Naar inhoud springen

Het Nieuws van den Dag/1881/Nummer 3515/Londensche brieven

Uit Wikisource
‘Londensche brieven. 5 Augustus 1881. Het Internationaal Medisch Congres. III’ door H.
Afkomstig uit Het Nieuws van den Dag, woensdag 10 augustus 1881, Eerste Blad, [p. 2-3]. Publiek domein.
[ Eerste Blad, 2 ]

LONDENSCHE BRIEVEN.

5 Augustus 1881.

het internationaal medisch congres.

III.

De grootste toevloed van geleerde vreemdelingen op het Geneeskundig Congres komt uit Duitschland en uit de Vereenigde-Staten, en vooral van de samenwerking van die, welke van laatstgenoemd Rijk overkwamen, met de Engelsche geleerden verwacht men veel goeds. Ontegenzeggelijk hebben zij eene voorname zaak op de andere vreemdelingen voor, en dat is dat zij dezelfde taal als de Engelschen spreken, en men zoude er nog bij kunnen voegen, dat de geneeskunde in de Vereenigde-Staten min of meer dezelfde scholen volgt als die in Engeland, wat ook in zekere mate uit de gelijkheid van talen voortspruit. Doch dit is zeker, dat het tegenwoordige Congres van al de tot dusverre gehoudene niet de minste resultaten zal hebben. En de eer daarvan komt voornamelijk toe aan het Congrescomité en aan de ijverige bemoeiingen van de Heeren Mac Cormac en Makins, respectievelijk secretaris en onder-secretaris van het comité; de arrangementen, zoowel voor het Congres en voor de sectie-vergaderingen als voor de genoegelijke bijeenkomsten, waren, zooals Prof. Donders bij de openingsplechtigheid zeer terecht opmerkte, perfect.
In mijn brief van gisteren heb ik slechts ter loops melding gemaakt van de after-dinner-speech van Dr. Austin Flint (een der Amerikaansche afgevaardigden). Deze was inderdaad alleraardigst en wekte in hooge mate den lachlust en toejuichingen op. Hij voorspelde een resultaat van het Congres, dat niet voorzien was, namelijk eene invasie van Groot-Brittannië door de ambtsbroeders van de Vereenigde-Staten, tengevolge van de opgewondenheid, die zeker zou ontstaan door de verhalen over de onbeperkte gastvrijheid waarmede het Congres ontvangen was, tenzij de preventieve maatregel werd genomen om het volgend Congres aan de andere zijde van den Atlantischen Oceaan te houden. Kon hij op schooner wijze hulde brengen aan de werkelijk groote gastvrijheid? Zijne woorden schijnen ook aan te duiden, dat men in Amerika plan heeft het volgend Congres aldaar te doen plaats hebben, anders had hij zeker aldus niet gesproken. Misschien staat daarmede ook in verband de vergadering van de Amerikaansche afgevaardigden, die heden plaats had.
Onder de Congresleden zal wel geen enkel zijn, die over vrijen tijd kan beschikken. Van vele der Hollandsche weet ik dat zij verschillende uitnoodigingen hebben ontvangen, maar dat het hun werkelijk aan [t]ijd ontbreekt. De geheele dag werd heden wederom in beslag genomen met sectie-vergaderingen, bezoeken van hospitalen en van het museum voor natuurlijke historie in Kensington, door microscopische onderzoekingen, door uitstapjes op de Theems tot Greenwich (uitnoodiging van den heer Penn) en naar Windsor enz., terwijl er gezorgd is dat er goede gelegenheid is om een luncheon te gebruiken. Zoo kon men in het Cafe Monico, Piccadilly Circus, tusschen 12 en 3 uren in een alleen voor Congresleden gereserveerde zaal met visch, vleesch, groenten, brood en kaas een luncheon gebruiken voor 1/6 (ƒ0,90 de persoon! terwijl ook in de restaurant van Spiers & Pond (the Criterion) bijzondere arrangementen getroffen zijn.
In de sectie-vergaderingen zijn heden belangrijke zaken behandeld, en de Nederlandsche leden traden daarin herhaaldelijk op. Zoo sprak professor Snellen, van Utrecht, in de afdeeling voor oogheelkunde over »de natuur der sympathetische oogontsteking en in ’t bijzonder over de wijze van hare overbrenging.” Dr. Dentz, van Utrecht, over »een voorstel om den term »Carries” te laten wegvallen,” Dr. H. van Capelle, van ’s Hage, in de afdeeling voor geneeskundig staatstoezicht over »de voorzorgen noodig om de hondsdolheid te bestrijden,« Dr. Marinus Gori, van Amsterdam, over »het vervoer van zieke en gewonde soldaten in tijd van oorlog”, en Professor Plugge, uit Groningen, over »de doodelijke dosis van verscheidene Aconitenpreparaten.”
Doch ook door andere vreemdelingen zijn heden, zelfs voor leeken, interessante onderwerpen behandeld. De beroemde Parijsche Professor Pasteur mengde zich in eene discussie over kleine organismen in wonden. Dr. Koch, van Berlijn, toonde met behulp van oxy-hydrogeen licht de tegenwoordigheid van micro-organisme in het bloed en de weefsels aan in gevallen van zekere ziekten. Dr. Libbrecht, van Gent, sprak over kleurenblindheid bij spoorwegbeambten en zeelieden. De bekende Dr. Drysdale behandelde de regeling der prostitutie in Weenen. Ware ons het bijwonen der sectie-vergaderingen niet ontzegd, velen zouden zeker de afdeelingen voor geneeskundig staatstoezicht (sectie XIII) en voor militaire genees- en heelkunde (sectie XIV), of in het museum het aantoonen van zeldzame ziekten bij levende personen bijwonen. Wijselijk is dit echter niet toegelaten, want wij zouden bij dergelijke bijeenkomsten slechts in den weg zijn.
Op de groote namiddagvergadering in St. James Hall voerde Dr. Billings, van Washington, het woord over »onze medische litteratuur.«
Des avonds te 8 uren werd in Guildhall eene conversazione gehouden, welke door den Lord-Mayor en de corporatie van de City van Londen aan de leden van het Congres en hunne dames was aangeboden. Dit was meer eene vergadering voor die afgevaardigden, welke het banket bij den Lord Mayor niet konden bijwonen, en eene dergelijke bijeenkomst komt in aard eenigszins overeen met de plechtige ontvangst van Congresleden te Amsterdam door den gemeenteraad, hoewel de vormen en de manier van doen natuurlijk zeer verschillend zijn. De Guildhall was voor deze gelegenheid geheel en al gemetamorphoseerd, het geheele schoone gebouw was op de meest kwistige wijze versierd, en het museum, de gerechtszalen, de bibliotheek, de raadszaal kortom alle zalen in het geheele gebouw waren opengesteld. Om de versieringen nog te beter te uitkomen [ Eerste Blad, 3 ]werd alles verlicht door electrisch licht volgens drie verschillende systemen, en een groote candelabre van [M]axim-lampen, die door een Faure-accumulateur gevoed werden, was boven de groote trap geplaatst.
Bij het binnenkomen werden de gasten ontvangen door den Lord-Mayor en de Lady-Mayoress, en kwamen zij daarna in de eigenlijke Guildhall, die smaakvol met varens, palmen, tropische planten, beeldhouwwerk, vazen enz. versierd was. Op de galerij was de muziek van de Coldstreams, en in de bibliotheek die van de Royal Artillery bezig de gasten te vermaken, terwijl in de concert-kamer nog twee concerten gegeven werden. Een prachtig gedrukt programma wees niet alleen den weg door het geheele gebouw, maar gaf bovendien eenige inlichtingen over het ontstaan van het gebouw, de bibliotheek, het museum enz. Vooral de bibliotheek wekte in hooge mate de belangstelling, daar zij vele werken van hooge waarde bevat. Eene bijzonderheid die weinig bekend is, is dat zich daarin thans ook bevindt de waardevolle bibliotheek van de Hollandsche Kerk alhier, door haar aan de Guildhall in bruikleen afgestaan. Onder de antiquiteiten in het museum bevinden zich oude kaarten en plannen, waaronder een plattegrond van Londen door Anthony van den Wijngaerde, en een exemplaar van de vroegst gedrukte Hollandsche vertaling van den bijbel, uit 1477, en vele andere merkwaardigheden.
De Voorzitter, Sir James Paget, en de voornaamste leden van het Congres met hunne dames waren tegenwoordig, en iedereen was blijkbaar ingenomen met de waarlijk vorstelijke ontvangst.
In den namiddag gaven de dames, die aan geneeskunde doen, een garden-partij in den tuin van het Lopndon College of Medicine for Women. Daarbij waren vele der voornaamste Fransche, Duitsche en Russische Congresleden tegenwoordig, maar vooral ook traden hier op den voorgrond de dames doctors, gehuwde en misses, en de tegenwoordigheid van mr. en mrs. Fawcett (de Minister voor de posterijen en echtgenoote) gaf aan het geheel een kleur van eene vrouwen-emancipatie-bijeenkomst.
Nog vier dagen werken en genoegens. Zullen alle Congresleden het zoolang kunnen uithouden?

H.