|
|
Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht/Plaat I
Het tijtel-vignet verbeeldt het vinden van den kop des krokodils.
Plan der onderaardsche gangen onder den St. Pieters Berg.
Voorr. tegen over bl. vi.
Kaart van den St. Pieters Berg.
46.
Plaat I. Gezig van den voornaamsten ingang der onderaardsche gaanderijen en wegen van den St. Pieters Berg bij Maastricht, zoo als dezelve zig van buiten vertoont.
54.
Pl. II. Gezigt van den voornaamsten ingang van het hol onder de vesting van den St. Pieters Berg, van binnen gezien.
56.
Pl. III. Gezigt der voornaamste onderaardsche gaanderijen en wegen van den St. Pieters Berg, zoo als dezelve zig van binnen vertoonen.
58.
Pl. IV. Kaakbeen van een onbekend Zee-dier, of, volgens andere, van een krokodil, vier voeten lang, in het Jaar 1780 in de steen-groeven bij Maastricht gevonden
bl. 78.
Pl. V. Gegraaven kaak beenderen van een dier, door sommige Natuurkundigen voor die van een krokodil, door andere voor die svan een onbekend zoogend water dier gehouden, in de steen-groeven bij Maastricht gevonden, door den Major DROUIN en berustende in het Kabinet van TEYLER te Haarlem.
92.
Pl. VI. Stuk van het regter bovenst kaakbeen van eenen opgegraaven kop, welken P. CAMPER hield voor dien van eenen onbekenden Cachelot, in den St. Pieters Berg gevonden, getekend op de helft van de natuurlijke grootte van het stuk, thans berustende in het Kabinet van A. G. CAMPER.
96.
Pl. VII. Opgegraaven wervelbeenderen, waarvan enige met elkanderen overeenkoomen, uit de steen-groeven bij Maastricht.
102.
Pl. VIII. Gegraaven wervelbeenderen in een steenblok uit de steen-groeve onder het fort St. Pieter bij Maastricht.
104.
Pl. IX. Gegraaven wervelbeenderen in een stuk steen uit de steen-groeven bij Maastricht.
105.
Pl. X. Dijebeen in een steen-blok uit de steen-groeven bij Maastricht.
106.
Pl. XI. Schouderblad in een steen-blok uit de steen-groeven bij Maastricht.
107.
Pl. XII. Gegraaven schildpad uit de steen-groeven bij Maastricht.
132.
Pl. XIII. Gegraaven schildpad uit de steen-groeven bij Maastricht met een belemniet in den zelfden steen.
134.
Pl. XIV. Gegraaven schildpad in een steen-blok uit de steen-groeven bij Maastricht.
137.
Pl. XV. Tak en gedeelte van den tronk, waarschijnlijk van een dier van het gezin der Elanden, in een stuk steen, waarin ook drie anomies zijn, uit de steen-groeven bij Maastricht.
140.
Pl. XVI. Gedeelte van den bovensten tak van een Gewei, dat van een dier van het geslacht van den Eland schijnt te zijn.
143.
Pl. XVII. Stuk van het Gewei van een Hert of misschien van een Eland, in een steen uit
de steen-groeven bij Maastricht.
146.
Pl. XVIII. Haaien- en andere tanden uit de steen-groeven bij Maastricht.
148.
Pl. XIX. Bek van eene Zee-kat, Haaien-tanden en tanden en stukken van het kaakbeen van eenen onbekenden visch.
150.
L IJ S T D E R P L A A T E N. IN HET TWEEDE STUK. Welke Plaaten geplaatst moeten worden tegen over hunne Nommers.
Plaat XX. Kei-achtige Bucciniet enz. uit den St. Pieters Berg.
187.
Pl. XXI. Kei-achtige Nautiliet veel gelijkende naar den Nautilus Pompilus van LINN: rechte Ammonshoorn uit den St. Pieters Berg.
189.
Pl. XXII. Opgegraven tweekleppige, meest onbekende Schulpen van den St. Pieters Berg bij Maastricht.
196.
Pl. XXIII. Tweekleppige Schelpen in de steenen uit de Steengroeven bij Maastricht gevonden.
201.
Pl. XXIV. Opgegraaven Schulpen in den St. Pieters Berg bij Maastricht.
205.
Pl. XXV. Opgegraaven Hoorns en Schulpen uit den St. Pieters Berg bij Maastricht.
208.
Pl. XXVI. Gegraven Terebratulen uit den St. Pieters Berg.
212.
Pl. XXVII. Gegraven Schulpen uit den St. Pieters Berg bij Maastricht.
220.
Pl. XXVIII. Gegraven Schulpen uit den St. Pieters Berg bij Maastricht.
223.
Pl. XXIX. Gegraven Zee-appel uit de groeven van Maastricht, gezien van de beide oppervlaktens.
226.
Pl. XXX. Opgegraven versteende Zee-appelen.
228.
Pl. XXXI. Gearticuleerde Ammoniet.
236.
Pl. XXXII. Belemnieten, een Wervelbeen en gedeeltens van Krabben.
239.
Pl. XXXIII. Keiachtig hout van Boorwormen doorboord.
243.
Pl. XXXIV. Numismalen en Madreporen uit den St. Pieters Berg.
246.
Pl. XXXV. Madreporen van verschillende soorten.
256.
Pl. XXXVI. Madreporen.
260.
Pl. XXXVII. Madreporen en ene Zeester.
263.
Pl. XXXVIII. Fungieten.
266.
Pl. XXXIX. Madreporen en Reteporn.
268.
Pl. XL. Madreporen.
273.
Pl.XLI. Madreporen.
279.
Pl. XLII. Polijpen van het geslacht der Alveoliten en anderen welke daar in vast gehecht zijn.
284.
Pl. XLIII. Nijlkrokodil van twaalf voeten lengte.
314.
Pl. XLIV. Geraamte van ene Africaansche Krokodil.
316.
Pl. XLV. Schouderblad, Deibeen, Been van
het Bekken van den Nijlkrokodil.
318.
Pl. XLVI. Ganges-Krokodil of Gavial. Langbekkige Krokodil van EDWARDS.
319.
Pl. XLVII. Squelet van het hoofd van de Gavial, of Krokodil van de Ganges, volgens het oorsprongelijke dat te Leiden in het Cabinet van den Hoogleeraar BRUGMANS gevonden wordt.
320.
Pl. XLVIII. Tanden van den Nijl en Garges-Krokodil en van het versteende Dier, in de groeven van Maastricht gevonden.
322.
Pl. XLIX. Africaanfche Krokodil, onderst Kakebeen van de Gavial, of Asiatische Krokodil, onderst Kakebeen, van de opgegraven Kop bij Maastricht.
326.
Pl. L. Wervelbeenderen van een Krokodil, gevonden in de groeven van Seckhem, nabij Maastricht.
328.
Pl. LI. Krokodillenkop uit de Schulpgroeven van Altdorf, uit het Cabinet van Manheim.
337.
LII. Hoofd van een Krokodil uit de Steen-groeven van Altdorf uit het Cabinet van Darmstadt.
339.
Bij het inbinden der 2 stukken, laat men de Tijtels van het 2de Stuk weg. |