Koninklijke Courant/1809/Nummer 59/De minister van justitie en politie
| ‘De minister van justitie en politie herinnert, hier mede, […]’ door C.F. van Maanen |
| Afkomstig uit de Koninklijke Courant, zaterdag 11 maart 1809, [p. 2]. Publiek domein. |
[ 2 ]De minister van justitie en politie herinnert, hier mede, allen de genen, welke eenige pretentien, over den jare 1808, ten laste van deszelfs ministerie en de koninklijke drukkerij mogten hebben, en daarvan tot nu toe geene opgave hebben gedaan, deze hunne pretentien, gebragt op behoorlijke gespecificeerde declaratien, voorzien van duplicaten, en gemuniceerd met de noodige verificatoire bescheiden, als nog, uiterlijk vóór den 1sten van grasmaand aanstaanden, intezenden, namelijk, die wegens kosten van justitie, aan de respective landdrosten in de departementen, en de overige, aan het ministerie van justitie en politie zelve; zullende alle zoodanige pretentien over den jare 1808, waarvan vóór den 1sten van grasmaand dezes jaars, invoegen voorschreven, geene behoorlijke opgave zal zijn gedaan, volgens de wet van den 21sten december 1807, gehouden worden voor vernietigd, zonder bij vervolg te kunnen worden geadmitteerd of erkend.
| Amsterdam, den 13den van sprokkelmaand 1809. |
De minister voornoemd, C. F. van Maanen. |