[ vierde blad, 13 ]Mozart liet, bij zijn overlijden (5 December 1791), twee zoons na: Karl, een knaap van 7 jaren, en Wolfgang Amadeus, nog geen jaar oud.
Karl Mozart overleed in 1858 of 1859 te Milaan, als Oostenrijksch belasting-ambtenaar. De jonge Wolfgang had iets van het muzikaal talent zijns vaders geërfd, maar zijn composities beteekenen niet veel en zijn nagenoeg geheel vergeten. Hij begon reeds op 13-jarigen leeftijd concertreizen, bracht het grootste deel van zijn leven in Galicië door en was het laatst werkzaam als kapelmeester aan den schouwburg te Lemberg, waar hij een soort van zang-academie, de „Cäcilien-verein” had gesticht. Hij overleed in 1844 te Karlsbad.
Mozarts weduwe (geboren Constance Weber) bleef bij den dood van den grooten toondichter in behoeftige omstandigheden achter. Zij kreeg toen bij gratie van den Oostenrijkschen Keizer een pensioen (⅓ van het salaris van haren man, hetwelk 800 gulden bedroeg).
Achttien jaren na Mozarts dood hertrouwde zijn weduwe met Georg Nikolai v. Nissen, Deensch Staatsraad en zaakgelastigde te Weenen.