Hellenica Oxyrhynchia

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Crystal package settings.png   Werk in uitvoering


Dit artikel is nog niet gereed. Het past in de huidige vorm nog niet binnen Wikisource.
Iedereen, vooral ook de eerste auteur, wordt uitgenodigd om dit artikel te verbeteren.

Dit artikel blijft twee weken beschikbaar voor wijzigingen na het verschijnen van deze melding. Het artikel staat op de lijst met te verwijderen pagina's. Na afloop van deze periode zal worden bekeken of het voldoende is verbeterd zodat het binnen Wikisource past. In de conventies van Wikisource kunt u zien waar een artikel minimaal aan moet voldoen om te mogen blijven staan.


De Londense fragmenten[bewerken]

De Demainetosaffaire[bewerken]

VI. 1. Rond dezelfde periode voer, niet naar de mening van het volk een trière weg uit Athene. Demainetos, die in het geheim deel had aan de boulè-vergadering – zo zegt men – over de zaak nadat [enkele] van de burgers bij hem stonden, was haar schipper: met hen daalde hij af naar Piraeus, stak een schip uit de dokken in zee, stak van wal en voer naar Konon. 2. Na dit ontstond oproer, van zij die zich ergerden – zovele als er voornamen en verfijnden waren – en zeiden dat ze de stad ten gronde zouden richten door de oorlog tegen de Lakedaimoniërs. De door de onrust verbijsterde raadsleden brachten het volk bijeen en veinsden dat ze met niets deel hebben gehad aan de zaak. [Nadat] de menigte bijeen was gekomen, maakten [zij] van de Atheners die opstonden rond Thrasuboulos, Aisimos en Anutos hen duidelijk dat ze een groot gevaar op zich namen indien ze de stad niet zouden bevrijden van de schuld. 3. [Zij] van de Atheners die billijk waren en bezit hadden namen genoegen met het huidige leven, de grote massa en democratisch gezinden – toen bevreesd – overtuigd door hun raadgevers, zonden boden naar Milon, de harmost van Aegina, die zeiden dat hij Demainetos kan straffen, want hij heeft dit zonder de stad gedaan. Eerder verwarden ze bijna altijd de zaken en werkten vaak de Lakedaimoniërs tegen. VII. 1. Want ze zonden wapens en equipage weg naar de schepen die onder Konon [stonden], zij rond ...krates, Agnias en Telesegoros werden als gezanten gezonden naar de koning: dezen nam Pharax, de oud-nauarch, gevangen en zond hij naar de Lakedaimoniërs, die hen onthoofdden. 2. Ze verzetten zich tegen hen, toornig gemaakt door hen rond Epikrates en Kefalos: want ze wilden ten zeerste verlangen de stad in strijd verwikkeld te hebben. Ze hadden dit inricht niet toen ze met Timokrates aan tafel zaten en het goud namen, maar reeds veel vroeger. En toch zeiden enkelen dat dit geld van hem de oorzaak werd dat deze, die in Boeotië en die in de ander bovenvermelde steden bij elkaar gingen staan, die niet hebben geweten dat sinds lang zij allen vijandig gezind zijnd tegen de Lakedaimoniërs en uitziend naar dat ze de stad in oorlog zullen verwikkelen waren. Want de Argivers en de Boeotiërs haatten de Lakedaimoniërs omdat deze omgingen met de vijanden van de burgers als vrienden. Die in Athene die verlangden de Atheners te hebben bevrijd van peis en vree en aanzetten om ten strijde te trekken en rond te neuzen, opdat het is om zichzelf te verrijken uit de schatkist. 3. [Enkelen] van de Korinthiërs zochten naar verandering, de meesten waren in dezelfde toestand van vijandigheid tegen de Lakedaimoniërs als de Argivers en de Boeotiërs, enkel Timolaos, die eerder op goede voet staands [met hen] en Spartaans gezind [was], zoals blijkt op te maken te zijn uit wat gebeurde tijdens de Dekeleïsche oorlog, werd hen vijandig wegens eigen klachten. 3. Want toen deze een eskader van vijf schepen had, vernietigde hij van de eilanden deze die bij de Atheners wezen, daarop voer hij door naar Amfipolis met twee trières en vanbij dezen andere [trières] bemand hebbend, overwon hij in zeeslag Simichos, strateeg van de Atheners. Zoals ik ergens eerder gezegd heb waren 5 trières en 300 schepen gezonden, gevangen genomen: met ... van de trières hebbend voer hij door naar Thasos [en] maakte haar van Athene afvallig. 5. Dit was in de eerder vermelde steden meer de reden dan voorspraak door Pharnabazos of het goud dat ze aangezet waren tot haten van de Lakedaimoniërs.
VIII. 1. Aegina's harmost Milon, nadat hij dit vernam van de Atheners, zette met een zo snel mogelijk bemand schip de achtervolging van Demainetos in. Die was toevallig rond die tijd nabij het Attische Thoriskos. 2. Toen voer deze tegen ... poogde te ..., zette aan tot (veel?) ... te ... Nadat hij een schip van hen <de vijand> overmeesterd had, verliet hij het schip onder zijn bevel, omdat de romp slechter was, zijn crew overgezet hebben naar dat <schip> van hen voer hij verder naar de strijdmacht van Konon. Milon keerde weer zonder zaak (onverrichterzake) naar Aegina met zijn schip.

De zomer van het achtste jaar[bewerken]

IX. 1. Zo waren dus de belangrijkste van de gebeurtenissen te Hellas die winter: bij het begin van de zomer ... begon het achtste jaar <van de Lakedaimonische overheersing> ... de trières ... liep ginds binnen de ..., want toevallig hadden ze altijd van ... de scheepswerven klaargemaakt ... waar ze troffen met ... Pharnabazos ... deel te hebben genomen aan een vergadering ... en de beloning aan te nemen ... 2. Dus daar ..., Pollis de nauarch, die was aangesteld als opvolger van de nauarchie ven Archelaidas, kwam aan uit Lakedaimonië bij de vloot van de Lakedaïmoniërs en hun medestrijders. Rond dezelfde periode waren uit Phoenicië en Kilikië 90 schepen bij Kaunos aangekomen, waarvan 2 naar Kilikias voeren, de rest ... van de Sidonische dynast ... koning deze ... het land ... over de naurarchie. Pharnabazos ... zelf van deze door ... bij de heerschappij ... het legerkamp: 3. Konon [tegen] ... die bemerkte dat [ze] weer opnamen ... en de bemande schepen ... zo snel voer hij de rivier Kaunos genoemd op naar het Kaunische meer ... van Pharnabazos en Konons ...phernes een Perisch ... man ... van daden, deze ... wilde nemen volgens ... vriend .. zond weg naar de koning ... de tent van hem ...ging ...rapporteerde ...

Agesilaos' campagne in Perzië[bewerken]

XI. 2. Agesilaos .. het legerkamp ... de Kaysterse vlakte ... (in) de bergen geordenden ..., deze was hen ... zodanig vóór ... het legerkamp ... te ... 3. Tissaphernes ... achtervolgde de Hellenen ... [met] enerzijds ...duizend en tienduizend ruiterij, anderzijds niet minder dan ...(x10)duizend infanterie. Agesilaos ... meende dat ze zich moeilijk verdedigen de vijanden met velen de Hellenen overtreffend aanvallend in slagorde, ...loos en krato... bevelhebberschap ... strijden tegen ... leger ... de barbaren ... en we verordenden ... hebbende zoveel ... kunnend trekken ze weg ... doorzag de Hellenen ... noch de doortocht van een leger ... te verachten ...end zelf ... van de legers ... aanvallend ... buiten de carré ... gaf het bevel ..., ... voerde naar de Peloponnesiërs en medestrijders ... zodrahij vernam over de Hellenen ... altijd ... gelijken/soldaten, ... veel dichterbij ... niets maar het was de rivier ... want beiden ... vooraf zijn ... weinig ... leger ... 4. Agesilaos ... leger ... voorbereiden ...om ... verdeeld ... wij zullen willen ... 's Nachts ... hoplieten, vijfhonder lichtbewapenden, en stelde Xenokles de Spartaan als aanvoerder aan het hoofd van dezen, weggezonden om zich klaar te houden voro de stijd wanneerd door dezen [van het leger van Agesilaos/Tissapherenes] de weg zou worden afgelegd. ... samen met het opstaan van de dag trok het leger op zijn beurt op zijn beurt op naar het voorwaartse. De achtervolgende barbaren zoals ze gewoon waren vielen enkelen van hen de Hellenen aan, anderen bestookten hen met ruiterij, die over de vlakte achtervolgend in een ontactische [opstelling]. 5. Xenokles, toen hij meende de gelegenheid er te zijn, sloeg de hand aan de vijanden, opgestaan uit de hinderlaag liepen de Peloponnesiërs in looppas. [Zij] van de barbaren zodra iedereen zag dat de Hellenen aanvielen/chargeerden vluchten ze over geheel de vlakte. Agesilaos deze vluchtenden doorziend zond vanuit het leger lichtbewapenden en ruiters uit om deze te vervolgen: met deze uit de hingerlaag opgestaan, bevonden ze zich tegen de barbaren. 6. Ze achtervolgden de vijanden voor niet zo lange tijd, want ze konden hen niet vastgrijpen aangezien ze met veel ruiters en lichtgewapenden zijn. Ze doodden van hen ongeveer zeshonderd. De achtervolging gestopt hebbend marcheerden ze naar het kamp vna de barbaren. Niet degelijk opgesteld zijnd, nam men de wachters gevangen en nam snel [de rest]. Ze namen van hen vele levensmiddelen, vele mensen, veel uitrusting en goud van anderen en Tissaphernes zelf.
XII. 1. De strijd was dus zo geworden, [dat] de door de Hellenen verbijsterde barbaren weggingen met Tissaphernes naar Sardes. Agesilaos wachtte daar drie dagen, in welke hij de lijken onder een verdrag aan de vijanden teruggaf, een zegeteken oprichtte en geheel het land vernielde. Opnieuw leidde hij het leger verder naar Groot-Phrygië. 2. Hij maakte de tocht niet meer verder [met] de soldaten opgesteld hebben in carré, maar toelatende zoveel land als ze wouen aan te vallen en schade te doen aan de vijanden. Tissaphernes, die over de door de Hellenen afgelegde weg vernam, nam zoals vroeger de barbaren weer meer om van achter te achtervolgen, vele stadiën van hetn gescheiden. 3. Agesilaos de vlakte van Lydië volledig doorlopend leidde het leger ... door de bergen gelegen tussen Lydië en Phrygië. Toen hij dit gedaan had, liet hij de Hellenen afdalen naar Phrygië, tot ze aankwamen bij de Meanderrivier, die haar bron heeft te Kelainai, dewelke de grootste stad van Phrygië is, [en] uitstroomt in zee in de buurt van Priëne en ... 4. De Peleponessiërs en medestrijders gelegerd hebbend offerde hij [om te weten] of het geoorloofd was de rivier over te steken of niet, en de weg naar Kelainos af te leggen of eerder het leger terug te voeren. Omdat het gebeurde dat het offer niet goed was bevonden, wachtte hij ginds de dag dat hij was aangekomen en de volgende dag leidde hij het leger weg ... dus Agesilaos ... de vlakte van de Meander genoemd ... bewoond door de Lydiërs en ... XIII. ... koning ... tegen dezen ... generaal, deels ... Tissaphernes ... de Hellenen ... en zeer ... afgezonderd liggen ... uit ... Tissaphernes ... Artaxerxes ... door ... deze wegvoer... koning stemde ten zeerste in ... door Tissaphernes en ... Tithraustes ... toen ... Phrygië en Lydië ... weggezonden met een brief ... bij Ariaos Tissaphernes ... bij Me... nemen ... Tithraustes ... toen ... Tissaphernes weg te zenden ... Ariaos naar Sardes ... heen Tissaphernes ... het voordeligste voor de strategen ... het bedreigd hebben van de satrapieën door Agisilaos' aanwezigzijn nabij Magnesia ... van de infanterie en cavalerie ... anderen ... verspreid ... leger ...
XIV. 2. ... deels ... gul ..., deels werd ... die vroeg te beginngen ... door deze ... en forceerde ... tijd ... veel kunnen ... gelijk ... klaarmaakte ging hij ... Helleen ... of die geboren uit de oorlog ... de uitstekende rust toonde hij <Agesilaos> zich in de daden die hij deed: want niet zoals de meesten die voor hem heersten zette hij aan tot de plundering van de gelden, en zeer democratisch ... ontboden uit ... die hij meende ... van de meesten ...

Opstand op Rhodos[bewerken]

XV. ... overeenkomstig elke dag inspecteerde hij de soldaten met hun wapens in de haven, voorwenden opdat ze het niet lichtzinnig opnamen en onhandig werden voor de oorlog, [maar] willend de ijverige Rhodiërs telkens als ze deze onder wapens aanwezig zijnd zouden zien voor te bereiden op dat ogenblik de zaken aanpakten. Toen hij allen gewoon had gemaakt aan het zicht van de exercitie voer hij uit, twintig van de trières naar Kaunos meenemend niet wensend aanwezig te zijn bij het ten gronde richten van zij die heersten, Hieronumos en Nikophemos die adjudanten vna hem waren gaf hij het bevel zorg te dragen voor de zaken. 2. Ze wachten die dag af, van de aanwezige soldaten gingen van hen er voor de exercitie de volgende dag zoals ze gewoon waren in wapens naar de haven, een weinig [van hen] ging naar de agora. [Zij] van de Rhodiërs die medeplichtig waren in de zaak, wachtten het juiste ogenblik af om met de zaken te zijn begonnen, ze kwamen bijeen met dolken op de agora. Dorimaxos, één van hen, klom op de steen waarop de afroeper af te roepen gewoon was, schreeuwde zo hard als hij kon [en] zei: "O, mannen van de polis, dat we ten snelste naar de tirannen gaan." De overigen, [terwijl] hij riep om hulp, sprongen met dolken bij de samenkomst van de heersers binnen, doodden de Diagoreïers en elf andere olitiekers, dit bewerkstelligd hebbend, leiden ze de grote massa van Rhodiërs naar de volksvergadering. 3. Zo juist [was het] een samenkomst van dezen [toen] Konon met trières opnieuw was aangekomen uit Kaunos: die het slachten uitvoerden, deze ontbonden de huidige heerschappij [en] stelden de democratie in, ze maakten weinig van de burgers tot ballingen. Dus zo had de opstand die op Rhodos was deze afloop genomen.

Strijd tussen de Boeotiërs en Phokiërs[bewerken]

XVI. 1. De Boeotiërs en Phokiërs stelden zich die zomer op voor de strijd. De oorzaken van de vijandigheid ontstonden [tussen] hen door enkelen uit Thebe: want niet vele jaren eerder was er toevallig onder de Boeotiërs strijd naar voren gekomen.

De Boeotische constitutie[bewerken]

2. De zaken te Boeotië gingen toen als volgt: toendertijd waren vier raden aangesteld voor elk van de steden, waaraan het niet alle burgers was geoorloofd deel te nemen, maar de verwervers van een zekere massa verdiend geld. Elk van de raden op zijn beurt hield zitting en overlegde vooraf over de zaken die ze voorstelden aan de drie [andere], al wat ze allen meenden rechtsgeldig [te zijn] werd dit. 3. Hun eigen bleven ze zo besturen, dat van de Boeotiërs was op deze wijze ingericht. Geheel de bewoonde streek verdeelden ze over elf gouwen, en elk van hen verschafte zo één boeotarch: Thebe bracht er vier bijeen, enerzijds twee voor de stad, anderzijds twee voor Plataia, Skolos, Erythrae, Skafos en alle andere streken elk van vroegere samensmeltingen, toen ondergeschikt zijnd aan Thebe. Twee verschafte boeotarchen van Orchomenos en Hysiae, één Tanagraïsche, jaarlijks om beurt zond Haliartios, Lebadea en Koronea deze [ene] weg voor de gouw van de steden, op dezelfde wijze kwamen er uit Akraiphnios, Kopae en Chaeroneia. 4. Zo dus droegen de gouwen de heersers voor: ze verschaften zeshonderd raadslieden per boeotarch, en ze maakten onkosten voor hen per dag. Elke gouw had voor het leger duizend hoplieten en honderd ruiters opgedragen. Om het eenvoudig uit te leggen: overeenkomstig met de magistraten genoten ze van de gemeenschappelijke gelden, betaalden ze belasting, zonden ze rechters en hadden ze allen gelijk deel in de slechte en goede [zaken]. Zo leefde het hele volk dus als burger, de algemene vergadering van de Boeotiërs kwam samen te Kadmeia.

Thebaanse politiek[bewerken]

De list[bewerken]

Konons avonturen die zomer[bewerken]

De plannen van de Cyprioten[bewerken]

Agesilaos trekt verder[bewerken]