Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Hooger onderwijs
| ‘Hooger onderwijs’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit Het Vaderland, zaterdag 4 mei 1889, eerste blad, [p. 2]. Publiek domein. |
Hooger onderwijs.
Met 1 Sept. a.s. zal te Amsterdam een gymnasium op Gereformeerden grondslag worden geopend. De bedoeling is om te beginnen met twee klassen. Wanneer dan een volgend jaar deze 1e en 2e klasse een 2e en 3e worden, kan een nieuwe 1e klasse worden toegelaten. Op deze wijze stelt men zich voor in korten tijd een gymnasium met 6 klassen te verkrijgen. Het schoolgeld zal f 120—f 150 in het jaar bedragen. De leerlingen zijn niet gebonden om na het einde van den cursus als student tot de Vrije Universiteit over te gaan.
Door de universiteit van Groningen zijn de volgende prijsvragen uitgeschreven:
Faculteit der geneeskunde. — I. Een experimenteel onderzoek naar de werking van chloroform op bacteriën en andere dergelijke lagere organismen. — II. Bij tuberculeuse aandoeningen van het spongieuse been worden menigvuldig zoogenaamde »wignekrosen” waargenomen, door eenige onderzoekers als gevolg van een kaasachtigen embolus in een eindarterie van het spongieuse beschouwd. Men vraagt deze meening door nadere onderzoekingen te bevestigen of te wederleggen.
Faculteit der wis- en natuurkunde. — I. De faculteit verlangt eene bijdrage tot de kennis der inlandsche rotatoriën. Door praeparaten en afbeeldingen toe te lichten. — II. Bij de poederfiguren van Kundt vormt het poeder tusschen de knooppunten geribde ophoopingen. Verschillende natuurkundigen, o. a. Kundt, Bourget, Dvorak, Neesen, hebben getracht het ontstaan dezer ribben te verklaren. De faculteit verlangt een kritisch verslag dezer onderzoekingen en een nieuw onderzoek, dat tot eene volledige verklaring van het verschijnsel leidt.
Faculteit der letteren en wijsbegeerte. — I. De faculteit verlangt, vooral naar aanleiding van het werk van B. Stade, Geschichte des Volkes Israël, I, een onderzoek naar de sporen in het Oude Testament van vereering der dooden bij de Israëlieten. — II. De faculteit vraagt een onderzoek naar het begrip »Politeia” bij Aristoteles in zijne Ethica en Politica.
Faculteit der godgeleerdheid. — I. De faculteit vraagt een onderzoek naar den invloed, dien de Hervormde kerken van Engeland en ons vaderland wederkeerig op elkander hebben uitgeoefend, tot en met de nationale synode van Dordrecht. — II. De faculteit verlangt eene aanwijzing en beoordeeling van de plaats, die volgens Albrecht Ritschl aan de theoretische kennis in den christeiijken godsdienst toekomt.
Faculteit der rechtsgeleerdheid. — I. De faculteit verlangt eene critische verhandeling over de retributiën zooals zij voorkomen in het belastingstelsel van de voornaamste staten van Europa en eene uiteenzetting van de regels, die aan de heffing van retributiën in het huishouden van den Nederlandschen staat en zijne onderdeelen behooren ten grondslag gelegd te worden. — II. De faculteit verlangt eene verhandeling over het stelsel der Nederlandsche wetgeving ten aanzien van het vervallen der zakelijke rechten ten gevolge van langdurige niet-uitoefening, historisch-critisch beschouwd en met het stelsel der voornaamste buitenlandsche wetgevingen en ontwerpen vergeleken.
De vragen worden beantwoord in de Nederlandsche taal. — De antwoorden, geschreven met eene andere hand dan die van den auteur, worden vóor 1 Mei 1890 toegezonden aan den secretaris van den senaat der universiteit. Zij worden geteekend met een spreuk en gaan vergezeld van een gesloten en verzegeld briefje, dat dezelfde spreuk tot opschrift heeft en den naam en het adres des schrijvers bevat. — Op den derden Dinsdag van September 1890 wordt het oordeel der faculteiten over de ingekomen verhandelingen afgekondigd en aan de schrijvers der meest voldoende antwoorden, die door de faculteiten der bekroning zijn waardig gekeurd, de gouden eerepenning uitgereikt.