Het Nieuws van den Dag/Nummer 7386/Tentoonstelling van het Genootschap Architectura et Amicitia

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tentoonstelling van het Genootschap Architectura et Amicitia
Auteur(s) J. Hessing
Datum Vrijdag 23 februari 1894
Titel Tentoonstelling van het Genootschap Architectura et Amicitia
Krant Het Nieuws van den Dag
Jg, nr ?, 7386
Editie, pg [Dag], 2e blad, 6
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Tentoonstelling van het Genootschap Architectura et Amicitia.

      Men loopt in de Plantage, slaat rechts af en komt op de Muidergracht; dáar ziet men opeens een groot gevaarte met hoekige lijnen uit den grond oprijzen, en dat gevaarte blijkt bij nadere beschouwing te zijn de Décoratieve gevel van het tentoonstellingsgebouw, een houten hulpschool, voor deze gelegenheid tijdelijk afgestaan door het stedelijk bestuur aan ’t genootschap A. et A.
      Van het versieren, dat dit getimmerte moest doen, is echter niet veel te merken, ’t is een vrij onaesthetisch geheel en de beschildering tamelijk burgerlijk.
      Hoewel de ontwerper getracht heeft iets hoogs te leveren, vinden wij het toch zeer laag-bij-de-grondsche symbolique, dat figuur, zoo profaan met de armen in de zijde, hangende en staande aan op akelig gewrongen lijnen, maar er blijkt uit dat de schepper van dit fraais wel eens naar symbolische voorstellingen gekeken heeft en het nu tracht na te doen.
      Wie deze decoratieve gevel meer op zijn gemak wil bekijken, heeft daar binnen gelegenheid voor, want in een van de zalen hangt de schets op verkleinde schaal, daar kan men tevens aan de weet komen, dat de ontwerper is de architect C. Kromhout Czn.
      Maar laat ik liever afscheid nemen van het leelijks buiten en binnen iets moois trachten op te sporen, wat me dadelijk al gelukt, want in de eerste zaal hangen verschillende ontwerpen van den architect H. P. Berlage, en wel in de eerste plaats: het ontwerp voor het gebouw van de Algemeene levensverzekeringmaatschappij op het Damrak alhier.
      Een knap ontwerp, flink gedaan, zonder zich te storen aan de conventie, en eenvoudig.
      Ook de teekening getuigt, dat de Heer Berlage onder de ware artisten gerekend kan worden.
      Vervolgens van denzelfden architect:
      Eenige photographiën van de villa van den Heer Dr. van Eeden, te Bussum. Ook dit is, als het bovengenoemde, mooi, eenvoudig en hij heeft ook hier gebroken met het recept, dat gewoonlijk voor villa’s enz. gebruikt wordt.
      Verder een woonhuis te Groningen; dit lijkt wat plomp, maar de oorzaak daarvan kan wel liggen in de teekening, die zeer zwaar, hoewel mooi van kleur is.
      Verder zien we in deze zaal nog het ontwerp voor een koninklijk paleis van den Heer C. Kromhout Czn., wat ons een proeve van zeer onbegrepen architectuur doet zien, oppervlakkige vormen in en op elkaar gepakt, liefst zoo onwaar mogelijk, zeer handig, maar ook zeer slordig en onserieus geaquarelleerd.
      Evenzoo onbeduidend zijn de antwoorden, ingekomen op de prijsvraag voor tentoonstellingsgebouwen, voor de hier te houden tentoonstelling van hôtelwezen, enz.
      De hier geëxposeerde zijn van de heeren C. Kromhout Cz., Paul de Jong en W. van Boven, die zich beijveren elkaar na te doen in ’t aquarelleeren van lichtbundels. Deze zaal is versierd met de lambriseeringen en deurbekroningen van ’t Kasteel van Haarzuilen, wat trouwens veel heeft afgestaan in bruikleen voor deze tentoonstelling.
      Zooals wel bekend zal zijn, wordt het Kasteel van Haarzuilen gerestaureerd door Dr. Ph. Cuypers, die ons hier laat zien hoe knap hij die midden-eeuwsche architectuur begrijpt. Ook zijn hier twee ramen met geschilderd glas, uit genoemd kasteel te zien gesteld.
      Ook in de volgende zaal vinden we Dr. Cuypers vertegenwoordigd door zijn decoratieve schetsen; deze toonen wel degelijk aan, dat de architect nog wel meer kan dan lijnteekenen, nog wel knap kan zijn op ander gebied, maar ’t is onnoodig nog langer hierbij te blijven staan. Iemand, die Dr. Cuypers als artist wil leeren kennen, moet zijn museum of kerk in de Vondelstraat maar gaan zien, dat zijn monumenten voor hem, voor zijn artistieke kracht.
      In dezelfde zaal is van Dijselhof een paneel opgehangen, beschilderd in pastel met Flamingo’s in verschillende acties. Met bijna niets bereikt hij een zoo knap effect van kleur en lijn, eigenlijk zooals we dat van hem gewoon zijn kranig; hiertegen steekt het kamerschut van den Heer Ellens ongemeen af, want naast de op en top flinke Dijselhof, toont ’t nog suffer, dan ’t in zijn eigen omgeving zou doen; vooral de groote papaverplant is vreeselijk saai en verraadt niet bepaald veel gevoel. Het ontwerp op kleine schaal, wat er boven hangt, doet veel beter van kleur.
      Ook hangen in dezen hoek nog twee etsen van Bauer, twee uitstekend in karakter geteekende aanzichten, vooral de Kathedraal is kranig gedaan.
      Thans weder een prijsvraag, namelijk: Een reclamebiljet voor een bouwkunst-tentoonstelling.
      Het met den 1en prijs bekroonde ontwerp, kan men hier en daar verscholen en zeer karig in de stad tegen muren vinden geplakt, wat zeer te betreuren is. ’t Is een knap ding, gedaan door den Heer M. Lauweriks.
      Als opvatting vind ik het ontwerp van den Heer K. de Bazel bovenaan staan, namelijk dat onder motto „Inspireo“.
      Ook hangen hier nog diploma’s voor de tentoonstelling van Nationale nijverheid te Winschoten, waaronder dat van den Heer Lauweriks uitmunt door opvatting en uitvoering. Ook trekt zeer de aandacht het ontwerp van den Heer J. de Groot als compositie en teekening.
      Hier hangt ook een diploma van den Heer Walekamp, dat zeer knap is, voornamelijk van kleur, en wel een diploma voor de landbouwtentoonstelling.
      Dan zijn we gekomen aan dat, wat eigenlijk aan den ingang van deze zaal al de aandacht trok, namelijk een tegeltableau, uitgevoerd en ontworpen op ware grootte door de heeren K. de Bazel en M. Lauweriks. Dit vereenigt in zich een schoone, ideale gedachte met een knappe uitvoering. Eterisch, stemmig van kleur, fraai van lijnen, staat ’t daar, als getuige voor de hooge plaats, die zijn ontwerpers innemen, niet alleen in kunst maar ook in het leven, en ik geloof zeker dat het niet noodig is bij deze zuivere gedachte een verklaring te geven, een ontwikkeld menseh zal het zeker in zijn geheel begrijpen.
      Als we de volgende zaal ingaan zien we Dr. Cuypers weder goed vertegenwoordigd, door schetsen en teekeningen van hem naar oude gebouwen, kerken enz., en ook hangen hier eenige ontwerpen voor kerken van hem en van zijn zoon, den Heer Joseph Th. Cuypers.
      Ook eenige teekeningen van ornement uit de kerk en Crypta van Rolduc, de meeste door M. Lauweriks geteekend.
      De kerk te Hilversum, een ontwerp van Dr. Cuypers, hangt hier, geschetst naar de natuur door K. de Bazel.
      Verder zien we dat in Nederland het kunstsmeden toch nog niet geheel verdwenen is, hier is namelijk geëxposeerd een inzending van den Heer S. van Vuren, welke voor diens knapheid op dat gebied getuigt. Midden in deze zaal staat een vitrine en deze bevat kunstnijverheid, namelijk schilderingen op zijde, uitgevoerd door de dames Sterneberg, en in eene andere zaal verschillende ontwerpjes en teekeningen, die hun vervaardigsters alle eer aandoen door de mooie en serieuse uitvoering.
      Dan het beeldhouwwerk, of liever meest modellen werk, er is veel moois bij, voornamelijk van den Heer Mendes da Costa, een paneel versierd met vlak relief, voorstellende aapjes, en ook van denzelfde als houtsnijwerk twee knap gestoken adelaartjes. Tegen den achterwand hangt het werk van den Heer Nieuwenhuis, uiterst gevoelig van kleur en lijnen zijn deze meesten, vooral het middelste, met die prachtige vischjes, die zoo mooi zwemmen in dat gestyleerde water.
      In de volgende zaal valt ons ’t eerst in het oog een deel van de voorpoort van ’t Chatelet van Haarzuilen, met zijn mooi, verdedigend beslag, daarna de Gedenkbladen-Reclamebiljetten voor de pianofabriek van Ibach Sohn, Barmen, van de hh. Lauweriks, Walekamp en K. de Bazel.
      Vooral De Bazel gaf ons hier eene mooie symbool te zien, serieus mooi geteekend, fijn, eterisch van kleur.
      De Heer Walekamp gaf ook een mooi ding, knap van kleur vooral, evenals de Heer Lauweriks, wat ons echter op enkele plaatsen wat druk was.
      Dan, dicht bij den uitgang, de antwoorden op de prijsvraag: „Een schildersatelier met woning, waar ons voornamelijk aantrekt het eenvoudige, ware ontwerp van den Heer K. de Bazel.
      Dit geeft duidelijk aan, dat de ontwerper meer zoekt naar architectuur zonder verwrongen lijnen en lijstjes, zuiltjes en andere fraaiigheden, die gewoonlijk uit de perioden der Romeinen of renaissance worden overgenomen.
      Als tweede trekt de aandacht ’t ontwerp onder motto: „Fluor“ van den Heer Bauer, wat veel fijns in zich heeft.
      De eerste prijswinner schijnt zijn bibliotheek verrijkt te hebben met de Academie Architecture, jammer maar, dat hij het knappe teekenen meteen niet heeft overgenomen.
      Ongelukkig is ’t, betreurenswaardig zelfs, dat al de andere architectuur, eenige uitgezonderd, de moeite van bespreken niet waard is. We willen hopen voor de toekomst, en wenschen A. en A. veel succes met deze expositie.
      21 Febr. 1894.

J. Hessing.