Naar inhoud springen

Het Vaderland/Jaargang 55/24 december 1923/L’orchestre à plectre

Uit Wikisource
‘L’orchestre à plectre’ door E.P.D.
Afkomstig uit Het Vaderland, maandag 24 december 1923, Avondblad D, p. 1. Publiek domein.
[ Avondblad D, 1 ]

L’ORCHESTRE à PLECTRE.

Dat er voor mandolinemuziek belangstelling is in de Residentie bleek gisterenmiddag in Diligentia waar de galerij uitverkocht was, en de zaal vrij goed bezet, niettegenstaande behoorlijke prijzen.
Er was een kleine ritardando in het programma. „Koos”, de getrouwe zaalchef, kwam ons vertellen, dat de Parijzenaars te laat waren aangekomen en aan zijn beleid dankten wij, dat de heer Frans de Groodt, de mandolinevirtuoos, vast met zijn solo’s begon. Hij gaf eerst een preludio van Calace, bijna een vioolsolo, imitatie Bach, met schitterende techniek. De solist wist mooie nuances aan te brengen, zeer gevoelig af te dempen en met succes meerstemmig te spelen. Soms vond ik de tremolobeweging van het plectrum wat traag, zijn pianissimo was bijzonder gelukkig, evenals de cadenzen in een stuk van Wieniawski, die met bravour werden vertolkt.
Onder zijn solo’s, het geschuifel, dat de komst der Franschen aankondigde. Kort daarop hun joyeuse entrée onder leiding van den heer Feret. Hun orkest is als volgt opgesteld: piccolo (sopranino), mandoline (viool), mandolalto, mandole (violon-tenor), mandoloncelle, mandolone (kleine contrabas), grand mandolone, pauken, enz.
De concertmeester speelt om de beurt de piccolo-partij of mandoline en begon met een mankementje aan zijn instrument. Maar geen nood, de dirigent haalde een ander voor hem uit de achterhoede en het orkest kon beginnen. Krachtig ging het Wien Neerlandsch Bloed in eenigszins Fransche regie. Het orkest, dat geheel uit dilettanten bestaat, vertoonde in de eerste plaats niet de minste vermoeienis na de nachtreis en bleef den geheelen middag tot halfzes even opgewekt en nauwgezet musiceeren. De heer Feret is een kwiek dirigent, weet met weinig gebaar heel veel te doen en zijn orkest tot prachtige climaxen te brengen. Een Bourrée van Bach b.v., maar vooral het teere Lohengrin-voorspel was werkelijk ongelooflijk van klank en zelfs het slot niets onzuiverder dan gewoonlijk de twee concertmeesters het eraf brengen in een symphonieorkest. Van hem hoorden we ook Tarass Boulba, een Poème symphonique van Alex Georges, een orgie van klanken, maar meesterlijk door dezen werkelijken kunstenaar opgebouwd en vooral Prelude en Mazurka uit Coppelia behoorde tot de beste orkestnummers. Een andere Parijsche dirigent, de heer van de Wall dirigeerde Impressions d’Italie van Charpentier, waarin de muilezels uitmuntend werden geïmiteerd. Deze leider was wat erg druk in zijn bewegingen en gaf zelfs te veel aan. O.i. is de rustige doelbewuste Feret exacter.
Het mooist waren de onderstemmen, dikwijls klonken ze als volmaakte hoorns, de paukenist, die zich bij ieder nummer met een stemfluitje controleerde, speelt als een kunstenaar en er heerscht een schitterende eenheid in dit ensemble. Een enkel maal trof het plotselinge afbreken even onaangenaam (Lohengrin) en nu en dan was de zuiverheid niet geheel intact (net als de cellisten gewoonlijk in Charpentier), maar we mogen nog eens apart noemen de mooie muzikale lieeringen als op strijkinstrumenten en hoe er dikwijls als gezongen werd. Het gezelschap bespeelt uitsluitend Gelas-instrumenten en de fabrikant was zelf meegekomen en bleek een even serieus mensch als kunstenaar in zijn vak. Feret kreeg na de pauze een welverdienden lauwerkrans en liet het orkest meermalen opstaan. Op verzoek werd ook de Marseillaise ingelascht en met geestdrift begroet.
Mme. Nora Arnouts, die op een begeleider had gerekend, moest ten slotte haar eigen liederen begeleiden en bleek over een krachtige altstem te beschikken, die nog voor eenige verfijning vatbaar is. Zij zong o.a. recitatief en aria uit Xerxes, meerbekend als het Largo van Händel, waarin de begeleider wel zeer werd gemist. Goed speelde ze het naspel van Huberti’s Meilied.


Het was een interessante middag, die ons tot het eind heeft geboeid. Nog eens, ik bewonder den Ausdauer van deze dames en heeren, die ’s avonds weer concert hadden in Rotterdam. We wenschen hun verder een aangenaam verblijf in ons land toe.
E. P. D.