Het Vaderland/3 april 1938/Ochtendblad/Tentoonstelling van abstracte kunst

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tentoonstelling van abstracte kunst
Auteur(s) Anoniem
Datum Zondag 3 april 1938
Titel Tentoonstelling van abstracte kunst
Krant Het Vaderland
Jg 69
Editie, pg Ochtendblad B, 1
Opmerkingen László Moholy-Nagy vermeld als Ladislaus Moholy-Nagy, Georges Vantongerloo als Georges van Tongerloo
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

Tentoonstelling van abstracte kunst


      In het Stedelijk Museum te Amsterdam.
      Uit Amsterdam meldt men ons: Gistermiddag is in het Stedelijk Museum de tentoonstelling van abstracte kunst geopend, waarvan de komst eenige weken geleden reeds is aangekondigd. Het is de eerste keer, dat op zulk een groote schaal een tentoonstelling van dien aard hier ter stede en hier te lande gehouden wordt; wel vonden afzonderlijke tentoonstellingen van Mondriaan en van Van Doesburg plaats. Tot de meest op den voorgrond tredende kunstenaars, wier werken geëxposeerd worden, behooren behalve landgenooten als Piet Mondriaan en twee dooden, Theo van Doesburg en Jaap Bendien, verscheidenen buitenlanders. Wij noemen (in alphabetische volgorde) Alexander Calder, Robert Delaunay, Wassily Kandinsky, Paul Klee, El Lissitzky, Ladislaus Moholy-Nagy, Antoine Pevsner en Georges van Tongerloo. Zij exposeeren, behalve hun schilderijen die men beter composities of anderszins kan noemen, constructieve plastieken en maquettes. Tot de laatste behoort het ontwerp voor het Nederlandsche Paviljoen te Nieuw York van Mart. Stam en van de architectengroep „De 8”, die ook de tentoonstellingszalen inrichtte. Van de tentoonstellings-commissie, waarin de directeur en de conservator der gemeentelijke musea q.q. zitting hebben, bestaat trouwens het grootste gedeelte uit architecten. De nauwe verwantschap tusschen deze abstracte kunst en de bouwkunst komt daarin nog eens uit.


De openingsrede.


      De schilder H. Buys heeft de tentoonstelling geopend.
      Spr. aarzelde niet deze tentoonstelling een gebeurtenis van eminent belang te noemen. Zij geeft een kijk in het laboratorium der kunst, waar vele hedendaagsche kunstenaars bezig zijn den grondslag te leggen van nieuwe, ongekende levenswaarden. Tot de belangrijkste exponenten in dit proces behooren nog steeds onze vroegere landgenooten, Mondriaan en wijlen Theo van Doesburg, wier symbolische uitdrukkingswijze wij eerst thans beginnen te verstaan als het tastend begin van een mogelijken nieuwen levensstijl. De abstracte kunst der neoplastici werd aangevuld o.m. door het werk der constructivisten, wier arbeid ofschoon zij van de techniek uitgingen, later ook emotioneele waarden tot uitdrukking bracht. Dit constructivisme heeft eenige jaren in Rusland opgang gemaakt en daaraan heeft de moderne kunst den term cultuurbolsjewisme te danken gehad. Als reactie er op ontstond weer het suprematisme, dat de overheersching van het gevoel in de beeldende kunst aanvaardt en als een uitlooper daarvan is weer het meditisme van wijlen Bendien te beschouwen, die hier met twee werken, een schilderij en een plastiek, die hij op zijn sterfbed maakte, is vertegenwoordigd. Sterk revolutionair getint zijn tenslotte het dadaïsme en het surrealisme, waarvan de tentoonstelling eveneens enkele uitingen bevat.
      Zij geeft zoodoende een vrij volledig overzicht van hetgeen er in de nieuwe kunst aan tijdelijk en blijvende waarden aanwezig is. Met den wensch, dat zij zal bijdragen niet slechts tot waardeering van het streven van vele hedendaagsche kunstenaars, maar tevens tot het begrijpen van ons tijdperk en verheldering van het inzicht, verklaarde spr. de tentoonstelling geopend.