Naar inhoud springen

Java-bode/Jaargang 28/Nummer 273/Bismarck’s dorst

Uit Wikisource
‘Bismarck’s dorst’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Java-bode, donderdag 18 november 1880, [p. 4]. Publiek domein.
[ 4 ]

BISMARCK’S DORST.

De Rijkskanselier is een stevig drinker, maar niet meer zooals toen hij jonger was. „Vroeger” — dus vertelde hij eens — kon ik zooveel drinken als ik maar wilde en heb ik vrij wat aan zwaren wijn gedaan, vooral aan de Bourgogne!. Stevig drinken ligt bij Bismarck in de familie. Van een zijner voorouders heeft de Kanselier noch een brief, waarin onder anderen voorkomt: „Het vat Rijnwijn heeft mij zelven tachtig thaler gekost, maar als mijn geachte zwager dat te duur vindt, zal ik het, wanneer God mij het leven laat, zelf wel leegdrinken.”
Bismarck heeft zelf verteld, dat hij eens toen „de inwendige mensch niet recht in orde was,” twee dagen op de jacht was geweest; „maar,” zoo verhaalt hij „die twee dagen op de jacht in de frissche lucht, hielpen ook al niet. Den dag daarna kwam ik bij de kurassiers te Brandenburg, die een nieuwen beker gekregen hadden. Ik zou er het eerst uit drinken en den beker inwijden, en daarna zou hij rondgaan. Er ging zoo wat een flesch in. Ik hield mijn toespraak, dronk, en zette hem leeg weêr neer, het geen hen zeer verbaasde, omdat men geen hoogen dunk had van de mannen van de pen. Dat had ik in Göttingen geleerd. Zonderling, of misschien juist niet zonderling is het, dat ik mij daarna vier weken lang zoo prettig om de maag voelde als zelden te voren.
Tegenwoordig is Bismarck niet meer zoo sterk in het drinken. Zijn zenuwlijden en rheumatisme leggen hem menigen dwang in zijn leefregel op, en hij die anders dan geheelen dag zijn sigaar niet uit de hand legde moet zich nu vergenoegen met een pijp na het middageten, en bijvoorbeeld het champagne drinken geheel nalaten. Maar deze ontbering getroost hij zich filosofisch, en onlangs zei hij noch: „Ik stel mij voor dat ieder mensch, als hij op de wereld komt, een zekere portie sigaren en champagne meêbrengt. Mijn aandeel bedroeg 100.000 sigaren en 10.000 flesschen champagne. Die heb ik zoo ten naastebij gebruikt, en dus kan ik geen aanspraak maken op noch meer.”