Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 49/Iets over bescherming en vrijheld van handel
| ‘Iets over bescherming en vrijheld van handel. I-II’ door Michel Chevalier |
| Afkomstig uit de Groninger Courant, vrijdag 18 juni 1852, [p. 2]. Publiek domein. |
Iets over bescherming en vrijheld van handel.
Naar Michel Chevalier, Hoogleeraar te Parijs.
I.
Er wordt gedurig door de voorstanders van beschermende regten beweerd, dat hun stelsel meer arbeid verschaft; dit is niet tegen te spreken, maar wat helpt het, of er meer gearbeid wordt, als er niet beter of met meer nut voor de maatschappij gewerkt wordt? Dáár komt het alleen op aan. Indien eens een Chan van Tartarije bet bewind van Frankrijk in handen kreeg — de gebeurtenissen der laatste halve eeuw maken alles geloofelijk en mogelijk — en hij eene wet uitvaardigde, dat alle arbeiders voortaan met de ééne hand achter op den rug gebonden moesten werken, dan zoude, om nagenoeg dezelfde hoeveelheid voortbrengselen te verkrijgen — ieder arbeider minstens zestien uren daags moeten werken. Door die wet kwam dus meer arbeid en toch zoude zij eene ramp zijn. In den arbeid moet men niet enkel het werk en de inspanning van den arbeider opmerken. Bovenal moet er gelet worden op het resultaat. Dat geeft den maatstaf van het nut en gewigt van den arbeid. De mensch werkt toch niet enkel met het doel om zijn ligchaam te bewegen of zijne zenuwen te vermoeijen. Hij werkt om zich voorwerpen te verschaffen, geschikt om zijne behoeften te vervullen. Anders zoude iemand, die den geheelen dag niets deed dan met de armen in de lucht te zwaaijen, zich ook verbeelden kunnen een arbeider en nuttig lid van de maatschappij te zijn; de rijke, die Maandags sloten deed graven en Dingsdags weder liet vullen, om ze Woensdags op nieuw weêr open te maken, zoude zich vleijen kunnen het vaderland even groote diensten te bewijzen, als de bekwame fabrikant van Lyon of Mulhouse.
Indien men in den arbeid enkel lette op de inspanning der zenuwen, zonder acht te geven op het resultaat, dan was een zeker middel om zich aanspraak te geven op de publieke erkentelijkheid, het bedenken van kunstmatige hindernissen tegen het eene of andere werk, omdat men, door eerst die hinderpalen te overwinnen, meer werks noodig zoude maken. Er is voor de staatslieden eene groote les in het lachwekkende verzoekschrift, dat Bastiat ons in zijne onvergelijkelijke Sophismes geeft, wanneer hij — om het ongerijmde van het beschermend stelsel meer in het oog te doen springen — alle fabrikanten van kaarsen, waskaarsen, lampen, alle verkoopers van kaarsvet, hars, alcohol en in ’t algemeen van alles wat de verlichting betreft, doet rekestreren tegen het licht der zon, die ons gratis verlicht. Zoo men dus eene wet maakte, die de sluiting van alle vensters, luiken, blinden, oeils-de-boeuf, in één woord van alle openingen, gaten, spleten en reten, waardoor de zon gewoon is in de huizen te dringen, beval, zouden er veel meer ongel, olie, hars, lampen enz. noodig zijn, en om dat meerdere te verkrijgen veel meer arbeids onmisbaar geworden zijn, en indien nu alle arbeid — zonder op oorzaak of gevolg te letten — een kapitaal is, zoude men de natie verrijkt hebben.
II.
Het zoogenoemd beschermend stelsel is in strijd met de vrijheid en met de regtvaardigheid. Het verhindert goedkoop te leven en werkt treurig op het lot der arbeidende klassen in het algemeen. De leer, waarop het gebouwd is, is besmet met dezelfde gevaarlijke dwalingen, die de stelsels der socialisten zoo te regt doen veroordeelen. Hoe schoon men het ook weet te verbloemen, met welke goede bedoelingen het ook in onze wetten is ingedrongen, hoe opregt de ijver ook zij, waarmede men het dezer dagen verdedigt, het is eene hoogst nadeelige inrigting, die niets dan kwaad werkt en waarvan wij ons met al onze krachten moeten zoeken te ontdoen.
Het beschermend stelsel eerbiedigt de vrijheid in niet één opzigt; het vervolgt haar, onder welken vorm ook. De vrijheid van woonplaats wordt met voeten getreden; ieder fabrikant van voorwerpen, door de wet beschermd — en negen tienden van de meest dagelijksche gefabriceerde artikelen verkeeren in dat geval — heeft het monsterachtige voorregt om bij ieder, bij wien het hem gelieft, huiszoeking te laten doen. Alle jaren maken de op die wijze beschermde fabrikanten gebruik van dat regt, zelfs in Parijs. Van den kelder tot den zolder worden de huizen doorzocht en niet alleen van de handelaars, die men verdacht houdt, maar ook van hunne vrienden, geene handelaars. Men heeft mij van eenen geneesheer verhaald, die de openbare schande van eene huiszoeking moest ondergaan, omdat hij de vriend van een’ koopman in galanteriewaren was.
De persoonlijke vrijheid, de eerbaarheid der vrouwen wordt zelfs niet ontzien; niets houdt de protectionisten in hunnen blinden ijver meer tegen. Uit kracht van het beschermend stelsel worden de vrouwen en dochters van ieder onzer blootgesteld aan de beleediging eener corporele visitatie, telkens als wij van eene buitenlandsche reis weêr over de grenzen komen. Dat hatelijke reglement bestaat niet enkel op papier, het wordt in praktijk gebragt en de meest kiesche gevoelens van de ons dierbaarste personen op die wijze blootgesteld aan de willekeur van de laagste ambtenaren. Als een stelsel zoo handelt met het reinste, dat er in de menschelijke natuur is, moet men niet verwachten, dat het ergens voor stil zal staan.
Overige vindplaatsen
[bewerken]- Michel Chevalier (3 juli 1852) ‘Iets over bescherming en vrijheid van handel’, Nijverheids-Courant, [p. 3-4].