Naar inhoud springen

Het verslag van mijn onderzoek/Inleiding

Uit Wikisource
Het verslag van mijn onderzoek Deel I (1893) door Herodotos, vertaald door Ch. M. van Deventer

Inleiding

Boek I: CLIO
Uitgegeven in Amsterdam door S. L. van Looy en H. Gerlings.

[ Titel ]

HERODOTUS.



MUZEΝ.

 

UIT HET GRIEKSCH

MET INLEIDING EN KORTE AANTEEKENINGEN

DOOR


Ch. M. VAN DEVENTER.






AMSTERDAM,
S. L. VAN LOOY. |H. GERLINGS.

[ - ]
 

GEDRUKT BIJ KAREL F. MISSET, ARNHEM.

[ 5 ]

INLEIDING.



Over het leven van Herodotus zijn slechts weinige berichten tot ons gekomen. Hij werd geboren te Hali carnassus, een dorische volksplanting, waarschijnlijk in 484 v. Chr. (volgens een ander bericht ongeveer 500 v. Chr.). Behoorende tot een aanzienlijke familie, verwant o. a. aan den toenmaals beroemden dichter Panyasis, moest hij vluchten na een opstand tegen Lygdamis, den heerscher der stad en vazal van Perzië, en nam hij de wijk naar Samos. Later nam hij deel aan een tweeden opstand in zijn geboortestad, en ditmaal leidde de poging tot den ondergang van den tyran, waarna de stad tot autonomie geraakte.

Een gedeelte van zijn leven bracht Herodotus in Hellas door, en vooral in Athene, waar hij verscheidene jaren vertoefde en den schitterenden bloei aanschouwde, tot welken deze stad na de perzische oorlogen gekomen was. Hij verkeerde daar met de aanzienlijksten, en was vooral bevriend met den grooten tragediedichter Sophocles. Zijn laatste jaren leefde Herodotus volgens de over levering door den nijd zijner medeburgers uit Halicarnassus verdreven te Thurium, een atheensche volksplanting in Zuid-Italië; hij stierf daar waarschijnlijk in het begin van den peloponnesischen oorlog, wellicht in 427 v. Chr. [ 6 ]

De overlevering zwijgt van de reizen door Herodotus ondernomen, doch zijn werk toont ten duidelijkste, dat hij meerendeels de landen en plaatsen bezocht heeft, waarover hij spreekt, en zich verscheiden malen groote moeite heeft gegeven om door een persoonlijk onderzoek nauwkeurige berichten te verkrijgen.

De Geschiedenissen van Herodotus, door lateren eerst in negen boeken ingedeeld en naar de Muzen betiteld, zijn niet in voltooiden toestand tot ons gekomen; de schrijver is gestorven vóór hij zijn werk voleind had, en het was juist het laatste deel van zijn leven, dat hij gewijd had aan de verwerking van zijn nasporingen tot dat groote en fraaie werk, dan thans de Muzen heet.

In vroeger tijd reeds had hij enkele gedeelten bewerkt en naar alle waarschijnlijkheid in Athene en elders voorgedragen, doch tot het componeeren van een groot geheel is hij eerst in het laatst van zijn leven overgegaan. Hij heeft zijn arbeid niet kunnen voltooien, het einde van de Muzen is geen slot voor het geschiedverhaal, en op meer dan één plaats meent men te kunnen bespeuren, dat het den schrijver aan de gelegenheid ontbroken heeft zijn werk definitief te herzien. Herodotus' arbeid is niet alleen het oudste grieksche prozawerk, dat voor ons bewaard is gebleven, het is ook het oudste prozageschrift in Hellas gemaakt, dat zich als een letterkundig werk aanbood. Er zijn voorgangers geweest, doch deze waren kroniekschrijvers die zonder streven naar compositie en voordracht, in drooge opsomming feiten bijeenbrachten, en Herodotus is het geweest, dien men, gelijk hij reeds de Vader der Geschiedenis heet, ook den stichter van het Boek kan noemen. En nog altijd is de innerlijke waarde van zijn boek zeer groot. Want het is eerlijk en rijk aan gevoel. [ 7 ]De historische mededeelingen hebben veel van hun waarde verloren, sinds de geschiedenis der oostersche volkeren uit bronnen is bestudeerd, waarover Herodotus niet beschikte, maar toch heeft het moderne onderzoek veel steun bij Herodotus gevonden, vele malen zijn berichten kunnen bevestigen[1], en nooit heeft men zijn goeden trouw in twijfel behoeven te trekken, al is hij een enkele maal wellicht een weinig haastig in het oordeelen, een weinig overdreven, een weinig onnauwkeurig in het waarnemen, een weinig partijdig geweest; en gewoonlijk geeft hij zelf te kennen of zijn mededeelingen op eigen aanschouwing en zelfstandig onderzoek, of op berichten van anderen gegrond zijn.

Herodotus is de stichter van het Boek; hij had geen ander model dan de rhapsodiën van Homerus, en met Homerus heeft hij dan ook meer overeenkomst dan met iemand anders. Hij maakte in proza het tweede epos van den strijd van zijn volk tegen het Oosten; de epische kalmte, de erkenning van de macht van het bovenaardsche, de onderwerping aan die macht, de beschouwing van de lotgevallen der menschen als den wil der goden men vindt ze bij Homerus, men vindt ze ook bij Herodotus. Wel is hij in zijn theologie verder dan Homerus, hij staat met meer kritiek tegenover de legende, hij is meer doordrongen van het den mensch vijandige in de goddelijke macht, doch hij gelooft en berust, en, gelijk bij Homerus, is zijn gevoel voor de menschelijke lotgevallen niet bij die berusting verloren gegaan. [ 8 ]

Ook in de compositie gelijkt zijn werk op Homerus, want even als bij dezen is er veel afwisseling van het eigenlijke verhaal met episoden. Zeer zeker is het episodische van Homerus niet enkel het gevolg van een artistiek overleg, en bij Herodotus komen de afwijkingen van den geregelden loop in het verhaal voor een belangrijk deel voort uit de behoefte om mededeelingen een plaats te geven, die zij anders niet krijgen konden, doch beide werken hebben door hun episoden geen nadeel ondervonden. Want beiden zouden zij, als geregeld kunstwerk gecomponeerd, van te grooten omvang wezen om den aandacht voortdurend bezig te houden, en het invoegen van episoden geeft verpoozing en boeit, terwijl de draad van het verhaal telkenmale op natuurlijke wijze weder wordt opgevat. En voorzeker, indien men aannemen mag dat Herodotus in het voorbeeld van Homerus en den aard van zijn stof, voldoende reden vond om zijn werk zóó en niet anders samen te stellen, voorzeker kan men ook gelooven, dat de eisch naar een strenge compositie in zijn tijd nog niet bestond, en in zoover kan men ook op Herodotus het woord van prof. Pierson toepassen: „de belangrijkste klassieke auteurs willen niet gelezen worden, doch bestudeerd."

Als stylist is Herodotus het best, wanneer hij de menschen spreken laat, het minst, waar hij zich een enkele maal in een abstracte bespiegeling begeeft. Hij is een primitief met zeer groote deugden, doch zonder die volmaaktheid van zinbouw en uitdrukking, welke alleen het produkt van vele jaren worden kon, toen een school van schrijvers bestond, en de bijzonderheden van den stijl uitwerkte. Doch niet ervaren in de complete techniek van het schrijven, was hij des te meer vertrouwd [ 9 ]met de hoofdzaken van schoon literair werk: eenvoud en gevoel, en geheel vrij van de zucht om bekwaamheid te toonen. Méér artiest dan schrijver, zóó kenmerkt men Herodotus wellicht het best als letterkundige.

En dat met het overbrengen van een primitief, vooral als hij in een dialekt schrijft, veel, zéér veel verloren moet gaan, niemand geeft dat eerder toe, dan de vertaler.


Voor de vertaling werd gebruik gemaakt van den tekst van Dietsch, dikwijls vergeleken met de uitgave van Stein. Voorts werden geraadpleegd de duitsche vertalingen van Lange en van Bähr, en de engelsche van Cary.


CH. M. VAN DEVENTER.
  1. Als oordeel van het moderne historische onderzoek over Herodotus leze men het ongemeen fraaie werk van Maspero, Histoire Ancienne des Peuples de l'Orient; 4e éd. Hachette et Cie. 1886.