Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 53/Parijs, 27 Junij (1)
| ‘Parijs, 27 Junij’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit de Groninger Courant, vrijdag 2 juli 1852, [p. 2]. Publiek domein. |
PARIJS, 27 Junij.
De Wetgevende Vergadering haalt den verloren tijd in. Zoo heeft zij, in de zitting van gisteren, alvorens de discussiën over het budget te hervatten, drie ontwerpen van wet aangenomen, waartoe onder het vorig bestuur gewis eenige zittingen zouden zijn vereischt.
Daarna heeft de Vergadering de beraadslagingen over het budget voortgezet, bij welke gelegenheid de heer Montalembert nogmaals is teruggekomen op de dekreten van den 22sten Januarij. Hij betreurde het dat deze gewelddadigheid tot uitvoering zou komen en wenschte zich geluk met de verklaring der regering, dat het bewind niets in de begrooting van 1853 had doen opnemen, dat voortsproot uit de verkooping der goederen van Orleans, welke familie van hare bezittingen beroofd was door hoogst betreurenswaardige besluiten; hij maakte deze opmerking alleen in het belang der regtvaardigheid, van den eigendom en van eene door het ongeluk getroffene familie, welk lot geheel onverdiend, door niets te regtvaardigen en op geenerlei wijze voorzien was. Deze verklaring, welke met warmte en kracht werd uitgesproken, maakte natuurlijk een’ grooten indruk.
In de zitting van heden (dit is sedert 38 jaren de eerste maal, dat eene zitting op Zondag is gehouden) heeft het Wetg. Ligchaam niet minder dan een 22tal wetsontwerpen aangenomen, waaronder die van de ijzeren spoorwegen naar Cherbourg en van Lyon naar de Middellandsehe Zee.
— De Moniteur bevat eene officiële kennisgeving, dat de dagbladen de redevoeringen niet mogen overnemen, waaromtrent de Vergadering beslist heeft, dat zij in haar geheel zullen gedrukt worden.
— De minister van binnenlandsche zaken heeft aan de departements-prefecten eene aanschrijving gezonden, strekkende om elke vertraging in de afdoening der dienstzaken voor te komen: elk prelect, die op eene aan het ministerie door hem onderworpene zaak binnen eene maand geen antwoord ontvangen heeft, moet hiervan aan den minister zelven kennis geven, zullende dan de oorzaak der vertraging door den minister onderzocht en door tusschenkomst des prefects aan de belanghebbenden medegedeeld worden.
Bij eene andere aanschrijving zijn de prefecten gelast de afwatering van bouw- en weidelanden door middel van onderaardsche buizen, zoo veel mogelijk aan te moedigen en te bevorderen.