Naar inhoud springen

Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/De consul der Nederlanden te St. Petersburg

Uit Wikisource
‘De consul der Nederlanden te St. Petersburg schrijft, dd. 25 Mei-16 Juni 1884, […]’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit Het Nieuws van den Dag, donderdag 19 juni 1884, Tweede Blad, [p. 1]. Publiek domein.

[ Tweede blad, 1 ]De consul der Nederlanden te St. Petersburg schrijft, dd. 25 Mei[-]16 Juni 1884, het volgende:
In het officieel orgaan der Russische Regeering van gisteren is opgenomen het voorloopig reglement voor de scheepvaart door het nieuwe zeekanaal alhier. Dit reglement luidt, vertaald, in hoofdzaak, als volgt:
Vreemde zeil- en stoomschepen, welke te Kroonstad aankomen, kunnen in het kanaal varen op voorwaarde dat hun diepgang niet grooter zij dan 20½ voet. Bij laagwater zal de gereglementeerde diepgang naar evenredigheid worden verminderd.
Schepen met een diepgang van boven 20½ voet kunnen gedeeltelijk te Kroonstad lossen, ten einde den vereischten diepgang voor het kanaal te verkrijgen, en het kanaal bevaren onder het sleepen van het geloste gedeelte der aangegeven lading in pramen. Zeilschepen moeten gesleept worden achter, en niet naast de sleepbooten.
Vreemde schepen, die in ballast zijn aangekomen of die hunne lading te Kroonstad of in de stad St. Petersburg hebben gelost, kunnen door het kanaal naar de aanlegplaats van den Poetilof spoorweg gaan, ten einde voor den uitvoer bestemde goederen te laden, op voorwaarde dat zij bij vertrek geen grooteren diepgang hebben dan 20½ voet.
Schepen, die zich door het kanaal naar de aanlegplaats Poetilof begeven, worden te Kroonstad door de douane gevisiteerd op dezelfde voorwaarden als de schepen, die rechtstreeks naar St. Petersburg gaan om te lossen.
De toegang tot het kanaal kan niet verboden worden, tenzij de haven van aankomst geene schepen meer zou kunnen bevatten, tengevolge van het groot aantal dat aldaar reeds aanwezig mocht zijn.
De schepen mogen slechts overdag in het kanaal varen; bij het vallen van den avond en bij mist, moeten zij voor anker gaan liggen en de nachtsignalen hijschen.
Om in het kanaal te mogen gaan, moeten de schepen zijn voorzien van een door de douane te Kroonstad afgegeven bewijs van toegang. De aanwezigheid aan boord van een beëedigden loods is verplichtend gesteld.
Terwijl mij is gebleken dat in het buitenland, onder anderen in Nederland, thans nog over het algemeen een overdreven gewicht wordt gehecht aan de voordeelen van het nieuwe kanaal in zijnen tegenwoordigen toestand, veroorloof ik mij nog hierbij op te merken, dat bovenbedoeld reglement alleen betrekking heeft op het zeekanaal zelf en op de aanlegplaats Poetilof, waar slechts hoogstens zes stoombooten kunnen lossen. Hier en in het kanaal nu, staat water genoeg, doch in de Newa, — waarheen bovendien de schepen, die eenmaal het kanaal zijn binnengekomen, op het oogenblik nog niet anders kunnen komen dan door het nemen van den terugweg van de aanlegplaats Poetilof, door het kanaal en zóo langs den ouden weg naar de stad, — staat slechts 10 à 11 voet water op de baar, en aan de kaden te St. Petersburg weinig meer. Intusschen zal de rechtstreeksche verbinding tusschen de aanlegplaats Poetilof en de groote Newa spoedig tot stand komen, doch voorloopig alleen voor schepen met geen grooteren diepgang dan 15 voet.