotseling een besluit te nemen, en liep hij nog vlugger en met meer vastberadenheid dan tot nu toe voort. He was indeed off, for after sniffing round again he suddenly made up his mind, and darted away with an energy and determination such as he had not yet shown.
The scent appeared to be much hotter than before, for he had not even to put his nose on the ground, but tugged at his leash and tried to break into a run.
Ik kon aan Holmes' gelaat zien, dat hij dacht dat wij nu spoedig het einde van onzen tocht zouden bereiken. I cold see by the gleam in Holmes's eyes that he thought we were nearing the end of our journey.
Onzen weg liep nu Nine Elms af tot wij bij de groote timmerwerf van Boderick en Nelson kwamen, juist voorbij de herberg De witte Arend. Our course now ran down Nine Elms until we came to Broderick and Nelson's large timber-yard, just past the White Eagle tavern.
Hier liep de hond, zichtbaar opgewonden, het zijhek in en de werf op, waar de zagers reeds aan het werk waren. Here the dog, frantic with excitement, turned down through the side-gate into the enclosure, where the sawyers were already at work.
Hier draafde de hond door zaagmeel en krullen heen de laan in tusschen twee houtstapels door en sprong ten slotte met vroolijk geblaf op een groot vat, dat nog op den handwagen stond, waarmede het was binnengebracht. On the dog raced through sawdust and shavings, down an alley, round a passage, between two wood-piles, and finally, with a triumphant yelp, sprang upon a large barrel which still stood upon the hand-trolley on which it had been brought.
Met uit den bek hangende tong en schitterende oogen stond Toby op het deksel, terwijl hij ons beurtelings aankeek, om een teeken van goedkeuring vragende. With lolling tongue and blinking eyes, Toby stood upon the cask, looking from one to the other of us for some sign of appreciation.
De naden van het vat en de wielen van den wagen waren met een donkerkleurig vocht besmeerd, en de lucht was vol met den reuk van creosoot. The staves of the barrel and the wheels of the trolley were smeared with a dark liquid, and the whole air was heavy with the smell of creasote.
Sherlock Holmes en ik, wij keken elkander als verbijsterd aan en begonnen toen luidkeels te lachen. Sherlock Holmes and I looked blankly at each other, and then burst simultaneously into an uncontrollable fit of laughter.
ACHTSTE HOOFDSTUK. Chapter VIII
De ongeregelde politie uit de Baker-Street. The Baker Street Irregulars "What now?"
»Wat nu?" vroeg ik, »Toby heeft zijne onfeilbaarheid verloren." I asked. "Toby has lost his character for infallibility."
»Hij handelde naar zijne gegevens," zeide Holmes, den hond van het vat tillende en hem buiten den timmertuin brengend, »als gij in aanmerking neemt, hoeveel creosoot er op één dag om Londen vervoerd wordt dan is het geen wonder dat ons spoor gekruisd is. "He acted according to his lights," said Holmes, lifting him down from the barrel and walking him out of the timber-yard. "If you consider how much creasote is carted about London in one day, it is no great wonder that our trail should have been crossed.
Het wordt thans veel gebruikt, vooral voor het conserveeren van hout. It is much used now, especially for the seasoning of wood.
Toby heeft dus geen schuld." Poor Toby is not to blame."
»Wij moeten dus weer naar denzelfden reuk gaan zoeken, naar ik veronderstel?" "We must get on the main scent again, I suppose."
»Ja. "Yes.
En gelukkig behoeven wij niet ver te gaan. And, fortunately, we have no distance to go.
Waarschijnlijk was de hond op den hoek van Knight's Place in de war geraakt, omdat er twee sporen waren in tegenovergestelde richtingen. Evidently what puzzled the dog at the corner of Knight's Place was that there were two different trails running in opposite directions.
Wij volgden het verkeerde; dus rest ons thans niets anders dan het andere te kiezen." We took the wrong one. It only remains to follow the other."
Dit was niet moeilijk. There was no difficulty about this.
Toen wij Toby terugbrachten op de plaats waar hij zich vergist had, liep hij weder in een cirkel rond en snelde eindelijk in een nieuwe richting voort. On leading Toby to the place where he had committed his fault, he cast about in a wide circle and finally dashed off in a fresh direction.
»Thans moeten wij oppassen dat hij ons niet brengt naar de plaats vanwaar het vat met creosoot gebracht werd," merkte ik op. "We must take care that he does not now bring us to the place where the creasote-barrel came from," I observed.
»Daar had ik reeds aan gedacht. "I had thought of that.
Gij ziet echter dat hij den straatweg houdt, terwijl het vat langs het zandpad vervoerd werd. But you notice that he keeps on the pavement, whereas the barrel passed down the roadway.
Nu zijn wij op het rechte spoor." No, we are on the true scent now."
Dit liep naar den rivierkant uit, door Belmont Place en Prince's Street. It tended down towards the river-side, running through Belmont Place and Prince's Street.
Aan het einde van Broad Street liep het regelrecht naar het water, waarbij een kleine werf stond. At the end of Broad Street it ran right down to the water's edge, where there was a small wooden wharf.
Toby bracht ons naar den hoek daarvan, en bleef daar luid jankend staan, terwijl hij in den stroom staarde. Toby led us to the very edge of this, and there stood whining, looking out on the dark current beyond.
»Dat valt tegen," zei Holmes, »hier hebben ze een boot genomen." "We are out of luck," said Holmes. "They have taken to a boat here."
Er lagen verscheidene kleine aken en schuiten op het water en aan den hoek van de werf. Several small punts and skiffs were lying about in the water and on the edge of the wharf.
Wij brachten Toby beurtelings daarbij, doch, hoewel hij ze allen besnuffelde, gaf hij niet het minste teeken. We took Toby round to each in turn, but, though he sniffed earnestly, he made no sign.
Vlak bij de aanlegplaats stond een steenen huisje, met een houten uithangbord. »Marc Smith, Booten te huur bij het uur of per dag," stond er op. Close to the rude landing-stage was a small brick house, with a wooden placard slung out through the second window.
"Mordecai Smith" was printed across it in large letters, and, underneath, "Boats to hire by the hour or day."
Een tweede opschrift berichtte ons dat er ook een stoombootje te verkrijgen was, iets wat door een grooten hoop cokes op de binnenplaats nader bevestigd werd. A second inscription above the door informed us that a steam launch was kept,--a statement which was confirmed by a great pile of coke upon the jetty.
Sherlock Holmes keek oplettend rond, en zijn gelaat nam een hoogst ernstige uitdrukking aan. Sherlock Holmes looked slowly round, and his face assumed an ominous expression.
»Dat ziet er slecht uit," sprak hij, »die kerels zijn listiger dan ik dacht. "This looks bad," said he. "These fellows are sharper than I expected.
Zij schijnen hun spoor vernietigd te hebben. They seem to have covered their tracks.
Ik vrees dat hier met voorbedachten rade gewerkt is." There has, I fear, been preconcerted management here."
Juist naderde hij de deur van het huis, toen deze geopend werd, en een kleine krullekop van zesjarigen leeftijd naar buiten stormde, gevolgd door een forsch gebouwde vrouw, met vuurrood gelaat, en een groote spons in haar hand. He was approaching the door of the house, when it opened, and a little, curly-headed lad of six came running out, followed by a stoutish, red-faced woman with a large sponge in her hand.
»Wil je wel eens hier komen, en je laten wasschen, Jack!" schreeuwde zij, »hier, zeg ik, jij kleine deugniet; want als je vader thuis komt en je zoo vuil ziet, dan komt er wat kijken!" "You come back and be washed, Jack," she shouted. "Come back, you young imp; for if your father comes home and finds you like that, he'll let us hear of it."
»Wat een lieve jongen!" zei Holmes, »wat een rood-wangige wildzang! "Dear little chap!" said Holmes, strategically. "What a rosy-cheeked young rascal!
Zeg Jack, zou je wel iets willen hebben?" Now, Jack, is there anything you would like?"
De knaap dacht een oogenblik na. The youth pondered for a moment.
»Ik wil een shilling," zei hij toen. "I'd like a shillin'," said he.
»Wil je niet iets beters?" "Nothing you would like better?"
»Ik wil liever twee shillings," antwoordde de kleine vluchteling, na eenig nadenken. "I'd like two shillin' better," the prodigy answered, after some thought.
»Nu heb ik je, meteen!--Een mooi kind, Mrs. "Here you are, then!
Smith!" Catch!--A fine child, Mrs. Smith!"
»Ja, zeg dat wel, mijnheer. "Lor' bless you, sir, he is that, and forward.
Hij is mij bijna de baas, vooral als mijn man dagen achtereen van huis blijft." He gets a'most too much for me to manage, 'specially when my man is away days at a time."
»Is hij weg?" vroeg Holmes op teleurgestelden toon, »dat spijt me, want ik had Mr. "Away, is he?" said Holmes, in a disappointed voice.
Smith willen spreken." "I am sorry for that, for I wanted to speak to Mr. Smith."
»Hij is sedert gistermorgen weg, sir, en om u de waarheid te zeggen, begin ik mij ongerust over hem te maken. "He's been away since yesterday mornin', sir, and, truth to tell, I am beginnin' to feel frightened about him.
Maar als het betreffende een boot was, sir, zou ik u even goed kunnen helpen." But if it was about a boat, sir, maybe I could serve as well."
»Ik wenschte zijn stoomboot te huren." "I wanted to hire his steam launch."
»Wel, hij is juist met de stoomboot vertrokken, sir. "Why, bless you, sir, it is in the steam launch that he has gone.
Dat beangstigt mij het meest, omdat ik weet dat zij niet meer kolen in heeft dan om naar Woolwich en terug te varen. That's what puzzles me; for I know there ain't more coals in her than would take her to about Woolwich and back.
Indien hij met de bark vertrokken was, zou ik er niet over denken, want vaak moest hij wel heel naar Gravesend, en dan bleef hij ook meestal over nacht uit. If he'd been away in the barge I'd ha' thought nothin'; for many a time a job has taken him as far as Gravesend, and then if there was much doin' there he might ha' stayed over.
Maar wat moet er worden van een stoomboot zonder kolen?" But what good is a steam launch without coals?"
»Hij kan er wat aan de een of andere werf langs de rivier hebben gekocht." "He might have bought some at a wharf down the river."
»Dat kon wel, sir, maar dat doet hij nooit. "He might, sir, but it weren't his way.
Ik heb hem dikwijls hooren klagen over de buitengewoon hooge prijzen, die zij daar voor wat slechte kolen vragen. Many a time I've heard him call out at the prices they charge for a few odd bags.
Bovendien, die man met het houten been met zijn leelijk gezicht en vreemde spraak stond mij niets aan. Besides, I don't like that wooden-legged man, wi' his ugly face and outlandish talk.
Waarom zwierf hij altijd hier in den omtrek rond?" What did he want always knockin' about here for?"
»Een man met een houten been?" vroeg Holmes verbaasd. "A wooden-legged man?" said Holmes, with bland surprise.
»Ja, sir; een bruine kerel met een gemeene tronie kwam dikwijls bij mijn man. "Yes, sir, a brown, monkey-faced chap that's called more'n once for my old man.
Hij was het die hem gisternacht opklopte, en wat meer zegt: mijn man wist dat hij zou komen, want hij had stoom op in de boot. It was him that roused him up yesternight, and, what's more, my man knew he was comin', for he had steam up in the launch.
Ik zeg u eerlijk, sir, ik gevoel mij lang niet op mijn gemak." I tell you straight, sir, I don't feel easy in my mind about it."
»Maar, mijn beste Mrs. Smith," zei Holmes, zijn schouders optrekkend, »gij maakt u onnoodig ongerust. "But, my dear Mrs. Smith," said Holmes, shrugging his shoulders, "You are frightening yourself about nothing.
Hoe kondet gij met mogelijkheid zeggen dat het die man met het houten been was die in den nacht gekomen is? How could you possibly tell that it was the wooden-legged man who came in the night?
Ik begrijp ten minste niet hoe gij er zoo zeker van kunt zijn." I don't quite understand how you can be so sure."
»Zijn stem, sir. "His voice, sir.
Zoo een zwaar en schor geluid heb ik nooit meer gehoord. I knew his voice, which is kind o' thick and foggy.
»Hij klopte op het venster, het zal omstreeks drie uur geweest zijn. »Kom voor den dag, maat!" riep hij. »Het is tijd om op wacht te gaan staan!" He tapped at the winder,--about three it would be. 'Show a leg, matey,' says he: 'time to turn out guard.'
Mijn oude man wekte Jim,--dat is mijn oudste,--en voort gingen zij, zonder zelfs een enkel woord tot mij te spreken. My old man woke up Jim,--that's my eldest,--and away they went, without so much as a word to me.
Ik kon het houten been op de steenen hooren stampen." I could hear the wooden leg clackin' on the stones."
»En was die man met het houten been alleen?" "And was this wooden-legged man alone?"
»Dat zou ik niet met zekerheid kunnen zeggen, sir. "Couldn't say, I am sure, sir.
Maar ik hoorde er anders geen." I didn't hear no one else."
»Het spijt mij, Mrs. Smith; want ik had een stoomboot noodig; en heb goede geruchten vernomen omtrent de .... "I am sorry, Mrs. Smith, for I wanted a steam launch, and I have heard good reports of the--Let me see, what is her name?"
Laat mij eens bedenken, hoe heet zij ook weer?"
»De =Aurora=, sir." "The Aurora, sir."
»Ha juist. "Ah!
Is het niet die oude, groene boot met een gele streep, zeer breed gebouwd?" She's not that old green launch with a yellow line, very broad in the beam?"
»Neen, dat niet, er is geen slankere en kleinere boot op de gansche rivier. "No, indeed. She's as trim a little thing as any on the river.
Zij is pas geschilderd, zwart met twee roode strepen." She's been fresh painted, black with two red streaks."
»Ik dank u. "Thanks.
Ik hoop dat gij spoedig iets van Mr. Smith zult vernemen. I hope that you will hear soon from Mr. Smith.
Ik ga verder de rivier af, en als ik iets van de =Aurora= mocht zien, zal ik hem laten weten dat gij ongerust zijt. I am going down the river; and if I should see anything of the Aurora I shall let him know that you are uneasy.
Een zwarte pijp, zegt ge?" A black funnel, you say?"
»Neen, sir. "No, sir.
Zwart met een witten band." Black with a white band."
»O, juist. "Ah, of course.
De zijden waren zwart.
Goeden morgen, Mrs. Smith. It was the sides which were black.
Ginds ligt een schipper met een roeiboot, Watson. Good-morning, Mrs. Smith.--There is a boatman here with a wherry, Watson.
Die zullen wij nemen en de rivier oversteken." We shall take it and cross the river.
»Het is het verstandigst," zei Holmes toen wij op de bank in de schuit gezeten waren, »om dat soort volk nimmer te laten merken, dat hunne inlichtingen voor u van het minste belang kunnen zijn. "The main thing with people of that sort," said Holmes, as we sat in the sheets of the wherry, "is never to let them think that their information can be of the slightest importance to you.
Als gij dit wel doet, sluiten zij zich onmiddellijk gelijk een oesterschelp. If you do, they will instantly shut up like an oyster.
Indien gij hen uithoort, verneemt gij meestal wat gij verlangt te weten." If you listen to them under protest, as it were, you are very likely to get what you want."
»Thans schijnt onze koers tamelijk zeker," zeide ik. "Our course now seems pretty clear," said I.
»Wat zoudt gij dan doen?" "What would you do, then?"
»Ik zou een stoomboot nemen en het spoor van de =Aurora= volgen." "I would engage a launch and go down the river on the track of the Aurora."
»Beste jongen, dat zou een kolossale taak wezen. "My dear fellow, it would be a colossal task.
Zij kan bij een of andere werf langs de rivier tusschen hier en Greenwich hebben aangelegd. She may have touched at any wharf on either side of the stream between here and Greenwich.
Voorbij de brug bevindt zich mijlen ver een doolhof van aanlegplaatsen. Below the bridge there is a perfect labyrinth of landing-places for miles.
Als gij die allen zoudt willen aandoen, zou u dit dagen en dagen bezighouden." It would take you days and days to exhaust them, if you set about it alone."
»Neem dan de politie te hulp." "Employ the police, then."
»Neen. "No.
Ik zal waarschijnlijk Athelney Jones eerst op het laatste oogenblik te hulp roepen. I shall probably call Athelney Jones in at the last moment.
Hij is geen kwade kerel, en ik zou niet gaarne iets doen waardoor ik hem in zijn beroep zou kunnen beleedigen. He is not a bad fellow, and I should not like to do anything which would injure him professionally.
Maar, nu wij zóóver gegaan zijn, ben ik er op gesteld om de zaak zelf uit te werken." But I have a fancy for working it out myself, now that we have gone so far."
»Zouden wij dan ook kunnen adverteeren, en om informaties van eigenaars van werven vragen?" "Could we advertise, then, asking for information from wharfingers?"
»Al erger en erger! "Worse and worse!
Dan zouden onze mannen gewaar worden dat men hen op de hielen zit en spoedig het land uit zijn; zooals het nu is zullen zij dit zeker ook willen doen, maar zoolang zij zich veilig wanen, zullen zij daar geen haast mede maken. Our men would know that the chase was hot at their heels, and they would be off out of the country. As it is, they are likely enough to leave, but as long as they think they are perfectly safe they will be in no hurry.
Daarbij zal de ijver van Jones ons te stade komen, want volgens zijne opvatting van de zaak zal hij haar in de dagbladen laten vermelden, waardoor de vluchtelingen zullen denken, dat elkeen op het verkeerde spoor is." Jones's energy will be of use to us there, for his view of the case is sure to push itself into the daily press, and the runaways will think that every one is off on the wrong scent." "What are we to do, then?"
»Wat moeten wij dan doen?" vroeg ik, toen wij in de nabijheid van het klooster van Millbank landden. I asked, as we landed near Millbank Penitentiary.
»Dit huurrijtuig nemen, naar huis rijden, ontbijten en een uur gaan slapen. "Take this hansom, drive home, have some breakfast, and get an hour's sleep.
Want hoogstwaarschijnlijk zullen wij vannacht wederom op de been zijn. It is quite on the cards that we may be afoot to-night again.
Koetsier, leg bij het eerst telegraaf-kantoor aan! Stop at a telegraph-office, cabby!
Wij zullen Toby bij ons houden, want hij kan ons nog van dienst zijn." We will keep Toby, for he may be of use to us yet."
Wij hielden voor het postkantoor in de Great Peter-Street stil, en Holmes verzond zijn telegram. We pulled up at the Great Peter Street post-office, and Holmes despatched his wire.
»Aan wien denkt gij dat het gericht was?" vroeg hij, toen wij verder reden. "Whom do you think that is to?" he asked, as we resumed our journey.
»Ik kan het niet bedenken." "I am sure I don't know."
»Herinnert gij u de afdeeling der detective-politie in de Baker-Street, waarvan ik mij bij de zaak Jefferson Hope bediende?" "You remember the Baker Street division of the detective police force whom I employed in the Jefferson Hope case?"
»Welnu?" vroeg ik lachend. "Well," said I, laughing.
»Dit is juist een geval waarbij zij hoogst nuttig zoude kunnen zijn. "This is just the case where they might be invaluable.
Indien zij falen heb ik nog andere hulpbronnen; maar ik zal het eerst met hen beproeven. If they fail, I have other resources; but I shall try them first.
Dat telegram was aan mijn slimmen kleinen luitenant Wiggins, en ik vertrouw dat hij met zijn troep bij ons zal zijn, nog eer wij ons ontbijt geëindigd zullen hebben." That wire was to my dirty little lieutenant, Wiggins, and I expect that he and his gang will be with us before we have finished our breakfast."
Het was nu tusschen acht en negen uur en ik gevoelde een groote réactie na de vermoeienissen van den afgeloopen nacht. It was between eight and nine o'clock now, and I was conscious of a strong reaction after the successive excitements of the night.
Ik was loom en afgemat; beneveld van geest en vermoeid van lichaam. I was limp and weary, befogged in mind and fatigued in body.
Ik bezat niet dien beroeps-ijver en geestdrift, die mijn metgezel staande hield, noch kon ik de zaak anders dan als een abstract vraagstuk beschouwen. I had not the professional enthusiasm which carried my companion on, nor could I look at the matter as a mere abstract intellectual problem.
Wat den overleden Bartholomeus Sholto betreft, ik had weinig goeds van hem vernomen, en kon geen genoegzame antipathie tegen zijne moordenaars gevoelen. As far as the death of Bartholomew Sholto went, I had heard little good of him, and could feel no intense antipathy to his murderers.
De schat was echter geheel iets anders. The treasure, however, was a different matter.
Deze, of een deel ervan, behoorde aan Miss Morstan. That, or part of it, belonged rightfully to Miss Morstan.
Zoolang er eenige kans zou bestaan om dien te ontdekken, was ik bereid er mijn leven voor op te offeren. While there was a chance of recovering it I was ready to devote my life to the one object.
Wel is waar zou zij, indien ik hem ontdekte, voor mij verloren zijn. True, if I found it it would probably put her forever beyond my reach.
Maar het zou gewis een zelfzuchtige liefde wezen, die zich door een dusdanige gedachte liet influenceeren. Yet it would be a petty and selfish love which would be influenced by such a thought as that.
Indien Holmes werkzaam kon zijn om de misdadigers uit te vinden, had ik een tienvoudig gewichtiger reden om den schat te ontdekken. If Holmes could work to find the criminals, I had a tenfold stronger reason to urge me on to find the treasure.
In de Baker-Street aangekomen, frischte mij een bad en het verwisselen mijner kleederen geheel op. A bath at Baker Street and a complete change freshened me up wonderfully.
Toen ik naar beneden in onze kamer kwam, stond het ontbijt gereed en schonk Holmes de koffie in. When I came down to our room I found the breakfast laid and Homes pouring out the coffee.
»Hier is het reeds," zei hij lachend, op een geopend nieuwsblad wijzend, »de volijverige Jones en de goedgeloovige reporters hebben het samen geregeld. "Here it is," said he, laughing, and pointing to an open newspaper. "The energetic Jones and the ubiquitous reporter have fixed it up between them.
Maar gij hebt er zeker genoeg van. But you have had enough of the case.
Het is beter dat ge eerst wat ham en eieren gebruikt." Better have your ham and eggs first."
Ik nam het blad van hem aan en las het kort bericht dat het opschrift droeg: »Geheimzinnig voorval te Upper Norwood." I took the paper from him and read the short notice, which was headed "Mysterious Business at Upper Norwood."
»Gisteravond omstreeks twaalf uur," zoo schreef de =Standard=, »werd Mr. Bartholomeus Sholto, van Pondicherry Lodge, te Upper Norwood dood in zijn kamer gevonden, onder omstandigheden die van kwaadwilligheid getuigden. "About twelve o'clock last night," said the Standard, "Mr. Bartholomew Sholto, of Pondicherry Lodge, Upper Norwood, was found dead in his room under circumstances which point to foul play.
Zoover wij vernemen, werden er geen sporen van geweldpleging op het lichaam van Mr.
Sholto gevonden, maar een verzameling Indische edelgesteenten van aanzienlijke waarde, die de overleden heer Sholto van zijn vader geërfd had, is ontvreemd. De zaak werd het eerst ontdekt door Mr. As far as we can learn, no actual traces of violence were found upon Mr. Sholto's person, but a valuable collection of Indian gems which the deceased gentleman had inherited from his father has been carried off.
Sherlock Holmes en Dr. Watson, die het huis bezocht hadden met Mr. Thaddeus Sholto, broeder van den overledene. The discovery was first made by Mr. Sherlock Holmes and Dr. Watson, who had called at the house with Mr. Thaddeus Sholto, brother of the deceased.
Door een gelukkigen samenloop van omstandigheden bevond zich Mr. Athelney Jones, de w?lbekende detective, juist aan het Norwoodsche politiebureau, en was reeds binnen een half uur na het eerste alarm ter plaatse. By a singular piece of good fortune, Mr. Athelney Jones, the well-known member of the detective police force, happened to be at the Norwood Police Station, and was on the ground within half an hour of the first alarm.
Zijn geoefendheid, ondervinding en bekwaamheid brachten hem onmiddellijk op het spoor der misdadigers, met het gunstig resultaat dat de broeder Thaddeus Sholto reeds is gevangen genomen, evenals de huishoudster Mrs. His trained and experienced faculties were at once directed towards the detection of the criminals, with the gratifying result that the brother, Thaddeus Sholto, has already been arrested, together with the housekeeper, Mrs. Bernstone, an Indian butler named Lal Rao, and a porter, or gatekeeper, named McMurdo.
It is quite certain that the thief or thieves were well acquainted with the house, for Mr. Jones's well-known technical knowledge and his powers of minute observation have enabled him to prove conclusively that the miscreants could not have entered by the door or by the window, but must have made their way across the roof of the building, and so through a trap-door into a room which communicated with that in which the body was found.
Bernstone, een Indiaansche huisknecht, Lal Rao, en een portier met name Mc. Murdo. This fact, which has been very clearly made out, proves conclusively that it was no mere haphazard burglary.
Het is volkomen zeker dat de dief of dieven ten zeerste met de inrichting van het huis bekend waren, want Mr. The prompt and energetic action of the officers of the law shows the great advantage of the presence on such occasions of a single vigorous and masterful mind.
Jones' w?lbekende bouwkundige kennis en zijn snel waarnemingsvermogen hebben hem in staat gesteld om te bewijzen, dat de misdadigers niet door de deur of het venster konden zijn binnengekomen, maar hun weg moesten genomen hebben over het dak van het gebouw en zoo door een trapdeur naar de kamer, die in gemeenschap stond met die, waarin het lijk gevonden werd. We cannot but think that it supplies an argument to those who would wish to see our detectives more decentralized, and so brought into closer and more effective touch with the cases which it is their duty to investigate."
Dit feit, dat ten duidelijkste is vastgesteld, bewijst dat het geen toevallige waarneming was. "Isn't it gorgeous!" said Holmes, grinning over his coffee-cup.
Het spoedig en energiek optreden van de ambtenaren der Wet bewijst opnieuw het groot voordeel der tegenwoordigheid van één enkel helder brein bij dusdanige gelegenheden."
»Is dat bluf of niet?" vroeg Holmes lachend. »Wat dunkt u daarvan?" "What do you think of it?"
»Ik denk dat het weinig gescheeld had, of hij had ons ook als verdacht van de misdaad gevangen genomen." »Ik ook. "I think that we have had a close shave ourselves of being arrested for the crime."
Ik zou zelfs thans nog niet voor onze veiligheid durven instaan, als hij opnieuw zulk een aanval van energie kreeg!" "So do I. I wouldn't answer for our safety now, if he should happen to have another of his attacks of energy."
Op dit oogenblik werd er zeer hard gescheld en hoorde ik onze huishoudster, Mrs. Hudson, luid hare verontwaardiging te kennen geven. At this moment there was a loud ring at the bell, and I could hear Mrs. Hudson, our landlady, raising her voice in a wail of expostulation and dismay.
»Bij den Hemel, Holmes," zei ik half opstaande, »ik geloof dat zij ons al komen halen!" "By heaven, Holmes," I said, half rising, "I believe that they are really after us."
»Neen, zoo erg is het niet. "No, it's not quite so bad as that.
Het is mijn garde, de onbetaalde politie van Baker-Street." It is the unofficial force,--the Baker Street irregulars."
Terwijl hij dit zeide, vernam ik het geklik-klak van naakte voeten op de trap, en onder luid getier stormde er een dozijn kleine, morsige straatjongens het vertrek binnen. As he spoke, there came a swift pattering of naked feet upon the stairs, a clatter of high voices, and in rushed a dozen dirty and ragged little street-Arabs.
Doch zoodra zij binnen waren, kon men zien dat zij aan eenige tucht gewend waren, want zij plaatsten zich onmiddellijk in een gelid en bleven in afwachtende houding voor ons staan. There was some show of discipline among them, despite their tumultuous entry, for they instantly drew up in line and stood facing us with expectant faces.
Een hunner, slanker en ouder dan de anderen, trad voorwaarts met een zeker gezaghebbend voorkomen, waardoor ik mijn lachen nauwelijks kon bedwingen. One of their number, taller and older than the others, stood forward with an air of lounging superiority which was very funny in such a disreputable little scarecrow.
»Ik heb uwe boodschap ontvangen, sir," zeide hij, »en ze dadelijk bij elkaâr geroepen. "Got your message, sir," said he, "and brought 'em on sharp.
Drie zitten er in de doos en een staat met tramkaartjes." Three bob and a tanner for tickets."
»Gij zijt nu eenmaal hier," zei Holmes, hem eenig zilvergeld gevende, »maar in het vervolg kunnen zij het met u afmaken en dan onderhandelt gij met mij, Wiggins. "Here you are," said Holmes, producing some silver. "In future they can report to you, Wiggins, and you to me.
Ik kan het huis niet zoo laten bestormen. I cannot have the house invaded in this way.
Maar het is nu wel zoo goed dat gij allen mijn instructies verneemt. However, it is just as well that you should all hear the instructions.
Ik moet weten waar zich een stoomboot bevindt, met name =Aurora=, eigenaar Marc Smith; kleur zwart met twee roode lijnen, zwarte pijp met witten band. I want to find the whereabouts of a steam launch called the Aurora, owner Mordecai Smith, black with two red streaks, funnel black with a white band.
Zij is ergens de rivier afgevaren. She is down the river somewhere.
Een der jongens moet de wacht houden bij de aanlegplaats van Smith, tegenover Millbank om kennis te geven als de boot terugkomt. I want one boy to be at Mordecai Smith's landing-stage opposite Millbank to say if the boat comes back.
Gij moet dat maar onder u zelve uitmaken, en allen flink uw best doen. You must divide it out among yourselves, and do both banks thoroughly.
Zoodra gij iets verneemt, laat ge het mij weten. Let me know the moment you have news.
Goed begrepen?" Is that all clear?"
»Best, Overste," antwoordde Wiggins. "Yes, guv'nor," said Wiggins.
»Het gewone loon en een guinea voor den jongen die de boot vindt. "The old scale of pay, and a guinea to the boy who finds the boat.
Ziehier een dag loon vooruit. Here's a day in advance.
En nu... ingerukt, marsch!" Now off you go!"
Hij gaf hun elk een shilling, en weg vlogen zij de trappen af en een oogenblik later zag ik ze de straat uit hollen. He handed them a shilling each, and away they buzzed down the stairs, and I saw them a moment later streaming down the street.
»Indien de boot boven water is, zullen zij haar vinden," zei Holmes, terwijl hij van tafel opstond en zijn pijp opstak, »zij kunnen overal heenkomen, alles zien en alles hooren. "If the launch is above water they will find her," said Holmes, as he rose from the table and lit his pipe.
Ik verwacht nog vóór hedenavond te vernemen dat zij haar hebben opgespoord. "They can go everywhere, see everything, overhear every one. I expect to hear before evening that they have spotted her.
Wij kunnen inmiddels niets doen dan d??rop wachten. In the mean while, we can do nothing but await results.
Wij kunnen het afgebroken spoor niet volgen vóórdat wij ?f de =Aurora=, ?f Smith gevonden hebben." We cannot pick up the broken trail until we find either the Aurora or Mr. Mordecai Smith."
»Toby zal dit restje wel lusten. "Toby could eat these scraps, I dare say.
Gaat gij slapen, Holmes?" »Neen. Are you going to bed, Holmes?"
Ik ben niet vermoeid. "No: I am not tired.
Ik heb een zeldzaam gestel. I have a curious constitution.
Ik gevoel mij zoolang ik werken kan nimmer moe, terwijl ledigheid mij afmat. I never remember feeling tired by work, though idleness exhausts me completely.
Ik ga rooken en over deze vreemdsoortige zaak nadenken, waarin mijn schoone cliënt ons gewikkeld heeft. I am going to smoke and to think over this queer business to which my fair client has introduced us.
»Wanneer iemand ooit een makkelijke taak had, dan is deze er zeker een. If ever man had an easy task, this of ours ought to be.
Mannen met houten beenen zijn niet zoo alledaagsch, maar daarentegen moet de andere man volstrekt zeldzaam zijn." Wooden-legged men are not so common, but the other man must, I should think, be absolutely unique."
»Toch weer die andere man?" "That other man again!"
»Ik verlang u omtrent hem niet in het onzekere te laten. "I have no wish to make a mystery of him,--to you, anyway.
Maar gij hebt gewis ook uw eigen oordeel gevormd. But you must have formed your own opinion.
Welnu, denk dan eens aan den data. Now, do consider the data.
Buitengewoon kleine afdruk van de voetzool, teenen die nimmer door schoenen werden bijeengehouden, naakte voeten, een knots met steenen handvat, groote vlugheid, kleine vergiftigde dorens. Diminutive footmarks, toes never fettered by boots, naked feet, stone-headed wooden mace, great agility, small poisoned darts. What do you make of all this?"
Wat maakt gij uit dit alles op?" "A savage!" I exclaimed.
»Een wilde!" riep ik, »wellicht een dier Indianen die tot de bondgenooten van Jonathan Small behoorde." "Perhaps one of those Indians who were the associates of Jonathan Small." "Hardly that," said he.
»Dat is bijna onmogelijk," zeide hij, »toen ik voor het eerst teekens van vreemde wapens zag, was ik ook genegen zoo te denken; maar de merkwaardige vorm der voetsporen noopte mij van meening te veranderen. "When first I saw signs of strange weapons I was inclined to think so; but the remarkable character of the footmarks caused me to reconsider my views.
Sommige der bewoners van het Indische Schiereiland zijn wel klein van gestalte, maar niet een hunner zou zulk een voetspoor hebben achtergelaten. Some of the inhabitants of the Indian Peninsula are small men, but none could have left such marks as that.
De Hindoes hebben lange en dunne voeten. The Hindoo proper has long and thin feet.
De sandaal-dragende Mohammedaan heeft den grooten teen wel van de anderen gescheiden, omdat de riem er veel tusschen door gebonden wordt. The sandal-wearing Mohammedan has the great toe well separated from the others, because the thong is commonly passed between.
Deze kleine dorens zijn van geen ander dan van Spaansch riet. These little darts, too, could only be shot in one way.
Welnu, waar kunnen wij dan onzen wilde vinden?" They are from a blow-pipe.
»Zuid-Amerika," antwoordde ik. Now, then, where are we to find our savage?"
Hij nam een dik boek uit het rek. "South American," I hazarded.
He stretched his hand up, and took down a bulky volume from the shelf.
»Dit is het eerste deel van een woordenboek dat pas wordt uitgegeven. "This is the first volume of a gazetteer which is now being published.
Het mag als de laatste autoriteit beschouwd worden. It may be looked upon as the very latest authority.
Wat hebben we hier? »Andaman-eilanden, gelegen op 340 mijlen ten Noorden van Sumatra, in de golf van Bengalen."--Hum! What have we here? 'Andaman Islands, situated 340 miles to the north of Sumatra, in the Bay of Bengal.'
Hum! Hum! hum!
Wat beteekent dit alles? What's all this?
Zacht klimaat, koraalriffen, Port Blair, barakken voor bannelingen, Rutland-eiland, katoenboomen.--Ha, hier hebben wij het: »De inboorlingen der Andaman-eilanden mogen wellicht bogen op het voorrecht van het kleinste menschenras ter wereld te zijn, hoewel sommige anthropologen de Boschnegers van Afrika, de Digger Indianen van Amerika en de Terra del Fuegians boven hen stellen. Moist climate, coral reefs, sharks, Port Blair, convict-barracks, Rutland Island, cottonwoods--Ah, here we are. 'The aborigines of the Andaman Islands may perhaps claim the distinction of being the smallest race upon this earth, though some anthropologists prefer the Bushmen of Africa, the Digger Indians of America, and the Terra del Fuegians.
Hun gemiddelde lengte is vier voet, hoewel er vele volwassenen onder hen gevonden worden die zelfs nog veel kleiner zijn. The average height is rather below four feet, although many full-grown adults may be found who are very much smaller than this.
Het is een woest, valsch en onhandelbaar ras, doch wanneer zij eenmaal hunne vriendschap geschonken hebben, zeer gehecht en vertrouwbaar."--Let daar op, Watson. They are a fierce, morose, and intractable people, though capable of forming most devoted friendships when their confidence has once been gained.' Mark that, Watson.
En luister nog verder: »Zij zijn afschuwelijk leelijk; hebben groote, misvormde hoofden, kleine, woeste oogen en verwrongen gelaatstrekken. Now, then, listen to this. 'They are naturally hideous, having large, misshapen heads, small, fierce eyes, and distorted features.
Maar hunne voeten en handen zijn daarentegen opmerkelijk klein. Their feet and hands, however, are remarkably small.
Zij zijn zóó woest en onhandelbaar, dat alle pogingen van de Britsche ambtenaren om hen eenigszins aan het gezag te onderwerpen, mislukt zijn. So intractable and fierce are they that all the efforts of the British official have failed to win them over in any degree.
Zij zijn altijd een verschrikking geweest voor schipbreukelingen, daar zij de overlevenden met hunne knotsen met steenen knoppen de hersenen inslaan, of hen met hunne vergiftigde pijlen dooden. They have always been a terror to shipwrecked crews, braining the survivors with their stone-headed clubs, or shooting them with their poisoned arrows.
Dusdanige moorden worden steeds gevolgd door een feestmaal, want zij zijn menscheneters." These massacres are invariably concluded by a cannibal feast.'
»Een fraai, beminnelijk volkje, Watson! Nice, amiable people, Watson!
Indien deze knaap zijn eigen zin had kunnen volgen, dan had onze zaak nog een ellendiger wending genomen. If this fellow had been left to his own unaided devices this affair might have taken an even more ghastly turn.
En toch stel ik mij voor, dat Jonathan Small er heel iets voor zoude willen geven, zoo hij zijne hulp niet had ingeroepen." I fancy that, even as it is, Jonathan Small would give a good deal not to have employed him."
»Maar hoe kwam hij aan zulk een zeldzaam metgezel?" "But how came he to have so singular a companion?"
»O, dat is meer dan ik kan zeggen. "Ah, that is more than I can tell.
Maar sedert wij tot de wetenschap zijn gekomen dat Small van de Andamans gekomen was, is het niet zoo wonderbaarlijk dat deze inboorling hem gevolgd is. Since, however, we had already determined that Small had come from the Andamans, it is not so very wonderful that this islander should be with him.
Maar gij lijkt geheel uitgeput, Watson. No doubt we shall know all about it in time.
Look here, Watson; you look regularly done.
Komaan, leg u hier op de sofa, en zie eens of ik u in slaap kan krijgen." Lie down there on the sofa, and see if I can put you to sleep."
Hij nam zijn viool, en terwijl ik mij uitstrekte begon hij een zachte, droomerige, melodieuse aria te spelen, ongetwijfeld door hem zelve ge?mproviseerd. He took up his violin from the corner, and as I stretched myself out he began to play some low, dreamy, melodious air,--his own, no doubt, for he had a remarkable gift for improvisation.
Ik heb nog een vage herinnering van zijn doorschijnende handen, zijn ernstig gelaat, en het op- en nedergaan van zijn strijkstok. I have a vague remembrance of his gaunt limbs, his earnest face, and the rise and fall of his bow.
Toen was het alsof ik vreedzaam op een zee van zachte, harmonische tonen werd voortgeschommeld, totdat ik mij in het land der droomen bevond, terwijl het lieftallig gelaat van Mary Morstan op mij nederzag. Then I seemed to be floated peacefully away upon a soft sea of sound, until I found myself in dream-land, with the sweet face of Mary Morstan looking down upon me.
NEGENDE HOOFDSTUK. Chapter IX
Een »kink in den kabel". A Break in the Chain
Eerst laat in den namiddag ontwaakte ik, gesterkt en opgefrischt. It was late in the afternoon before I woke, strengthened and refreshed.
Sherlock Holmes zat nog juist zooals ik hem gelaten had, behalve dat hij thans in een boek verdiept was. Sherlock Holmes still sat exactly as I had left him, save that he had laid aside his violin and was deep in a book.
Toen ik mij oprichtte, keek hij naar mij op en merkte ik dat zijn gelaat droef en onrustig stond. He looked across at me, as I stirred, and I noticed that his face was dark and troubled.
»Gij hebt vast geslapen," zei hij, »ik vreesde dat ons gesprek u wakker zou maken." "You have slept soundly," he said. "I feared that our talk would wake you."
»Ik heb niets gehoord," antwoordde ik; »hebt gij wat naders vernomen?" "I heard nothing," I answered. "Have you had fresh news, then?"
»Ongelukkig niet. "Unfortunately, no.
Ik beken dat ik verwonderd en teleurgesteld ben. I confess that I am surprised and disappointed.
Ik verwachtte omstreeks dezen tijd iets bepaalds. I expected something definite by this time.
Wiggins is juist hier geweest, om rapport te brengen. Wiggins has just been up to report.
Hij zegt dat er geen spoor van de stoomboot te vinden is. He says that no trace can be found of the launch.
Dat is een schok voor mij, want elk uur is van het hoogste belang." It is a provoking check, for every hour is of importance."
»Kan ik iets doen? "Can I do anything?
Ik ben nu weder geheel in orde en volkomen tegen een nieuwe nachtwake bestand." I am perfectly fresh now, and quite ready for another night's outing."
»Neen, wij kunnen niets doen dan wachten. "No, we can do nothing. We can only wait.
Indien wij van huis gaan, dan zou de boodschap in onze afwezigheid kunnen komen, en de tijd verloopen. If we go ourselves, the message might come in our absence, and delay be caused.
Gij kunt doen wat gij wilt, doch ik moet hier op post blijven." You can do what you will, but I must remain on guard."
»Dan zal ik even naar Camberwell gaan en een bezoek brengen aan Mrs. Cecil Forrester. "Then I shall run over to Camberwell and call upon Mrs. Cecil Forrester.
Zij heeft het mij gister verzocht." She asked me to, yesterday."
»Aan Mrs. Cecil Forrester?" vroeg Holmes lachend. "On Mrs. Cecil Forrester?" asked Holmes, with the twinkle of a smile in his eyes.
»Wel, het spreekt vanzelve, ook aan Miss Morstan. "Well, of course Miss Morstan too.
Zij waren verlangend om het een of ander te vernemen." They were anxious to hear what happened."
»Ik zou hen niet te veel vertellen," zei Holmes, »vrouwen zijn nooit volkomen te vertrouwen,--zelfs de beste niet!" "I would not tell them too much," said Holmes. "Women are never to be entirely trusted,--not the best of them."
Ik achtte het beter op deze onbillijkheid niet te antwoorden. I did not pause to argue over this atrocious sentiment.
»Over een uur of twee zal ik terug zijn," zei ik. "I shall be back in an hour or two," I remarked.
»In orde! "All right!
Veel geluk! Good luck!
Maar wat ik zeggen wou, als gij toch de rivier oversteekt, zoudt gij Toby wel terug kunnen brengen, want ik geloof niet dat wij hem thans nog noodig zullen hebben." But, I say, if you are crossing the river you may as well return Toby, for I don't think it is at all likely that we shall have any use for him now."
Ik nam het mormeldier mede en bezorgde hem met een halven souverein bij den ouden bontwerker in Pinchin Lane. I took our mongrel accordingly, and left him, together with a half-sovereign, at the old naturalist's in Pinchin Lane.
In Camberwell trof ik Miss Morstan, een weinig vermoeid door het nachtelijk avontuur, doch zeer verlangend naar tijding. At Camberwell I found Miss Morstan a little weary after her night's adventures, but very eager to hear the news.
Ook Mrs. Forrester was zeer nieuwsgierig. Mrs. Forrester, too, was full of curiosity.
Ik verhaalde haar al wat wij gedaan hadden, hoewel ik de akeligheden van het tooneel zooveel mogelijk verzweeg. I told them all that we had done, suppressing, however, the more dreadful parts of the tragedy.
Ofschoon ik dus den dood van Mr. Sholto mededeelde, sprak ik geen woord omtrent de omstandigheden van den moord. Thus, although I spoke of Mr. Sholto's death, I said nothing of the exact manner and method of it.
Dit verhinderde echter geenszins dat zij toch ten zeerste verbaasd en verschrikt waren. With all my omissions, however, there was enough to startle and amaze them.
»Het lijkt een roman!" riep Mrs. "It is a romance!" cried Mrs. Forrester.
Forrester, »een slecht behandelde lady, een schat van een half millioen, een zwarte menscheneter en een roover met een houten been. "An injured lady, half a million in treasure, a black cannibal, and a wooden-legged ruffian.
En zij verdwijnen door middel van een draak of een betooverden arend." They take the place of the conventional dragon or wicked earl."
»En twee dolende ridders die te hulp snellen," voegde Miss Morstan er met een dankbaren blik aan toe. "And two knight-errants to the rescue," added Miss Morstan, with a bright glance at me.
»Gewis, Mary, uw fortuintje hangt van den uitslag dezer pogingen af. "Why, Mary, your fortune depends upon the issue of this search.
Ik verbeeld mij dat gij lang niet opgewonden genoeg zijt. I don't think that you are nearly excited enough.
Bedenk eens wat het moet wezen, om zoo rijk te zijn en de wereld aan je voeten te zien!" Just imagine what it must be to be so rich, and to have the world at your feet!"
Ik gevoelde een schok van vreugde in mijn hart, toen ik bemerkte hoe weinig opgewondenheid zij bij dit vooruitzicht aan den dag legde. It sent a little thrill of joy to my heart to notice that she showed no sign of elation at the prospect.
Integendeel, zij wierp haar fier hoofd achterover met een gebaar alsof de zaak haar geheel onverschillig liet. On the contrary, she gave a toss of her proud head, as though the matter were one in which she took small interest.
»Ik maak mij alleen bezorgd wegens Mr. "It is for Mr. Thaddeus Sholto that I am anxious," she said.
Thaddeus Sholto," zeide zij, »anders is er niets ernstigs in de geheele zaak; want volgens mijn oordeel heeft hij zich uiterst vriendelijk en eervol gedragen. "Nothing else is of any consequence; but I think that he has behaved most kindly and honorably throughout.
Wij zijn verplicht om zijne onschuld aan dit verschrikkelijk feit te bewijzen." It is our duty to clear him of this dreadful and unfounded charge."
Het was avond alvorens ik Camberwell verliet en volslagen donker toen ik onze woning bereikte. It was evening before I left Camberwell, and quite dark by the time I reached home.
Het boek en de pijp van mijn metgezel lagen naast zijn stoel, maar hij was afwezig. My companion's book and pipe lay by his chair, but he had disappeared.
Ik keek rond in de hoop een briefje te vinden, doch er was er geen. I looked about in the hope of seeing a note, but there was none.
»Ik veronderstel dat Mr. Sherlock Holmes is uitgegaan," zei ik tot Mrs. Hudson, toen zij naar boven kwam om de luiken te sluiten. "I suppose that Mr. Sherlock Holmes has gone out," I said to Mrs. Hudson as she came up to lower the blinds.
»Neen, sir. "No, sir.
Hij is naar zijn kamer gegaan." He has gone to his room, sir.
En haar stem latende dalen, vroeg zij ernstig: »Wilt u wel gelooven, sir, dat ik bang ben voor zijn gezondheid?" Do you know, sir," sinking her voice into an impressive whisper, "I am afraid for his health?"
»Waarom, Mrs. Hudson?" "Why so, Mrs. Hudson?"
»Omdat hij zoo vreemd doet, sir. "Well, he's that strange, sir.
Nadat u vertrokken waart, liep hij zoolang en onophoudelijk heen en weer, totdat ik vermoeid was door het hooren van zijn voetstap. After you was gone he walked and he walked, up and down, and up and down, until I was weary of the sound of his footstep.
Daarna hoorde ik hem in zichzelven spreken en grommen, en telkens wanneer er gescheld werd, kwam hij op den overloop en riep: »Wat is dat, Mrs. Hudson?" Then I heard him talking to himself and muttering, and every time the bell rang out he came on the stairhead, with 'What is that, Mrs. Hudson?'
En nu is hij naar zijn kamer geslopen, maar ik hoor hem nog gestadig heen en weer loopen. And now he has slammed off to his room, but I can hear him walking away the same as ever.
Ik hoop dat hij niet ziek zal worden, sir. I hope he's not going to be ill, sir.
Ik wilde hem iets zeggen omtrent een afkoelend middel, maar hij draaide mij den rug toe, sir, met een paar oogen, dat ik nog niet weet, hoe ik de kamer ben uitgekomen." I ventured to say something to him about cooling medicine, but he turned on me, sir, with such a look that I don't know how ever I got out of the room."
»Ik geloof niet dat gij u ernstig ongerust behoeft te maken, Mrs. "I don't think that you have any cause to be uneasy, Mrs. Hudson," I answered.
Hudson," antwoordde ik, »ik heb hem reeds meermalen zoo gezien. "I have seen him like this before.
Dan heeft hij iets in zijn hoofd dat hem onrustig maakt." He has some small matter upon his mind which makes him restless."
Ik trachtte op onverschilligen toon tegen onze brave huishoudster te spreken, doch in waarheid was ik zelf niet op mijn gemak, toen ik gedurende den ganschen stillen nacht van tijd tot tijd zijn doffen voetstap vernam, en begreep hoe zijn arbeidzame geest zich tegen deze ongewenschte werkeloosheid verzette. I tried to speak lightly to our worthy landlady, but I was myself somewhat uneasy when through the long night I still from time to time heard the dull sound of his tread, and knew how his keen spirit was chafing against this involuntary inaction.
Aan het ontbijt zag hij er afgemat, ontstemd en eenigszins koortsig uit. At breakfast-time he looked worn and haggard, with a little fleck of feverish color upon either cheek.
»Gij tobt u te veel af, oude man," zeide ik, »ik heb u den ganschen nacht hooren wandelen." "You are knocking yourself up, old man," I remarked.
»Neen, ik kon niet slapen," antwoordde hij, »dit helsche vraagstuk verteert mij. "I heard you marching about in the night." "No, I could not sleep," he answered.
Het is te veel om door zulk een onbeduidenden hinderpaal gedwarsboomd te worden; als alle andere overwonnen zijn. "This infernal problem is consuming me.
Ik ken de mannen, de boot, alles: en toch kan ik geen nieuws vernemen. It is too much to be balked by so petty an obstacle, when all else had been overcome.
Ik heb andere krachten aan het werk gezet en alle middelen die mij ten dienste staan aangewend. I know the men, the launch, everything; and yet I can get no news.
De gansche rivier is aan beide zijden afgezocht, maar er is geen nieuws, en evenmin heeft Mrs. I have set other agencies at work, and used every means at my disposal.
Smith iets omtrent haren echtgenoot vernomen. The whole river has been searched on either side, but there is no news, nor has Mrs. Smith heard of her husband.
Ik zal weldra tot de conclusie komen dat zij de plaat gepoetst hebben. I shall come to the conclusion soon that they have scuttled the craft.
Maar dat gaat zoo gemakkelijk niet." But there are objections to that."
»Of dat Mrs.
Smith ons op een verkeerd spoor heeft gebracht." "Or that Mrs. Smith has put us on a wrong scent."
»Neen, dat geloof ik niet. "No, I think that may be dismissed.
Ik heb een onderzoek laten instellen en er bestaat werkelijk een zoodanige boot." I had inquiries made, and there is a launch of that description."
»Kan zij ook de rivier opwaarts zijn gegaan?" "Could it have gone up the river?"
»Aan deze mogelijkheid heb ik ook gedacht en er wordt reeds gezocht tot Richmond. "I have considered that possibility too, and there is a search-party who will work up as far as Richmond.
Indien er vandaag geen bericht komt, dan ga ik er morgen zelf op uit, en wel: meer om de mannen dan om de boot. If no news comes to-day, I shall start off myself to-morrow, and go for the men rather than the boat.
Maar, zeker, zeker: wij zullen wel wat vernemen."-- But surely, surely, we shall hear something."
Dit gebeurde echter niet. We did not, however.
Wij vernamen geen woord evenmin van Wiggins als van andere zijden. Not a word came to us either from Wiggins or from the other agencies.
De meeste bladen bevatten berichten omtrent het drama te Norwood. There were articles in most of the papers upon the Norwood tragedy.
Zij schenen het allen op den ongelukkigen Thaddeus Sholto gemunt te hebben. They all appeared to be rather hostile to the unfortunate Thaddeus Sholto.
Er werden echter geen nieuwe bizonderheden geopenbaard, behalve dat den volgenden dag een verhoor zou plaats vinden. No fresh details were to be found, however, in any of them, save that an inquest was to be held upon the following day.
Ik wandelde tegen den avond naar Camberwell om onzen tegenspoed aan de dames te berichten en bij mijne terugkomst vond ik Holmes zeer afgetrokken en ontstemd. I walked over to Camberwell in the evening to report our ill success to the ladies, and on my return I found Holmes dejected and somewhat morose.
Hij antwoordde nauwelijks op mijne vragen en hield zich den ganschen avond met een scheikundige analyse bezig, waarbij zooveel rook en damp ontwikkeld werd, dat ik ten slotte genoodzaakt was de kamer te verlaten. He would hardly reply to my questions, and busied himself all evening in an abstruse chemical analysis which involved much heating of retorts and distilling of vapors, ending at last in a smell which fairly drove me out of the apartment.
Tegen den morgen kon ik duidelijk hooren dat hij nog steeds druk met zijne retorten en flesschen bezig was. Up to the small hours of the morning I could hear the clinking of his test-tubes which told me that he was still engaged in his malodorous experiment.
Plotseling ontwaakte ik met schrik en was verbaasd toen ik hem voor mijn ledikant zag staan, gekleed als een matroos met een geoliede jas en muts en een lossen rooden doek om den hals. In the early dawn I woke with a start, and was surprised to find him standing by my bedside, clad in a rude sailor dress with a pea-jacket, and a coarse red scarf round his neck.
»Ik ga de rivier af, Watson," zeide hij, »ik heb alles opnieuw overwogen, en kan slechts één enkelen uitweg vinden. "I am off down the river, Watson," said he. "I have been turning it over in my mind, and I can see only one way out of it.
Het is in elk geval waard om te beproeven." It is worth trying, at all events."
»Ik kan u toch zeker vergezellen?" vroeg ik. "Surely I can come with you, then?" said I.
»Neen; gij kunt van oneindig meer nut zijn, zoo gij hier wilt blijven als mijn vertegenwoordiger. "No; you can be much more useful if you will remain here as my representative.
Ik verzoek u alle brieven en telegrammen, die in den loop van den dag mochten aankomen, te openen, en zoo zich iets nieuws mocht voordoen, volgens uw eigen oordeel te behandelen. I am loath to go, for it is quite on the cards that some message may come during the day, though Wiggins was despondent about it last night. I want you to open all notes and telegrams, and to act on your own judgment if any news should come.
Kan ik op u rekenen?" Can I rely upon you?"
»Zeer zeker." "Most certainly."
»Ik weet dat gij mij geen boodschap zult kunnen doen weten, want ik weet bijna zelf niet waar ik wezen zal. "I am afraid that you will not be able to wire to me, for I can hardly tell yet where I may find myself.
Indien het mij echter meeloopt, dan zal ik zoo erg lang niet wegblijven. If I am in luck, however, I may not be gone so very long.
Doch vóór ik terugkom zal ik eenig nieuws, van welken aard dan ook, vernomen hebben." I shall have news of some sort or other before I get back."
Op het uur van het ontbijt had ik nog niets van hem vernomen. I had heard nothing of him by breakfast-time.
Toen ik echter de =Standard= inkeek, bevond ik dat er een nieuw gezichtspunt omtrent de zaak geopend was.--»Met betrekking tot het drama van Upper Norwood," stond er, »hebben wij reden om te gelooven dat de zaak meer ingewikkeld en geheimzinnig belooft te worden dan oorspronkelijk verwacht werd.
Nieuwe omstandigheden hebben aan het licht gebracht dat het totaal onmogelijk is, dat Mr. On opening the Standard, however, I found that there was a fresh allusion to the business.
"With reference to the Upper Norwood tragedy," it remarked, "we have reason to believe that the matter promises to be even more complex and mysterious than was originally supposed.
Thaddeus Sholto op eenige wijze in het geval betrokken zoude zijn geweest. Fresh evidence has shown that it is quite impossible that Mr. Thaddeus Sholto could have been in any way concerned in the matter.
Hij en de huishoudster, Mrs. Bernstone, werden beiden gisteravond op vrije voeten gesteld. He and the housekeeper, Mrs. Bernstone, were both released yesterday evening.
»Men gelooft echter dat de politie een nieuwe aanwijzing omtrent de ware schuldigen heeft ontvangen en dat die verschaft zijn door Mr. It is believed, however, that the police have a clue as to the real culprits, and that it is being prosecuted by Mr. Athelney Jones, of Scotland Yard, with all his well-known energy and sagacity.
Athelney Jones, van Scotland Yard, met al diens alom bekende geestkracht en doorzicht. Further arrests may be expected at any moment."
Men kan elk oogenblik andere inhechtenisnemingen verwachten." "That is satisfactory so far as it goes," thought I.
»Dat is in zooverre in orde," dacht ik, »vriend Sholto is ten minste in vrijheid. "Friend Sholto is safe, at any rate.
Ik ben benieuwd te weten waarin die nieuwe aanwijzingen kunnen bestaan, hoewel dit een stereotype uitdrukking schijnt te wezen, wanneer de politie een flater heeft gemaakt." I wonder what the fresh clue may be; though it seems to be a stereotyped form whenever the police have made a blunder."
Ik legde het blad op de tafel, doch op hetzelfde oogenblik viel mijn oog op een advertentie, van den volgenden inhoud: I tossed the paper down upon the table, but at that moment my eye caught an advertisement in the agony column.
»Vermist:--Marc. It ran in this way:
Smith, schipper en diens zoon Jim verlieten de Werf van Smith, omstreeks drie uur laatstleden Woensdagmorgen per stoomboot =Aurora=, zwart, met twee roode strepen, zwarten schoorsteen, met een witten band; hij, die eenige inlichting desbetreffende kan geven aan Mrs. Smith, op de werf van Smith of in Baker-Street No. "Lost.--Whereas Mordecai Smith, boatman, and his son, Jim, left Smith's Wharf at or about three o'clock last Tuesday morning in the steam launch Aurora, black with two red stripes, funnel black with a white band, the sum of five pounds will be paid to any one who can give information to Mrs. Smith, at Smith's Wharf, or at 221b Baker Street, as to the whereabouts of the said Mordecai Smith and the launch Aurora."
221b, wordt bij dezen opgeroepen." This was clearly Holmes's doing.
Het was duidelijk dat dit Holmes' werk was. The Baker Street address was enough to prove that.
Het adres: Baker-Street was bewijs genoeg, dat het van zijn hand kwam, omdat de vluchtelingen het konden lezen, zonder er meer in te ontdekken dan den angst van eene vrouw wegens de afwezigheid van haren echtgenoot. It struck me as rather ingenious, because it might be read by the fugitives without their seeing in it more than the natural anxiety of a wife for her missing husband.
De dag duurde mij zeer lang. It was a long day.
Telkens als er op de deur werd geklopt, of een zware stap werd vernomen, verbeeldde ik mij dat het Holmes was die terugkwam, of dat er een antwoord op de advertentie gebracht werd. Every time that a knock came to the door, or a sharp step passed in the street, I imagined that it was either Holmes returning or an answer to his advertisement.
Ik trachtte den tijd met lezen te verdrijven, maar mijn geestvermogens bepaalden zich alleen tot ons vreemdsoortig vraagstuk en het niet minder raadselachtig paar dat wij achtervolgden. I tried to read, but my thoughts would wander off to our strange quest and to the ill-assorted and villainous pair whom we were pursuing.
Zou mijn vriend zich niet in zijne gevolgtrekkingen hebben kunnen vergissen? Could there be, I wondered, some radical flaw in my companion's reasoning.
Might he be suffering from some huge self-deception?
Zou zijn ondernemende geest deze gewaagde theorie niet op valsche gegevens hebben kunnen vestigen? Was it not possible that his nimble and speculative mind had built up this wild theory upon faulty premises?
I had never known him to be wrong; and yet the keenest reasoner may occasionally be deceived.
Volgens mijne meening dwaalde hij af door de overdrijving zijner logica, en het zoeken naar meer ingewikkelde en vreemdsoortige verklaringen, d??r, waar de oplossing voor de hand ligt. He was likely, I thought, to fall into error through the over-refinement of his logic,--his preference for a subtle and bizarre explanation when a plainer and more commonplace one lay ready to his hand.
En toch had ik zijn gedachtengang gevolgd. Yet, on the other hand, I had myself seen the evidence, and I had heard the reasons for his deductions.
Als ik terugdacht aan de lange keten der buitengewone omstandigheden, die oogenschijnlijk met elkander in strijd waren, doch allen in dezelfde richting uitliepen, kon ik mij niet verhelen dat, mocht Holmes ook falen in zijne theorie, hij toch de eenige man was die het vraagstuk practisch zou kunnen oplossen. When I looked back on the long chain of curious circumstances, many of them trivial in themselves, but all tending in the same direction, I could not disguise from myself that even if Holmes's explanation were incorrect the true theory must be equally outre and startling.
Om drie uur na den middag werd er met geweld gescheld, klonk er een gebiedende stem in het voorhuis en werd, tot mijne verbazing, niemand minder bij mij binnengelaten dan Mr. At three o'clock in the afternoon there was a loud peal at the bell, an authoritative voice in the hall, and, to my surprise, no less a person than Mr. Athelney Jones was shown up to me.
Athelney Jones. Hij verschilde echter ten zeerste van den volleerden menschenkenner, die zoo spoedig het geval van Upper Norwood begrepen had. Very different was he, however, from the brusque and masterful professor of common sense who had taken over the case so confidently at Upper Norwood.
Hij zag er terneergeslagen en teleurgesteld uit. His expression was downcast, and his bearing meek and even apologetic.
»Goeden dag, sir, goeden dag," zeide hij, »ik begrijp dat Mr. "Good-day, sir; good-day," said he.
Sherlock Holmes uit is." "Mr. Sherlock Holmes is out, I understand."
»Ja, en ik kan u niet met zekerheid zeggen wanneer hij terugkomt. "Yes, and I cannot be sure when he will be back.
Maar, misschien wilt u op hem wachten. But perhaps you would care to wait.
Neem dan plaats en steek een sigaar op." Take that chair and try one of these cigars."
»Dank u; het zal mij hoop ik niet hinderen." "Thank you; I don't mind if I do," said he, mopping his face with a red bandanna handkerchief.
»En een whisky met soda?" "And a whiskey-and-soda?"
»Welnu, een half glas. "Well, half a glass.
Het is zeer heet voor den tijd van het jaar; en ik heb het aardig druk gehad. It is very hot for the time of year; and I have had a good deal to worry and try me.
Gij kent mijne theorie omtrent dat geval te Norwood?" You know my theory about this Norwood case?"
»Ik herinner mij, u er een te hebben hooren verklaren." "I remember that you expressed one."
»Welnu, ik ben verplicht geweest daarop terug te komen. "Well, I have been obliged to reconsider it.
Ik had mijn web dicht om Mr. Sholto gesponnen, sir, toen hij flap! door de mazen heenwipte. I had my net drawn tightly round Mr. Sholto, sir, when pop he went through a hole in the middle of it.
Hij was in staat een alibi te bewijzen, dat niet gelogenstraft kon worden. He was able to prove an alibi which could not be shaken.
Vanaf het oogenblik dat hij de kamer van zijn broeder verliet, had men hem niet uit het gezicht verloren. From the time that he left his brother's room he was never out of sight of some one or other.
Bijgevolg kon hij het niet zijn die over daken en door trapdeuren was binnengekomen. So it could not be he who climbed over roofs and through trap-doors.
Het is een zeer duister geval, en mijn roem staat er bij op het spel. It's a very dark case, and my professional credit is at stake.
Een weinig bijstand zou mij niet ongevallig wezen." I should be very glad of a little assistance."
»Daaraan hebben wij allen van tijd tot tijd behoefte," zeide ik. "We all need help sometimes," said I.
»Uw vriend, Mr. Sherlock Holmes, is een bewonderenswaardig man, sir," zeide hij op vertrouwelijken toon, »hij laat zich niet gemakkelijk beetnemen. "Your friend Mr. Sherlock Holmes is a wonderful man, sir," said he, in a husky and confidential voice. "He's a man who is not to be beat.
Ik heb dien jongen man verscheidene zaken zien ondernemen, maar ik ken er niet een die hij niet aan het licht kon brengen. I have known that young man go into a good many cases, but I never saw the case yet that he could not throw a light upon.
»Zijn methode is onregelmatig, en zijn theorie wellicht wat te overhaast, maar over het algemeen geloof ik dat hij een veelbelovend ambtenaar zou hebben kunnen worden. He is irregular in his methods, and a little quick perhaps in jumping at theories, but, on the whole, I think he would have made a most promising officer, and I don't care who knows it.
Ik heb hedenmorgen een telegram van hem ontvangen waaruit ik opmaak, dat hij de een of andere aanwijzing in de Sholto-zaak gevonden heeft.--Zie hier." I have had a wire from him this morning, by which I understand that he has got some clue to this Sholto business. Here is the message."
Hij nam het telegram uit zijn zak en reikte het mij over. He took the telegram out of his pocket, and handed it to me.
Het was gedateerd van Poplar, twaalf uur, en luidde: »Ga terstond naar Baker-Street; indien ik nog niet terug ben, wacht mij dan. It was dated from Poplar at twelve o'clock. "Go to Baker Street at once," it said. "If I have not returned, wait for me.
Ik ben op het spoor van de Sholto-zaak. I am close on the track of the Sholto gang.
Zoo gij het einde ervan wilt bijwonen, kunt gij ons hedenavond vergezellen." You can come with us to-night if you want to be in at the finish."
»Dat klinkt goed. "This sounds well.
Waarschijnlijk heeft hij de creosoot weder geroken," zeide ik. He has evidently picked up the scent again," said I.
»O, dan is hij ook op een dwaalspoor," riep Jones met zichtbare voldoening, »zelfs de besten van ons worden soms uit den koers gebracht. "Ah, then he has been at fault too," exclaimed Jones, with evident satisfaction. "Even the best of us are thrown off sometimes.
Het spreekt van zelf dat ook dit zal blijken een valsch alarm te zijn; maar als ambtenaar der Wet ben ik verplicht geen kans te laten glippen. Of course this may prove to be a false alarm; but it is my duty as an officer of the law to allow no chance to slip.
Doch, er is iemand aan de deur. But there is some one at the door.
Misschien is hij het wel." Perhaps this is he."
Er werd een zware, strompelende stap op de trap vernomen, als die van iemand, die van tijd tot tijd naar zijn adem hijgde. A heavy step was heard ascending the stair, with a great wheezing and rattling as from a man who was sorely put to it for breath.
Eenige keeren stond hij stil alsof het klimmen hem te zwaar viel, doch ten laatste bereikte hij de deur en stapte hij naar binnen. Once or twice he stopped, as though the climb were too much for him, but at last he made his way to our door and entered.
Zijne verschijning stemde volkomen met de aankondiging van zijn bezoek overeen. His appearance corresponded to the sounds which we had heard.
Hij was een man op leeftijd, als zeeman gekleed en met een tot aan den hals dichtgeknoopte »jekker." He was an aged man, clad in seafaring garb, with an old pea-jacket buttoned up to his throat.
Zijn rug was gebogen, zijn knieën knikten en hij scheen ten zeerste aamechtig te wezen. His back was bowed, his knees were shaky, and his breathing was painfully asthmatic.
Hij leunde zwaar op een stevigen stok, en hijgde naar zijn adem. As he leaned upon a thick oaken cudgel his shoulders heaved in the effort to draw the air into his lungs.
Ik kon slechts weinig van zijn gelaat zien, behalve een paar heldere, donkere oogen, overschaduwd door witte wenkbrauwen en oogharen van dezelfde kleur. He had a colored scarf round his chin, and I could see little of his face save a pair of keen dark eyes, overhung by bushy white brows, and long gray side-whiskers.
Zijn geheele voorkomen gaf mij den indruk van een achtenswaardig zeevaarder, die oud en behoeftig geworden was. Altogether he gave me the impression of a respectable master mariner who had fallen into years and poverty.
»Wat wenscht gij, man?" vroeg ik. "What is it, my man?"
Hij keek als kindsch om zich heen.
»Is Mr. I asked.
He looked about him in the slow methodical fashion of old age.
Holmes hier?" zeide hij. »Neen. "Is Mr. Sherlock Holmes here?" said he.
Maar ik ben zijn vertegenwoordiger. "No; but I am acting for him.
Als gij een boodschap voor hem hebt, kunt gij mij die gerustelijk toevertrouwen." You can tell me any message you have for him."
»Ik wou het aan hem zelf zeggen," antwoordde hij. "It was to him himself I was to tell it," said he.
»Maar het is hetzelfde, vriend. "But I tell you that I am acting for him.
Is het iets omtrent de boot van Marc Smith?" Was it about Mordecai Smith's boat?" "Yes.
»Ja; ik weet wel waar die is. I knows well where it is.
En ik weet ook waar de mannen zijn. An' I knows where the men he is after are.
En ik weet ook waar de schat is. An' I knows where the treasure is.
Ik weet er alles van." I knows all about it."
»Zeg het mij dan, dan zal ik het hem laten weten." "Then tell me, and I shall let him know."
»Ik wou het aan hem zelf zeggen," herhaalde hij met stijfhoofdigheid, zeer oude menschen eigen. "It was to him I was to tell it," he repeated, with the petulant obstinacy of a very old man.
»Welnu, dan moet ge op hem wachten." "Well, you must wait for him."
»Neen, neen; ik wil ten pleiziere van een ander geen ganschen dag opofferen. "No, no; I ain't goin' to lose a whole day to please no one.
Als Mr. Holmes niet hier is, dan moet Mr. Holmes het zelf maar uitvinden. If Mr. Holmes ain't here, then Mr. Holmes must find it all out for himself.
Ik geef niets om jullie beiden, en wil geen woord zeggen." I don't care about the look of either of you, and I won't tell a word."
Hij strompelde naar de deur, maar Athelney Jones trad hem in den weg. He shuffled towards the door, but Athelney Jones got in front of him.
»Wacht even, mijn vriend," zei hij, »gij hebt belangrijke berichten en moogt dus niet heengaan. "Wait a bit, my friend," said he. "You have important information, and you must not walk off.
Wij zullen u hier houden of gij wilt of niet, totdat onze vriend terugkomt." We shall keep you, whether you like or not, until our friend returns."
Nu liep de oude man zoo snel hij kon naar de deur, doch toen Athelney Jones zijn breeden rug daartegen plaatste, zag hij dat alle weerstand nutteloos was. The old man made a little run towards the door, but, as Athelney Jones put his broad back up against it, he recognized the uselessness of resistance.
»Een nette behandeling!" riep hij, met zijn stok op den vloer stampend, »ik kom hier om een heer te spreken, en gij beiden, die ik nog nooit in mijn leven gezien heb, houden mij vast en behandelen mij op zulk een wijze." "Pretty sort o' treatment this!" he cried, stamping his stick. "I come here to see a gentleman, and you two, who I never saw in my life, seize me and treat me in this fashion!"
»Gij zult er niet te erger om af zijn," zeide ik, »wij zullen u uw tijdverlies vergoeden. "You will be none the worse," I said. "We shall recompense you for the loss of your time.
Zet u hier op de sofa en gij zult niet lang behoeven te wachten." Sit over here on the sofa, and you will not have long to wait."
Hij keerde schoorvoetend en grommend terug, en zette zich neder met zijn gelaat in de handen; Jones en ik staken onze sigaren weder op en hervatten ons gesprek. He came across sullenly enough, and seated himself with his face resting on his hands. Jones and I resumed our cigars and our talk.
Plotseling vernamen wij echter Holmes' stem. Suddenly, however, Holmes's voice broke in upon us.
»Mij dunkt dat ge mij ook wel een sigaar mocht presenteeren," zeide hij. "I think that you might offer me a cigar too," he said.
Wij sprongen beiden overeind. We both started in our chairs.
Daar zat Holmes tegenover ons te lachen. There was Holmes sitting close to us with an air of quiet amusement.
»Holmes!" riep ik, »gij hier? "Holmes!" I exclaimed. "You here!
Maar waar is die oude man?" But where is the old man?"
»Hier is hij," antwoordde hij, een handvol wit haar omhoog houdende; »hier is de oude man:--pruik, oogharen, wenkbrauwen en al wat er bij behoort. "Here is the old man," said he, holding out a heap of white hair. "Here he is,--wig, whiskers, eyebrows, and all.
Ik dacht wel dat ik goed vermomd was, maar ik verwachtte niet dat de vermomming deze proef zou doorstaan." I thought my disguise was pretty good, but I hardly expected that it would stand that test."
»O, gij guit!" riep Jones opgetogen, »wat zoudt gij een goed acteur geworden zijn. "Ah, You rogue!" cried Jones, highly delighted. "You would have made an actor, and a rare one.
Gij zaagt er uit alsof gij zóó uit het werkhuis kwaamt, en die knikkende knieën van je waren onbetaalbaar. You had the proper workhouse cough, and those weak legs of yours are worth ten pound a week.
Maar toch meende ik je oogopslag te herkennen. I thought I knew the glint of your eye, though.
Ge ziet wel dat gij zoo makkelijk niet bij ons weg kwaamt!" You didn't get away from us so easily, You see."
»In deze vermomming heb ik den ganschen dag gewerkt," zeide hij zijn sigaar opstekende. »Vele misdadigers beginnen mij reeds te kennen,--vooral sedert onze vriend hier, eenige der door mij behandelde gevallen openbaar maakte, daarom moet ik mij van tijd tot tijd wel een weinig vermommen.--Hebt ge mijn telegram ontvangen?" "I have been working in that get-up all day," said he, lighting his cigar. "You see, a good many of the criminal classes begin to know me,--especially since our friend here took to publishing some of my cases: so I can only go on the war-path under some simple disguise like this. You got my wire?"
»Ja, deswege ben ik hierheen gekomen." "Yes; that was what brought me here."
»Hoe ver zijt gij met de zaak gevorderd?" "How has your case prospered?"
»Alles is op niets uitgeloopen. "It has all come to nothing.
Ik heb twee mijner gevangenen weder moeten vrij laten, en tegen twee der overigen bestaat geen bewijs." I have had to release two of my prisoners, and there is no evidence against the other two."
»Dat hindert niet. "Never mind.
Wij zullen u er twee andere voor in de plaats geven. We shall give you two others in the place of them.
Maar gij moet u onder mijne bevelen stellen. But you must put yourself under my orders.
Al de officieele roem is u gegund, maar gij moet de richting volgen die ik u zal aanduiden. You are welcome to all the official credit, but you must act on the line that I point out.
Is dat afgesproken?" Is that agreed?"
»Als ge mij de mannen bezorgd, volgaarne." "Entirely, if you will help me to the men."
»Welnu, dan zal ik in de eerste plaats een politie-stoomboot noodig hebben, die moet te zeven uur aan de Westminster-kade zijn." "Well, then, in the first place I shall want a fast police-boat--a steam launch--to be at the Westminster Stairs at seven o'clock."
»Dat is geen bezwaar. "That is easily managed.
Er ligt daar altijd een gereed, maar ik zal voor de zekerheid telefoneeren." There is always one about there; but I can step across the road and telephone to make sure."
»Vervolgens verlang ik twee sterke mannen, ingeval van verzet." "Then I shall want two stanch men, in case of resistance."
»Er zullen er twee of drie in de boot zijn. "There will be two or three in the boat.
Wat meer?" What else?"
»Als wij de mannen gevangen nemen, zullen wij tevens den schat machtig worden. "When we secure the men we shall get the treasure.
Ik denk dat het voor mijn vriend hier een genoegen zou zijn, om de kist naar een jonge dame te brengen, wie de helft van den inhoud rechtmachtig toekomt. I think that it would be a pleasure to my friend here to take the box round to the young lady to whom half of it rightfully belongs.
Laat zij haar het eerst openen. Niet waar, Watson?" Let her be the first to open it.--Eh, Watson?"
»Ja, dat zal mij groot genoegen zijn." "It would be a great pleasure to me."
»Dat is niet volgens de letter der Wet," zei Jones, zijn hoofd schuddend; »maar de gansche zaak is onregelmatig.--Daarna moet de schat tot na het officieel onderzoek bij de autoriteiten worden gedeponeerd." "Rather an irregular proceeding," said Jones, shaking his head. "However, the whole thing is irregular, and I suppose we must wink at it.
»Gewis.--Ik zou echter gaarne eenige bijzonderheden omtrent de zaak uit den mond van Jonathan Small zelve vernemen. The treasure must afterwards be handed over to the authorities until after the official investigation." "Certainly. That is easily managed. One other point.
Niets belet u mij toe te staan een onderhoud met hem te hebben, tenzij hier in mijn kamer of elders onder getuigen der politie. I should much like to have a few details about this matter from the lips of Jonathan Small himself. You know I like to work the detail of my cases out.
Gij weet, dat ik de gevallen, die in mijn practijk voorkomen, te boek stel." There is no objection to my having an unofficial interview with him, either here in my rooms or elsewhere, as long as he is efficiently guarded?"
»Wel, gij zijt meester van den toestand. "Well, you are master of the situation.
Ik voor mij heb echter nog geen bewijs gehad van het bestaan van dien Jonathan Small. I have had no proof yet of the existence of this Jonathan Small.
Maar, als gij hem gevangen kunt nemen, zie ik niet in waarom ik u een onderhoud met hem zou weigeren." However, if you can catch him I don't see how I can refuse you an interview with him."
»Dat is dus begrepen?" "That is understood, then?"
»Volkomen. "Perfectly.
Is er nog iets?" Is there anything else?"
»Alleen dat ik er op aandring dat gij met ons blijft dineeren. "Only that I insist upon your dining with us.
Het zal binnen een half uur gereed zijn." It will be ready in half an hour.
I have oysters and a brace of grouse, with something a little choice in white wines.--Watson, you have never yet recognized my merits as a housekeeper."
TIENDE HOOFDSTUK. Chapter X
De dood van den menscheneter. The End of the Islander
Onze maaltijd was zeer gezellig. Our meal was a merry one.
Als Holmes wilde, kon hij aardig spreken, en dien avond was dit het geval. Holmes could talk exceedingly well when he chose, and that night he did choose.
Hij scheen in zenuwachtig-opgewonden toestand te zijn. He appeared to be in a state of nervous exaltation.
Ik had hem nog nooit zoo buitengewoon spraakzaam aangetroffen. I have never known him so brilliant.
Hij sprak over allerlei onderwerpen:--over het tooneel, over oud porselein, over Stradivarius-violen, over het Buddhisme op Ceylon, en over de wapenen der toekomst;--al deze onderwerpen behandelende, alsof hij van elk een bijzondere studie had gemaakt. He spoke on a quick succession of subjects,--on miracle-plays, on medieval pottery, on Stradivarius violins, on the Buddhism of Ceylon, and on the war-ships of the future,--handling each as though he had made a special study of it.
Zijn opgewektheid bewees de reactie van zijne neerslachtigheid der laatste dagen. His bright humor marked the reaction from his black depression of the preceding days.
Athelney Jones bewees buiten dienstzaken een gezellig dischgenoot te zijn, en nam aan onzen maaltijd deel als een echte =bon vivant=. Athelney Jones proved to be a sociable soul in his hours of relaxation, and faced his dinner with the air of a bon vivant.
Wat mij betreft: ik gevoelde mij verlicht, wijl wij het einde onzer taak naderden, en de opgeruimdheid van Holmes deelde zich dus ook aan mij mede. For myself, I felt elated at the thought that we were nearing the end of our task, and I caught something of Holmes's gaiety.
Geen onzer repte gedurende het diner een woord over het geval dat ons bijeengebracht had. None of us alluded during dinner to the cause which had brought us together.
Toen de tafel was afgeruimd, keek Holmes op zijn horloge, en vulde hij drie glazen met witte port. When the cloth was cleared, Holmes glanced at his watch, and filled up three glasses with port.
»Een dronk," zeide hij, »op het welslagen onzer kleine expeditie. "One bumper," said he, "to the success of our little expedition.
En nu is het hoog tijd om te vertrekken. And now it is high time we were off.
Hebt ge een pistool, Watson?" Have you a pistol, Watson?"
»Mijn oude dienst-revolver ligt in mijn lessenaar." "I have my old service-revolver in my desk."
»Dan zoudt gij goed doen dien mede te nemen. "You had best take it, then.
Het kan nooit kwaad op alles voorbereid te zijn. It is well to be prepared.
Ik merk dat het rijtuig voor de deur staat. I see that the cab is at the door.
Ik bestelde het tegen half zeven." I ordered it for half-past six."
Het was even over zeven toen wij de Westminster-kade bereikten, en bevonden, dat onze stoomboot op ons wachtte. It was a little past seven before we reached the Westminster wharf, and found our launch awaiting us.
Holmes nam haar nauwkeurig in oogenschouw. Holmes eyed it critically.
»Is er ook het een of ander zichtbaar teeken aan, waaraan men zien kan dat het een politie-vaartuig is?" "Is there anything to mark it as a police-boat?"
»Ja, dat groene licht aan bakboord." "Yes,--that green lamp at the side."
»Neem dit dan weg." "Then take it off."
Toen hieraan voldaan was, gingen wij aan boord, en werden de touwen losgeworpen. The small change was made, we stepped on board, and the ropes were cast off.
Jones, Holmes en ik zaten bij den achtersteven. Jones, Holmes, and I sat in the stern.
Een man stond aan het roer, een bij de machine, en twee stevige inspecteurs van politie bevonden zich op de voorplecht. There was one man at the rudder, one to tend the engines, and two burly police-inspectors forward.
»Waarheen?" vroeg Jones. "Where to?" asked Jones.
»Naar den Tower. "To the Tower.
Zeg hun dat zij tegenover Jacobson's werf moeten aanleggen." Tell them to stop opposite Jacobson's Yard."
Onze boot liep zeer snel. Our craft was evidently a very fast one.
Wij schoten de lange linie van geladen schuiten voorbij alsof deze stil lagen. We shot past the long lines of loaded barges as though they were stationary.
Holmes glimlachte met voldoening toen wij een grooten stoomer inhaalden en spoedig achter ons lieten. Holmes smiled with satisfaction as we overhauled a river steamer and left her behind us.
»Wij moeten in staat zijn om alles op de rivier te kunnen inhalen," zeide hij. "We ought to be able to catch anything on the river," he said.
»Dat zal wel gaan, want er zijn niet veel booten die het van ons kunnen winnen." "Well, hardly that. But there are not many launches to beat us."
»Wij zullen de =Aurora= moeten inhalen en die heeft den naam van buitengewoon snel te loopen. "We shall have to catch the Aurora, and she has a name for being a clipper.
Thans zal ik u vertellen hoe het met de zaak gelegen is, Watson. I will tell you how the land lies, Watson.
Gij herinnert u hoe verdrietig ik was, toen ik mij door zulk een kleinigheid gedwarsboomd zag?" You recollect how annoyed I was at being balked by so small a thing?"
»Ja." "Yes."
»Welnu; ik liet mijn geest volkomen rusten, en verdiepte mij in een chemische analyse. "Well, I gave my mind a thorough rest by plunging into a chemical analysis.
Een onzer grootste staatslieden heeft gezegd dat verandering van bezigheden de beste rust is. One of our greatest statesmen has said that a change of work is the best rest.
En dat is ook zoo. So it is.
Toen het mij gelukt was de waterstof, waarmede ik mij onledig hield, op te lossen, kwam ik weder op ons vraagstuk betreffende de Sholto's terug, en dacht de geheele zaak nog eens over. When I had succeeded in dissolving the hydrocarbon which I was at work at, I came back to our problem of the Sholtos, and thought the whole matter out again.
Mijne jongens waren zonder resultaat de rivier op en af geweest. My boys had been up the river and down the river without result.
De boot lag niet bij de een of andere landingsplaats of werf, en was evenmin teruggekeerd. The launch was not at any landing-stage or wharf, nor had it returned.
Toch begreep ik dat zij onmogelijk haar spoor kon verbergen, daar zij noodzakelijk door de sluizen moest varen. Yet it could hardly have been scuttled to hide their traces,--though that always remained as a possible hypothesis if all else failed.
Tevens hield ik mij overtuigd dat deze Small, al was hij nog zoo geslepen, daaraan vooruit niet gedacht zou hebben. I knew this man Small had a certain degree of low cunning, but I did not think him capable of anything in the nature of delicate finesse.
Toen bedacht ik, dat, wijl hij gewis eenigen tijd in Londen had doorgebracht,--daar wij de overtuiging hadden dat hij voortdurend een waakzaam oog op Pondicherry Lodge gehouden had, hij zeker eenigen tijd, al ware het ook slechts één dag, noodig zou hebben om voor zijn vertrek orde op zijne zaken te stellen. That is usually a product of higher education. I then reflected that since he had certainly been in London some time--as we had evidence that he maintained a continual watch over Pondicherry Lodge--he could hardly leave at a moment's notice, but would need some little time, if it were only a day, to arrange his affairs.
Dit waren mijne veronderstellingen." That was the balance of probability, at any rate."
»Zij komen mij wel wat zwak voor," zeide ik, »ik acht het waarschijnlijker dat hij zijne zaken geregeld zal hebben alvorens hij op zijne expeditie uitging." "It seems to me to be a little weak," said I. "It is more probable that he had arranged his affairs before ever he set out upon his expedition."
»Neen, dat denk ik niet. "No, I hardly think so.
Deze schuilplaats zou, in geval van nood, te veel waarde voor hem hebben, om haar van de hand te doen, eer hij zeker was dat hij haar niet meer noodig had. This lair of his would be too valuable a retreat in case of need for him to give it up until he was sure that he could do without it.
Maar mij trof een tweede overweging. But a second consideration struck me.
Jonathan Small moest begrepen hebben dat het vreemdsoortig uiterlijk van zijn metgezel,--hoedanig hij dit ook vermomd mocht hebben,--aanleiding kon geven tot vermoedens met betrekking tot het drama in Norwood. Jonathan Small must have felt that the peculiar appearance of his companion, however much he may have top-coated him, would give rise to gossip, and possibly be associated with this Norwood tragedy.
Hij was scherpzinnig genoeg om dit in te zien. He was quite sharp enough to see that.
They had started from their head-quarters under cover of darkness, and he would wish to get back before it was broad light.
Volgens de verklaring van Smith's vrouw was het drie uur in den morgen toen zij in de boot gingen. Now, it was past three o'clock, according to Mrs. Smith, when they got the boat.
Het zou dus spoedig volkomen dag zijn, en binnen een uur of zoo zou er volk in den omtrek komen. It would be quite bright, and people would be about in an hour or so.
Deswege, redeneerde ik, zullen zij niet zeer ver weg zijn gegaan. Therefore, I argued, they did not go very far.
Zij betaalden Smith een flinke som om te zwijgen, behielden zijn boot om er later mede te ontvluchten en snelden naar hun logies met den schat. They paid Smith well to hold his tongue, reserved his launch for the final escape, and hurried to their lodgings with the treasure-box.
Na een paar dagen, waarin zij tijd hadden om te zien welke richting het oordeel der Pers aannam, zouden zij zich onder bescherming der duisternis naar een of ander schip te Gravesend of andere kustplaats begeven, waar zij ongetwijfeld reeds passage naar Amerika of de Koloniën genomen hadden." In a couple of nights, when they had time to see what view the papers took, and whether there was any suspicion, they would make their way under cover of darkness to some ship at Gravesend or in the Downs, where no doubt they had already arranged for passages to America or the Colonies."
»Maar de boot? "But the launch?
Die konden zij toch niet medegenomen hebben naar hun logies." They could not have taken that to their lodgings."
»Juist. "Quite so.
Ik redeneerde dat de boot, niettegenstaande hare onzichtbaarheid, niet zeer ver af kon zijn. I argued that the launch must be no great way off, in spite of its invisibility.
Toen stelde ik mij in mijne verbeelding in de plaats van Small, en beschouwde de zaak van zijn standpunt en met zijne gegevens. I then put myself in the place of Small, and looked at it as a man of his capacity would.
Hij zou waarschijnlijk overwegen dat, wanneer hij de boot terug zou zenden, of haar op een of andere werf brengen, dit eene vervolging gemakkelijk zou maken, indien de politie hem op het spoor mocht komen. He would probably consider that to send back the launch or to keep it at a wharf would make pursuit easy if the police did happen to get on his track.
»Op welke wijze kon hij de boot dan verbergen en haar toch zoodra hij haar noodig mocht hebben, ter zijner beschikking hebben? How, then, could he conceal the launch and yet have her at hand when wanted?
Ik peinsde er over, wat ik zou doen, als ik in zijne schoenen stond, en kon daarvoor slechts één uitweg vinden. I wondered what I should do myself if I were in his shoes. I could only think of one way of doing it.
Ik zou de boot bij een scheepstimmerman brengen, met de opdracht er een kleine verandering in aan te brengen. I might land the launch over to some boat-builder or repairer, with directions to make a trifling change in her.
Daar zou zij dan op de werf feitelijk verborgen zijn, terwijl ik haar den volgenden nacht of wanneer ik wilde, ter mijner beschikking kon hebben." She would then be removed to his shed or yard, and so be effectually concealed, while at the same time I could have her at a few hours' notice."
»Dat schijnt eenvoudig genoeg." "That seems simple enough."
»Juist zulke kleinigheden worden het meest uit het oog verloren. "It is just these very simple things which are extremely liable to be overlooked.
Ik besloot daarom volgens dit idee te handelen. However, I determined to act on the idea.
Ik stak mij onmiddellijk in dit zeemanskleed en informeerde op al de werven langs de rivier. I started at once in this harmless seaman's rig and inquired at all the yards down the river.
Op vijftien kwam ik tevergeefs, maar op de zestiende, die van Jacobson, vernam ik dat de =Aurora= twee dagen geleden daar was gebracht door een man met een houten been, met een onbeduidende bestelling betreffende het roer. »Er mankeert niets aan het roer," zei de meesterknecht, »d??r ligt ze, met die roode strepen." I drew blank at fifteen, but at the sixteenth--Jacobson's--I learned that the Aurora had been handed over to them two days ago by a wooden-legged man, with some trivial directions as to her rudder. 'There ain't naught amiss with her rudder,' said the foreman.
Wie denkt ge dat juist op d?t oogenblik de werf op kwam? 'There she lies, with the red streaks.'
Marc Smith, de vermiste eigenaar! At that moment who should come down but Mordecai Smith, the missing owner?
Hij was buitengewoon beschonken. He was rather the worse for liquor.
Het spreekt vanzelf dat ik hem niet gekend zou hebben, maar hij schreeuwde zelf zijn naam en dien van zijn boot. I should not, of course, have known him, but he bellowed out his name and the name of his launch.
»Ik heb haar van avond om acht uur noodig," riep hij, »precies om acht uur, denk er om; want ik heb twee heeren die niet zouden willen wachten." 'I want her to-night at eight o'clock,' said he,--'eight o'clock sharp, mind, for I have two gentlemen who won't be kept waiting.'
Zij hadden hem blijkbaar goed betaald, want hij was zeer vrijgevig en wierp een groot aantal shillings onder de werklieden. They had evidently paid him well, for he was very flush of money, chucking shillings about to the men.
Ik volgde hem op eenigen afstand, doch hij verdween in een wijnhuis; daarom keerde ik naar de werf terug en toevallig een mijner jongens onderweg ontmoetende, plaatste ik hem als schildwacht tegenover de boot. I followed him some distance, but he subsided into an ale-house: so I went back to the yard, and, happening to pick up one of my boys on the way, I stationed him as a sentry over the launch.
Als zij afvaren, moet hij aan den waterkant staan, en ons met zijn zakdoek toewuiven. He is to stand at water's edge and wave his handkerchief to us when they start.
Wij zullen stroomafwaarts aanleggen, en het moet al zeer vreemd loopen als wij de mannen met schat en al niet in handen krijgen." We shall be lying off in the stream, and it will be a strange thing if we do not take men, treasure, and all."
»Of zij de rechte lui zijn of niet, ge hebt het netjes overlegd," zei Jones, »maar als ik de zaak in handen had, zou ik een sterke politiemacht op Jacobson's werf hebben, en hen bij hunne aankomst aldaar gevangen nemen." "You have planned it all very neatly, whether they are the right men or not," said Jones; "but if the affair were in my hands I should have had a body of police in Jacobson's Yard, and arrested them when they came down."
»Wat nimmer gebeurd zou zijn. "Which would have been never.
Deze Small is, zooals ik zeide, een zeer geslepen kerel. This man Small is a pretty shrewd fellow.
Hij zal zeker een spion vooruit zenden en als er iets verdachts op de werf mocht zijn, wel een reden voor uitstel bedenken." He would send a scout on ahead, and if anything made him suspicious lie snug for another week."
»Maar gij zoudt Marc Smith in het oog hebben kunnen houden, en op deze wijze hun schuilplaats ontdekt hebben," zeide ik. "But you might have stuck to Mordecai Smith, and so been led to their hiding-place," said I.
»In dat geval zou ik mijn dag verspild hebben. "In that case I should have wasted my day.
Ik denk dat het honderd tegen één is, dat Smith weet waar zij wonen. I think that it is a hundred to one against Smith knowing where they live.
Waartoe zou hij vragen doen, zoolang hij drinken kan en goed betaald wordt? As long as he has liquor and good pay, why should he ask questions?
Zij laten hem weten wat hij doen moet. They send him messages what to do.
Neen, ik heb de zaak van alle zijden beschouwd, en deze weg is de beste." No, I thought over every possible course, and this is the best."
Terwijl dit gesprek gevoerd werd, waren wij de groote menigte bruggen, die de Theems overspannen, doorgevaren. While this conversation had been proceeding, we had been shooting the long series of bridges which span the Thames.
Toen wij de city passeerden, verguldden de stralen der ondergaande zon het kruis op den top van den St. As we passed the City the last rays of the sun were gilding the cross upon the summit of St. Paul's.
Paul, en nog voor wij den Tower bereikten was de schemering ingevallen. It was twilight before we reached the Tower.
»Dat is Jacobson's werf," zei Holmes op een woud van masten wijzende. »Kruis hier langzaam op en neer achter deze lichters."--Hij nam een paar nachtglazen uit zijn zak en staarde eenigen tijd naar den horizon. »Ik zie mijn schildwacht op zijn post," vervolgde hij, »doch geen bewijs van een zakdoek." "That is Jacobson's Yard," said Holmes, pointing to a bristle of masts and rigging on the Surrey side. "Cruise gently up and down here under cover of this string of lighters." He took a pair of night-glasses from his pocket and gazed some time at the shore. "I see my sentry at his post," he remarked, "but no sign of a handkerchief."
»Indien wij eens eens kort eind stroom-afwaarts voeren en aanlegden om hen op te wachten?" vroeg Jones gejaagd. "Suppose we go down-stream a short way and lie in wait for them," said Jones, eagerly.
Wij waren thans allen opgewonden, tot zelfs de politie-beambten en stokers, die slechts een vaag idee hadden van hetgeen er moest gebeuren. We were all eager by this time, even the policemen and stokers, who had a very vague idea of what was going forward.
»Wij mogen niets als zeker aannemen," antwoordde Holmes, »het is gewis tien tegen één, dat zij stroom-afwaarts gaan, maar =zeker= kunnen wij dit niet zeggen. "We have no right to take anything for granted," Holmes answered. "It is certainly ten to one that they go down-stream, but we cannot be certain.
Van hier kunnen wij den toegang tot de werf zien, terwijl men =ons= van daar niet kan waarnemen. From this point we can see the entrance of the yard, and they can hardly see us.
Het zal een heldere avond en volop licht zijn. It will be a clear night and plenty of light.
Wij moeten dus blijven waar wij zijn. We must stay where we are.
Zie hoe de lieden ginds in den schijn van het gaslicht dooreen krioelen." See how the folk swarm over yonder in the gaslight."
»Zij komen van hun werk op de werf."-- "They are coming from work in the yard."
Plotseling riep Holmes, overeindspringend: »Zie ik daar geen zakdoek? "Dirty-looking rascals, but I suppose every one has some little immortal spark concealed about him.
Ik zie ginder iets wits fladderen!" You would not think it, to look at them.
There is no a priori probability about it.
»Ja," zei ik, »het is uw knaap. A strange enigma is man!"
"Some one calls him a soul concealed in an animal," I suggested.
"Winwood Reade is good upon the subject," said Holmes.
"He remarks that, while the individual man is an insoluble puzzle, in the aggregate he becomes a mathematical certainty.
You can, for example, never foretell what any one man will do, but you can say with precision what an average number will be up to.
Individuals vary, but percentages remain constant.
Ik zie hem duidelijk." So says the statistician.
But do I see a handkerchief?
»En d??r is de =Aurora=," vervolgde Holmes; »en zij loopt als de duivel! Surely there is a white flutter over yonder." "Yes, it is your boy," I cried.
Full-speed, machinist! "I can see him plainly."
"And there is the Aurora," exclaimed Holmes, "and going like the devil!
Full speed ahead, engineer.
Zet gindsche boot met dat gele licht achterna. Make after that launch with the yellow light.
Bij den hemel, ik zal het mij nimmer vergeven als zij ons te vlug af is." By heaven, I shall never forgive myself if she proves to have the heels of us!"
Zij was ongemerkt de inham van de werf uitgevaren en maalde met halve kracht achteruit, zoodat zij, alvorens wij haar gewaar werden, gedraaid had en full-speed liep. She had slipped unseen through the yard-entrance and passed behind two or three small craft, so that she had fairly got her speed up before we saw her.
En nu vloog zij stroom-afwaarts, dicht langs de kust in vliegende vaart voorwaarts. Now she was flying down the stream, near in to the shore, going at a tremendous rate.
Jones keek haar met bezorgd gelaat na, en schudde het hoofd! Jones looked gravely at her and shook his head.
»Zij is zeer snel," zeide hij, »ik betwijfel het of wij haar wel zullen kunnen inhalen." "She is very fast," he said.
»Wij =moeten= haar inhalen!" riep Holmes tandenknarsend. »Werp de ovens vol, stokers! "I doubt if we shall catch her." "We MUST catch her!" cried Holmes, between his teeth.
Laat haar doen =al= wat zij kan! "Heap it on, stokers!
Al moet de boot verbranden, wij =moeten= hen hebben!" Make her do all she can! If we burn the boat we must have them!"
Wij waren een heel eind achter. We were fairly after her now.
De ovens snorden, en cylinders suisden en klopten als een reusachtig metalen hart. The furnaces roared, and the powerful engines whizzed and clanked, like a great metallic heart.
Haar scherpe, puntige boeg doorkliefde den rustigen stroom, en stuwde twee wanden van schuim langs onze beide boorden omhoog. Her sharp, steep prow cut through the river-water and sent two rolling waves to right and to left of us.
Bij elken slag van den cylinder sprong en trilde onze boot gelijk een levend wezen. With every throb of the engines we sprang and quivered like a living thing.
Een groote gele lantaarn aan onzen voorsteven, wierp een langen dansenden lichtstraal voor ons uit. One great yellow lantern in our bows threw a long, flickering funnel of light in front of us.
Recht voor ons uit toonde een donkere stip op het water, waar de =Aurora= zich bevond, en het witte schuim achter haar bewees met welke razende snelheid zij voorwaarts vloog. Right ahead a dark blur upon the water showed where the Aurora lay, and the swirl of white foam behind her spoke of the pace at which she was going.
Wij snelden barken, stoomers en koopvaardij-schepen voorbij. We flashed past barges, steamers, merchant-vessels, in and out, behind this one and round the other.
Wij werden in de duisternis van alle zijden toegeroepen, maar de =Aurora= vloog nog steeds voort, terwijl wij haar spoor al dichter en dichter volgden. Voices hailed us out of the darkness, but still the Aurora thundered on, and still we followed close upon her track.
»Werpt op, mannen, werpt op!" schreeuwde Holmes naar omlaag in de machine-kamer, terwijl de helle gloed van het kolenvuur zijn opgewonden en scherp geteekend gelaat verlichtte. »Zet zooveel stoom als mogelijk is!" "Pile it on, men, pile it on!" cried Holmes, looking down into the engine-room, while the fierce glow from below beat upon his eager, aquiline face. "Get every pound of steam you can."
»Ik geloof dat we een weinig winnen," zei Jones, met zijne oogen op de =Aurora= gericht. "I think we gain a little," said Jones, with his eyes on the Aurora.
»Ik ben er zeker van," zeide ik, »binnen eenige minuten zullen wij haar inhalen." "I am sure of it," said I. "We shall be up with her in a very few minutes."
Maar op dit oogenblik zeilde, alsof het noodlot tegen ons was, een groote sleepboot met drie schepen achter zich dwars in onzen koers. At that moment, however, as our evil fate would have it, a tug with three barges in tow blundered in between us.
Alleen door nog juist bijtijds te stoppen voorkwamen wij eene aanvaring, en alvorens wij omgevaren en onzen koers hervat hadden, was de =Aurora= ons een goede honderd meter vooruit. It was only by putting our helm hard down that we avoided a collision, and before we could round them and recover our way the Aurora had gained a good two hundred yards.
Zij was echter nog goed in 't zicht, en de donkere, onzekere schemering ging tot een helderen avond over. She was still, however, well in view, and the murky uncertain twilight was setting into a clear starlit night.
Onze ketels waren tot barstens toe gevuld en de veiligheidskleppen trilden en floten door de kracht waarmede wij voortgestuwd werden. Our boilers were strained to their utmost, and the frail shell vibrated and creaked with the fierce energy which was driving us along.
Wij waren de Pool doorgesneld, de West-India-dokken voorbij, de lange Deptford Reach langs en voeren nu het Isle of Dogs om. We had shot through the Pool, past the West India Docks, down the long Deptford Reach, and up again after rounding the Isle of Dogs.
De donkere stip voor ons veranderde thans duidelijk in de slanke =Aurora=. The dull blur in front of us resolved itself now clearly enough into the dainty Aurora.
Jones richtte ons sein-licht op haar, zoodat wij de figuren op haar dek duidelijk konden waarnemen. Jones turned our search-light upon her, so that we could plainly see the figures upon her deck.
Een man zat in voorover gebogen houding bij den achtersteven met iets zwarts tusschen zijne knieën. One man sat by the stern, with something black between his knees over which he stooped.
Naast hem lag een donkere massa, die op een Newfoundlandschen hond geleek. Beside him lay a dark mass which looked like a Newfoundland dog.
De jongen stond aan het roer, terwijl ik door den rooden gloed van den oven den ouden Smith half ontkleed aan het stoken zag. The boy held the tiller, while against the red glare of the furnace I could see old Smith, stripped to the waist, and shovelling coals for dear life.
Mochten zij in het eerst eenigen twijfel gekoesterd hebben, of wij hen werkelijk op de hielen zaten, thans, nu wij elke wending die zij maakten navolgden, kon daaromtrent geen twijfel meer bestaan. They may have had some doubt at first as to whether we were really pursuing them, but now as we followed every winding and turning which they took there could no longer be any question about it.
Te Greenwich waren wij omstreeks driehonderd passen achter hen; te Blackwall kon het niet meer dan tweehonderd en vijftig zijn. At Greenwich we were about three hundred paces behind them. At Blackwall we could not have been more than two hundred and fifty.
Ik heb gedurende mijne onrustige loopbaan verschillende schepsels achterna gejaagd, maar nog nimmer wond mij een jacht zoozeer op als deze vliegende menschen-jacht langs de Theems. I have coursed many creatures in many countries during my checkered career, but never did sport give me such a wild thrill as this mad, flying man-hunt down the Thames.
Wij bleven gestadig op hen winnen. Steadily we drew in upon them, yard by yard.
In de stilte van den nacht konden wij het stampen hunner machine vernemen. In the silence of the night we could hear the panting and clanking of their machinery.
De man op den achtersteven zat nog ineengedoken op het dek, en zijne armen bewogen zich alsof hij druk aan het werk was, terwijl hij telkens opkeek en met zijne oogen den afstand scheen te meten, die ons nog van hem scheidde. The man in the stern still crouched upon the deck, and his arms were moving as though he were busy, while every now and then he would look up and measure with a glance the distance which still separated us.
Wij kwamen al nader en nader. Nearer we came and nearer.
Jones schreeuwde hen toe te stoppen. Jones yelled to them to stop.
Wij waren nog slechts vier boot-lengten achter hen, terwijl de beide booten met dezelfde snelheid voortvlogen. We were not more than four boat's lengths behind them, both boats flying at a tremendous pace.
Het was zeer helder weer; Barking Level lag ter rechter- en de naargeestige Plumstead Marshes ter linkerzijde. It was a clear reach of the river, with Barking Level upon one side and the melancholy Plumstead Marshes upon the other.
Op onzen aanroep sprong de man aan den achtersteven overeind en schudde zijne gebalde vuisten tegen ons, terwijl hij met krijschende stem de ellendigste verwenschingen tegen ons uitbraakte. At our hail the man in the stern sprang up from the deck and shook his two clinched fists at us, cursing the while in a high, cracked voice.
Hij was een forsch gebouwd, krachtvol man, en toen hij zich hoog oprichtte, zag ik dat hij aan de rechterzijde een houten been had. He was a good-sized, powerful man, and as he stood poising himself with legs astride I could see that from the thigh downwards there was but a wooden stump upon the right side.
Op het geluid van deze snijdende, woedende kreten kwam er beweging in de ineengedoken gedaante op het dek. At the sound of his strident, angry cries there was movement in the huddled bundle upon the deck.
Ook deze richtte zich op en bleek een kleine neger-dwerg te zijn, de kleinste dien ik ooit gezien heb,--met een groot misvormd hoofd en verward kroesachtig haar. It straightened itself into a little black man--the smallest I have ever seen--with a great, misshapen head and a shock of tangled, dishevelled hair.
Holmes had zijn revolver reeds getrokken en ook ik nam op het gezicht van dit wild, afschuwelijk schepsel den mijne ter hand. Holmes had already drawn his revolver, and I whipped out mine at the sight of this savage, distorted creature.
Hij was in een soort donkere ulster gewikkeld, waaruit alleen zijn gelaat te voorschijn kwam; maar dat gelaat was voldoende om iemand een slapeloozen nacht te bezorgen. He was wrapped in some sort of dark ulster or blanket, which left only his face exposed; but that face was enough to give a man a sleepless night.
Nimmer heb ik zulke beestachtige, wreedaardige trekken gezien. Never have I seen features so deeply marked with all bestiality and cruelty.
Zijne kleine oogen gloeiden en brandden met een onheilspellend vuur en zijn dikke lippen waren omgekruld, waardoor zijn lange tanden ons met dierlijke woede aangrijnsden. His small eyes glowed and burned with a sombre light, and his thick lips were writhed back from his teeth, which grinned and chattered at us with a half animal fury.
»Geef vuur als hij zijn hand opheft," zei Holmes kalm. "Fire if he raises his hand," said Holmes, quietly.
Op dit oogenblik waren wij hen tot eene bootslengte genaderd, en bijna binnen het bereik van onze prooi. We were within a boat's-length by this time, and almost within touch of our quarry.
Ik kan mij hen beiden nog voor den geest halen zooals zij daar stonden, de blanke met zijne beenen van elkander, voortdurend vloeken en verwenschingen uitstootende, en die menscheneter met zijn afzichtelijk gelaat op zijn lange, gele tanden knarsend. I can see the two of them now as they stood, the white man with his legs far apart, shrieking out curses, and the unhallowed dwarf with his hideous face, and his strong yellow teeth gnashing at us in the light of our lantern.
Het was gelukkig dat wij h?m zoo goed in het oog hadden, want op het onverwachts trok hij van onder zijn ulster een kort rond stuk hout te voorschijn, en sloeg dit tegen zijne lippen. It was well that we had so clear a view of him. Even as we looked he plucked out from under his covering a short, round piece of wood, like a school-ruler, and clapped it to his lips.
Onze schoten knalden tegelijk. Our pistols rang out together.
Hij draaide om zich zelf rond, hief zijn armen omhoog, en stortte zijdelings in de rivier. He whirled round, threw up his arms, and with a kind of choking cough fell sideways into the stream.
Ik ving nog een glimp op van zijne woedend-dreigende oogen, terwijl het blanke water zich over hem sloot. I caught one glimpse of his venomous, menacing eyes amid the white swirl of the waters.
Op hetzelfde oogenblik wierp de man met het houten been zich op het roer en wendde dit met een ruk om, zoodat zijn boot recht op den zuidelijken oever aanliep, terwijl wij haar bijna rakelings voorbij stoven. At the same moment the wooden-legged man threw himself upon the rudder and put it hard down, so that his boat made straight in for the southern bank, while we shot past her stern, only clearing her by a few feet.
Wij wendden ijlings den steven en volgden haar, doch zij was reeds zeer dicht bij den oever. We were round after her in an instant, but she was already nearly at the bank.
Dit was een woeste en verlaten plek, waar de maan een uitgestrekte heidevlakte bescheen. It was a wild and desolate place, where the moon glimmered upon a wide expanse of marsh-land, with pools of stagnant water and beds of decaying vegetation.
De boot stootte met een doffen slag tegen den oever, met den boeg in de lucht, terwijl het water over den achtersteven stroomde. The launch with a dull thud ran up upon the mud-bank, with her bow in the air and her stern flush with the water.
De vluchteling sprong van boord, maar zijn houten stomp zakte onmiddellijk in den mullen, zandigen heidegrond. The fugitive sprang out, but his stump instantly sank its whole length into the sodden soil.
Tevergeefs worstelde en wrong hij om los te komen, hij kon zelfs geen stap voor- of achterwaarts doen. In vain he struggled and writhed. Not one step could he possibly take either forwards or backwards.
Hij schreeuwde in machtelooze woede, en stampte als razend met zijn anderen voet; maar bij elke beweging zakte zijn stomp al dieper en dieper in de aarde weg. He yelled in impotent rage, and kicked frantically into the mud with his other foot, but his struggles only bored his wooden pin the deeper into the sticky bank.
Toen wij onze boot hadden aangelegd was hij zoo uitgeput, dat wij alleen door hem een touw over de schouders te werpen, in staat waren hem er uit te halen, en evenals een zeegedrocht bij ons aan boord te sleepen. When we brought our launch alongside he was so firmly anchored that it was only by throwing the end of a rope over his shoulders that we were able to haul him out, and to drag him, like some evil fish, over our side.
De beide Smiths, vader en zoon, zaten als verbijsterd in hun boot, en kwamen toen hun dit gelast werd gedwee tot ons. The two Smiths, father and son, sat sullenly in their launch, but came aboard meekly enough when commanded.
De =Aurora= zelve maakten wij weder vlot en bevestigden haar aan onzen achtersteven. The Aurora herself we hauled off and made fast to our stern.
Een sterke ijzeren kist van Indisch fabrikaat, stond op het dek. A solid iron chest of Indian workmanship stood upon the deck.
Deze hield ongetwijfeld den rampzaligen schat der Sholto's verborgen. This, there could be no question, was the same that had contained the ill-omened treasure of the Sholtos.
Er stak geen sleutel op, maar zij was buitengewoon zwaar, en dus brachten wij haar voorzichtig naar onze kleine kajuit. There was no key, but it was of considerable weight, so we transferred it carefully to our own little cabin.
Toen wij weder langzaam stroomopwaarts stevenden, lieten wij ons seinlicht naar elke richting over het water schijnen, doch er was geen spoor van den wilde te ontdekken. As we steamed slowly up-stream again, we flashed our search-light in every direction, but there was no sign of the Islander.
Ergens op den duisteren bodem der Theems rust het gebeente van dezen vreemdsoortigen bezoeker onzer kusten. Somewhere in the dark ooze at the bottom of the Thames lie the bones of that strange visitor to our shores.
»Ziet hier," zei Holmes naar de houten knots wijzende, »wij waren juist bijtijds met onze revolvers."--En ja; juist achter de plek waar wij gestaan hadden, stak een dier moorddadige dorens, die wij maar ?l te goed kenden. "See here," said Holmes, pointing to the wooden hatchway. "We were hardly quick enough with our pistols." There, sure enough, just behind where we had been standing, stuck one of those murderous darts which we knew so well.
Die moest op het oogenblik dat wij vuur gaven naar ons geschoten zijn. It must have whizzed between us at the instant that we fired.
Holmes beschouwde haar glimlachend en trok, op zijne gewone kalme wijze zijne schouders op, maar ik beken eerlijk dat ik er onwel van werd, toen ik dacht aan den afgrijselijken dood, die ons dien nacht zo? van nabij bedreigd had. Holmes smiled at it and shrugged his shoulders in his easy fashion, but I confess that it turned me sick to think of the horrible death which had passed so close to us that night.
ELFDE HOOFDSTUK. Chapter XI
De groote Agra-schat. The Great Agra Treasure
Onze gevangene zat in de hut tegenover de ijzeren kist, waarvoor hij zooveel ondernomen en op welks bezit hij zoo lang gewacht had. Our captive sat in the cabin opposite to the iron box which he had done so much and waited so long to gain.
Hij was een door de zon gebruind, onverschillig uitziend persoon, met een netwerk van lijnen en rimpels over zijn mahoniekleurig gelaat, dat getuigde van een zwaar leven in de open lucht. He was a sunburned, reckless-eyed fellow, with a net-work of lines and wrinkles all over his mahogany features, which told of a hard, open-air life.
Er lag een trek op dat baardig gelaat, die hem kenmerkte als een man, die een eenmaal opgevat voornemen niet licht weder liet varen. There was a singular prominence about his bearded chin which marked a man who was not to be easily turned from his purpose.
Hij kon omstreeks vijftig jaar oud zijn, want zijn zwart, krullend haar was zeer met grijs doorschoten. His age may have been fifty or thereabouts, for his black, curly hair was thickly shot with gray.
Als hij kalm was, was zijn gelaat in geen geval terugstootend, hoewel zijn zware wenkbrauwen en breede kin hem, zooals ik had kunnen waarnemen, als hij zich in gevaar bevond, een verschrikkelijke uitdrukking gaven. His face in repose was not an unpleasing one, though his heavy brows and aggressive chin gave him, as I had lately seen, a terrible expression when moved to anger.
Hij zat nu met zijn geboeide handen op zijn rug en zijn hoofd op de borst gezonken, terwijl hij met zijne kleine schitterende oogen op de kist staarde, die de oorzaak zijner misdaden geweest was. He sat now with his handcuffed hands upon his lap, and his head sunk upon his breast, while he looked with his keen, twinkling eyes at the box which had been the cause of his ill-doings.
Het scheen mij toe dat zijn uiterlijk meer leed dan toorn uitdrukte. It seemed to me that there was more sorrow than anger in his rigid and contained countenance.
Eenmaal keek hij mij zelfs met een eenigszins spotachtigen blik aan. Once he looked up at me with a gleam of something like humor in his eyes.
»Zeg eens, Jonathan Small," zeide Holmes, een sigaar opstekende, »het spijt mij dat het hiertoe gekomen is." "Well, Jonathan Small," said Holmes, lighting a cigar, "I am sorry that it has come to this."
»Mij ook, sir," antwoordde hij openhartig, »ik geloof niet dat ik reden heb om op mijn onderneming te snoeven. "And so am I, sir," he answered, frankly. "I don't believe that I can swing over the job.
Maar ik geef de heilige verzekering dat ik nooit een hand tegen Mr. Sholto heb opgeheven. I give you my word on the book that I never raised hand against Mr. Sholto.
Het was die kleine hel-hond Tonga, die een van zijn verwenschte dorens in zijn hoofd schoot. It was that little hell-hound Tonga who shot one of his cursed darts into him.
Ik had er geen deel aan, sir. I had no part in it, sir.
Ik had er evenveel leed van alsof het een mijner bloedverwanten ware geweest. I was as grieved as if it had been my blood-relation.
Ik ranselde den kleinen duivel er met de streng touw voor af, maar het was gebeurd, en ik kon het niet ongedaan maken." I welted the little devil with the slack end of the rope for it, but it was done, and I could not undo it again."
»Hier hebt gij een sigaar," zei Holmes, »en gij deed er goed aan een teug uit mijn flesch te nemen, want gij zijt zeer nat. "Have a cigar," said Holmes; "and you had best take a pull out of my flask, for you are very wet.
Hoe kondet gij verwachten dat een zoo klein en zwak man, als die zwarte, Mr. Sholto zou kunnen overmeesteren en in bedwang houden, terwijl ge langs het touw opklomt?" How could you expect so small and weak a man as this black fellow to overpower Mr. Sholto and hold him while you were climbing the rope?"
»Gij schijnt er evenveel van te weten, alsof gij er bij geweest waart, sir. "You seem to know as much about it as if you were there, sir.
De waarheid is dat ik de kamer ledig dacht te vinden. The truth is that I hoped to find the room clear.
Ik kende de gewoonten van het huis zeer goed. I knew the habits of the house pretty well, and it was the time when Mr. Sholto usually went down to his supper.
Ik zal geen geheim van de zaak maken. I shall make no secret of the business.
Mijn beste verdediging bestaat juist in de zuivere waarheid. The best defence that I can make is just the simple truth.
Welnu, indien het de oude majoor ware geweest zou ik mij er weinig om bekommerd hebben. Now, if it had been the old major I would have swung for him with a light heart.
Ik zou er even weinig om gegeven hebben hem te doorsteken, als deze sigaar te rooken. I would have thought no more of knifing him than of smoking this cigar.
Maar het zou vervloekt hard zijn als ik blijde zou zijn om den dood van dien jongen Sholto, met wien ik nog nooit een kwaad woord gehad heb." But it's cursed hard that I should be lagged over this young Sholto, with whom I had no quarrel whatever."
»Gij zijt de gevangene van Mr. Athelney Jones van Scotland Yard. "You are under the charge of Mr. Athelney Jones, of Scotland Yard.
Hij brengt u naar mijne woning, en daar zal ik je om een trouw verhaal van de zaak verzoeken. He is going to bring you up to my rooms, and I shall ask you for a true account of the matter.
Gij moet mij er alles van mededeelen, want als gij dit doet hoop ik je nog van dienst te kunnen wezen. You must make a clean breast of it, for if you do I hope that I may be of use to you.
Ik geloof dat ik bewijzen kan dat het vergif zóó schielijk werkt dat de man dood was vóór gij de kamer bereikt hadt." I think I can prove that the poison acts so quickly that the man was dead before ever you reached the room."
»Dat was hij ook, sir. "That he was, sir.
Ik ben nog nooit in mijn leven zoo geschrokken, als toen ik hem mij zag aangrijnzen met zijn hoofd op zijn schouder, toen ik het venster binnenklom. I never got such a turn in my life as when I saw him grinning at me with his head on his shoulder as I climbed through the window.
Het schokte mij geweldig, sir. It fairly shook me, sir.
Ik zou Tonga half dood geslagen hebben als hij zich niet uit de voeten had gemaakt. I'd have half killed Tonga for it if he had not scrambled off.
Dat was de oorzaak dat hij de knots en eenige van zijne dorens achter liet, zooals hij mij later zeide, en welke u volgens mijne meening ons op het spoor brachten; hoewel het mijn begrip te boven gaat, hoe gij het hebt kunnen volgen. That was how he came to leave his club, and some of his darts too, as he tells me, which I dare say helped to put you on our track; though how you kept on it is more than I can tell.
Ik draag u er geen kwaad hart om toe. I don't feel no malice against you for it.
Maar toch is het al zeer ongelukkig," voegde hij er met een bitteren glimlach bij, »dat ik, die eerlijk deel heb aan een half millioen, de eerste helft van mijn leven heb doorgebracht met het bouwen van luchtkasteelen op de Andamans en nu alle kans heb om de andere helft in de gevangenis te Dartmoor door te brengen. But it does seem a queer thing," he added, with a bitter smile, "that I who have a fair claim to nigh upon half a million of money should spend the first half of my life building a breakwater in the Andamans, and am like to spend the other half digging drains at Dartmoor.
Het was een ongeluksdag voor mij, toen mijn oog voor het eerst den koopman Achmet ontmoette en ik met den Agra-schat te doen kreeg, die nooit anders dan onheil bracht over den man dien zij toebehoorde. It was an evil day for me when first I clapped eyes upon the merchant Achmet and had to do with the Agra treasure, which never brought anything but a curse yet upon the man who owned it.
Hem bracht zij moord, aan majoor Sholto vrees en wroeging, en mij levenslange galei-straf." To him it brought murder, to Major Sholto it brought fear and guilt, to me it has meant slavery for life."
Op dit oogenblik stak Athelney Jones zijn breed gelaat en forsche schouders door de opening van de hut. At this moment Athelney Jones thrust his broad face and heavy shoulders into the tiny cabin.
»Het lijkt hier wel een familie-partijtje," riep hij, »ik denk dat ik dat varken wel zal wasschen, Holmes, en dat wij elkaar waarlijk geluk mogen wenschen. "Quite a family party," he remarked. "I think I shall have a pull at that flask, Holmes.
Het is jammer dat wij den andere niet levend in handen konden krijgen; maar wij hadden geen keus. Well, I think we may all congratulate each other. Pity we didn't take the other alive; but there was no choice.
Je moet toestemmen, Holmes, dat je den knoop wel wat te spoedig doorhakte." I say, Holmes, you must confess that you cut it rather fine.
»Eind goed al goed," zei Holmes; »maar ik wist niet dat de =Aurora= zulk een vaart had." It was all we could do to overhaul her." "All is well that ends well," said Holmes.
"But I certainly did not know that the Aurora was such a clipper."
»Smith zegt, dat zij de snelste stoomer op de rivier is, en dat, indien hij een betere machinist had gehad, wij haar nimmer zouden hebben ingehaald. "Smith says she is one of the fastest launches on the river, and that if he had had another man to help him with the engines we should never have caught her.
Hij zweert dat hij niets van deze Norwood-geschiedenis afweet." He swears he knew nothing of this Norwood business."
»Geen enkel woord," riep onze gevangene, »ik koos zijn boot omdat ik van hare snelheid gehoord had. "Neither he did," cried our prisoner,--"not a word. I chose his launch because I heard that she was a flier.
Wij deelden hem niets mede, maar wij betaalden hem goed, en hij zou nog een flinke som ontvangen, indien wij ons schip, de =Esmeralda=, te Gravesend in lading voor Brazilië, zouden bereiken." We told him nothing, but we paid him well, and he was to get something handsome if we reached our vessel, the Esmeralda, at Gravesend, outward bound for the Brazils."
»Welnu, als hij geen kwaad gedaan heeft, zullen we zorgen dat hem geen leed overkomt. "Well, if he has done no wrong we shall see that no wrong comes to him.
Indien wij er al vlug in mogen zijn om onze lieden gevangen te nemen, wij zijn toch lang niet zoo haastig om ze te veroordeelen." If we are pretty quick in catching our men, we are not so quick in condemning them."
Het was aardig om op te merken hoe de dwaze Jones zich op het geval verhoovaardigde. It was amusing to notice how the consequential Jones was already beginning to give himself airs on the strength of the capture.
Er speelde dan ook een beteekenisvollen glimlach om Holmes' lippen. From the slight smile which played over Sherlock Holmes's face, I could see that the speech had not been lost upon him.
»Wij zullen terstond bij Vauxhall Bridge zijn," vervolgde Jones, »waar ik u met den schat aan wal zal zetten, Dr. Watson. "We will be at Vauxhall Bridge presently," said Jones, "and shall land you, Dr. Watson, with the treasure-box.
Ik behoef u gewis niet te zeggen, dat ik daardoor een zeer groote verantwoordelijkheid op mij neem. I need hardly tell you that I am taking a very grave responsibility upon myself in doing this.
»Het is geheel buiten den regel, maar, »een man een man, een woord een woord!" It is most irregular; but of course an agreement is an agreement.
Mijn dienst verplicht mij echter om u een inspecteur mede te geven, wijl gij zulke groote waarden bij u hebt. I must, however, as a matter of duty, send an inspector with you, since you have so valuable a charge.
Gij zult zeker rijden?" You will drive, no doubt?"
»Ja, ik zal een rijtuig nemen." "Yes, I shall drive."
»Het is jammer dat er geen sleutel bij is, om eerst inventaris op te maken. "It is a pity there is no key, that we may make an inventory first.
Gij zult de kist dus moeten openbreken. You will have to break it open.
Waar is de sleutel, beste man?" Where is the key, my man?"
»Op den bodem van de rivier," antwoordde Small kortaf. "At the bottom of the river," said Small, shortly.
»Hm! "Hum!
Gij hadt ons deze onnoodige moeite kunnen besparen. There was no use your giving this unnecessary trouble.
Wij hebben reeds genoeg werk door u gehad. We have had work enough already through you.
Evenwel acht ik het niet overbodig u te waarschuwen, om voorzichtig te zijn, dokter. However, doctor, I need not warn you to be careful.
Breng de kist weder terug op onze kamers in de Baker-Street. Bring the box back with you to the Baker Street rooms.
Als gij u naar het bureau begeeft zult ge ons dáár kunnen vinden!" You will find us there, on our way to the station."
Zij zetten mij met mijn zware ijzeren kist, in gezelschap van een inspecteur van politie, op Vauxhall aan wal; en een kwartier later stapten wij voor de woning van Mrs. They landed me at Vauxhall, with my heavy iron box, and with a bluff, genial inspector as my companion.
Cecil Forrester uit ons rijtuig. A quarter of an hour's drive brought us to Mrs. Cecil Forrester's.
De dienstbode scheen wegens een zóó laat bezoek ten zeerste verbaasd. The servant seemed surprised at so late a visitor.
Zij deelde ons mede dat Mrs. Cecil Forrester den avond elders doorbracht en eerst zeer laat zoude tehuiskomen. Mrs. Cecil Forrester was out for the evening, she explained, and likely to be very late.
Maar, Miss Morstan bevond zich in de huiskamer; ik begaf mij dus m?t de kist naar de huiskamer, terwijl ik den beleefden inspecteur in het rijtuig achterliet. Miss Morstan, however, was in the drawing-room: so to the drawing-room I went, box in hand, leaving the obliging inspector in the cab.
Zij zat bij het open venster in een wit-met-rood-afgezet avondkleed, terwijl het getemperd licht haar kalm gelaat bescheen. She was seated by the open window, dressed in some sort of white diaphanous material, with a little touch of scarlet at the neck and waist.
Toen zij echter mijnen--haar reeds bekenden--voetstap vernam, richtte zij zich ijlings overeind, terwijl een hoog rood hare anders zoo bleeke wangen kleurde. The soft light of a shaded lamp fell upon her as she leaned back in the basket chair, playing over her sweet, grave face, and tinting with a dull, metallic sparkle the rich coils of her luxuriant hair.
»Ik hoorde een rijtuig aankomen," zeide zij, »en dacht dat Mrs. One white arm and hand drooped over the side of the chair, and her whole pose and figure spoke of an absorbing melancholy.
At the sound of my foot-fall she sprang to her feet, however, and a bright flush of surprise and of pleasure colored her pale cheeks.
Forrester veel vroeger thuis kwam dan ik haar verwachtte, maar ik kon nooit denken dat u het zoudt zijn. "I heard a cab drive up," she said. "I thought that Mrs. Forrester had come back very early, but I never dreamed that it might be you.
Welk nieuws brengt u mij?" What news have you brought me?"
»Ik breng iets oneindig beters dan nieuws," antwoordde ik, de kist op tafel zettende, op vroolijken toon, hoewel mijn hart beklemd was; »ik breng u iets dat tegen alle nieuwstijdingen ter wereld opweegt. "I have brought something better than news," said I, putting down the box upon the table and speaking jovially and boisterously, though my heart was heavy within me. "I have brought you something which is worth all the news in the world.
Ik breng u een fortuin." I have brought you a fortune."
Zij keek naar de ijzeren kist. She glanced at the iron box.
»Is dat dan de schat?" vroeg zij kalm. "Is that the treasure, then?" she asked, coolly enough.
»Ja, dat is de groote Agra-schat. "Yes, this is the great Agra treasure.
De eene helft ervan behoort u en de andere aan Thaddeus Sholto. Half of it is yours and half is Thaddeus Sholto's.
Voor beiden zullen er eenige honderdduizende ponden zijn. You will have a couple of hundred thousand each.
Denk eens! Think of that!
Een jaarlijksche rente van tienduizend pond sterling! An annuity of ten thousand pounds.
Er zullen niet veel zulke rijke dames in Engeland te vinden zijn. There will be few richer young ladies in England.
Is dat niet prachtig?" Is it not glorious?"
Ik geloof dat ik mijne blijdschap overdreef, en dat zij een vreemdsoortigen klank in mijn stem ontdekte, want zij hief hare oogen op en keek mij verwonderd aan. I think that I must have been rather overacting my delight, and that she detected a hollow ring in my congratulations, for I saw her eyebrows rise a little, and she glanced at me curiously.
»Als ik het bezit, ben ik het aan u verschuldigd," zeide zij. "If I have it," said she, "I owe it to you."
»Neen, neen," hernam ik, »niet aan mij, maar aan mijn vriend Sherlock Holmes. "No, no," I answered, "not to me, but to my friend Sherlock Holmes.
Met den besten wil ter wereld zoude ik dit raadsel niet hebben kunnen oplossen, dat zelfs zijn genie op een zware proef stelde." With all the will in the world, I could never have followed up a clue which has taxed even his analytical genius.
»Neem plaats, en wees zoo goed mij alles ervan te vertellen, Dr. As it was, we very nearly lost it at the last moment."
Watson," zeide zij. "Pray sit down and tell me all about it, Dr. Watson," said she.
Ik verhaalde haar in 't kort alles wat er sedert ik haar het laatst gezien had was voorgevallen. Holmes' methode van onderzoek, de ontdekking van de =Aurora=, de verschijning van Athelney Jones, onzen nachtelijken tocht, en de jacht langs de Theems. I narrated briefly what had occurred since I had seen her last,--Holmes's new method of search, the discovery of the Aurora, the appearance of Athelney Jones, our expedition in the evening, and the wild chase down the Thames.
Zij luisterde met gespannen aandacht en glinsterende oogen naar het verhaal onzer avonturen. She listened with parted lips and shining eyes to my recital of our adventures.
Toen ik melding maakte van den doren, die ons bijna getroffen had, werd zij zoo wit, dat ik vreesde dat zij in zwijm zou vallen. When I spoke of the dart which had so narrowly missed us, she turned so white that I feared that she was about to faint.
»Het is niets," zeide zij, toen ik mij haastte haar een glas water in te schenken, »ik ben weder beter. "It is nothing," she said, as I hastened to pour her out some water. "I am all right again.
Het schokte mij te vernemen dat ik mijne vrienden in zulk gevaar gebracht had." It was a shock to me to hear that I had placed my friends in such horrible peril."
»Het is immers goed afgeloopen," antwoordde ik, »en ik zal u in 't vervolg geen akeligheden meer verhalen. "That is all over," I answered. "It was nothing.
Laat ons tot iets vroolijkers overgaan. I will tell you no more gloomy details.
Let us turn to something brighter.
Daar staat de schat. There is the treasure.
Ik haastte mij om hem hier te brengen, omdat ik dacht dat gij er belang in zoudt stellen hem het eerst te zien." What could be brighter than that? I got leave to bring it with me, thinking that it would interest you to be the first to see it."
»Zeker zou ik daar grooten prijs op stellen," zeide zij. "It would be of the greatest interest to me," she said.
Er heerschte echter niet de minste opgewondenheid in hare stem. There was no eagerness in her voice, however.
Het scheen dat zij zich niet onverschillig wilde betoonen omtrent een zaak, die met zooveel inspanning verkregen was. It had struck her, doubtless, that it might seem ungracious upon her part to be indifferent to a prize which had cost so much to win.
»Wat een aardige kist!" zeide zij, zich er over heenbuigende, »het is zeker Indisch maaksel?" "What a pretty box!" she said, stooping over it. "This is Indian work, I suppose?"
»Ja, het is Benarisch fabrikaat." "Yes; it is Benares metal-work."
»En hoe zwaar!" riep zij, terwijl zij beproefde haar op te beuren, »de kist alleen moet ook waarde hebben. "And so heavy!" she exclaimed, trying to raise it. "The box alone must be of some value.
Waar is de sleutel?" Where is the key?"
»Die werd door Small in de Theems geworpen," antwoordde ik, »ik zal even gebruik moeten maken van Mrs. "Small threw it into the Thames," I answered.
Forrester's pook." "I must borrow Mrs. Forrester's poker."
Aan de voorzijde bevond zich een groote kram in de gedaante van een zittenden Buddah. There was in the front a thick and broad hasp, wrought in the image of a sitting Buddha.
Daaronder stak ik de punt van het pookijzer en boog dit toen omlaag. Under this I thrust the end of the poker and twisted it outward as a lever.
De kram sprong met een zwaren slag open. The hasp sprang open with a loud snap.
Met bevende vingers opende ik het deksel. With trembling fingers I flung back the lid.
Wij stonden beiden als verbijsterd. We both stood gazing in astonishment.
De kist was ledig! The box was empty!
Geen wonder dat zij zwaar was. No wonder that it was heavy.
Het ijzerwerk was twee duim dik. The iron-work was two-thirds of an inch thick all round.
Zij was massief en solide gemaakt, als bergplaats voor zaken van groote waarde, doch zij was geheel ledig. It was massive, well made, and solid, like a chest constructed to carry things of great price, but not one shred or crumb of metal or jewelry lay within it.
»De schat is verloren geraakt," zei Miss Morstan op kalmen toon. It was absolutely and completely empty. "The treasure is lost," said Miss Morstan, calmly.
Terwijl ik deze woorden vernam en de bedoeling ervan begreep, scheen er een dikke nevel voor mijn geest op te klaren. As I listened to the words and realized what they meant, a great shadow seemed to pass from my soul.
Ik wist niet hoezeer deze Agra-schat mij terneder had gedrukt tot op dit oogenblik, waarop hij verdwenen was. I did not know how this Agra treasure had weighed me down, until now that it was finally removed.
Dit was ongetwijfeld zelfzuchtig en slecht, doch ik gevoelde niets anders dan dat de gouden hinderpaal tusschen ons verwijderd was. It was selfish, no doubt, disloyal, wrong, but I could realize nothing save that the golden barrier was gone from between us.
»Goddank!" riep ik uit den grond mijns harten. "Thank God!" I ejaculated from my very heart.
Zij keek mij glimlachend aan, terwijl zij vroeg: She looked at me with a quick, questioning smile.
»Waarom zegt gij dit?" "Why do you say that?" she asked.
»Omdat gij thans weder in mijn bereik zijt," antwoordde ik, hare hand nemende. "Because you are within my reach again," I said, taking her hand.
Zij trok die niet terug. She did not withdraw it.
»Omdat ik u bemin, Mary, zoo waarachtig als ooit een man eene vrouw beminde. "Because I love you, Mary, as truly as ever a man loved a woman.
Omdat deze schat, deze rijkdom mij tot zwijgen dwong. Because this treasure, these riches, sealed my lips.
Nu die verdwenen zijn kan ik u mijne liefde verklaren. Now that they are gone I can tell you how I love you.
D??rom zeide ik: »Goddank!"" That is why I said, 'Thank God.'"
»Dan zeg ook ik: »Goddank!"" fluisterde zij, toen ik haar in mijne armen sloot. "Then I say, 'Thank God,' too," she whispered, as I drew her to my side.
Wie ooit een schat verloren had, ik wist dat ik er dien avond een had verkregen. Whoever had lost a treasure, I knew that night that I had gained one.
TWAALFDE HOOFDSTUK. Chapter XII
De zonderlinge geschiedenis van Jonathan Small. The Strange Story of Jonathan Small
Die inspecteur in het rijtuig was een zeer geduldig man, want het duurde buitengewoon lang eer ik mij weder bij hem voegde. A very patient man was that inspector in the cab, for it was a weary time before I rejoined him.
Zijn gelaat verduisterde toen ik hem de ledige kist toonde. His face clouded over when I showed him the empty box.
"There goes the reward!" said he, gloomily.
"Where there is no money there is no pay.
»Daar gaat de belooning," zeide hij verdrietig, »waar niets is, heeft de keizer zijn recht verloren." »Mr. This night's work would have been worth a tenner each to Sam Brown and me if the treasure had been there."
Thaddeus Sholto is een rijk man," troostte ik, »hij zal uw moeite wel niet onbeloond laten." "Mr. Thaddeus Sholto is a rich man," I said.
De inspecteur schudde moedeloos het hoofd. "He will see that you are rewarded, treasure or no."
»Het is een erge teleurstelling," zuchtte hij, »dat zal Mr. The inspector shook his head despondently, however.
Athelney Jones ook wel zeggen." "It's a bad job," he repeated; "and so Mr. Athelney Jones will think."
Zijn voorgevoel scheen juist te zijn, want de detective keek leelijk op zijn neus, toen ik in Baker-Street terugkwam en hem de ledige kist vertoonde. His forecast proved to be correct, for the detective looked blank enough when I got to Baker Street and showed him the empty box.
Zij waren zooeven eerst aangekomen,--Holmes, de gevangene en hij; want zij hadden in zooverre hun plan gewijzigd, dat zij onderweg op een politie-bureau het rapport hadden opgemaakt. They had only just arrived, Holmes, the prisoner, and he, for they had changed their plans so far as to report themselves at a station upon the way.
Mijn metgezel lag met zijn gewoon lusteloos gelaat in zijn armstoel, terwijl Small tegenover hem zat. My companion lounged in his arm-chair with his usual listless expression, while Small sat stolidly opposite to him with his wooden leg cocked over his sound one.
Toen ik de ledige kist vertoonde, wierp deze zich luid lachend achterover in zijn stoel. As I exhibited the empty box he leaned back in his chair and laughed aloud.
»Dat is uw werk, Small," zei Athelney Jones woedend. "This is your doing, Small," said Athelney Jones, angrily.
»Ja; ik heb hem ergens geborgen, waar gij hem nooit zult vinden," riep hij op sarrenden toon, »het is mijn schat, en als ik hem niet bezitten mag, zal ik wel zorg dragen dat een ander dat ook niet doet. "Yes, I have put it away where you shall never lay hand upon it," he cried, exultantly. "It is my treasure; and if I can't have the loot I'll take darned good care that no one else does.
Ik zeg u dat geen sterveling er recht op heeft behalve de drie mannen, die zich in gevangenschap op de Andaman-eilanden bevinden, en mijn persoon. I tell you that no living man has any right to it, unless it is three men who are in the Andaman convict-barracks and myself.
Ik weet nu dat noch ik noch zij er gebruik van zullen kunnen maken. I know now that I cannot have the use of it, and I know that they cannot.
Ik heb evengoed voor hen als voor mij zelven gehandeld. I have acted all through for them as much as for myself.
Het »teeken der vier" heeft altijd tusschen ons bestaan. It's been the sign of four with us always.
Welnu, ik weet dat zij mijn daad zouden goedkeuren en ook den schat liever in de Theems zouden werpen dan hem aan een nakomeling van Sholto of Morstan in handen te spelen. Well I know that they would have had me do just what I have done, and throw the treasure into the Thames rather than let it go to kith or kin of Sholto or of Morstan.
Wij vermoordden Achmet niet om hen rijk te maken. It was not to make them rich that we did for Achmet.
Gij kunt den schat vinden waar de kleine Tonga en de sleutel zijn. You'll find the treasure where the key is, and where little Tonga is.
Toen ik zag dat uw boot ons moest inhalen, wierp ik den inhoud in de rivier. When I saw that your launch must catch us, I put the loot away in a safe place.
Er valt dezen keer niets voor u te verdienen." There are no rupees for you this journey."
»Gij misleidt ons, Small," zeide Athelney Jones ernstig, »indien gij den schat in de Theems hadt willen werpen, dan ware het gemakkelijker voor u geweest kist en ?l weg te werpen." "You are deceiving us, Small," said Athelney Jones, sternly. "If you had wished to throw the treasure into the Thames it would have been easier for you to have thrown box and all."
»Makkelijker voor mij om weg te werpen en ook makkelijker voor u om haar terug te vinden," antwoordde hij met een boosaardigen blik, »de man die slim genoeg was om mij op te sporen is zeker slim genoeg om een ijzeren kist op te visschen. "Easier for me to throw, and easier for you to recover," he answered, with a shrewd, sidelong look. "The man that was clever enough to hunt me down is clever enough to pick an iron box from the bottom of a river.
Nu de kostbaarheden echter over een lengte van ongeveer vijf mijlen verstrooid zijn, zal er wel niets van terecht komen. Now that they are scattered over five miles or so, it may be a harder job.
Het ging mij w?l aan het hart; ik was half waanzinnig toen gij ons achterop kwaamt. It went to my heart to do it, though. I was half mad when you came up with us.
Maar nu treur ik er niet meer om. However, there's no good grieving over it.
Ik heb voor- en tegenwind in het leven gehad, maar ik heb geleerd dat gedane zaken geen keer nemen." I've had ups in my life, and I've had downs, but I've learned not to cry over spilled milk."
»Dat is zeer erg voor u, Small," zeide de detective, »indien gij de justitie behulpzaam waart geweest, inplaats van haar te dwarsboomen, zou dit bepaald van gunstigen invloed op uw vonnis geweest zijn." "This is a very serious matter, Small," said the detective. "If you had helped justice, instead of thwarting it in this way, you would have had a better chance at your trial."
»Justitie," grijnsde de ex-banneling. »Een fraaie justitie! "Justice!" snarled the ex-convict. "A pretty justice!
Wien anders dan ons behoorde deze rijkdom? Whose loot is this, if it is not ours?
Welke justitie kan mij dwingen om hem af te staan aan hen die er geen voet voor verzet hebben?--Luistert, wat ik er voor gedaan heb! Where is the justice that I should give it up to those who have never earned it? Look how I have earned it!
Twintig lange jaren in dat koortsverspreidende moeras, elken dag aan den arbeid in de mijn-groeve, elken nacht geketend in de volgepropte hokken, gebeten door de muskieten, geslagen met de zweep, en behandeld als een hond door elken verwenschten zwarten bewaker, die zich vol vreugde aan een blanke te goed deed. Twenty long years in that fever-ridden swamp, all day at work under the mangrove-tree, all night chained up in the filthy convict-huts, bitten by mosquitoes, racked with ague, bullied by every cursed black-faced policeman who loved to take it out of a white man.
Zóó verkreeg ik dien Agra-schat en gij spreekt tot mij van justitie en rechtvaardigheid, omdat ik de gedachte niet kon verdragen dat ik er dezen prijs voor betaald heb, opdat een ander hem zoude bezitten! That was how I earned the Agra treasure; and you talk to me of justice because I cannot bear to feel that I have paid this price only that another may enjoy it!
Ik zou liever een poos hangen, of een van Tonga's doornen in mijn huid hebben dan in de gevangenis te zitten met de gedachte, dat een ander met het geld dat mij toebehoort in een paleis woont!" I would rather swing a score of times, or have one of Tonga's darts in my hide, than live in a convict's cell and feel that another man is at his ease in a palace with the money that should be mine."
Small had zijn masker van onverschilligheid afgelegd, en dit alles sprak hij op woesten toon, terwijl zijne oogen vlammen schoten en de boeien tegen elkaar rammelden, door de heftige beweging zijner handen. Small had dropped his mask of stoicism, and all this came out in a wild whirl of words, while his eyes blazed, and the handcuffs clanked together with the impassioned movement of his hands.
Toen ik de woede van den man gadesloeg, begreep ik dat het geen ongegronde of onnatuurlijke angst geweest was, die majoor Sholto bevangen had, toen hij voor de eerste maal vernam dat de getergde galeiboef zijn spoor gevonden had. I could understand, as I saw the fury and the passion of the man, that it was no groundless or unnatural terror which had possessed Major Sholto when he first learned that the injured convict was upon his track.
»Gij vergeet dat wij niets van dit alles weten," zei Holmes kalm, »wij hebben uwe geschiedenis niet gehoord, en kunnen dus niet oordeelen in hoeverre het recht aan uwe zijde is geweest." "You forget that we know nothing of all this," said Holmes quietly. "We have not heard your story, and we cannot tell how far justice may originally have been on your side."
»Welnu, sir, hoewel ik het aan u te danken heb, dat ik deze armbanden weder om mijn polsen draag, hebt ge mij toch steeds fatsoenlijk toegesproken, en draag ik u geen wrok toe. "Well, sir, you have been very fair-spoken to me, though I can see that I have you to thank that I have these bracelets upon my wrists. Still, I bear no grudge for that.
Indien gij mijne geschiedenis wenscht te vernemen, verlang ik u die niet te onthouden. It is all fair and above-board. If you want to hear my story I have no wish to hold it back.
Elk woord dat ik tot u spreek is volkomen waar.--Dank u,--gij kunt het glas hier naast mij zetten, dan kan ik er als mijn lippen droog worden met mijn mond bijkomen. <tb> What I say to you is God's truth, every word of it. Thank you; you can put the glass beside me here, and I'll put my lips to it if I am dry.
»Ik ben geboortig uit Worcestershire, in den omtrek van Pershore. "I am a Worcestershire man myself,--born near Pershore.
Indien gij daar een onderzoek zoudt instellen, zoudt gij er nog een menigte Smalls vinden. I dare say you would find a heap of Smalls living there now if you were to look.
Ik heb er dikwijls aan gedacht om er eens weder heen te gaan, maar de waarheid is, dat ik nooit erg bij mijn familie in gunst stond, en ik betwijfelde het of men ginds wel zoo buitengewoon verheugd zoude zijn, mij te zien. I have often thought of taking a look round there, but the truth is that I was never much of a credit to the family, and I doubt if they would be so very glad to see me.
»Het waren allen rustige, welvarende menschen: kleine boeren, wijd en zijd geacht en bemind, terwijl ik altijd meer op een roover geleek. They were all steady, chapel-going folk, small farmers, well known and respected over the country-side, while I was always a bit of a rover.
Ten laatste echter, toen ik omstreeks achttien jaar oud was, veroorzaakte ik hun geen last meer, want ik kwam in ongelegenheid wegens een meisje en kon mij nog juist bijtijds er uit redden door het handgeld der Koningin op te strijken en dienst te nemen naar Indië. At last, however, when I was about eighteen, I gave them no more trouble, for I got into a mess over a girl, and could only get out of it again by taking the queen's shilling and joining the 3d Buffs, which was just starting for India.
»Ik was echter niet voor het soldaten-leven geboren. "I wasn't destined to do much soldiering, however.
Ik had nauwelijks den pas leeren houden en mijn geweer behandelen, toen ik dwaas genoeg was om in den Ganges te gaan zwemmen. I had just got past the goose-step, and learned to handle my musket, when I was fool enough to go swimming in the Ganges.
Gelukkig voor mij was de sergeant van mijn compagnie tegelijkertijd in het water en een der beste zwemmers van het leger. Luckily for me, my company sergeant, John Holder, was in the water at the same time, and he was one of the finest swimmers in the service.
Juist toen ik het midden van de rivier bereikt had, greep mij een krokodil en hapte mij het rechterbeen boven de knie zoo glad af, dat het hem geen dokter kon verbeteren. A crocodile took me, just as I was half-way across, and nipped off my right leg as clean as a surgeon could have done it, just above the knee.
Door schrik en bloedverlies verloor ik mijn bewustzijn, en zou gewis verdronken zijn, indien Holder mij niet gegrepen had en met mij naar den oever ware gezwommen. What with the shock and the loss of blood, I fainted, and should have drowned if Holder had not caught hold of me and paddled for the bank.
Ik lag er vijf weken door in het hospitaal en toen ik er eindelijk met een houten plaatsvervanger kon uitstrompelen, was ik ongeschikt voor den dienst evenals voor andere werkzaamheden. I was five months in hospital over it, and when at last I was able to limp out of it with this timber toe strapped to my stump I found myself invalided out of the army and unfitted for any active occupation.
»Gij kunt u licht voorstellen hoe ongelukkig ik mij gevoelde, als een gebrekkig en nutteloos schepsel op nog geen twintigjarigen leeftijd. "I was, as you can imagine, pretty down on my luck at this time, for I was a useless cripple though not yet in my twentieth year.
Maar mijn ongeluk nam spoedig een gunstigen keer. However, my misfortune soon proved to be a blessing in disguise.
Een man, met name Abel White, die zich als indigo-planter gevestigd had, verlangde een opzichter over den arbeid zijner koelies. A man named Abelwhite, who had come out there as an indigo-planter, wanted an overseer to look after his coolies and keep them up to their work.
Hij was toevallig een vriend van onzen kolonel, die mij sedert het ongeval zijne belangstelling betoond had. He happened to be a friend of our colonel's, who had taken an interest in me since the accident.
Kortom: mijn kolonel beval mij ten zeerste voor de betrekking aan, en daar het werk veelal te paard moest geschieden, was mijn houten been geen bezwaar, omdat ik mij goed in het zadel kon houden. To make a long story short, the colonel recommended me strongly for the post and, as the work was mostly to be done on horseback, my leg was no great obstacle, for I had enough knee left to keep good grip on the saddle.
Mijn werkzaamheid bestond in het rondrijden der plantage, om te zien of de slaven wel aan het werk bleven. What I had to do was to ride over the plantation, to keep an eye on the men as they worked, and to report the idlers.
Het loon was goed, ik had een goed verblijf en alles tezaâm genomen was ik tevreden met het vooruitzicht om mijn gansche leven op deze indigo-plantage door te brengen. The pay was fair, I had comfortable quarters, and altogether I was content to spend the remainder of my life in indigo-planting.
Mr. Abel White was een vriendelijk man, en dikwijls kwam hij in mijn kleine hut een pijp met mij rooken, want in de Oost of West zijn de blanken veel eigener met elkander dan dit in Europa het geval zoude zijn. Mr. Abelwhite was a kind man, and he would often drop into my little shanty and smoke a pipe with me, for white folk out there feel their hearts warm to each other as they never do here at home.
»Maar mijn geluk was nooit van langen duur. "Well, I was never in luck's way long.
Plotseling en zonder de minste waarschuwing brak de groote opstand uit. Suddenly, without a note of warning, the great mutiny broke upon us.
De eene maand was Indië uiterlijk zoo stil en eenzaam als Surrey of Kent; en de volgende braken er tweemaal honderdduizend zwarte duivels los en geleek het geheele land een hel. One month India lay as still and peaceful, to all appearance, as Surrey or Kent; the next there were two hundred thousand black devils let loose, and the country was a perfect hell.
Gij weet daar zeker alles van, heeren; gewis zelfs meer dan ik, omdat ik geen liefhebber van lezen ben. Of course you know all about it, gentlemen,--a deal more than I do, very like, since reading is not in my line.
Ik weet slechts wat ik met mijn eigen oogen gezien heb. I only know what I saw with my own eyes.
Onze plantage lag op een plaats Muttra genaamd, dicht bij de Noord-westelijke provinciën. Our plantation was at a place called Muttra, near the border of the Northwest Provinces.
Nacht op nacht was het gansche uitspansel verlicht door de brandende bungalows, en dag op dag trokken er kleine gezelschappen Europeanen door onze plaats met hunne vrouwen en kinderen op weg naar Agra, waar onze troepen in garnizoen lagen. Mr. Night after night the whole sky was alight with the burning bungalows, and day after day we had small companies of Europeans passing through our estate with their wives and children, on their way to Agra, where were the nearest troops.
Abel White was een onverzettelijk man. Mr. Abelwhite was an obstinate man.
Hij had zich in het hoofd gezet dat de zaak overdreven werd, en dat het oproer even snel zoude eindigen als het begonnen was. He had it in his head that the affair had been exaggerated, and that it would blow over as suddenly as it had sprung up.
Zoo zat hij rustig onder zijne veranda, zijne whisky drinkende en cheroots rookende, terwijl rondom hem het land in lichtelaaie stond. There he sat on his veranda, drinking whiskey-pegs and smoking cheroots, while the country was in a blaze about him.
Het spreekt van zelve dat wij bij hem bleven; ik en Dawson, die met zijn vrouw als boekhouder en huishoudster fungeerden. Of course we stuck by him, I and Dawson, who, with his wife, used to do the book-work and the managing.
Welnu, op zekeren dag barstte de bom los. Well, one fine day the crash came.
Ik was naar een afgelegen plantage geweest, en reed des avonds langzaam naar huis, toen mijn oog op een ineengedoken gedaante op den bodem van een steilen afgrond viel. I had been away on a distant plantation, and was riding slowly home in the evening, when my eye fell upon something all huddled together at the bottom of a steep nullah.
Ik reed naderbij om te zien wat het was, en de schrik sloeg mij om het hart toen ik zag dat 't het in stukken gesneden lichaam van Dawson's vrouw was, reeds half verscheurd door jakhalzen en inlandsche honden. I rode down to see what it was, and the cold struck through my heart when I found it was Dawson's wife, all cut into ribbons, and half eaten by jackals and native dogs.
Een weinig verderop lag Dawson zelf dood op den weg met een ongeladen revolver in zijn hand en vier Sepoys doodgeschoten tegenover hem. A little further up the road Dawson himself was lying on his face, quite dead, with an empty revolver in his hand and four Sepoys lying across each other in front of him.
Ik hield mijn paard in, niet wetende welke richting ik zoude nemen; maar op dat oogenblik zag ik dikke, kronkelende rook opstijgen uit de bungalow van Abel White en terstond daarop de vlammen uit het dak slaan. I reined up my horse, wondering which way I should turn, but at that moment I saw thick smoke curling up from Abelwhite's bungalow and the flames beginning to burst through the roof.
Toen begreep ik dat ik mijn meester niet meer te hulp kon komen, en alleen nog mijn eigen leven in gevaar kon brengen. I knew then that I could do my employer no good, but would only throw my own life away if I meddled in the matter.
Vanaf de plaats waar ik stond kon ik honderden van de zwarte duivels zien dansen en hooren huilen rondom het brandende huis. From where I stood I could see hundreds of the black fiends, with their red coats still on their backs, dancing and howling round the burning house.
Eenigen wezen naar mij en onmiddellijk floten er een paar kogels langs mijn hoofd. Ik snelde dus voort door de paddivelden en bevond mij laat in den nacht in veiligheid te Agra. Some of them pointed at me, and a couple of bullets sang past my head; so I broke away across the paddy-fields, and found myself late at night safe within the walls at Agra.
»Doch spoedig bleek het dat de veiligheid ook dáár veel te wenschen overliet. "As it proved, however, there was no great safety there, either.
Het geheele land geleek op een bijenzwerm. The whole country was up like a swarm of bees.
Daar de Engelschen zich in kleine troepen konden bijeenvoegen, behielden zij juist zooveel als hunne geweren reikten. Wherever the English could collect in little bands they held just the ground that their guns commanded.
Overal elders waren zij hulpelooze vluchtelingen. Everywhere else they were helpless fugitives.
Het was een gevecht van millioenen tegen honderden; en het wreedste van de zaak was dat deze mannen die wij bevochten met voetvolk, ruiterij en kanonnen, onze eigen opgerichte troepen waren, die wij onderwezen en afgericht hadden, en die thans onze eigen wapens gebruikten en onze eigen kogels op ons afschoten. It was a fight of the millions against the hundreds; and the cruellest part of it was that these men that we fought against, foot, horse, and gunners, were our own picked troops, whom we had taught and trained, handling our own weapons, and blowing our own bugle-calls.
Te Agra lagen het 3e regiment Bengaalsche fusiliers, een afdeeling Sikhs, twee eskadrons ruiterij en een batterij artillerie. At Agra there were the 3d Bengal Fusiliers, some Sikhs, two troops of horse, and a battery of artillery.
Er had zich een korps vrijwilligers, uit schrijvers en kooplieden bestaande, gevormd, en daarbij voegde ik ook mij, met mijn houten been. A volunteer corps of clerks and merchants had been formed, and this I joined, wooden leg and all.
In het begin van Juli trokken wij uit om de oproerlingen te Shahgunge te ontmoeten en sloegen hen voor eenigen tijd terug, doch ons kruit raakte op en wij waren genoodzaakt op de stad terug te trekken. We went out to meet the rebels at Shahgunge early in July, and we beat them back for a time, but our powder gave out, and we had to fall back upon the city.
»Van alle zijden vernamen wij het ergste,--wat niet te verwonderen is,--want als gij op de kaart ziet, zult gij zien, dat wij ons in het hart van het oproer bevonden. Nothing but the worst news came to us from every side,--which is not to be wondered at, for if you look at the map you will see that we were right in the heart of it.
Lucknow ligt meer dan honderd mijlen verder oostwaarts en Cawnpore evenver naar het Zuiden. Lucknow is rather better than a hundred miles to the east, and Cawnpore about as far to the south.
In elke richting heerschte niets dan marteling, moord en brandstichting. From every point on the compass there was nothing but torture and murder and outrage.
»Agra is een groote stad, vol met dweepzieke en gevaarlijke duivelbanners van allerlei soort. "The city of Agra is a great place, swarming with fanatics and fierce devil-worshippers of all sorts.
Onze handvol volk ging bijna verloren in de nauwe, kronkelende straten. Our handful of men were lost among the narrow, winding streets.
Daarom trok onze aanvoerder de rivier over en koos zijn stelling in het oude fort van Agra. Our leader moved across the river, therefore, and took up his position in the old fort at Agra.
Ik weet niet of een uwer ooit omtrent dit oude fort gehoord of gelezen heeft. I don't know if any of you gentlemen have ever read or heard anything of that old fort.
It is a very queer place,--the queerest that ever I was in, and I have been in some rum corners, too.
Het is het grootste dat ik ooit gezien heb. First of all, it is enormous in size.
Ik denk dat de ruimte vele morgen land beslaat. I should think that the enclosure must be acres and acres.
Er is een nieuwer gedeelte, dat meer dan genoegzame ruimte aanbood voor ons gansche garnizoen, vrouwen, kinderen, provisie en allerlei bijbehoorende zaken. There is a modern part, which took all our garrison, women, children, stores, and everything else, with plenty of room over.
Maar dit gedeelte beteekent niets in vergelijking met den omvang van het oude, dat door niemand bezocht wordt en dat overgelaten is aan de schorpioenen en slangen. But the modern part is nothing like the size of the old quarter, where nobody goes, and which is given over to the scorpions and the centipedes.
Het is vol groote, verlaten zalen, kronkelende gangen, en lange corridors, zoodat men er gemakkelijk in verdwalen kan. It is all full of great deserted halls, and winding passages, and long corridors twisting in and out, so that it is easy enough for folk to get lost in it.
Om deze reden ging er ook zelden iemand alleen heen, hoewel van tijd tot tijd een gezelschap met brandende toortsen op onderzoek uitging. For this reason it was seldom that any one went into it, though now and again a party with torches might go exploring.
»De rivier stroomt langs het oude fort en beschermt het, maar op zijde en aan den achterkant bevinden zich een menigte deuren en deze moesten zoowel in het oude als nieuwere gedeelte, dat door onze troepen bewoond werd, bewaakt worden. "The river washes along the front of the old fort, and so protects it, but on the sides and behind there are many doors, and these had to be guarded, of course, in the old quarter as well as in that which was actually held by our troops.
Wij kwamen handen te kort, met nauwelijks manschappen genoeg om de hoeken van het gebouw te bezetten en de kanonnen te bedienen. We were short-handed, with hardly men enough to man the angles of the building and to serve the guns.
Daardoor was het ons onmogelijk om bij ontelbare poorten genoegzame wachten te plaatsen. It was impossible for us, therefore, to station a strong guard at every one of the innumerable gates.
Deswege organiseerden wij een centraal-wachthuis in het midden van het fort en stelden wij elke poort onder de bewaking van een blanke en twee of drie inboorlingen. What we did was to organize a central guard-house in the middle of the fort, and to leave each gate under the charge of one white man and two or three natives.
Ik werd uitgekozen om gedurende eenige uren van den nacht de wacht te houden bij een kleine afgelegen deur aan de zuid-westelijke zijde van het gebouw. I was selected to take charge during certain hours of the night of a small isolated door upon the southwest side of the building.
Twee Sikhs werden onder mijn bevel geplaatst en mijn instructie luidde om bij het minste onraad mijn geweer af te vuren, opdat men mij uit de centraal-wacht onmiddellijk te hulp zou komen. Two Sikh troopers were placed under my command, and I was instructed if anything went wrong to fire my musket, when I might rely upon help coming at once from the central guard.
Daar mijn wacht echter ruim twee honderd passen daarvan verwijderd was, en de ruimte tusschen ons doorsneden was met een doolhof van gangen en corridors, betwijfelde ik het zeer of men bij een overvalling wel spoedig genoeg ter plaatse zoude kunnen zijn. As the guard was a good two hundred paces away, however, and as the space between was cut up into a labyrinth of passages and corridors, I had great doubts as to whether they could arrive in time to be of any use in case of an actual attack.
»Welnu, ik was aardig trotsch op het mij gegeven commando, wijl ik slechts vrijwilliger, en nog wel met een houten been was. "Well, I was pretty proud at having this small command given me, since I was a raw recruit, and a game-legged one at that.
Reeds twee nachten hield ik de wacht met mijne Punjaubees. For two nights I kept the watch with my Punjaubees.
Het waren slanke, flink uitziende kerels, Mahomed Singh en Abdullah Khan geheeten, beiden oude gedienden, die te Chilian Wallah de wapens tegen ons gedragen hadden. They were tall, fierce-looking chaps, Mahomet Singh and Abdullah Khan by name, both old fighting-men who had borne arms against us at Chilian-wallah.
Zij spraken tamelijk goed Engelsch, maar ik kon weinig van hen gewaar worden. They could talk English pretty well, but I could get little out of them.
Zij gaven er de voorkeur aan om den ganschen nacht bij elkander te staan en hun leelijke Sikhsche taal te spreken. They preferred to stand together and jabber all night in their queer Sikh lingo.
Wat mij betreft, ik was gewoon buiten het hek te gaan staan, en over de breede voorbijstroomende rivier naar de lichten van de groote stad te staren. For myself, I used to stand outside the gate-way, looking down on the broad, winding river and on the twinkling lights of the great city.
Het roffelen van trommen, het ratelen der tomtoms en het geschreeuw der oproerlingen, dronken van opium en woede, waren voldoende om ons gedurende den ganschen nacht aan onze gevaarlijke buren aan gene zijde van den stroom te herinneren. The beating of drums, the rattle of tomtoms, and the yells and howls of the rebels, drunk with opium and with bang, were enough to remind us all night of our dangerous neighbors across the stream.
Om de twee uren was de officier van de wacht gewoon de ronde te doen langs de posten om zich te vergewissen dat alles in orde was. Every two hours the officer of the night used to come round to all the posts, to make sure that all was well.
»De derde nacht van mijn wacht was duister en mistig en er viel een lichte, doordringende, regen. "The third night of my watch was dark and dirty, with a small, driving rain.
Het was ondoenlijk om bij zulk weder uren achtereen voor het hek te staan. It was dreary work standing in the gate-way hour after hour in such weather.
Ik trachtte herhaaldelijk mijne Sikhs aan het praten te krijgen, doch zonder het gewenschte gevolg. I tried again and again to make my Sikhs talk, but without much success.
Om twee uur in den morgen kwam de ronde voorbij, en bracht eenige afwisseling teweeg. At two in the morning the rounds passed, and broke for a moment the weariness of the night.
Ziende dat mijne metgezellen niet tot spreken te bewegen waren, nam ik mijn pijp en legde mijn geweer even af om een lucifer aan te strijken. Finding that my companions would not be led into conversation, I took out my pipe, and laid down my musket to strike the match.
In hetzelfde oogenblik vlogen de twee Sikhs op mij aan. In an instant the two Sikhs were upon me.
Een hunner richtte de loop van mijn geladen geweer op mijn voorhoofd, terwijl de ander een groot mes op mijn keel zette en een eed deed, dat hij bij de minste beweging die ik maakte zou toestooten. One of them snatched my firelock up and levelled it at my head, while the other held a great knife to my throat and swore between his teeth that he would plunge it into me if I moved a step.
»Mijn eerste gedachte was dat deze knapen in verbinding stonden met de oproerlingen en dat dit het begin van een aanval was. "My first thought was that these fellows were in league with the rebels, and that this was the beginning of an assault.
Indien de deur, die wij bewaakten, in de handen der Sepoys viel, dan was de plaats verloren, en zouden de vrouwen en kinderen behandeld worden, gelijk te Cawnpore. If our door were in the hands of the Sepoys the place must fall, and the women and children be treated as they were in Cawnpore.
Gij zoudt kunnen denken, heeren, dat ik dit te mijnen gunste vertel, doch ik verzeker u, dat ik, toen ik dit bedacht,--hoewel ik de punt van het mes op mijn keel voelde,--mijn mond opende met het voornemen om zoo luid mogelijk alarm te schreeuwen, al moest het mij dan ook het leven kosten. Maybe you gentlemen think that I am just making out a case for myself, but I give you my word that when I thought of that, though I felt the point of the knife at my throat, I opened my mouth with the intention of giving a scream, if it was my last one, which might alarm the main guard.
De man die mij vasthield scheen mijn gedachten te raden; want toen ik mijn adem ophaalde om het te doen, fluisterde hij: »Maak geen geraas. The man who held me seemed to know my thoughts; for, even as I braced myself to it, he whispered, 'Don't make a noise.
Het fort is veilig genoeg. The fort is safe enough.
Aan deze zijde der rivier zijn geen oproerige honden."--Er klonk waarheid uit zijn stem, en ik wist, dat als ik mijn stem verhief ik onmiddellijk sterven moest. There are no rebel dogs on this side of the river.' There was the ring of truth in what he said, and I knew that if I raised my voice I was a dead man.
Dat las ik in zijne oogen. I could read it in the fellow's brown eyes.
Ik wachtte daarom in stilte om te zien wat zij van mij verlangden. I waited, therefore, in silence, to see what it was that they wanted from me.
»Luister naar mij, Sahib," zei de slankste en sterkste van het paar, die Abdullah Khan genoemd werd, »gij moet het thans met ons eens zijn of voor altijd tot zwijgen worden gebracht. "'Listen to me, Sahib,' said the taller and fiercer of the pair, the one whom they called Abdullah Khan. 'You must either be with us now or you must be silenced forever.
De zaak is voor ons van =te= groot belang, om een oogenblik te aarzelen. The thing is too great a one for us to hesitate.
Of gij verbindt u aan ons met hart en ziel onder eede op het kruis der Christenen, ?f uw lijk zal hedennacht in den stroom geworpen worden en wij loopen tot de opstandelingen over. Either you are heart and soul with us on your oath on the cross of the Christians, or your body this night shall be thrown into the ditch and we shall pass over to our brothers in the rebel army.
Er bestaat geen middenweg. There is no middle way.
Wat kiest gij: dood of leven? Which is it to be, death or life?
Wij kunnen u slechts drie minuten bedenktijd toestaan, want de tijd gaat om en alles moet geschied zijn eer de volgende ronde komt." We can only give you three minutes to decide, for the time is passing, and all must be done before the rounds come again.'
»Hoe kan ik een besluit nemen?" vroeg ik, »gij hebt mij niet gezegd wat gij van mij verlangt. "'How can I decide?' said I. 'You have not told me what you want of me.
Maar dat zeg ik u nu reeds dat ik, indien het iets is dat in strijd is met de veiligheid van het fort, er niets mede te maken wil hebben; dus kunt gij in dit geval gerust toesteken." But I tell you now that if it is anything against the safety of the fort I will have no truck with it, so you can drive home your knife and welcome.'
»Het is niets tegen het fort," zeide hij, »wij vragen u slechts d?tgene te doen, waarvoor uwe landgenooten naar dit land komen. "'It is nothing against the fort,' said he. 'We only ask you to do that which your countrymen come to this land for.
Wij vragen van u om rijk te worden. We ask you to be rich.
Indien gij hedennacht een der onzen wilt wezen, dan willen wij u op het ontbloote zwaard, en met den drievoudigen eed, die nog nimmer door een Sikh geschonden werd, bezweren, dat gij uw eerlijk deel van de waarde zult ontvangen. If you will be one of us this night, we will swear to you upon the naked knife, and by the threefold oath which no Sikh was ever known to break, that you shall have your fair share of the loot.
Een vierde van den schat zal het uwe zijn. A quarter of the treasure shall be yours.
We can say no fairer.'
Beter kunnen wij niet spreken." "'But what is the treasure, then?'
»Maar wat is dat dan voor een schat?" vroeg ik, »ik verlang even zoozeer rijk te zijn als gij, als gij mij maar wilt aantoonen op welke wijze ik dit worden kan." I asked. 'I am as ready to be rich as you can be, if you will but show me how it can be done.'
»Gij wilt dus zweren," hernam hij, »bij het gebeente van uwen vader, bij de eer uwer moeder, bij het kruis van uw geloof om nu noch later een hand tegen ons op te heffen of een woord in ons nadeel te spreken?" "'You will swear, then,' said he, 'by the bones of your father, by the honor of your mother, by the cross of your faith, to raise no hand and speak no word against us, either now or afterwards?'
»Ik wil het bezweren," antwoordde ik, »op voorwaarde dat het fort er niet door in gevaar komt." "'I will swear it,' I answered, 'provided that the fort is not endangered.'
»Dan zullen mijn kameraden en ik zweren dat gij een vierde van den schat zult ontvangen, die gelijkmatig onder ons vieren zal verdeeld worden." "'Then my comrade and I will swear that you shall have a quarter of the treasure which shall be equally divided among the four of us.'
»Wij zijn slechts met ons drieën," merkte ik op. "'There are but three,' said I.
»Neen; Dost Akbar moet ook zijn deel hebben. "'No; Dost Akbar must have his share.
Terwijl wij op hem wachten kunnen we u de zaak mededeelen. We can tell the tale to you while we await them.
Mahomed Singh, ga gij voor de poort staan en let op als zij komen. Do you stand at the gate, Mahomet Singh, and give notice of their coming.
Ziehier het geval, Sahib; ik zeg het u, omdat ik weet dat een eed voor u verbindend is en dat wij u kunnen vertrouwen. The thing stands thus, Sahib, and I tell it to you because I know that an oath is binding upon a Feringhee, and that we may trust you.
Indien gij een logenachtige Hindoe geweest waart, al had hij dan ook bij al de goden uit hunne tempels gezworen, dan zou dit mes reeds met uw bloed gekleurd zijn geweest, en uw lichaam op den bodem der rivier liggen. Had you been a lying Hindoo, though you had sworn by all the gods in their false temples, your blood would have been upon the knife, and your body in the water.
Maar de Sikhs kennen de Engelschen en de Engelschen de Sikhs. But the Sikh knows the Englishman, and the Englishman knows the Sikh.
Luister dus naar hetgeen ik u te zeggen heb. Hearken, then, to what I have to say.
»Er leeft in de Noordelijke provinciën een rajah, die hoewel zijn land zeer klein is, groote schatten bezit. "'There is a rajah in the northern provinces who has much wealth, though his lands are small.
Veel daarvan heeft hij van zijn vader geërfd, en nog veel meer heeft hij opgestapeld, want hij bemint niets dan goud. Much has come to him from his father, and more still he has set by himself, for he is of a low nature and hoards his gold rather than spend it.
Toen het oproer uitbrak wilde hij zoowel bevriend blijven met den leeuw als met den tijger, met den Sepoy en met den Raj van de Compagnie. When the troubles broke out he would be friends both with the lion and the tiger,--with the Sepoy and with the Company's Raj.
Spoedig echter bleek het hem dat de dagen van den blanken man geteld waren, want hij vernam door het gansche land van niets dan hunnen dood en nederlaag. Soon, however, it seemed to him that the white men's day was come, for through all the land he could hear of nothing but of their death and their overthrow.
Maar, wijl hij een zorgzaam man was, nam hij zoodanige maatregelen dat, wat er ook mocht gebeuren, ten minste de helft van zijn schat voor hem bewaard zoude blijven. Yet, being a careful man, he made such plans that, come what might, half at least of his treasure should be left to him.
Het goud en zilver hield hij in de kelders van zijn paleis geborgen, maar de meest kostbare edelgesteenten en de zeldzaamste paarlen laadde hij in een ijzeren kist, en zond die door een vertrouwd dienaar, die als koopman vermomd was, naar het fort te Agra, om die daar te verbergen tot de vrede hersteld zoude zijn. That which was in gold and silver he kept by him in the vaults of his palace, but the most precious stones and the choicest pearls that he had he put in an iron box, and sent it by a trusty servant who, under the guise of a merchant, should take it to the fort at Agra, there to lie until the land is at peace.
Zoodoende zoude hij, indien de opstandelingen het zouden winnen, zijn goud en geld behouden, maar wanneer de Compagnie het won, zouden zijne juweelen in veiligheid zijn. Thus, if the rebels won he would have his money, but if the Company conquered his jewels would be saved to him.
Nadat hij op deze wijze zijne bezittingen gesplitst had, koos hij de partij der Sepoys, omdat die in menigte bij zijne grenzen gelegerd waren. Having thus divided his hoard, he threw himself into the cause of the Sepoys, since they were strong upon his borders.
Door zóó te handelen, ziet gij wel, Sahib, dat zijn bezitting toekomt aan hen, die hun vaandel trouw bleven. By doing this, mark you, Sahib, his property becomes the due of those who have been true to their salt.
»Deze voorgewende koopman, die reist onder den naam van Achmet, bevindt zich thans in de stad Agra, en wenscht in het fort binnen te dringen. "'This pretended merchant, who travels under the name of Achmet, is now in the city of Agra, and desires to gain his way into the fort.
Hij heeft als reisgezel mijn zoogbroeder Dost Akbar bij zich, die met zijn geheim bekend is. He has with him as travelling-companion my foster-brother Dost Akbar, who knows his secret.
Dost Akbar heeft beloofd hem hedennacht bij deze zij-poort te brengen. Dost Akbar has promised this night to lead him to a side-postern of the fort, and has chosen this one for his purpose.
Hij zal terstond hier zijn en zal Mahomed Singh en mij op hem vinden wachten. Here he will come presently, and here he will find Mahomet Singh and myself awaiting him.
De plaats is eenzaam en afgelegen, en niemand zal zijn komst bemerken. The place is lonely, and none shall know of his coming.
De wereld zal nooit iets meer van den koopman Achmet vernemen, maar de onmetelijke schat van den Rajah zal onder ons verdeeld worden. The world shall know of the merchant Achmet no more, but the great treasure of the rajah shall be divided among us.
Wat zegt gij daarvan, Sahib?" What say you to it, Sahib?'
»In Worcestershire schijnt een menschenleven iets grootsch en heiligs; maar het is geheel iets anders als er vuur en bloed allerwegen om iemand heen is, en men elk oogenblik den dood voor oogen ziet. "In Worcestershire the life of a man seems a great and a sacred thing; but it is very different when there is fire and blood all round you and you have been used to meeting death at every turn.
Of de koopman Achmet leefde of stierf, woog even zwaar voor mij als rook; maar toen ik van dien schat hoorde, sprong mijn hart op van vreugde en verlangen, en dacht ik wat ik er in het oude vaderland mede zou aanvangen, en hoe mijne familieleden zouden opkijken als zij hun deugniet terug zagen komen met zijn zakken vol gouden moidores. Whether Achmet the merchant lived or died was a thing as light as air to me, but at the talk about the treasure my heart turned to it, and I thought of what I might do in the old country with it, and how my folk would stare when they saw their ne'er-do-well coming back with his pockets full of gold moidores.
»Ik had mijn besluit dus reeds genomen. I had, therefore, already made up my mind.
Maar Abdullah Khan, die dacht dat ik nog aarzelde, beschouwde de zaak nog van een andere zijde. Abdullah Khan, however, thinking that I hesitated, pressed the matter more closely.
»Bedenk, Sahib," zeide hij, »dat wanneer die man door den commandant gevangen genomen wordt, hij gehangen of doodgeschoten zal worden en zijne juweelen door het Gouvernement verbeurd worden verklaard, zoodat er geen sterveling beter van zal worden. "'Consider, Sahib,' said he, 'that if this man is taken by the commandant he will be hung or shot, and his jewels taken by the government, so that no man will be a rupee the better for them.
Welnu, daar wij ze ons toeëigenen, waarom zouden we dan het overige niet evengoed doen? Now, since we do the taking of him, why should we not do the rest as well?
De juweelen zullen bij ons evengoed bewaard zijn als in de schatkist van het Gouvernement. The jewels will be as well with us as in the Company's coffers.
Er is meer dan genoeg om elk onzer rijk en een groot opperhoofd te maken. There will be enough to make every one of us rich men and great chiefs.
Niemand kan iets omtrent de zaak vernemen, want wij zijn hier van de gansche wereld afgezonderd. No one can know about the matter, for here we are cut off from all men.
Hoe kon het ooit beter komen? What could be better for the purpose?
Zeg dus, Sahib, of gij vóór of tegen ons zijt." Say again, then, Sahib, whether you are with us, or if we must look upon you as an enemy.'
»Ik ben met hart en ziel vóór u," zeide ik. "'I am with you heart and soul,' said I.
»Het is wel," antwoordde hij, mij mijn geweer teruggevende, »gij ziet dat wij u vertrouwen, want gij moogt evenmin als wij uw woord breken. "'It is well,' he answered, handing me back my firelock. 'You see that we trust you, for your word, like ours, is not to be broken.
Wij hebben nu slechts te wachten op mijn broeder en den koopman." We have now only to wait for my brother and the merchant.'
»Weet uw broeder dan wat gij doen wilt?" vroeg ik. "'Does your brother know, then, of what you will do?'
»Hij heeft het plan ontworpen. I asked. "'The plan is his.
Laat ons nu naar de poort gaan en met Mahomed Singh de wacht houden." He has devised it. We will go to the gate and share the watch with Mahomet Singh.'
»Het regende nog steeds, want het was juist het begin van de natte mousson. "The rain was still falling steadily, for it was just the beginning of the wet season.
Zware, donkere wolken dreven langs het uitspansel en men kon nauwelijks een steenworp ver zien. Brown, heavy clouds were drifting across the sky, and it was hard to see more than a stone-cast.
Er lag een diepe gracht voor onze poort, maar het water was op verscheiden plaatsen opgedroogd en kon met gemak doorwaad worden. A deep moat lay in front of our door, but the water was in places nearly dried up, and it could easily be crossed.
Het was een vreemde gewaarwording voor mij toen ik daar stond met deze twee wilde Punjaubees te wachten op den man die zijn dood tegemoet kwam. It was strange to me to be standing there with those two wild Punjaubees waiting for the man who was coming to his death. "Suddenly my eye caught the glint of a shaded lantern at the other side of the moat.
»Plotseling ontwaarde ik den schijn van een lantaarn aan de overzijde der gracht, in onze richting naderende. It vanished among the mound-heaps, and then appeared again coming slowly in our direction.
»Daar zijn zij!" riep ik. "'Here they are!' I exclaimed.
»Gij moet hem als gewoonlijk aanroepen, Sahib," fluisterde Abdullah, »geef hem geen aanleiding tot vrees. "'You will challenge him, Sahib, as usual,' whispered Abdullah. 'Give him no cause for fear.
Zend ons met hem naar binnen, dan zullen wij de rest doen, terwijl gij hier op wacht blijft. Send us in with him, and we shall do the rest while you stay here on guard.
Houd de lantaarn gereed, opdat wij ons kunnen overtuigen dat het inderdaad onze man is." Have the lantern ready to uncover, that we may be sure that it is indeed the man.'
»Het licht naderde langzaam tot ik duidelijk twee donkere figuren aan de overzijde van de gracht kon waarnemen. "The light had flickered onwards, now stopping and now advancing, until I could see two dark figures upon the other side of the moat.
Ik liet hen den glibberigen oever afdalen, door de modder plassen en halverwege bij de poort opklauteren, alvorens ik hen aanriep. I let them scramble down the sloping bank, splash through the mire, and climb half-way up to the gate, before I challenged them.
»Werda!" riep ik op gedempten toon. "'Who goes there?' said I, in a subdued voice.
»Vrienden," klonk het antwoord. "'Friends,' came the answer.
Ik richtte mijn lantaarn en liet het sterke licht op hen vallen. I uncovered my lantern and threw a flood of light upon them.
»De eerste was een reusachtige Sikh met een zwarten baard die hem bijna tot aan zijn gordel reikte. The first was an enormous Sikh, with a black beard which swept nearly down to his cummerbund.
Ik had nog nooit zulk een langen man gezien. Outside of a show I have never seen so tall a man.
De ander daarentegen was een klein, dik ventje met een groote gele turban en een in een shawl geknoopt pak in zijn hand. The other was a little, fat, round fellow, with a great yellow turban, and a bundle in his hand, done up in a shawl.
He seemed to be all in a quiver with fear, for his hands twitched as if he had the ague, and his head kept turning to left and right with two bright little twinkling eyes, like a mouse when he ventures out from his hole.
Hij scheen van angst te beven, en zijn hoofd wendde zich onophoudelijk naar links en rechts, met zijn schitterende kleine oogen, evenals een muis die het wagen wil zijn hol te verlaten. It gave me the chills to think of killing him, but I thought of the treasure, and my heart set as hard as a flint within me. When he saw my white face he gave a little chirrup of joy and came running up towards me.
»Uwe bescherming, Sahib," stamelde hij, »uwe bescherming voor den ongelukkigen koopman Achmet. "'Your protection, Sahib,' he panted,--'your protection for the unhappy merchant Achmet.
Ik heb geheel Rajpootana doorreisd om een schuilplaats in het fort te Agra te zoeken. I have travelled across Rajpootana that I might seek the shelter of the fort at Agra.
Ik ben beroofd, mishandeld en beleedigd geworden omdat ik een vriend van de Compagnie geweest ben. I have been robbed and beaten and abused because I have been the friend of the Company.
Gezegend zij deze nacht waarin ik--en mijne geringe bezittingen weder in veiligheid ben." It is a blessed night this when I am once more in safety,--I and my poor possessions.'
»Wat hebt gij in dien doek?" vroeg ik. "'What have you in the bundle?'
»Een ijzeren kist," antwoordde hij, »die een of twee kleine familiestukken bevat, die voor anderen niet de minste waarde hebben, die het mij smarten zoude te verliezen. I asked. "'An iron box,' he answered, 'which contains one or two little family matters which are of no value to others, but which I should be sorry to lose.
Toch ben ik geen bedelaar, en ik zal u, jonge Sahib, en uwen aanvoerder beloonen, indien hij mij de schuilplaats waarom ik vraag, wil verleenen." Yet I am not a beggar; and I shall reward you, young Sahib, and your governor also, if he will give me the shelter I ask.'
»Ik kon mij zelf niet langer vertrouwen met den man in gesprek te blijven. "I could not trust myself to speak longer with the man.
Hoe meer ik zijn dik, angstig gelaat beschouwde, des te harder viel het mij om hem in koelen bloede te laten vermoorden. The more I looked at his fat, frightened face, the harder did it seem that we should slay him in cold blood.
Het was dus het best er een einde aan te maken. It was best to get it over.
»Brengt hem naar de wacht," zeide ik. De beide Sikhs namen hem in hun midden en de reus wandelde achter hen aan, terwijl zij de donkere poort door gingen. "'Take him to the main guard,' said I. The two Sikhs closed in upon him on each side, and the giant walked behind, while they marched in through the dark gate-way.
Nimmer was een mensch zoo aan alle zijden door hen ingesloten. Never was a man so compassed round with death.
Ik bleef met de lantaarn bij de poort. I remained at the gate-way with the lantern.
Ik kon hunne gelijkmatige voetstappen door de corridors vernemen. "I could hear the measured tramp of their footsteps sounding through the lonely corridors.
Plotseling hielden deze op en hoorde ik stemmen, een geschuifel en het geluid van slagen. Suddenly it ceased, and I heard voices, and a scuffle, with the sound of blows.
Een oogenblik later vernam ik de naderende schreden en het hijgen van een snel loopend man. A moment later there came, to my horror, a rush of footsteps coming in my direction, with the loud breathing of a running man.
Ik keerde mijn lantaarn naar de lange gang, en daar liep de dikke man snel als de wind met een straal bloed langs zijn gelaat, en dicht achter hem springend gelijk een tijger de reusachtige Sikh met den zwarten baard, die met een groot mes in zijn hand zwaaide. I turned my lantern down the long, straight passage, and there was the fat man, running like the wind, with a smear of blood across his face, and close at his heels, bounding like a tiger, the great black-bearded Sikh, with a knife flashing in his hand.
Ik heb nooit een mensch zoo hard zien loopen als dien dikken koopman. I have never seen a man run so fast as that little merchant.
Hij liet den Sikh reeds achter zich en ik zag dat hij, als hij mij voorbij en in de open lucht zoude zijn, zich nog zou redden. He was gaining on the Sikh, and I could see that if he once passed me and got to the open air he would save himself yet.
»Ik kreeg deernis met hem, maar terstond versteende de gedachte aan zijn schat mijn hart. My heart softened to him, but again the thought of his treasure turned me hard and bitter.
Ik wierp mijn geweer tusschen zijne voeten, terwijl hij langs mij ijlde, en hij rolde als een aangeschoten haas tweemaal over zijn hoofd. I cast my firelock between his legs as he raced past, and he rolled twice over like a shot rabbit.
Eer hij weder op de been kon komen had de Sikh hem bereikt en stak hem het mes tweemaal in de zijde. Ere he could stagger to his feet the Sikh was upon him, and buried his knife twice in his side.
De man uitte noch kreet noch zucht en verroerde geen spier, doch bleef onbeweeglijk liggen waar hij gevallen was. The man never uttered moan nor moved muscle, but lay were he had fallen.
Ik denk dat hij bij den val den nek gebroken had. I think myself that he may have broken his neck with the fall.
Gij ziet heeren, dat ik mijne belofte houd. You see, gentlemen, that I am keeping my promise.
Ik verhaal u elk woord omtrent de zaak juist zooals het gebeurde, of het in mijn voordeel is of niet." I am telling you every work of the business just exactly as it happened, whether it is in my favor or not."
Hier zweeg hij en strekte zijn geboeide handen uit naar de whisky met water, die Holmes voor hem had gereed maakt. He stopped, and held out his manacled hands for the whiskey-and-water which Holmes had brewed for him.
Wat mij betreft ik moet zeggen dat ik nu den grootsten afschuw voor den man gevoelde, niet alleen wegens den koelbloedigen moord waarbij hij betrokken was geweest, maar nog meer wegens de onverschillige en ongevoelige wijze waarop hij het verhaalde. For myself, I confess that I had now conceived the utmost horror of the man, not only for this cold-blooded business in which he had been concerned, but even more for the somewhat flippant and careless way in which he narrated it.
Welke straf hem ook te wachten stond, ik gevoelde dat hij van mijne zijde geen sympathie zou ondervinden. Whatever punishment was in store for him, I felt that he might expect no sympathy from me.
Sherlock Holmes en Jones zaten met hunne handen op de knieën, met groote belangstelling,--doch met denzelfden afkeer op hun gelaat, naar zijn verhaal te luisteren. Sherlock Holmes and Jones sat with their hands upon their knees, deeply interested in the story, but with the same disgust written upon their faces.
Hij merkte dit waarschijnlijk op, want er klonk verachting uit zijn stem toen hij vervolgde: He may have observed it, for there was a touch of defiance in his voice and manner as he proceeded.
»Het was alles gewis zeer slecht," zeide hij, »maar ik zou wel eens willen weten hoevele jongens in mijn plaats geweigerd zouden hebben om een deel van dien schat aan te nemen, met de wetenschap dat men hen, als zij eenig bezwaar zouden maken, de keel zoude afsnijden. "It was all very bad, no doubt," said he. "I should like to know how many fellows in my shoes would have refused a share of this loot when they knew that they would have their throats cut for their pains.
Bovendien gold het, toen hij eenmaal het fort binnen was, mijn leven of het zijne. Besides, it was my life or his when once he was in the fort.
Indien hij eruit gekomen ware dan zou de geheele zaak aan het licht gekomen zijn en men zou korte metten met mij gemaakt,--en mij als een hond hebben doodgeschoten; want de lieden waren in dien tijd niet erg langdradig." If he had got out, the whole business would come to light, and I should have been court-martialled and shot as likely as not; for people were not very lenient at a time like that."
»Ga voort met je geschiedenis," zei Holmes kortaf. "Go on with your story," said Holmes, shortly.
»Welnu; Abdullah, Akbar en ik, wij droegen hem met ons drieën naar binnen. Hoe kort hij ook was, woog hij toch zeer zwaar. "Well, we carried him in, Abdullah, Akbar, and I. A fine weight he was, too, for all that he was so short.
Mahomed Singh werd achtergelaten om de poort te bewaken. Mahomet Singh was left to guard the door.
Wij brachten hem naar een plaats die de Sikhs reeds vooruit bepaald hadden. We took him to a place which the Sikhs had already prepared.
Zij was eenigszins veraf, waar een kronkelende gang naar een groote, ledige, zaal voert, waarvan de rood-steenen muren geheel afgebrokkeld waren. It was some distance off, where a winding passage leads to a great empty hall, the brick walls of which were all crumbling to pieces.
Op eene plaats was de aarden vloer ingezonken, en vormde een natuurlijk graf: dus legden wij Achmet daarin en bedekten de opening met puin en steenen. The earth floor had sunk in at one place, making a natural grave, so we left Achmet the merchant there, having first covered him over with loose bricks.
Dit gedaan zijnde begaven wij ons naar den schat. This done, we all went back to the treasure.
»De schat lag nog waar hij hem, toen hij de eerste maal werd overvallen, had neergeworpen. "It lay where he had dropped it when he was first attacked.
De kist was dezelfde die thans voor u op tafel staat. The box was the same which now lies open upon your table.
Er hing een sleutel aan een zijden koord aan dat uitgewerkt handvat van boven. A key was hung by a silken cord to that carved handle upon the top.
Wij openden haar en het licht van de lantaarn viel op een collectie edelgesteenten waarvan ik als kind wel eens te Pershore gelezen had. We opened it, and the light of the lantern gleamed upon a collection of gems such as I have read of and thought about when I was a little lad at Pershore.
Het was een verblindend gezicht. It was blinding to look upon them.
Toen wij onze oogen te goed hadden gedaan, namen wij ze allen er uit en maakten er eene lijst van op. When we had feasted our eyes we took them all out and made a list of them.
Er waren honderd drie-en-veertig diamanten van het eerste water, met inbegrip van een, die naar ik geloof »de Groote Mogol" werd genoemd, en als de tweede der grootste steenen der wereld werd beschouwd. There were one hundred and forty-three diamonds of the first water, including one which has been called, I believe, 'the Great Mogul' and is said to be the second largest stone in existence.
Dan waren er zeven-en-negentig buitengewoon fijne smaragden, en honderd-en-zeventig robijnen, waarvan enkelen echter zeer klein waren. Then there were ninety-seven very fine emeralds, and one hundred and seventy rubies, some of which, however, were small.
Nog waren er veertig karbonkels, twee-honderd-en-tien safieren, een-en-zestig agaten, en een groote hoeveelheid berils, onyxen, katteoogen, turkoisen en andere steenen, wier namen mij destijds onbekend waren, hoewel ik mij sedert dien tijd beter op de hoogte ervan heb gesteld. There were forty carbuncles, two hundred and ten sapphires, sixty-one agates, and a great quantity of beryls, onyxes, cats'-eyes, turquoises, and other stones, the very names of which I did not know at the time, though I have become more familiar with them since.
Daarenboven waren er omstreeks driehonderd zeer fijne paarlen, waarvan er twaalf in een gouden kroon gezet waren. Besides this, there were nearly three hundred very fine pearls, twelve of which were set in a gold coronet.
Na verloop van tijd moeten deze er uitgenomen zijn, want ik vond ze niet weder toen ik mij van den schat had meester gemaakt. By the way, these last had been taken out of the chest and were not there when I recovered it.
»Nadat wij onzen rijkdom berekend hadden, legden wij de kostbaarheden weder in de kist en begaven wij ons er mede naar de poort, om ze ook door Mahomed Singh te laten bewonderen. "After we had counted our treasures we put them back into the chest and carried them to the gate-way to show them to Mahomet Singh.
Daarop herhaalden wij plechtig onzen eed om elkander bij te staan en ons geheim te bewaren. Then we solemnly renewed our oath to stand by each other and be true to our secret.
Wij kwamen overeen om onzen schat op een veilige plaats te verbergen tot de rust hersteld zou wezen en hem alsdan gelijkmatig onder ons te verdeelen. We agreed to conceal our loot in a safe place until the country should be at peace again, and then to divide it equally among ourselves.
Het had geen nut dit thans te doen, omdat, als men zulke kostbare steenen in ons bezit mocht vinden, dit achterdocht zou wekken, en er in het fort geen gelegenheid bestond om ze te bewaren. There was no use dividing it at present, for if gems of such value were found upon us it would cause suspicion, and there was no privacy in the fort nor any place where we could keep them.
Wij brachten de kist deswege naar dezelfde zaal waar wij het lijk begraven hadden, en maakten daar een holte in den stevigsten muur waarin wij onzen schat plaatsten. We carried the box, therefore, into the same hall where we had buried the body, and there, under certain bricks in the best-preserved wall, we made a hollow and put our treasure.
Wij teekenden de plaats nauwkeurig aan en den volgenden dag teekende ik vier schetsen van het vertrek, voor elk onzer een, en plaatste »ons teeken der vier" er onder, want wij hadden gezworen dat één altijd voor de overigen zou handelen, zoodat niet een meer recht had dan de ander. We made careful note of the place, and next day I drew four plans, one for each of us, and put the sign of the four of us at the bottom, for we had sworn that we should each always act for all, so that none might take advantage.
Dat is een eed, waaromtrent ik met de hand op het hart kan getuigen, dat ik hem nimmer geschonden heb. That is an oath that I can put my hand to my heart and swear that I have never broken.
»Welnu, heeren, het is overbodig u te verhalen hoe het met den Indiaanschen opstand is afgeloopen. "Well, there's no use my telling you gentlemen what came of the Indian mutiny.
Nadat Wilson Delhi bemachtigde en Sir Colin Lucknow ontzette, was de kracht der onderneming gebroken. After Wilson took Delhi and Sir Colin relieved Lucknow the back of the business was broken.
Er werden versche troepen ingevoerd en Nana Sahib vluchtte over de grenslinie. Fresh troops came pouring in, and Nana Sahib made himself scarce over the frontier.
Een vliegende kolonne onder kolonel Greathead kwam naar Agra en joeg er de Pandies uit. A flying column under Colonel Greathed came round to Agra and cleared the Pandies away from it.
De vrede scheen in het land teruggekeerd en wij vieren begonnen reeds te hopen dat de tijd aanstaande was dat wij ons met onzen schat uit de voeten zouden kunnen maken. Peace seemed to be settling upon the country, and we four were beginning to hope that the time was at hand when we might safely go off with our shares of the plunder.
In één oogenblik werd onze hoop echter verijdeld doordien wij als de moordenaars van Achmet werden gevangen genomen. In a moment, however, our hopes were shattered by our being arrested as the murderers of Achmet.
»Ziet hier hoe dit zich heeft toegedragen. "It came about in this way.
Toen de Rajah zijne juweelen aan Achmet toevertrouwde, deed hij dit omdat hij wist dat deze een vertrouwd man was. When the rajah put his jewels into the hands of Achmet he did it because he knew that he was a trusty man.
De Oosterlingen zijn echter zeer achterdochtig: wat deed deze Rajah dus? Hij stelde een tweede, nog meer vertrouwd persoon aan om den eerste te bespieden. They are suspicious folk in the East, however: so what does this rajah do but take a second even more trusty servant and set him to play the spy upon the first?
Deze tweede had in last Achmet geen oogenblik uit het oog te verliezen, en dus volgde hij hem als zijn schaduw. This second man was ordered never to let Achmet out of his sight, and he followed him like his shadow.
Hij ging ook in dien nacht achter hem aan, en zag hem de poort binnengaan. He went after him that night and saw him pass through the doorway.
Bijgevolg dacht hij, dat hij een toevluchtsoord in het fort gevonden had, en verzocht den volgenden dag ook te worden toegelaten, doch kon geen spoor van Achmet ontdekken. Of course he thought he had taken refuge in the fort, and applied for admission there himself next day, but could find no trace of Achmet.
Dit scheen hem zoo vreemd, dat hij er met een sergeant over sprak die het ter oore bracht van den commandant. This seemed to him so strange that he spoke about it to a sergeant of guides, who brought it to the ears of the commandant.
Onmiddellijk werd een nauwkeurig onderzoek ingesteld, en het lijk gevonden. A thorough search was quickly made, and the body was discovered.
Dientengevolge werden wij juist op het oogenblik dat wij ons het veiligst waanden, alle vier gevangen genomen, en onder beschuldiging van moord voor het gerecht gebracht; drie van ons omdat wij dien nacht op wacht waren geweest, en de vierde omdat het bekend werd dat hij in gezelschap van den vermoorde was binnengekomen. Thus at the very moment that we thought that all was safe we were all four seized and brought to trial on a charge of murder,--three of us because we had held the gate that night, and the fourth because he was known to have been in the company of the murdered man.
Er kwam geen woord omtrent den schat voor het gerecht aan het licht, want de Rajah was uit Indië gebannen geworden, bijgevolg stelde niemand eenig belang in hem. Not a word about the jewels came out at the trial, for the rajah had been deposed and driven out of India: so no one had any particular interest in them.
De moord werd echter zonneklaar bewezen, evenals dat wij er allen bij betrokken waren. The murder, however, was clearly made out, and it was certain that we must all have been concerned in it.
De drie Sikhs werden tot levenslangen dwangarbeid en ik ter dood veroordeeld hoewel mijn vonnis later in dezelfde straf als die der overigen veranderd werd. The three Sikhs got penal servitude for life, and I was condemned to death, though my sentence was afterwards commuted into the same as the others.
»Het was wel een verschrikkelijke toestand waarin wij ons toen bevonden. "It was rather a queer position that we found ourselves in then.
Daar waren wij allen met een ketting aan het been geboeid en met zeer weinig kans om ooit weder vrij te komen, terwijl elk onzer een geheim bezat dat ons, indien wij het konden benuttigen in een paleis had doen wonen. There we were all four tied by the leg and with precious little chance of ever getting out again, while we each held a secret which might have put each of us in a palace if we could only have made use of it.
Het was voldoende om iemand razend te maken om stompen en stooten te verdragen van elken kwajongen in uniform, om rijst te eten en water te drinken te krijgen, terwijl die onmetelijke fortuin ginds op hem lag te wachten. It was enough to make a man eat his heart out to have to stand the kick and the cuff of every petty jack-in-office, to have rice to eat and water to drink, when that gorgeous fortune was ready for him outside, just waiting to be picked up.
Maar ik was altijd zeer volhardend geweest, en zoo wachtte ik ook nu mijn tijd af. It might have driven me mad; but I was always a pretty stubborn one, so I just held on and bided my time.
»Ten langen laatste scheen die gekomen te zijn. "At last it seemed to me to have come.
Ik werd van Agra naar Madras overgeplaatst en van daar naar Blair Island in de Andamans. I was changed from Agra to Madras, and from there to Blair Island in the Andamans.
Op deze plaats bevinden zich weinig blanke veroordeelden, en daar ik mij voortdurend goed gedragen had, genoot ik spoedig eenig voorrecht. There are very few white convicts at this settlement, and, as I had behaved well from the first, I soon found myself a sort of privileged person.
Ik kreeg een hut in Hope Town, een klein plaatsje op de helling van Mount Harriet, en werd tamelijk aan mij zelf overgelaten. I was given a hut in Hope Town, which is a small place on the slopes of Mount Harriet, and I was left pretty much to myself.
Het is een akelige, zeer ongezonde plaats en behalve eenige kleurlingen bevolkt met menscheneters die er niet tegen opzagen, ons als zij er kans toe zagen, een vergiftigden doorn toe te blazen. It is a dreary, fever-stricken place, and all beyond our little clearings was infested with wild cannibal natives, who were ready enough to blow a poisoned dart at us if they saw a chance.
Den ganschen dag moesten wij werken, alleen des avonds werd ons eenigen tijd voor ons zelven gelaten. There was digging, and ditching, and yam-planting, and a dozen other things to be done, so we were busy enough all day; though in the evening we had a little time to ourselves.
Onder andere zaken leerden ik dranken gereed maken voor onzen geneesheer en ving dus iets van zijn wetenschap op. Among other things, I learned to dispense drugs for the surgeon, and picked up a smattering of his knowledge.
Voortdurend zag ik uit naar een kans om te ontsnappen; maar het ligt honderden mijlen van eenig ander land verwijderd, en er is bijna geen wind op deze binnenzeeën bijgevolg was het een verschrikkelijk moeielijke onderneming. »De geneesheer, Dr. All the time I was on the lookout for a chance of escape; but it is hundreds of miles from any other land, and there is little or no wind in those seas: so it was a terribly difficult job to get away.
Somerton, was een sterke, jonge man; een groot liefhebber van het spel, waarom de andere jonge officieren des avonds in zijn kamer bijeenkwamen om kaart te spelen. "The surgeon, Dr. Somerton, was a fast, sporting young chap, and the other young officers would meet in his rooms of an evening and play cards.
The surgery, where I used to make up my drugs, was next to his sitting-room, with a small window between us.
De apotheek, waar ik gewoonlijk de dranken bereidde, grensde aan zijn zitkamer, zoodat ik hunne gesprekken kon hooren en hun spel gadeslaan. Often, if I felt lonesome, I used to turn out the lamp in the surgery, and then, standing there, I could hear their talk and watch their play.
Ik ben zelf een groot liefhebber van het kaartspel en het zien vermaakte mij bijna even goed als het zelve te doen. I am fond of a hand at cards myself, and it was almost as good as having one to watch the others.
Daar waren dan de majoor Sholto, kapitein Morstan, en luitenant Bromley Brown, die het bevel voerden over de inlandsche troepen, en de geneesheer zelf met nog twee of drie ambtenaren over de gevangenen; allen uitmuntende spelers. There was Major Sholto, Captain Morstan, and Lieutenant Bromley Brown, who were in command of the native troops, and there was the surgeon himself, and two or three prison-officials, crafty old hands who played a nice sly safe game.
»Welnu, één zaak trof mij reeds spoedig en wel dat de militairen altijd schenen te verliezen en de burgerlijke ambtenaren te winnen. A very snug little party they used to make. "Well, there was one thing which very soon struck me, and that was that the soldiers used always to lose and the civilians to win.
Ik wil daar niet mede zeggen dat er valsch gespeeld werd, maar toch was het zoo. Mind, I don't say that there was anything unfair, but so it was.
De gevangenbewakers hadden vanaf dat zij op de Andamans gekomen waren, bijna niets anders gedaan dan kaart spelen, en zij kenden elkanders spel op een haar, terwijl de anderen slechts speelden om den tijd te verdrijven en meer onverschillig bij het spel waren. These prison-chaps had done little else than play cards ever since they had been at the Andamans, and they knew each other's game to a point, while the others just played to pass the time and threw their cards down anyhow.
Avond aan avond gingen de militairen armer heen dan zij gekomen waren, en hoe meer geld zij verloren hoe meer verzot zij op het spel werden. Night after night the soldiers got up poorer men, and the poorer they got the more keen they were to play.
Majoor Sholto had het het zwaarst te verantwoorden. Major Sholto was the hardest hit.
Hij placht in het eerst met banknoten en goud te betalen, maar al spoedig kwam het tot wissels, en wel voor groote sommen. He used to pay in notes and gold at first, but soon it came to notes of hand and for big sums.
Van tijd tot tijd won hij weder een weinig, als om hem den moed niet te doen verliezen en daarna keerde het geluk hem weer hardnekkig den rug toe. He sometimes would win for a few deals, just to give him heart, and then the luck would set in against him worse than ever.
Den ganschen dag liep hij vloekend en grommend rond, en begon meer te drinken dan goed voor hem was. All day he would wander about as black as thunder, and he took to drinking a deal more than was good for him.
»Op zekeren avond verloor hij veel meer dan gewoonlijk. "One night he lost even more heavily than usual.
Ik zat in mijn hut toen hij en kapitein Morstan naar het kwartier terug strompelden. I was sitting in my hut when he and Captain Morstan came stumbling along on the way to their quarters.
Zij waren boezemvrienden, en altijd bij elkander. They were bosom friends, those two, and never far apart.
De majoor raasde wegens zijn verlies. The major was raving about his losses.
»Nu is alles op, Morstan," zeide hij, toen zij mijn hut voorbijgingen. »Ik zal mijn ontslag moeten aanvragen. "'It's all up, Morstan,' he was saying, as they passed my hut. 'I shall have to send in my papers.
Ik ben geru?neerd." I am a ruined man.'
»Onzin, kameraad!" antwoordde de ander, hem op den schouder slaande: »ik heb het er zelf ook slecht afgebracht, maar...." "'Nonsense, old chap!' said the other, slapping him upon the shoulder.
Dat was al wat ik kon hooren, maar het was voldoende om mij tot nadenken te stemmen. 'I've had a nasty facer myself, but--' That was all I could hear, but it was enough to set me thinking.
»Een paar dagen later slenterde majoor Sholto langs de plek waar ik aan het werk was en ik nam mijn kans waar en sprak hem aan. "A couple of days later Major Sholto was strolling on the beach: so I took the chance of speaking to him.
»Ik wenschte uw raad wel in te winnen, majoor," zeide ik. "'I wish to have your advice, major,' said I.
»Wel, Small, wat is er?" vroeg hij, zijn sigaar uit den mond nemend. "'Well, Small, what is it?' he asked, taking his cheroot from his lips.
»Ik wensch u te vragen, sir," antwoordde ik, »of u ook een geschikt persoon weet aan wien men een verborgen schat kan toevertrouwen. "'I wanted to ask you, sir,' said I, 'who is the proper person to whom hidden treasure should be handed over.
Ik weet een plaats waar zich een half millioen bevindt en daar ik er zelf geen gebruik van kan maken, dacht ik dat het misschien het best zou zijn om het aan de autoriteiten ter hand ter stellen; wellicht zou mijn straftijd dan wel verkort worden." I know where half a million worth lies, and, as I cannot use it myself, I thought perhaps the best thing that I could do would be to hand it over to the proper authorities, and then perhaps they would get my sentence shortened for me.'
»Een half millioen, Small?" stamelde hij, mij doordringend aanziende, als twijfelde hij eraan, of ik wel in ernst sprak. "'Half a million, Small?' he gasped, looking hard at me to see if I was in earnest.
»Juist, sir; in juweelen en paarlen. "'Quite that, sir,--in jewels and pearls.
Het ligt daar onder het bereik van elkeen. It lies there ready for any one.
En het ergste is, dat de rechtmatige eigenaar geen aanspraak heeft op de bescherming van de wet." And the queer thing about it is that the real owner is outlawed and cannot hold property, so that it belongs to the first comer.'
»Dan is het het eigendom der Regeering, Small," stamelde hij; maar hij sprak deze woorden op een toon, waaruit ik afleidde dat ik de rechte, »snaar" getroffen had. "'To government, Small,' he stammered,--'to government.' But he said it in a halting fashion, and I knew in my heart that I had got him.
»Gij raadt mij dus om den Gouverneur-Generaal ermede in kennis te stellen?" vroeg ik zoo kalm mogelijk. "'You think, then, sir, that I should give the information to the Governor-General?' said I, quietly.
»Gij moet vooral niet overijld te werk gaan, want dat zoudt gij later kunnen betreuren. "'Well, well, you must not do anything rash, or that you might repent.
Deel mij de zaak mede, Small." Let me hear all about it, Small.
»Ik verhaalde hem de gansche geschiedenis, doch eenigszins gewijzigd, zoodat hij de betrokken plaatsen niet kon bepalen. Give me the facts.' "I told him the whole story, with small changes so that he could not identify the places.
Toen ik mijne mededeeling geëindigd had, bleef hij in gedachten verdiept voor mij staan, en kon ik aan het beven zijner lippen merken, dat er een strijd in zijn binnenste plaats greep. When I had finished he stood stock still and full of thought. I could see by the twitch of his lip that there was a struggle going on within him.
»Dit is een hoogst belangrijk geval, Small," zeide hij ten slotte, »gij moet er met niemand meer een woord over spreken, en ik zal u spoedig weerzien." "'This is a very important matter, Small,' he said, at last. 'You must not say a word to any one about it, and I shall see you again soon.'
»Twee nachten later kwamen hij en zijn vriend, kapitein Morstan, met een lantaarn bij zich in mijn hut. "Two nights later he and his friend Captain Morstan came to my hut in the dead of the night with a lantern.
»Ik wilde kapitein Morstan de geschiedenis die ge mij verhaald hebt uit uw eigen mond doen vernemen, Small," zeide hij. "'I want you just to let Captain Morstan hear that story from your own lips, Small,' said he.
»Ik voldeed aan zijn verlangen. "I repeated it as I had told it before.
»Het klinkt waar, is 't niet?" vroeg hij, »zou men er op kunnen vertrouwen?" "'It rings true, eh?' said he. 'It's good enough to act upon?'
»Kapitein Morstan knikte bevestigend. "Captain Morstan nodded.
»Luister Small," zeide de majoor, »mijn vriend en ik, wij hebben de zaak samen overlegd, en wij zijn tot de overtuiging gekomen dat uw geval in geenerlei opzicht een gouvernements-zaak is, maar in elk geval u zelf betreft, en gij gerechtigd zijt te handelen, zooals zulks u het beste lijkt. "'Look here, Small,' said the major. 'We have been talking it over, my friend here and I, and we have come to the conclusion that this secret of yours is hardly a government matter, after all, but is a private concern of your own, which of course you have the power of disposing of as you think best.
Nu is de vraag: welken prijs zoudt gij er voor vragen? Now, the question is, what price would you ask for it?
Het zou kunnen gebeuren dat wij, indien wij aan de gestelde voorwaarden konden voldoen, ons met de zaak zouden willen inlaten." We might be inclined to take it up, and at least look into it, if we could agree as to terms.'
Hij trachtte zoo koel en onverschillig mogelijk te spreken, doch zijne oogen schitterden van opgewondenheid en begeerte. He tried to speak in a cool, careless way, but his eyes were shining with excitement and greed.
»Welnu, wat dit betreft, heeren," antwoordde ik, mijn best doende, om niettegenstaande mijne opgewondenheid, even koel te blijven als hij, »er bestaat slechts één prijs, die een man in mijne positie kan bepalen. "'Why, as to that, gentlemen,' I answered, trying also to be cool, but feeling as excited as he did, 'there is only one bargain which a man in my position can make.
Ik zal uwe hulp noodig hebben, om mij en mijne drie makkers de vrijheid terug te geven. I shall want you to help me to my freedom, and to help my three companions to theirs.
Dan zullen wij u in ons bondgenootschap opnemen en u een vijfde deel afstaan om onder u beiden te verdeelen." We shall then take you into partnership, and give you a fifth share to divide between you.'
»Hm!" zeide hij, »een vijfde deel! "'Hum!' said he. 'A fifth share!
Dat is niet zeer verleidelijk." That is not very tempting.'
»Dat zou toch vijftigduizend pond voor elk worden," zeide ik. "'It would come to fifty thousand apiece,' said I.
»Maar hoe kunnen wij uwe invrijheidstelling bewerken? "'But how can we gain your freedom?
Gij weet zeer goed dat gij iets onmogelijks vraagt." You know very well that you ask an impossibility.'
»In geen geval," antwoordde ik, »ik heb alles tot in de kleinste bizonderheden overdacht. "'Nothing of the sort,' I answered. 'I have thought it all out to the last detail.
De eenigste moeielijkheid om te ontsnappen is, dat wij geen boot kunnen machtig worden die voor de reis geschikt is, en geen voldoenden mondvoorraad voor den tijd die ervoor vereischt wordt. The only bar to our escape is that we can get no boat fit for the voyage, and no provisions to last us for so long a time.
Te Calcutta of Madras bevinden zich echter genoeg jachten die zeer goed voor onze onderneming geschikt zouden zijn. There are plenty of little yachts and yawls at Calcutta or Madras which would serve our turn well.
Brengt gij dáárvan een hierheen. Do you bring one over.
Dan zullen wij ons hier bij nacht aan boord begeven, en zoo gij ons aan de Indische kust aan land wilt zetten, dan zal de koop gesloten zijn." We shall engage to get aboard her by night, and if you will drop us on any part of the Indian coast you will have done your part of the bargain.'
»Indien er slechts spraken ware van één," zeide hij. "'If there were only one,' he said.
»Geen of allen," antwoordde ik, »wij staan onder een eed. "'None or all,' I answered. 'We have sworn it.
Wij handelen steeds met en voor ons vieren." The four of us must always act together.'
»Gij ziet, Morstan," zeide hij, »Small is een man van zijn woord. "'You see, Morstan,' said he, 'Small is a man of his word.
Hij geeft zijne vrienden niet prijs. He does not flinch from his friend.
Ik geloof dat wij hem mogen vertrouwen." I think we may very well trust him.'
»Het is een gevaarlijke geschiedenis," antwoordde de ander, »maar, zooals gij zegt: het geld zou ons goed te stade komen." "'It's a dirty business,' the other answered. 'Yet, as you say, the money would save our commissions handsomely.'
»Welnu, Small," zei de majoor, »wij moeten dunkt mij, de zaak overdenken en later met u bespreken. "'Well, Small,' said the major, 'we must, I suppose, try and meet you. We must first, of course, test the truth of your story.
Zeg mij waar de kist verborgen is, dan zal ik verlof vragen en mij naar Indië begeven, om de zaak nader te onderzoeken." Tell me where the box is hid, and I shall get leave of absence and go back to India in the monthly relief-boat to inquire into the affair.'
»Niet zoo haastig," antwoordde ik kalm, »ik moet eerst de toestemming hebben van mijn drie kameraden. "'Not so fast,' said I, growing colder as he got hot.
Ik herhaal u dat het ons vieren, of geen van ons betreft." 'I must have the consent of my three comrades.
I tell you that it is four or none with us.'
»Onzin!" riep hij, »wat hebben drie zwarten met onze overeenkomst te maken?" "'Nonsense!' he broke in. 'What have three black fellows to do with our agreement?'
»Zwart of blauw," zeide ik, »zij zijn het eens met mij, en ik ga niet zonder hen." "'Black or blue,' said I, 'they are in with me, and we all go together.'
»Welnu; het gevolg was dat er een tweede samenkomst plaats had, waarbij Mahomed Singh, Abdullah Khan en Dost Akbar tegenwoordig waren. "Well, the matter ended by a second meeting, at which Mahomet Singh, Abdullah Khan, and Dost Akbar were all present.
Wij bespraken de zaak opnieuw en kwamen tot een schikking. We talked the matter over again, and at last we came to an arrangement.
Wij moesten de twee officieren van een plan van het fort te Agra voorzien, waarop de plaats was aangeteekend, waar de schat verborgen was. We were to provide both the officers with charts of the part of the Agra fort and mark the place in the wall where the treasure was hid.
Majoor Sholto zou naar Indië gaan om zich van de waarheid onzer geschiedenis te overtuigen. Major Sholto was to go to India to test our story.
Indien hij de kist kon vinden, zou hij haar daar laten en een klein jacht, met genoegzame provisie voor eene reis, uitzenden, dat bij Rutland Island zou ankeren, alwaar het ons zou opnemen,--waarna hij zijn dienst weder zou hervatten. If he found the box he was to leave it there, to send out a small yacht provisioned for a voyage, which was to lie off Rutland Island, and to which we were to make our way, and finally to return to his duties.
Daarna zou kapitein Morstan verlof aanvragen, om ons te Agra te ontmoeten, en daar zou de schat verdeeld worden, en hij zoowel zijn eigen deel als dat van den majoor in ontvangst nemen.--Dit alles bezwoeren wij met de allerheiligste eeden. Captain Morstan was then to apply for leave of absence, to meet us at Agra, and there we were to have a final division of the treasure, he taking the major's share as well as his own.
Ik bleef den ganschen nacht bezig, en des morgens had ik de twee schetsen gereed, onderteekend met »het teeken der vier"--namelijk: van Abdullah, Akbar, Mahomed en mij zelven. All this we sealed by the most solemn oaths that the mind could think or the lips utter.
»Welnu, heeren; ik verveel u met mijn lang verhaal en ik begrijp dat mijn vriend Mr. I sat up all night with paper and ink, and by the morning I had the two charts all ready, signed with the sign of four,--that is, of Abdullah, Akbar, Mahomet, and myself.
Jones ongeduldig is om mij in veilige haven te brengen. "Well, gentlemen, I weary you with my long story, and I know that my friend Mr. Jones is impatient to get me safely stowed in chokey.
Daarom zal ik het zoo kort mogelijk maken. I'll make it as short as I can.
De laaghartige Sholto vertrok naar Indië, doch keerde nimmer terug. The villain Sholto went off to India, but he never came back again.
Kapitein Morstan toonde kort daarna mij zijn naam op een lijst van passagiers van een der mailbooten. Captain Morstan showed me his name among a list of passengers in one of the mail-boats very shortly afterwards.
Zijn oom was overleden, en had hem een fortuin nagelaten, om hetwelk hij zijn ontslag uit den dienst genomen had. His uncle had died, leaving him a fortune, and he had left the army, yet he could stoop to treat five men as he had treated us.
Kort daarna vertrok Morstan naar Agra en bevond, zooals wij verwachtten, dat de schat verdwenen was. Morstan went over to Agra shortly afterwards, and found, as we expected, that the treasure was indeed gone.
De schurk had alles gestolen, zonder één der voorwaarden in acht te nemen, waarop wij hem het geheim hadden verkocht. The scoundrel had stolen it all, without carrying out one of the conditions on which we had sold him the secret.
From that day I lived only for vengeance.
Dit werd mijn overweldigende en verterende hartstocht. I thought of it by day and I nursed it by night.
Ik gaf niets meer om wet of straf. It became an overpowering, absorbing passion with me.
»Mijne eenige gedachte was: te ontsnappen, Sholto op te sporen en bij de keel te grijpen. I cared nothing for the law,--nothing for the gallows.
Zelfs de Agra-schat was mij minder waard geworden, dan Sholto te vermoorden. To escape, to track down Sholto, to have my hand upon his throat,--that was my one thought.
»Welnu; al wat ik mij in mijn leven heb voorgenomen heb ik ook ten uitvoer gebracht. Even the Agra treasure had come to be a smaller thing in my mind than the slaying of Sholto.
Het duurde echter vele verschrikkelijke jaren eer mijn tijd aanbrak. "Well, I have set my mind on many things in this life, and never one which I did not carry out.
Ik heb u verhaald dat ik mij eenigszins met de geneeskunde vertrouwd had gemaakt. But it was weary years before my time came.
Op zekeren dag, toen Dr. I have told you that I had picked up something of medicine.
Somerton lijdende was aan koorts, werd door een troep ketting-gangers een kleinen Andamanees opgevangen. One day when Dr. Somerton was down with a fever a little Andaman Islander was picked up by a convict-gang in the woods.
Hij was dood-ziek en had zich op een eenzame plek neergelegd om te sterven. He was sick to death, and had gone to a lonely place to die.
Ik nam de zorg voor hem op mij, en na eenige maanden keerde zijne krachten terug. I took him in hand, though he was as venomous as a young snake, and after a couple of months I got him all right and able to walk.
Daardoor vatte hij zekere genegenheid voor mij op, wilde ongaarne naar de bosschen terugkeeren, en zwierf voortdurend in de nabijheid van mijn hut. He took a kind of fancy to me then, and would hardly go back to his woods, but was always hanging about my hut.
Ik leerde een weinig van zijn taal van hem en dit deed zijne genegenheid nog meer toenemen. I learned a little of his lingo from him, and this made him all the fonder of me.
»Tonga,--want zoo was zijn naam,--was een bekwaam schipper, en bezat een groote, sterk gebouwde kano. "Tonga--for that was his name--was a fine boatman, and owned a big, roomy canoe of his own.
Toen ik overtuigd was van zijne genegenheid, en dat hij alles zoude doen om mij van dienst te zijn, sprak ik met hem over eene ontvluchting. When I found that he was devoted to me and would do anything to serve me, I saw my chance of escape. I talked it over with him.
Hij moest zijn boot op zekeren nacht aan een onbewaakte aanlegplaats brengen en mij daar opnemen. He was to bring his boat round on a certain night to an old wharf which was never guarded, and there he was to pick me up.
Ik gelastte hem te zorgen dat hij verscheidene kruiken water, en een groote menigte jams, kokosnoten en zoete potatoes aan boord had. I gave him directions to have several gourds of water and a lot of yams, cocoa-nuts, and sweet potatoes.
»Deze kleine Tonga was buitengewoon gezellig en trouw. "He was stanch and true, was little Tonga. No man ever had a more faithful mate.
Op den bepaalden tijd lag zijn boot gereed. At the night named he had his boat at the wharf.
Doch, toevallig bevond zich een gevangenbewaarder,--zekere ellendige Pathanees, die mij altijd geplaagd en beleedigd had,--ter plaatse. As it chanced, however, there was one of the convict-guard down there,--a vile Pathan who had never missed a chance of insulting and injuring me.
Thans had ik de gelegenheid om mij op hem te wreken. I had always vowed vengeance, and now I had my chance.
It was as if fate had placed him in my way that I might pay my debt before I left the island.
He stood on the bank with his back to me, and his carbine on his shoulder.
I looked about for a stone to beat out his brains with, but none could I see.
Hij stond aan den oever, met zijn rug naar mij toegekeerd en zijn karabijn op den schouder. Then a queer thought came into my head and showed me where I could lay my hand on a weapon.
Ik keek rond naar een steen om hem de hersenen in te slaan, doch kon geen enkelen vinden. I sat down in the darkness and unstrapped my wooden leg. With three long hops I was on him.
»Toen kwam er een vreemde gedachte bij mij op, hoedanig ik mij thans van een wapen kon voorzien. He put his carbine to his shoulder, but I struck him full, and knocked the whole front of his skull in.
»Ik zette mij in de duisternis neder en ontdeed mij van mijn houten been. You can see the split in the wood now where I hit him.
Met drie sprongen was ik achter hem, en sloeg hem met één enkelen slag ter aarde. We both went down together, for I could not keep my balance, but when I got up I found him still lying quiet enough.
Thans snelden wij naar onze boot en binnen een uur waren wij in volle zee. I made for the boat, and in an hour we were well out at sea.
Tonga had al wat hij bezat met zich genomen, zoowel zijne wapenen als afgodsbeelden. Tonga had brought all his earthly possessions with him, his arms and his gods.
Onder meerdere voorwerpen had hij een lange speer van bamboe, en wat Andamansche kokos-matten, waarvan ik een soort zeil vervaardigde. Among other things, he had a long bamboo spear, and some Andaman cocoa-nut matting, with which I made a sort of sail.
Gedurende tien dagen zwierven wij op goed geluk rond en op den elfden werden wij opgepikt door een koopvaarder, die op weg was van Singapore naar Jeddah met een lading Maleische pelgrims. For ten days we were beating about, trusting to luck, and on the eleventh we were picked up by a trader which was going from Singapore to Jiddah with a cargo of Malay pilgrims.
Het gelukte ons spoedig ons in hun midden te doen opnemen. They were a rum crowd, and Tonga and I soon managed to settle down among them.
»Het zou u gewis te lang duren als ik u al mijne avonturen ging verhalen. They had one very good quality: they let you alone and asked no questions.
"Well, if I were to tell you all the adventures that my little chum and I went through, you would not thank me, for I would have you here until the sun was shining.
Wij zwierven de gansche wereld rond, doch hielden ons steeds op een eerbiedigen afstand van Londen. Here and there we drifted about the world, something always turning up to keep us from London.
Gedurende al dien tijd verloor ik echter mijn doel niet uit het oog. All the time, however, I never lost sight of my purpose.
Ik droomde elken nacht van Sholto; reeds honderden keeren had ik hem in mijn slaap gedood. I would dream of Sholto at night. A hundred times I have killed him in my sleep.
Ten laatste echter, nu ongeveer vier jaren geleden, waagden wij ons in Engeland. At last, however, some three or four years ago, we found ourselves in England.
Het viel mij niet moeilijk de woonplaats van Sholto uit te vinden, en ik zette mij aan het werk om gewaar te worden of hij den schat te gelde gemaakt had, of dat hij hem nog in zijn bezit had. I had no great difficulty in finding where Sholto lived, and I set to work to discover whether he had realized the treasure, or if he still had it.
Ik maakte mij bevriend met zeker iemand die mij behulpzaam kon zijn,--ik noem echter zijn naam niet, want ik wil geen ander achter slot en grendel helpen;--en vernam al spoedig dat hij de juweelen nog bezat. I made friends with someone who could help me,--I name no names, for I don't want to get any one else in a hole,--and I soon found that he still had the jewels.
Toen trachtte ik op allerlei wijzen tot hem door te dringen; maar hij was zeer sluw, en had altijd twee bekende voorvechters, behalve zijne zonen, en een khitmugar om hem te bewaken. Then I tried to get at him in many ways; but he was pretty sly, and had always two prize-fighters, besides his sons and his khitmutgar, on guard over him.
»Op zekeren dag echter vernam ik dat hij stervende was. "One day, however, I got word that he was dying.
Ik snelde onmiddellijk naar den tuin, als waanzinnig van vrees dat hij mij zoude ontsnappen, en toen ik door het venster loerde zag ik hem te bed liggen, terwijl zijn zoons aan zijne zijde stonden. I hurried at once to the garden, mad that he should slip out of my clutches like that, and, looking through the window, I saw him lying in his bed, with his sons on each side of him.
Ik stond op het punt om naar binnen te klimmen en hen te overvallen, doch juist op dit oogenblik zag ik dat hij stierf. I'd have come through and taken my chance with the three of them, only even as I looked at him his jaw dropped, and I knew that he was gone.
Toch drong ik nog dienzelfden nacht zijn kamer binnen en onderzocht zijne papieren om te zien of ik er uit zou kunnen gewaar worden waar hij den schat verborgen had. I got into his room that same night, though, and I searched his papers to see if there was any record of where he had hidden our jewels.
Ik vond echter geen woord daaromtrent, en moest dus wanhopig terugkeeren. There was not a line, however: so I came away, bitter and savage as a man could be.
Alvorens ik heenging bedacht ik, dat indien ik ooit mijn Sikhsche vrienden weder mocht ontmoeten, het eene voldoening voor hen zoude wezen, te weten dat ik een teeken van onzen haat had achtergelaten; daarom schreef ik het »teeken der vier" op een kaart en bevestigde het op het lijk. Before I left I bethought me that if I ever met my Sikh friends again it would be a satisfaction to know that I had left some mark of our hatred: so I scrawled down the sign of the four of us, as it had been on the chart, and I pinned it on his bosom. It was too much that he should be taken to the grave without some token from the men whom he had robbed and befooled.
"We earned a living at this time by my exhibiting poor Tonga at fairs and other such places as the black cannibal.
He would eat raw meat and dance his war-dance: so we always had a hatful of pennies after a day's work.
I still heard all the news from Pondicherry Lodge, and for some years there was no news to hear, except that they were hunting for the treasure.
At last, however, came what we had waited for so long.
Al het overige is u reeds bekend. The treasure had been found.
En dat ik u het geheel naar de zuivere waarheid heb verhaald, geschiedde niet om u te vermaken, doch wel omdat ik geloof dat mijn beste verdediging bestaat om niets terug te houden, doch bekend te maken hoe laaghartig ik door majoor Sholto behandeld ben, en hoe onschuldig ik ben aan den dood van zijn zoon." It was up at the top of the house, in Mr. Bartholomew Sholto's chemical laboratory. I came at once and had a look at the place, but I could not see how with my wooden leg I was to make my way up to it. I learned, however, about a trap-door in the roof, and also about Mr. Sholto's supper-hour. It seemed to me that I could manage the thing easily through Tonga.
»Dit is een hoogst merkwaardig verhaal," zei Sherlock Holmes, »het overige is mij zeker bekend, behalve dat het uw eigen touw was waarlangs gij uwen weg in de sterfkamer vondt. I brought him out with me with a long rope wound round his waist. He could climb like a cat, and he soon made his way through the roof, but, as ill luck would have it, Bartholomew Sholto was still in the room, to his cost.
Tevens had ik gehoopt dat Tonga al zijn doornen verloren had; maar het gelukte hem toch er ons een in de boot te blazen." Tonga thought he had done something very clever in killing him, for when I came up by the rope I found him strutting about as proud as a peacock.
Very much surprised was he when I made at him with the rope's end and cursed him for a little blood-thirsty imp.
I took the treasure-box and let it down, and then slid down myself, having first left the sign of the four upon the table, to show that the jewels had come back at last to those who had most right to them.
Tonga then pulled up the rope, closed the window, and made off the way that he had come.
"I don't know that I have anything else to tell you.
I had heard a waterman speak of the speed of Smith's launch the Aurora, so I thought she would be a handy craft for our escape.
I engaged with old Smith, and was to give him a big sum if he got us safe to our ship.
He knew, no doubt, that there was some screw loose, but he was not in our secrets.
All this is the truth, and if I tell it to you, gentlemen, it is not to amuse you,--for you have not done me a very good turn,--but it is because I believe the best defence I can make is just to hold back nothing, but let all the world know how badly I have myself been served by Major Sholto, and how innocent I am of the death of his son." "A very remarkable account," said Sherlock Holmes. "A fitting wind-up to an extremely interesting case. There is nothing at all new to me in the latter part of your narrative, except that you brought your own rope. That I did not know.
»Hij had ze ook allen verloren, sir, behalve deze eene, die nog in zijn blaas-pijp was achtergebleven." By the way, I had hoped that Tonga had lost all his darts; yet he managed to shoot one at us in the boat."
»O ja;" zei Holmes, »daar had ik niet aan gedacht." "He had lost them all, sir, except the one which was in his blow-pipe at the time."
»Wenscht u mij nog omtrent het een of ander te ondervragen?" "Ah, of course," said Holmes. "I had not thought of that."
"Is there any other point which you would like to ask about?" asked the convict, affably.
»Ik dank u," antwoordde mijn metgezel. "I think not, thank you," my companion answered.
»Welnu, Holmes," zeide Athelney Jones, »gij zijt iemand met wien men geduld moet oefenen, en wij weten allen dat gij een kenner van misdaden zijt; maar plicht blijft plicht, en ik ben eigenlijk wel wat =te= ver gegaan met te doen wat gij en uw vriend mij verzocht hebben. "Well, Holmes," said Athelney Jones, "You are a man to be humored, and we all know that you are a connoisseur of crime, but duty is duty, and I have gone rather far in doing what you and your friend asked me.
Het rijtuig staat nog te wachten, en daar zijn twee inspecteurs beneden. I shall feel more at ease when we have our story-teller here safe under lock and key.
The cab still waits, and there are two inspectors down-stairs.
Ik ben u beiden wel verplicht voor uwen bijstand. I am much obliged to you both for your assistance.
Men zal u gewis nog nader bij het rechtsgeding noodig hebben. Of course you will be wanted at the trial.
Goeden nacht." Good-night to you."
»Goeden nacht, heeren," zei Holmes laconiek. "Good-night, gentlemen both," said Jonathan Small.
»Gij eerst, Small," sprak nu Jones tot zijn gevangene, toen zij de kamer verlieten, »ik zal wel zorg dragen dat gij mij niet »knuppelt" met je houten been, wat je ook aan dien heer op de Andaman-eilanden mocht gedaan hebben." "You first, Small," remarked the wary Jones as they left the room. "I'll take particular care that you don't club me with your wooden leg, whatever you may have done to the gentleman at the Andaman Isles."
»Welnu, dit is dus het einde van ons klein drama," merkte ik op, nadat wij een poos zwijgend hadden zitten rooken, »ik vrees dat het het laatste onderzoek zal geweest zijn waarbij ik het geluk had uw methode te bestudeeren. "Well, and there is the end of our little drama," I remarked, after we had set some time smoking in silence. "I fear that it may be the last investigation in which I shall have the chance of studying your methods.
Miss Morstan heeft mij de eer bewezen mij als haren aanstaanden echtgenoot aan te nemen." Miss Morstan has done me the honor to accept me as a husband in prospective."
Hij maakte een ontevreden gebaar. He gave a most dismal groan.
»Ik heb dat gevreesd," zeide hij, »ik kan u waarlijk niet feliciteeren." "I feared as much," said he. "I really cannot congratulate you."
Ik werd een weinig ontstemd. I was a little hurt.
»Hebt gij eenige reden om niet ingenomen te zijn met mijne keuze?" vroeg ik. "Have you any reason to be dissatisfied with my choice?" I asked.
»In geen geval. "Not at all.
Ik denk dat zij een der bekoorlijkste jonge dames is, die ik ooit ontmoette, en zeer nuttig zoude hebben kunnen worden voor onderzoekingen, zooals wij er thans een hebben ingesteld. I think she is one of the most charming young ladies I ever met, and might have been most useful in such work as we have been doing.
Denk maar hoe zij voor alle andere papieren die schets van het Agra-fort bewaarde. She had a decided genius that way: witness the way in which she preserved that Agra plan from all the other papers of her father.
Maar liefde is een zaak die invloed heeft op het menschelijk gevoel, en al wat dit doet is in strijd met de ware, koele rede, die ik boven alle gewaarwordingen stel. But love is an emotional thing, and whatever is emotional is opposed to that true cold reason which I place above all things.
Ik voor mij zou nimmer huwen, of ik moest mijne gevoelens verloochenen." I should never marry myself, lest I bias my judgment."
»Ik hoop dat mijn oordeel het uwe zal overleven," zeide ik lachend, »maar gij ziet er verdrietig uit." "I trust," said I, laughing, "that my judgment may survive the ordeal. But you look weary."
»Ja; de reactie is gekomen. "Yes, the reaction is already upon me.
Ik zal gedurende een week zoo boos als een spin zijn." I shall be as limp as a rag for a week."
»Vreemd," antwoordde ik, »hoe zaken, die ik bij een ander man lusteloosheid zou noemen, in strijd zijn met uwe geestkracht." "Strange," said I, "how terms of what in another man I should call laziness alternate with your fits of splendid energy and vigor."
»Dat is zoo," hernam hij, »ik bezit tegelijkertijd de gegevens van een »suffer" en die van een gezellig mensch. "Yes," he answered, "there are in me the makings of a very fine loafer and also of a pretty spry sort of fellow.
Ik denk vaak aan deze regels van Goethe: I often think of those lines of old Goethe,--
=»Schade dass die Natur nur einen Mensch aus dir schuf,= =Denn zum würdigen Mann war und zum Schelmen der Stoff."= Schade dass die Natur nur EINEN Mensch aus Dir schuf, Denn zum wuerdigen Mann war und zum Schelmen der Stoff.
»A propos, wat die Norwood-geschiedenis betreft, ziet gij dat zij zooals ik veronderstelde, een bondgenoot in het huis hadden, die geen ander kon zijn, dan de huisknecht Lal Rao; en werkelijk heeft Jones het genoegen, een flinken visch gevangen te hebben." "By the way, a propos of this Norwood business, you see that they had, as I surmised, a confederate in the house, who could be none other than Lal Rao, the butler: so Jones actually has the undivided honor of having caught one fish in his great haul."
»De verdeeling schijnt mij niet eerlijk," merkte ik op, »gij hebt al het werk verricht. "The division seems rather unfair," I remarked. "You have done all the work in this business.
Ik verwerf er een vrouw door, Jones de eer... wat blijft er nu voor u over?" I get a wife out of it, Jones gets the credit, pray what remains for you?"
»Voor mij," zeide Sherlock Holmes, »blijft nog de coca?ne-flesch." "For me," said Sherlock Holmes, "there still remains the cocaine-bottle."
En hij strekte er zijn lange, witte hand naar uit. And he stretched his long white hand up for it.