Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht
| ‘Kamer-overzicht’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit Het Vaderland, zaterdag 4 mei 1889, eerste blad, [p. 2]. Publiek domein. |
KAMER-OVERZICHT.
Een omvangrijk debat gelijktijdig in beide Kamers dwingt ons steeds tot groote beknoptheid. Zonder schade ditmaal, want het gesprokene over de arbeidswet in de Eerste Kamer opende geen nieuwe gezichtspunten, en het gesprokene over de boterwet in de Tweede was over ’t geheel nog weinig scherp begrensd en leidde nog tot geen tastbaar resultaat.
De twee stroomingen, die zich tegenover de arbeidswet in de Tweede Kamer openbaarden, die van hen, die met aarzeling dezen eersten stap deden, en die van hen, die de bescheidenheid van dezen eersten stap betreurden, vertoonden zich ook in de Eerste Kamer. Was een der meest aarzelenden de heer Van Zuijlen, vrijwel alleen stond hij zeker in zijn opvatting, dat het ontwerp strekte om aan de eischen der socialisten eenigermate tegemoet te komen, een stelling, die terecht krachtige tegenspraak vond bij den heer Wertheim. Beslist vijandig tegen de wet was alleen de heer Blijdenstein, die dan ook tegenstemde, èn omdat hij benadeeling der industrie voorzag, èn omdat hij voor de ontwikkeling van den werkman meer van eigen initiatief dan van een wet verwachtte. Zijn mede-afgevaardigde uit Overijsel, de heer Stork, voorwaar geen vijand van particulier initiatief, toonde aan, dat de heer Blijdenstein zeker te ver ging. Bij zijn beroep op Engeland vergat hij dan ook geheel, dat daar wel degelijk een sociale wetgeving bestaat, en zijn bewering, dat de wet op dit gebied niet dan kwaad heeft gedaan, wordt door de ervaring gelogenstraft. Te rade gaande met zijn ondervinding op beperkt gebied, zag hij niet, dat niet overal het particulier initiatief even goed kan werken, dat het niet overal steun en hulp van den Staat ontberen kan.
Werd ook in dit debat op leerplicht aangedrongen, de Minister verklaarde namens de Regeering te kunnen spreken, als hij zeide daartegen geen bezwaar te hebben, zoo de schoolquaestie ten genoegen der verschillende partijen werd opgelost. Men onthoude het.
Bij de boterdiscussie bleek aanvankelijk bij de antirevolutionairen groote voorliefde voor het wetsontwerp, bij de katholieken vaneen zeer gereserveerde tamelijk vijandige houding, terwijl de liberalen van verschil van gevoelen blijk gaven. De felste aanval kwam van de zijde van den heer Harte, die met een huldebetuiging begon voor de goede bedoelingen der regeering, maar daarna het ontwerp letterlijk in flarden scheurde, en aan de zuivelbereiders en natuurboterhandelaars, ja ook aan de landbouwcommissie en aan de Regeering zeer harde maar zeer verdiende waarheden te hooren gaf. In zijn advies zagen wij met genoegen ten slotte eenzelfde standpunt aanbevolen, als ook wij innamen. Men vergunne alleen natuurboter zich met dien naam te tooien, en alle onbillijkheid is vermeden, alle dwang weggenomen.
Het ontwerp, zooals het daar ligt, beoogt bedrog tegen te gaan: dat was schering en inslag van de redevoeringen der verdedigers. Maar het was dan toch uiterst gemakkelijk aan te toonen, dat dit doel niet bereikt, maar voorbijgeschoten wordt. De heeren Vermeulen en Hintzen wezen er op, hoe het ontwerp vergunt allerlei geknoei onder den naam »margarine” aan de markt te brengen, ja hoe het een rechtstreeksche aanmoediging bevat tot knoeierij. Men praatte veel van »geïnteresseerden”, die tegen dit ontwerp opkomen: de waarheid is, dat het ontwerp strekt om genoegen te doen aan geïntereseeerden bij bepaalde belangen, die, door eigen schuld in verval, door staatshulp op de been geholpen willen worden, maar de waarheid ook, dat het hoofddoel, herstel der Hollandsche boterprijzen op de wereldmarkt, niet kan worden bereikt. Ook dat toonden beide genoemde sprekers overtuigend aan. Dinsdag is de heer Mees aan het woord.
Een woord voegt over het kloeke optreden van vijf leden, die een plan tot belastinghervorming hebben ingediend. Waar de Regeering stilzit, hebben zij gemeend te moeten werken, niet door een parade-motie, maar door gebruik te maken van het recht van initiatief. Moge hun arbeid zegenrijke gevolgen hebben.