Koninklijke Courant/1809/Nummer 54/Mengelingen
| ‘Mengelingen’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit de Koninklijke Courant, maandag 6 maart 1809, [p. 3]. Publiek domein. |
MENGELINGEN.
In Frankfort en in eenige andere steden van Duitschland houd zich tegenwoordig bij wijlen een Albinos op, genaamd George Gamber, geboortig van Offenbach, bij Landau, en omstreeks de 27 jaren oud. Hij is vrij groot en schijnt van een sterk ligchaamsgestel te zijn. Hij heeft de haren, de baard, de wenkbrauwen, de oogpinken, met een woord al het haar, van eene bijzondere witte kleur, welke geenszins gelijkt naar die van door ouderdom grijze haren, evenmin als naar dat laffe blonde, hetwelk, aan sommige menschen eigen is, maar trekkende een weinig naar het gele: zijne haren zijn zeer zacht op het gevoel. Zijn vel is bijzonder fijn en bijna doorschijnende. Zijne wangen hebben eenen ligte rozen kleur. De Iris[1] in zijne oogen is van een violetrood; en het geen het verwonderlijkste is, bestaat, hier in, dat ook de pupil geheel rood is. Deze pupil is in eenen altoosdurenden staat van zamentrekking. Het minste buitengewoon schijnsel van licht veroorzaakt hem eene onaangename gewaarwording; ook doet hij, gedurende den dag, niets dan met de oogen knippen. Hij ziet de voorwerpen slechts op eenen kleinen afstand, en zoekt werktuiglijk alle middelen, om zich voor een te groot daglicht te behoeden. Gedurende de schemering, onderscheid hij de voorwerpen, zelfs op eenen redelijken afstand, vrij beter; maar ook dan spant zich de pupil, niet dan zeer weinig uit. De vader, de moeder en twee broeders van dat mensch hebben alle zwarte haren; maar hij heeft eene jongere zuster, die, even als hij, alle de merkteekenen heeft, zoo als wij die hebben beschreven, en die de Albinos kenschetsen.
- ↑ De Iris is de kleur, die den pupil of oogappel, welke doorgaands zwart is, omgeeft; en waardoor dus wordt uitgemaakt of men zwarte, blaauwe, bruine oogen enz. heeft.